vrijdag 29 mei 2026

Van alles wat in Trollhätta

Vanochtend was het direct al heerlijk warm. Ontbijt in de zon!

Daarna hebben we onze vier mede-overnachters uitgezwaaid. Niet letterlijk, maar we hebben wel gezien hoe de Zilveren Maan samen met twee anderen geschut werd. En onze Zweed met de Indigo ging richting het Vänernmeer.

We hebben gisteren nog met hem gesproken over het Götakanaal, dat pas op 16 juni open gaat. Ja, je kunt nu ook wel naar binnen, maar dan wordt je door het kanaal begeleid (dus er gaat een stewart met je mee), en dan ben je in 5 dagen aan de overkant.

Meneer Indigo had met mensen gesproken die dat gedaan hadden, vanaf Mem, maar dat is niet relaxed. Om zeven uur ’s ochtends moet je starten en dan is het de hele dag doorvaren. Tja, eigenlijk is het bedoeld voor mensen die hun boot van west naar oost of andersom willen brengen. Wij gaan wel even bellen met de organisatie, aanstaande maandag, en dan bedenken we wel een plannetje.

Meneer Indigo raadde ons ook aan om het Midzomernachtfeest ergens mee te maken. Dat moet geweldig zijn, met een leuk dansje rond een paal, veel drank, haring en aardappelpuree. Misschien slaan we dat over......

Wij hebben na de koffie de fietsen op de wal gezet en ruim twee uren gefietst. In de stad, langs het kanaal en door een natuurgebied. Heel leuk. Wat heeft Trollhätta veel water zeg! En veel parken. En mooie huizen.

Veel te weinig foto's gemaakt, dat is jammer. Dat moet anders. Maar: we zijn wel thuis gekomen met een heerlijke echte Zweedse lekkernij. De Kanelbullar. Echt heerlijk!

Vanmiddag hebben we lekker geluierd, gelezen, een beetje gepoetst (die stuifmeel/bloesem toestand) en veel om ons heen gekeken. We liggen op een prachtige plek, er wandelt en fietst van alles om ons heen. De ijsboer vlakbij doet hele goede zaken, de sluis moest vaak schutten (en daar liepen we dan even naar toe), toeristen per bus of in zo’n authentiek schip bekeken de oude sluizen, kortom we hadden zo veel te zien dat er van wandelen niets meer kwam. Misschien morgen, we zien wel.

donderdag 28 mei 2026

Eerst op de fiets en dan met de boot naar Trollhätta

Gisteren wilden we fietsen, en besloten een rondje Trollhätta te doen. Ten zuiden van de Göta Älv naar het stadje en ten noorden van de rivier weer terug. Een tochtje van een kleine 50 kilometer.

Het was hartstikke leuk! Kleine dorpjes, flinke bossen, groene heuvels, enorme rotsen, en overal erg rustig. Trouwens, als er een auto (of een vrachtwagen met hout of een bus) langskomt, wordt je uiterst voorzichtig ingehaald. En bij een zebrapad stoppen ze al ruim van tevoren. Het is een leuk fietsland. Maar we zijn wel erg blij met de “ondersteuning”, anders hadden we toch meerdere keren moeten lopen, zo steil zijn sommige heuvels.

Bij veel huizen (weer vaak zo mooi Falu-rood) staat een grote camper. En het lijkt ook wel of de huizen in de kleine dorpen veel mooier zijn dan in de grotere dorpen. Meer sjeu, mooier in de verf, meer tierlantijnen. Maar overal zijn de gazons netjes gemaaid. Of  het nou een groot erf om een huis is, of een kleinere tuin, het gras is gemaaid.

In Trollhätta bekeken we het haventje, spraken even met de solo-Zweed van de Indigo, die we in Göteborg hadden gezien, picknickten en zochten een route weer terug naar Lilla Edet. Langs de rivier wilden we, maar dat lukte niet helemaal.

Het was een nog heuvelachtiger route dan op de heenweg, wel dichter bij de rivier, maar ja die rotsen hè? Die zijn soms erg hoog.

En het jammere is dat er nauwelijks bankjes waren. Op de heenweg hebben we geen enkele bank gezien en even op rotsen gezeten voor een water-break, en op de terugweg stond er eentje, en dat was een mega-bank. Grappig!

Ook vandaag was het heerlijk weer.

Eerst keken we even naar de Helge uit Delfzijl, die met hout voor Riga de sluis in voer. Er was een wisseling van loodsen, en bij zulke grote schepen wordt de landvast om een reuze bolder belegd door een sluismedewerker. Die zelf gezekerd is aan een lange stalen kabel.

Toen we dit hadden bekelen haalden we brood en was het tijd om te vertrekken. Onderweg laadden we onze communicatie-apparaatjes op, ook de accu’s van de fietsen, en zetten de waterkoker aan voor de koffie. Alles tegelijk, en dat ging prima.

De boot is bedekt met een laagje bloesem. Het lijkt wel Sahara-zand. Zó jammer, want we hadden pas gepoetst.

Het was erg leuk om af en toe het fietspad of de weg te zien die we gisteren hadden genomen.  En oh, wat is het hier mooi! De rivier slingert wat, de bossen staan hoog op de rotsen, en we zien steeds meer huizen vlak aan het water.

Op AIS zagen we dat twee Nederlandse zeiljachten in de sluizen waren bij Trollhätta, en vlak voordat wij daar waren kwamen zij naar buiten. Ze wensten ons een fijne vakantie en een mooie reis. Wij hen ook.

We konden sluis 5 dus zomaar invaren. Sluis 6 op het traject tussen Göteborg en het Vänernmeer is die van Lilla Edet. En nu hadden we drie aaneengeschakelde sluizen te doen. Ook weer van die grote. Bijna 90 meter lang, ruim 13 meter breed, en een verval van 8 meter.

En we lagen er in ons eentje in. Het ging super: aan stuurboordskant zijn trappen, waar we ons met lijnen aan vast konden houden, en we moesten natuurlijk wel vaak overpakken. Maar dat kunnen we. Het water kwam van onderen de sluiskamer in, dus het was een makkie.

Hier vaar je dus van de ene sluis in de andere. Wel imponerend hoor, het varen richting die reuzegrote deuren. In de laatste sluis, nummer 3 dus, moesten we “Avgiften” betalen. Als je de tekst behoorlijk letterlijk neemt, dan valt het Zweeds nog aardig te begrijpen ook. Tenminste, als je het gaat lezen. Want iemand verstaan is een ander dingetje.

Dit “Avgiften” geldt voor het hele traject tussen Göteborg en het Vänernmeer. Alle sluizen en bruggen, en gratis liggen in Lilla Edet en “onze” haven in Trollhätta. Ja, ook bij de Bohus-vesting, maar eigenlijk is dat een wachtsteiger voor een bruggetje.

“Onze” haven heet Äkers Sjö. Daar kwamen we tegen half twee aan, nadat we ook nog de evengrote sluis nummer 2 hadden gedaan.  Vier grote sluizen in een uurtje, dat is niet slecht!

We werden begroet door twee Snekers! Nou ja zeg! Van aluminium zeiljacht Zilveren Maan. Zij gaan morgen naar Göteborg, waar één van de mannen op de trein stapt. Hoe de ander de boot naar Sneek brengt weten we niet, maar hij wil er in september zijn. De boot is al een paar jaar in Zweden geweest en heeft ’s winters in een paar havens gelegen.

Het was zó lekker warm vanmiddag, dat we de schaduwkleedjes voor de stuurhutramen hebben gehangen.

We zijn een paar keer naar de sluis gelopen vandaag (de sluis naast de haven) om te kijken naar de boten die geschut werden. Waaronder de cruiser Diana, die we onderweg al een keer hadden gezien.

Vanavond kwam de hele grote Tuna. Uit, jawel, Delfzijl.

Met berkenhout uit Grundsund , dat ligt ten noorden van Göteborg, naar ergens op het Vänernmeer. Dus de Helge gaat met hout naar Riga, en de Tuna gaat verder Zweden in. Misschien wel naar de luciferfabriek, waar ze nu natuurlijk ook hele lange lucifers maken voor BBQ’s en zo.

Imponerend hoor, hoe zo’n groot schip heel rustig bestuurd wordt door een loods. Hij moet een bochtje maken in het grote bekken tussen sluis 3 en 2, om recht in sluis 2 te komen.

De Sneker vertelde dat hij nog nooit zo’n groot schip hier had gezien, en hij vaart hier al jaren. Dit wordt zijn vierde Trollhätta-kanaal, en hij heeft een zomer op het Vänernmeer gezeild. Vreemd, wij hebben al meerdere coasters gezien, life en op AIS.

Het schutten van de Tuna duurde ongeveer twee uren. Dat komt waarschijnlijk door het langzame varen, want je zou denken dat er minder water in de sluis gepompt hoeft te worden omdat die bijna vol is met schip.

Het was erg leuk om dit te zien. En op AIS zagen we dat er vannacht waarschijnlijk nog twee schepen bij ons langs varen, richting Göteborg. Dat horen we misschien wel, want het draaien van de schroef klinkt altijd erg luid onder water.

dinsdag 26 mei 2026

Grijze goede dag naar Lilla Edet

Op deze grijzige dag hebben we ruim dertig kilometer afgelegd, en daar iets meer dan zes uur over gedaan. Dat klinkt erg lang, maar is te verklaren. Want we hadden de stroming tegen. En we hoefden niet zo snel, dus we hielden onze normale snelheid aan maar schoten iets minder snel op.

En bij de sluis van Lilla Edet moesten we een uur wachten omdat de tanker die vlak achter ons voer voorrang had. Logisch. De Oraness vulde de sluis bijna helemaal op, daar pasten wij niet bij in.

En het sluizen zelf duurde ongeveer een half uur, dat telt ook nog mee.

Maar: het was een leuke dag! We genoten van de slingerende rivier met de mooie uitzichten op bergen en huizen. Het was overal hartstikke diep, maar buiten de vaargeul zagen we zwanen met hun kop onder water, rotsblokken en rietjes. Dus we bleven braaf in de geul.

De huizen staan soms best dicht op het water, soms verder weg, soms op de berghellingen. Ze zijn vaak rood. Falu Röd noemen ze het. De verf krijgt zijn kleur van de aardpigmenten die uit de mijnen komen. Eigenlijk is het een bijproduct van de kopererts-winning. Want daar komt ijzerhydroxide bij vrij, en als dat oxideert krijgt het die mooie matte rode kleur. Dus eigenlijk is het gewoon roest. Falun is de plek van de mijn, en röd betekent rood.

Mensen die vlak bij de Göta Älv wonen hebben niet zoveel met het water. Slechts heel af en toe zagen we een bankje, een plateautje of terras. Zwemtrapjes al helemaal niet. Het zal wel vaak te snel stromen. Maar ergens had er wel iemand een bank op een rots vastgezet, met extra lange voorpoten zodat hij/zijn toch lekker kan zitten.

Het was rustig vandaag. We zijn één tanker tegengekomen en de Diana. Een klassiek riviercruiseschip uit 1931 dat heen en weer vaart over het Götakanaal. En de Oraness uit Svendborg kwam ons dus achterop. Toen hij ons passeerde lagen we aan een hoge wachtsteiger, en er kwam iemand uit de hoge stuurhut om naar ons te zwaaien. Hij stak zijn duim ook nog omhoog. Leuk!

Oh, toen we de sluis in voeren wilden we aan bakboord liggen. De sluis is bijna honderd meter lang en dertien meter breed, dus we hadden het voor het uitkiezen. We zouden 6,5 meter omhoog gaan. Maar er waren heel weinig bolders in de muur. Drie. Dus om de drie meter ongeveer. Okee, dan zoeken we bij gebrek aan glijstang een trap. Was er niet aan bakboordskant. Toen zijn we nog even naar de stuurboordskant van de sluis gegaan. Dat kon allemaal, want de sluisdeuren gingen langzaam dicht. En potverdikke, de gashendel liet  los. Dus Hidzer ging snel naar binnen om daar te sturen en ik legde de lijn van onze middenbolder aan de trap. Alles prima.

Toen we omhoog geschut werden repareerde Hidzer de gashendel (het bleek een losse schroef te zijn) en ik verlegde onze lijn steeds een traptrede of vijf. We hadden het gelukkig allemaal onder controle.

Na het uitvaren van de sluis moesten we direct (en dat was echt al na een meter of veertig) naar rechts, de overnachtingshaven van Lilla Edet in. Ze noemen het geen jachthaven, want er is niets. Geen water, geen stroom, geen sanitair. Veel mensen vinden het maar niets, wij vinden het wel leuk.

Het oudste sluisje van Zweden ligt hier naast. Het is gebouwd in 1607. Zeggen ze. In die tijd was er hier een soort waterval van een meter of vier. Boten die hier langs wilden moesten aan wal worden gebracht en langs de waterval gesleept. Dit schijnt ook gebeurd te zijn in 1064 toen koning Harald Hardrada van Noorwegen met 60 vikingschepen de rivier opvoer naar het Vänemeer.  Dat zal een leuk spektakel zijn geweest!

Maar helaas: het oudste sluisje van Zweden is nauwelijks te zien. Zeg maar: het is verwaarloosd. Jammer!

De charme van het stadje hebben we nog niet ontdekt. Ja, een leuk pad naast grote rotsen, een goede supermarkt, natuurlijk een begrafenisondernemer (zien we hier overal op prominente plekken), en een pizzeria waar het heerlijk rook.

We liggen aan een kade, met uitzicht op het stadje en de Göta Älv. Er gebeurt niet zoveel. Drie Zweedse jachten liggen hier, en wij. We hebben op AIS gekeken of er nog een groot schip aankomt, die we even in de sluis kunnen zien, maar nee. Ook dat niet.

Nou, dan maar weer een lekker rustige avond. Morgen willen we fietsen!

maandag 25 mei 2026

Lekker fietsen

Vandaag hebben we lekker gefietst. Geen Elfstedentocht, zoals vandaag in Friesland werd gereden, maar de Achtdorpentocht. Zelf bedacht.

We begonnen bij de uitkijktoren waar we de boot prachtig zagen liggen, deden bij een geweldige supermarkt (Ica Maxi) boodschappen voor een picknick, en maakten een rondje van ruim dertig kilometer. Heuvel op, heuvel af. Langs rotsen, door bossen, door dorpen en gehuchten, met uitzicht valeien en op de Göta Älv.





Brievenbussen staan hier in de dorpjes allemaal bij elkaar. Dat is erg handig voor de postbode, die in een auto rijdt met het stuur rechts. Zo kan hij blijven zitten, zijn raampje opendoen en de post in de bussen leggen. 
Trouwens, we zagen ook een brievenbus waarvan de mensen geen reclame-folders willen. Ze gaan er hun billen mee afvegen, volgens de sticker!



Een picknickbankje zagen we nergens, dus toen zijn we in een dorpje naar de kerk gefietst. Daar vlakbij stond een picknicktafel, lekker in de luwte (het waaide best flink) en in de zon. Met uitzicht op de kerk hebben daar lekker geluncht.


De rest van de middag was weer een lekker lui: in de kuip, in de zon, heerlijk!

Morgen gaan we weer verder, ongeveer 30 kilometer met één sluis. 

zondag 24 mei 2026

Naar een steiger bij een vesting

We wilden de opening van de Göta-Älvklaffbro om 9:35 halen en zijn ruim op tijd naar de wachtsteiger gegaan. De brugwachter vertelde dat we rond half tien alvast naar de brug konden varen, dan zou hij de brug bedienen.

Alles verliep prima, tegelijk met ons gingen drie zeiljachten vanaf de andere kant door de brug. Een paar kilometer verderop staat een lage spoorbrug. Via hetzelfde marifoonkanaal riep ik dezelfde brugwachter op, die bijna verbaasd reageerde. Hij zou de trein bellen en ons terug oproepen.

Dat gebeurde en de mededeling was dat we een half uurtje moesten wachten, en dat we er dan misschien door konden. Hij zou ons oproepen.

Bij gebrek aan beter gingen we aanleggen aan een verboden reuzesteiger. Duidelijke borden dat dit niet mocht, maar ja.... We zijn Nederlands, we zijn toerist, er ligt verder niemand en er is geen andere mogelijkheid.

Het leverde ook geen enkel probleem op hoor. We hadden tijd genoeg voor kofffie met taart. De brugwachter riep ons op, hij draaide de twee spoorbruggen (die vlak achter elkaar liggen) en we sjeesden vlotjes verder.

Even later hoorden we de Belg op de marifoon. Hij wilde graag een opening voor de hefbrug, maar moest ruim anderhalf uur wachten. Tenzij er een vrachtschip aan zou komen waar de brug ook voor geheven moest worden, maar dat wist de brugwachter nog niet.

De Göta Älv deed ons denken aan het zuidelijk deel van de Donau. Met veel oude meuk op de wal in de zin van oude fabrieken, verwaarloosde boten, oude woonboten, en vooral: boomstammen! Toen we vertrokken van de wachtsteiger konden we gelukkig een flinke boomstam (wel zes meter lang) ontwijken, en we zagen veel van die obstakels half op de wal en half in ’t water liggen.

De meerpalen hebben ook hier van die rare uitsteeksels. Je kunt zien waar je bent, want de aanduidingen staan ook op de kaarten, maar wij zijn het duidelijk niet gewend. Juist als plezierboot wil je de rand van de vaargeul aanhouden, maar gaat hier dus niet goed. Mooi wat meer in ’t midden varen dus. Nou  was dat geen probleem, want het was erg rustig. We zijn twee zeiljachten en een Nederlandse coaster uit Spijk (Groningen) tegengekomen. De zon scheen, het was echt leuk om hier te varen.

Toen we de stad uit waren was er her en der nog wel industrie, maar we keken meer naar de bergen. Bijzonder hoor!

We liggen nu sinds half twee aan een steiger bij het Bohus kasteel. De voorloper hiervan werd al in 1250 gebouwd door een Noorse koning. Na eeuwenlange oorlogen en belegeringen, in bezit van Noren en Denen is het nu al een tijdje Zweeds en kun je er eten, trouwen, het museum bekijken en leren over de geschiedenis ervan.

Dat geloofden we wel. Wij wilden het stadje Kungsälv, waar het kasteel nu bij hoort, bekijken. De buitenwijk is erg leuk, met een keienweg en prachtige huizen.

Toen we verder in ’t centrum kwamen bleek dat op een enkel terras na wat uitgestorven en deed het ons denken aan een anonieme stad. Dan maar weer terug naar “onze” buitenwijk. Daar zijn we de kerk nog even binnengeweest omdat er werd geoefend door een koor.

We liepen nog een rondje om het kasteel en luierden daarna lekker in de zon in de kuip. Heerlijke dag!