zaterdag 8 augustus 2026

Een idyllisch eiland? Hasslö.....

Het zou vandaag hard waaien, dus een lange reis naar het westen, waarbij we een flink stuk buiten de scheren moeten varen zat er voor ons niet in. Maar: een eiland in de buurt, waar we beschut kunnen liggen, is wel een optie. We kozen voor Hasslö.

’t Was wel zaak om op tijd te vertrekken, want de windkracht 6 tot 7 zou om een uur of tien de hele scherenstrook bereiken. Dus we gingen om kwart voor zeven op pad.

De zon scheen, van de wind en de golven hadden we niet echt last. Trouwens, we hadden minder golven verwacht achter de eianden, maar ja, die wind stond er echt wel. Op veel eilanden stond iets vesting-achtigs. Nog van vroeger, hadden we geleerd in het museum. Het leek ons niet leuk om hier in zo’n koude toren te moeten werken en wonen.

Het eiland Hasslö zag er leuk uit, toen we er aan de oostkant langsvoeren. Ze noemen het Little Hawaï, en hoewel we daar nog nooit zijn geweest (en waarschijnlijk ook nooit naar toe zullen gaan), klonk het aantrekkelijk.

Maar toen we na 2 uren varen de haven binnenkwamen, zagen we een stuk of 8 marineschepen liggen. Okee, dat is wel logisch. Maar de rest van de haven was niet supergezellig. Het deed ons denken aan havens in Turkije en Griekenland (in de niet-toeristische delen), waar een haven heel functioneel moet zijn vooral voor vissers.

Nou, hier ook. Er was weliswaar een vingersteiger, maar daar hadden wij geen zin in. Wij kozen voor een stevige kade. Zo te zien de vroegere marine-kade. Er lag achter ons een oud marineschip, helemaal vervallen.

Autobanden aan de betonnen kade, wat rommel, oude aanleglijnen en zelfs oude stroomkabels.  Oude meuk waar blijkbaar niemand naar om kijkt. Naast ons een hek, waar we gewoon langs konden lopen, maar ooit was dit dus een afgesloten gebied.

Maar goed, we lagen prima en hadden geen zin om nog naar een ander eiland te gaan. De wind nam al snel toe, dat hoorden we aan de bomen en de masten en dat zagen we buiten de haven aan de golven.

Wij lagen lekker beschut en maakten het ons gezellig in de kuip. Maar natuurlijk zijn we nog een eind gaan lopen. Het Little Hawaï idee moet toch te vinden zijn? We lazen over “een weelderig eiland met ondiep water, de visserij is altijd de belangrijkste industrie geweest, verbonden met de vaste wal door een brug, en in de zomer een festival”.

Het was duidelijk een rotseiland: waar we ook keken of liepen, er scheen altijd wel iets rotserigs door het gras. Dat heeft wel wat hoor. Lastig tuinieren, dat bleek wel, want in tuinen stonden veel potten met planten, maar we zagen nauwelijks een struik in het gras.

En eindelijk kwamen we er achter: hier zijn een paar zandstranden, en dat is natuurlijk wel heel bijzonder in dit rotsachtige gebied. Dàt maakt dat het Little Hawaï heet. Okee.....

We liepen langs een trieste parkeerplaats waar heel onzweeds veel onkruid stond, en daar was een groot standbeeld geplaatst. In eerste instantie dachten we dat het een boedha was, maar het bleek een oerzweedse man te zijn: de hier geboren politicus Fabian M ånson (1872-1938). Hij zit er maar wat sneu bij.

De camperplekken (we kwamen drie tegen) zijn heel verschillend. Die bij de haven is kaal, aan de kust is een kleine die er gezellig kneuterig uit ziet, en verder in het binnenland is een echte camping. Met alles er op en er aan, voor de liefhebbers.

Wij vermaakten ons in de zon met een boek, luisterden tevreden naar de wind en vinden het ondanks alles een prima vluchthaven.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten