Het zou vandaag hard waaien, dus een lange reis naar het westen, waarbij we een flink stuk buiten de scheren moeten varen zat er voor ons niet in. Maar: een eiland in de buurt, waar we beschut kunnen liggen, is wel een optie. We kozen voor Hasslö.
’t Was wel
zaak om op tijd te vertrekken, want de windkracht 6 tot 7 zou om een uur of
tien de hele scherenstrook bereiken. Dus we gingen om kwart voor zeven op pad.
De zon
scheen, van de wind en de golven hadden we niet echt last. Trouwens, we hadden
minder golven verwacht achter de eianden, maar ja, die wind stond er echt wel.
Op veel eilanden stond iets vesting-achtigs. Nog van vroeger, hadden we geleerd
in het museum. Het leek ons niet leuk om hier in zo’n koude toren te moeten
werken en wonen.
.jpg)
Het eiland
Hasslö zag er leuk uit, toen we er aan de oostkant langsvoeren. Ze noemen het
Little Hawaï, en hoewel we daar nog nooit zijn geweest (en waarschijnlijk ook
nooit naar toe zullen gaan), klonk het aantrekkelijk.
.jpg)
Maar toen we
na 2 uren varen de haven binnenkwamen, zagen we een stuk of 8 marineschepen
liggen. Okee, dat is wel logisch. Maar de rest van de haven was niet
supergezellig. Het deed ons denken aan havens in Turkije en Griekenland (in de
niet-toeristische delen), waar een haven heel functioneel moet zijn vooral voor
vissers.
.jpg)
Nou, hier
ook. Er was weliswaar een vingersteiger, maar daar hadden wij geen zin in. Wij
kozen voor een stevige kade. Zo te zien de vroegere marine-kade. Er lag achter
ons een oud marineschip, helemaal vervallen.
Autobanden
aan de betonnen kade, wat rommel, oude aanleglijnen en zelfs oude
stroomkabels. Oude meuk waar blijkbaar
niemand naar om kijkt. Naast ons een hek, waar we gewoon langs konden lopen,
maar ooit was dit dus een afgesloten gebied.
Maar goed,
we lagen prima en hadden geen zin om nog naar een ander eiland te gaan. De wind
nam al snel toe, dat hoorden we aan de bomen en de masten en dat zagen we
buiten de haven aan de golven.
Wij lagen
lekker beschut en maakten het ons gezellig in de kuip. Maar natuurlijk zijn we
nog een eind gaan lopen. Het Little Hawaï idee moet toch te vinden zijn? We
lazen over “een weelderig eiland met ondiep water, de visserij is altijd de
belangrijkste industrie geweest, verbonden met de vaste wal door een brug, en
in de zomer een festival”.
Het was
duidelijk een rotseiland: waar we ook keken of liepen, er scheen altijd wel
iets rotserigs door het gras. Dat heeft wel wat hoor. Lastig tuinieren, dat
bleek wel, want in tuinen stonden veel potten met planten, maar we zagen
nauwelijks een struik in het gras.
.jpg)
En eindelijk
kwamen we er achter: hier zijn een paar zandstranden, en dat is natuurlijk wel
heel bijzonder in dit rotsachtige gebied. Dàt maakt dat het Little Hawaï heet.
Okee.....
We liepen
langs een trieste parkeerplaats waar heel onzweeds veel onkruid stond, en daar
was een groot standbeeld geplaatst. In eerste instantie dachten we dat het een boedha
was, maar het bleek een oerzweedse man te zijn: de hier geboren politicus Fabian
M ånson (1872-1938). Hij zit er maar
wat sneu bij.
.jpg)
De camperplekken (we kwamen drie
tegen) zijn heel verschillend. Die bij de haven is kaal, aan de kust is een
kleine die er gezellig kneuterig uit ziet, en verder in het binnenland is een
echte camping. Met alles er op en er aan, voor de liefhebbers.
Wij vermaakten ons in de zon met een
boek, luisterden tevreden naar de wind en vinden het ondanks alles een prima
vluchthaven.
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten