dinsdag 14 juli 2026

Over de Boren naar Borensberg

Vanochtend hebben we weer even lekker gezwommen, buiten in de zon ontbeten, ik ben even brood wezen halen bij de Hemköp en daarna vertrokken we naar de trappensluizen van Borenshult. Een korte maar mooie route.



We waren er even voor negen uur, en er lag al een motorboot te wachten. Het was heerlijk rustig. De hoop dat we vroeg gesluisd konden worden was al gauw verdwenen, want op de lichtkrant stond dat we om 11:30 aan de beurt waren. Onze Zweedse buren begrepen het ook niet. Ik ben maar even naar de lockkeeper gelopen, en die vertelde dat er eerst mensen van beneden naar boven geschut werden en dat daarna de rondvaartboot vanuit Motala aan de beurt was. En daarna wij.


Okee, dat is dan maar zo. We hadden immers al geleerd dat je op het Göta Kanaal niet haastig moet zijn, want dat frustreert alleen maar. Het was heerlijk weer, en we hadden alle tijd, en we kletsten met de buren voor ons (de Zweden) en de Nederlanders achter ons (die veel minder tijd hadden als wij).

Langzamerhand werd het steeds drukker aan de steiger. Een boot of tien wilde naar beneden. En ongelofelijk: toen Hidzer met onze achterburen sprak, kwam er een mevrouw aan lopen vanaf de sluis. Ze vertelde dat wij met hen in een sluis in België hadden gelegen, en dat we hele leuke kleinkinderen aan boord hadden. Nou ja, worden we zomaar weer herkend!

Ik heb nog even de blog van 2023 nagelezen over de week dat Marit en Hidde met ons mee voeren, maar ik heb er niets over geschreven. En toen die mevrouw langs ons kwam met haar man op een Hellingskip ging er bij ons geen kwartje vallen. Ze hebben geen indruk op ons gemaakt toen.

Björn en Annika, de lock-keepers (ze heten anders maar wij noemen ze Björn en Annika) kwamen langs om te vragen hoe lang en breed we zijn, en later hadden ze Lock-Tetris gedaan en ons allemaal ingedeeld. Wij mochten met de tweede schutting naar beneden.  Om 11:30 uur ongeveer startten we, en om 12:10 uur waren we op het Boren meer. Samen met de Nederlanders uit Workum op de Viking, en de Nilise uit Denemarken. Het sluizen ging prima. Vijf sluizen achterelkaar, in totaal zijn we 15,3 meter naar beneden gegaan.




Bij een dubbele sluis, of een trappensluis, moet ik afstappen en de lijnen meenemen naar de volgende sluiskamer. Pas in de laatste kamer mag ik weer aan boord stappen. Hier in Borenshult was Cocky van de Viking vergeten dat ze weer aan boord mocht, maar ik kon haar nog net op tijd waarschuwen. Anders had ze een enorme sprong moeten maken, wil je niet aan denken!

Er was te weinig wind, zeg maar helemaal geen wind, om te zeilen. Jammer! Nou ja, dan maar lekker rustig op de motor. Niet de Viking, die ging heel erg snel vooruit. De Nilise en wij deden het rustiger.


Waar we flink van schrokken: waterplanten! Lange slierten, met bloemetjes, die op het wateroppervlak dreven. Die bloemetjes. En de stengels zaten in de grond. Terwijl het minstens zes meter diep was! En dat in de onzichtbare vaargeul! Onzichtbaar omdat het gewoon de logische route was, waar iedereen (dus ook de rondvaartboot) vaart. Je zou denken dat de schroeven van de boten die planten wel kortwieken, maar nee hoor! 


Nu we hier in Borensberg gingen liggen, op een geweldig plekje aan een hele lange steiger, en we gingen zwemmen, zagen we dat er van die stengels rond de schroef zaten. Niet dat onze sterke schroef en sterke motor er last van hebben, maar we hebben ze toch maar even verwijderd. Dat was niet moeilijk, mede dankzij het heldere water.

We liggen hier prachtig. Aan de ene kant bos en daarvoor een soort weiland waar schapen lopen en aan de andere kant kunnen campers staan. Op mooie plekjes in het groen. 


We hebben vanavond nog een rondje gelopen, maar vanmiddag niets anders gedaan dan zwemmen, lezen en luieren. Heerlijk!


Er kwamen steeds meer boten liggen, volgens ons is de steiger nu wel vol. Iedereen is lekker rustig. We horen wat gepraat, wat gelach, wat gespetter in het water, en we hebben een BBQ geroken. Een heerlijke warme avond, tot laat hadden we de zon in de kuip. 

Het enige vervelende was de rondvaartboot uit Berg. Die kwam vanmiddag met flinke vaart langs, ging keren op de Boren, en met flinke vaart weer richting de sluis. We hingen even flink in de lijnen! En het is nog een lelijk schip ook. We hebben de schipper een naam gegeven van iemand die wij niet aardig vinden.....

maandag 13 juli 2026

Motala Verkstad

We zijn een paar kilometer verder gevaren. Ter hoogte van Baltzars graf hebben we even naar hem gezwaaid, en hem bedankt voor dit mooie kanaal. Toen hij er pas lag hesen schepen altijd de vlag voor hem, maar wij vonden zwaaien wel genoeg. Voor de sluis en de spoorbrug hebben we kort moeten wachten, maar de andere drie bruggen gingen al zó vroeg voor ons open dat we bijna extra gas wilden geven.

Het was heerlijk warm en in Motala Verkstad vonden we weer het mooiste plekje van de haven. Helemaal op het eind van de lange kade naast de locomotiefwerkplaats.

Dit is historisch gezien weer een bijzondere omgeving. Ooit begonnen als een reparatiewerkplaats voor de bouw van het Göta Kanaal, en uitgegroeid tot een van de belangrijkste industrieën van het land. Een beetje als Forsvik maar toch heel anders. 

Motala Verkstad is echt door het Göta Kanaal ontstaan en gegroeid. Er kwam een droogdok, een timmerwerkplaats, een zagerij, er werden later houten schepen gebouwd en nog later 400 ijzeren. Tegenwoordig wordt het dok beheerd door de kanaalmaatschappij en nog steeds gebruikt voor reparaties en winterstalling van schepen. Leuk feitje is dat passagiersschip Juno, dat wij al een paar keer zijn tegengekomen, hier in 1874 is gebouwd.

Toen de werkplaats in 1822 werd opgericht, waren er 22 werknemers, maar het bedrijf groeide en in 1830 had het meer dan 200 werknemers en een jaar later zelfs 1000. In de jaren 1830 woonden er meer dan 500 mensen (medewerkers en hun gezinnen) in het dorp rond de werkplaats, maar slechts 75 in Motala köping (= Motala Marktplaats, daar waar wij in de haven lagen). 

Generatie na generatie woonden en werkten mannen en vrouwen in Motala Verkstad. Er ontstond een complete stad in het gebied met winkels, scholen, ziekenhuizen, verenigingen en armenzorg. Uiteindelijk werd het een groot concern dat wereldwijd bekend werd door de productie van stoommachines, locomotieven, bruggen en scheepsonderdelen, maar het is in 2024 failliet gegaan.

Helaas voor ons was het industriemuseum, door dat faillissement van 't bedrijf, al een paar jaar geleden gesloten. Maar de oude kranen, een paar fabrieksgebouwen en een oud wooncomplex (nu hostel) zijn er nog wel. Achter het grote gebouw aan het water zijn er nog een paar van die grote, maar alles was afgesloten. Jammer!

Wij hebben van de warme windstille dagen gebruik gemaakt door de stuurhut van twee lagen lak te voorzien. Niet dat het echt nodig was, maar het knapt er gewoon weer mooi van op.





In het dorp zelf is niet zoveel sjeu te zien. Maar in deze oude schuur stonden mooie hekken, het was een goudmijntje hoor!


Van het grote gele gebouw, waar nu een fietsenzaak in zit, weten we niet wat ooit de functie was. Misschien ook een fabriek annex werkplaats.
 

Trouwens, de metaalarbeiders van de oude fabriek richtten in 1888 de allereerste coöperatieve consumentenvereniging (Konsumförening) van het land op.  Ze wilden betaalbaar en goed voedsel en levensmiddelen aanbieden aan de arbeidersgezinnen van het fabrieksdorp. Deze 'Sällskapet Arbetarnas Ring' is de basis voor de bekende Zweedse supermarkt Coop. 

Wij hebben boodschappen gedaan bij de lokale Hemköp, waar een prachtige auto stond. Ik vond vooral de dobbelsteentjes op de deurvergrendelingen geweldig!



Op één van de mooie warme zonnige ochtenden hoorden we al om zeven uur fluitmuziek. Er lagen vier vrouwen, elk op een matje, en één mevrouw liep in het rond en speelde. Er werd niets gezegd, het was stil op de muziek na. Eerst deed het wat Aziatisch aan, zonder kop en staart zeg maar. Na een klein half uurtje herkenden we liedjes.

Dat leek me wat lastig voor de dames die wilden mediteren of ontspannen. Ik zou mee willen zingen in mijn hoofd, of de tekst zoeken, of willen bedenken wie het had gezongen. Zo hoorden we Scarborough Fair, dat we op de trekharmonica kunnen spelen, en zelfs Waarheen Waarvoor (ik dacht dat het "Waarheen leidt de weg" heette) van Mieke Telkamp.

Natuurlijk hebben we ook weer lekker gefietst, deze keer rond het meer Boren. Met de klok mee, over bergen en door bossen waar huizen op rotsen zijn gebouwd, naar het plaatsje Borensberg waar we morgen naartoe willen varen.



Een lekker picknick (dankzij de Hemköp) tegenover het prachtige hotel in Borensberg.


Ten zuiden van het Boren meer was het vlakker, minder bossig en zagen we hele grote akkers. En EPA's, levende slangen, mooie bermen, van die Paasbulten-die-geen-Paasbulten-zijn, groepjes brievenbussen en mooie schuren met prachtige kozijnen.


Elke dag zwommen we en luierden we in hangmat en onder de bimini. Wat weer topdagen op en rond deze plek!

vrijdag 10 juli 2026

Twee keer naar Vadstena (niet zo bedoeld)

Ja, twee keer naar Vadstena. Maar dat hadden we zo niet gepland. Wel gewoon om er via kleine weggetjes naar toe te fietsen, er wat rond te kijken en te lunchen, en daarna weer terug om dan lekker in de zon te zitten.

Hidzer had op Google Maps weer prachtige weggetjes gevonden. Soms gravel, soms opgelapt asfalt, door bossen, door gehuchtjes, we genoten volop. 



Bij het gehuchtje Sten stuitten we op een oude begraafplaats, de ödekyrkogård. Ooit heeft hier een klein kerkje gestaan, ergens in de 12de eeuw van kalksteen gebouwd. Zoals bij veel kerken is het in de brand gestoken tijden een oorlog, herbouwd, kreeg het een torenspits, maar zo'n tweehonderd jaar geleden is het afgebroken omdat er in Motala een nieuwe, grotere kerk gebouwd moest worden en daar waren de stenen voor nodig.

Nu is er slechts een verlaten begraafplaats. Er staat een simpel houten kruis, ergens moet nog één enkele grafsteen zijn, maar ja, dat is tussen het onkruid en konden we vanaf de weg niet zien. Het was een bijzonder plekje vonden we, door dat houten kruis én omdat het gras niet eens gemaaid wordt!


We beseften opeens dat we zulke omgevingen al eerder gezien hebben, met soms oude rode huizen, steeds maar bochten, heuvels, grappige bankjes, schuren met wit geschilderde puntjes aan de uiteinden van de planken, mooie hekken en zo, en dat we nog steeds zeggen  "kijk daar', "oh, wat mooi", alsof het nieuw is. Tja, dat heet genieten denk ik. 






Het centrum van Vadstena is hartstikke leuk: geen flats, veel oude huisjes en huizen, smalle straatjes en steegjes. Een beetje ouderwets, maar ook gezellig toeristisch, met veel winkeltjes en terrasjes. Er schijnen ongeveer 500.000 toeristen per jaar te komen, vooral in de zomer.

Ergens in de veertiende eeuw werd hier een klooster gesticht door de latere Heilige Brigitta.  Vadstena werd een bedevaartsplaats, de grootste van Zweden. Het klooster was best groot.

Maar toen kwam Gustav Vasa. Hij heeft belangrijke dingen gedaan, zoals de basis leggen voor de stichting van het huidige Zweden. Op 6 juni 1523 werd hij tot koning gekozen, en dat is nog steeds de nationale feestdag van Zweden. Maar ja, we hebben al gemerkt dat dat niet zo uitbundig gevierd wordt....

Eén van de andere dingen die hij deed in Vadstena was het klooster van Birgitta sluiten, en een kasteel bouwen. Geen luxe kasteel, maar meer een robuust geval. Gebouwd om het land te beschermen tegen aanvallen vanuit Denemarken. Het fort werd wel redelijk snel herbouwd tot residentie voor de zoon van de koning, en kreeg later nog een upgrade naar wat nu als een van de best bewaarde renaissancekastelen van Zweden wordt beschouwd. Maar dat kun je aan de buitenkant niet zien. Grappig is dat het ook nog eens als pakhuis werd gebruikt, eerst voor stoffen en later voor staatsbrandewijn.

Over dat klooster: dat werd dus gesloten, daarna gebruik genomen als tehuis voor invalide soldaten, en daarna als gevangenis. En in de negentiende eeuw werd het een ziekenhuis. Een ziekenhuis dat te groot was voor het klooster, dus er kwam een mannenafdeling in een oude suikerfabriek even buiten de stad. 

Het allerleukste vonden wij dat er zelfs een spoor liep, van een kilometer of negen, tussen een centrale keuken en het de delen van het ziekenhuis. Paarden trokken een goederentram die voedsel vervoerde. Dat duurde tot ongeveer 1930!

Nu is er een haventje in de oude gracht van het kasteel. Het ziet er wel leuk, maar ook druk uit. 


Wij wilden het kasteel wel even bekijken, en stuitten op een Kniv Expo. Een driedaagse beurs over alles wat met messen te maken heeft. Nou hebben we helemaal niets met messen, maar dit was met toch leuk!

Hier was van alles te koop voor het zelf maken van messen. Kleine messen, hakmessen, fileermessen, keukenmessen, zelfs messen die er als heuse kunstwerken uitzien.



Kant en klare lemmetten, maar ook platen staal, schuur/polijst machines, bankschroeven, we zagen van alles. En kleurige brokken, waarvan we eerst dachten dat het een soort puimsteentjes waren. Maar nee: het zijn stukken hout voor het heft van een mes, die je nog even in vorm moet snijden en schuren.

Vaak van berk, maar ook wel van tropische boomsoorten. Soms neutraal, maar vaak door-en-door gekleurd door een vacuum-verf-methode. Er was een meneer die ons dat uitgebreid en enthousiast uitlegde. Hij legde uit dat je ook je heft later kunt verven, daar heeft hij ook speciale verf voor.  

Ha, hij vertelde (en liet zien) dat zijn lievelingskleur oranje is, en dat hij zo vrolijk werd van de oranje-supporters van het voetbal. Niet alleen door het oranje, maar ook door het liedje "Links Rechts". 

Trouwens, niet alleen van hout worden de heften gemaakt, ook van geweien. Die waren er dus ook in verschillende soorten te koop.


We picknickten op het plein in het kasteel. Op een oude stenen trap. Het zat er heerlijk: lekker in het zonnetje, een beetje hoger dan de rest, dus we hebben ons weer prima vermaakt met het kijken naar mensen.

Het kasteel zelf zijn we niet in geweest. Een geplande rondleiding met Engels als voertaal ging niet door vanwege te weinig belangstelling, en aan een rondleiding in het Zweeds hebben wij niets. 

Geeft niet, stiekem hadden we er niet eens zo veel zin in. Wel in lekker fietsen, weer lekker rustig en toeristisch terug naar Motala. 

HIer zouden we nog even wat boodschappen doen, maar buiten bij de Coop bleek dat mijn telefoon (met bankpas) niet in mijn stuurtasje zat. En ik wist het meteen: ik heb 'm laten liggen op de stenen trap in 't kasteel van Vadstena!

Wat nu? Direct de telefoon maar even bellen, met Hidzers telefoon. Jammer, er nam niemand op. Toen belde ik het Tourist Buro dat volgens mij in het kasteel zat, maar een aardige meneer vertelde dat hij ergens anders zat en gaf me het nummer van de receptie/entrée van het kasteel. Daar nam ook al een aardige meneer op, die wel even naar de stenen trap wilde lopen. Dat was maar een meter of dertig van zijn plek vandaan. Dat wisten we, want we waren er immers al geweest.

Na een paar minuten belde ik mijn toestel maar even weer op. Joepie, hij werd beantwoord door de receptie-meneer. Pfoe, wat een opluchting! Ik legde uit dat we van Motala moesten komen op de fiets en dat het dus even duurde. Geen probleem.

Dus we stapten weer op de fiets. Nu geen toeristische route van 25 kilometer, maar rechtstreeks over een fietspad langs de weg. Ook leuk te fietsen hoor, en een stuk korter: 16 kilometer enkele reis.

De telefoon lag op me te wachten, en de meneer vertelde dat toen hij bij de trap kwam er geen telefoon lag. Oh? Waarschijnlijk heeft iemand mijn telefoon over hoorde gaan en 'm naar de receptie gebracht. Juist toen hij naar de trap liep om 'm te zoeken. Gelukkig is alles goed gekomen, ik heb 'm heel hartelijk bedankt en we fietsten weer terug naar Motala.

Daar hebben we ons getrakteerd op een lekker ijsje. Na een heerlijke maar ook een beetje een spannende dag van geen 50 kilometer fietsen maar eentje van ruim 80. 

En toen schoten we opeens vreselijk in de lach! Want die ringtone van mij is een opname van Marit en Hidde, gemaakt in 2023, met veel gegiechel en geroep. Ik vind het super, maar ik weet niet wat de Zweden in Vadstena er van gedacht hebben.......

donderdag 9 juli 2026

Motala

Het is elke keer een feestje om naar de supermarkt te gaan. Klein of groot, of nog groter, we zien bij elk bezoekje wel iets nieuws. Zijn het niet de grootverpakkingen vlees, de ontelbare soorten frisdrank, de salami-worsten met vlees van wilde zwijnen of herten, de grote sigarettenautomaten, of het feit dat bijna iedereen één of meer (soms wel vijf!) plastic of papieren tasjes koopt om de boodschappen in te doen, dan wel de Returstations waar mensen met zakken vol hun statiegeld-blikjes en flessen inleveren. 


Of al die soorten knäckebröd! De normale zoals wij ze kennen, maar dan ook nog dik en dun, maar ook in driehoeksvorm, of hele grote ronde. Die zien er leuk uit, maar we vragen ons af hoe je 't gaat eten. Ten eerste is het wel heel veel voor een ontbijtje, en ten tweede is het toch onhandig eten?

En dan is er vaak een hoekje of een heuse hoek waar je gok-dingetjes kunt kopen. Online casinospellen, sportweddenschappen, paardenraces, loterijen en bingo voor het goede doel. En als je in een kleine supermarkt bent kun je krasloten (of zo) kopen bij de kassa. Misschien is het een soort ontmoedigingsbeleid van de regering, zoals de drankwinkels (Systembolaget), maar ik moest echt moeite doen om een keer een gok-hoek te vinden waar geen mensen stonden. 

Natuurlijk hebben we ook hier weer in de buurt gefietst en gewandeld. Even naar de trappensluizen van Borenshult. Het zijn er vijf, die aanelkaar "gebouwd" zijn. Ze heten officieel "De Vijf Sluizen van de Herinnering", waarschijnlijk ter nagedachtenis aan Baltzar von Platen. Nou, eerlijk: in bijna elk dorp of bos of sluis, vlakbij het Göta kanaal, is er wel iets wat ter ere van Baltzar is geplaatst. 

Je gaat hier 5,3 meter naar beneden. Of omhoog, als je van oost naar west vaart. 

Ooit liep hier tussen Motala en Borenshult een van de eerste spoorlijnen van Zweden, die tijdens de aanleg van het kanaal was gebouwd en werd gebruikt voor het transport van grond. De wagens werden door paarden getrokken, wat zowel sneller als soepeler was dan wanneer de arbeiders kruiwagens hadden gebruikt. 


Die Baltzar von Platen overleed op 6 december 1829 in Kristiania, Noorwegen. Nog voor zijn dood had hij opdracht gegeven tot het maken van een eikenhouten kist die per slee naar Motala vervoerd moest worden. Het lichaam moest, volgens Baltzars eigen instructies, gebalsemd worden zodat zijn vrienden hem konden zien. 

Zijn eigen vier paarden trokken de kar met de kist naar Motala. Maar ondanks een brief aan koning Karl XIV Johan waarin hij resoluut weigerde een "lijkkistachtige processie" te accepteren, begon de rouwstoet terug naar Zweden op 20 januari 1830, met een magnifieke escorte.

Nadat de rouwstoet op 6 februari (2 maanden later dus) in Motala was aangekomen, werd de overledene bij de kerkpoort ontvangen door het bestuur van het Götakanaal. De kist werd nog een laatste keer geopend, zodat Baltzar, zoals hij had gewenst, nog een laatste keer door zijn vrienden kon worden gezien. Op zondag 7 februari werd hij naar zijn graf gedragen en, onder 800 saluutschoten, neergelaten naast zijn levenswerk, het Götakanaal. Volgens de overlevering zou een van de vier paarden ook niet ver van het graf van Baltzar begraven liggen.

Baltzar von Platen wilde een eenvoudige, horizontale grafsteen, afkomstig uit de kalksteengroeve van het Götakanaal bij Borghamn. Op de steen zou alleen BB Von Platen staan, zonder geboorte- of sterfdatum. De reden hiervoor was dat Baltzar von Platen vond dat "de rest aan hen was". Ook hier kreeg hij niet wat hij wilde. Platens graf is tegenwoordig een prachtig monument, aan het kanaal en het fietspad.

In het graf liggen ook zijn vrouw, hun twee zonen en dochter, een schoonzoon en een schoondochter, een kleinkind en zelfs zijn hoofdmonteur. Gezellige boel dus. Nou ja, ze liggen er leuk bij, zo in het zonnetje.


Er zijn zelfs her en der eerbetonen aan de beste man die stammen uit 1998 en 2013. Zo blijf je wel bezig natuurlijk. Maar goed, wij zijn erg blij met het initiatief én zijn visie en vakmanschap!


Ook vanaf de andere kant van het water is het een leuk gezicht: onze donkere boot te midden van de veelal witte, met als achtergrond die mooie rode kleur van de huizen.



Het slot Charlottenborg leek ons wel een bezoek waard. Graaf Ludwig Weirich Lewenhaupt liet het huis in 1652 bouwen en vernoemde het naar zijn vrouw, gravin Charlotte. Vanaf die tijd, tot 1981, zijn er ongeveer 12 verschillende eigenaars geweest. Die allemaal iets aan het slot hebben veranderd natuurlijk, dus het is nu een ratjetoe van stijlen en spullen. 

Zelfs de gemeente Motala deed daar aan mee sinds het in 1984 een museum werd: er ligt nu bijvoorbeeld een vrolijke vloerbedekking, die een rivier moet voorstellen. 

Er staan hele oude muurkachels, er zijn vrolijke muurschilderingen, en er was een interessante expositie "kennismaken met twee van de oudste bewoners van Motala". Want in 2010 werd een unieke vondst gedaan: tijdens een opgraving werden tien schedels gevonden. Deze waren bijna 8000 jaar geleden op houten palen in een ondiep meer geplaatst. Dankzij DNA-technologie konden twee van de individuen worden gereconstrueerd zoals ze er mogelijk uitzagen toen ze nog leefden.

We waren onder de indruk van de kunstenaar en houtbewerker Sophia Isberg, die hier in Motala leefde van 1819 tot 1875. Haar vader leerde haar draai- en houtsnijtechnieken, en ze werd wereldberoemd. Haar werken werden tentoongesteld in Londen, Parijs en Wenen, maar ze bleef altijd samen met haar broer in een huisje in Motala wonen. Geen poespas, gewoon blijven werken met hout.

We hebben hier een prima plekje en er is van alles te zien. Vaak ook vissende kinderen en mannen. Soms gaat het mis, want gisteren vond Hidzer een flink stuk vissnoer met haak rond één van de stagen gewikkeld.