maandag 10 augustus 2026

Een pittige reis naar Simrishamn

Poeh, dit was me een tochtje! We zijn met opzet (deze keer) vroeg vertrokken, om even over vijf. Het was licht, nou, het was lichtgrijs. Tegen twaalf uur zou er een flinke bui komen en harde wind, en dan wilden we in Simrishamn zijn.

Dat lukte hoor, maar we voeren over een knobbelige zee. Nogal bumpy. We hadden het zeil gereefd erbij gezet, maar moesten wel op de motor varen. Het zeil zorgde er voor dat we niet super veel heen en weer slingerden. De wind (van rechtsvoor) en de deining (van linksvoor) probeerden ons lekker door elkaar te schudden, maar de boot en wij hielden ons prima. 

Af en toe doken we met de kop bijna onder water, maar de boot blijft heel stabiel en danst gewoon rustig mee.  De steen van Marit, die ze geverfd heeft toen ze in 2023 tijdens onze Grote Reis bij ons in België mee voer, bleef mooi op zijn plek liggen. Maar de waterkoker, die uit voorzorg in een kast was gezet, was wel omgevallen. En de tandenpoets-beker in de natte cel lag ook op de vloer.

Eigenlijk was het dus niet zo’n mooie tocht, maar het ging allemaal goed. We bereikten Simrishamn voor de bui en gingen daarna douchen. Het waren lekkere douches, maar het leek wel of we in een oude sportaccomodatie waren. Maar goed, we zijn weer fris en fruitig.

Na de lunch verkenden we de stad. Veel restaurants, kappers, toeristische spulletjes en leuke straatjes. Ook minder leuke, maar die vergeten we gauw.

En een bijzondere kerk. Niet alleen de stoere buitenkant vonden we bijzonder, maar ook de binnenkant.

De dominee heeft een prachtige preekstoel. Mooi gekleurd. Foto-technisch jammer dat er een spiegel bij hangt, een kastje naast staat en een piano, maar goed, dat is nu eenmaal zo.

Maar het grappige is dat de preekstoel op een beeld staat. Alsof dat beeld (wie het is weten we niet) de preekstoel (en dominee) draagt. En ook grappig is dat boven op de preekstoel een engel staat, wiens rechterbeen op een schedel rust. En dan hangt er vlakbij ook nog eens een schip in de kerk. We hebben er stilletjes wel om moeten lachen!

De haven liep langzaamaan best vol, maar de meeste mensen willen toch in/aan een vingersteiger en hier heeft niemand zin om dubbel te liggen. Dus we lagen lekker rustig langszij aan de steiger.

Overdag hadden we het visserschip Courage of Skillinge al zien varen, die bleek de  hele dag te hebben gevist. Een schip van 33 bij 8 meter. Tegen half zes, toen we weer een rondje liepen zagen we hem binnenkomen. De gevangen vis werd door een vrachtwagen uit het ruim gezogen. Een lokale meneer vertelde dat er veevoer voor heel veel verschillende beesten van wordt gemaakt. Met andere woorden, de zee wordt simpelweg leeggevist, alles wordt gebruikt. H’m.

We beeldbelden neef Mark voor zijn verjaardag. Hij zat in de trein op de grens tussen Modavië en Roemenië, te wachten. Wachten op het moment dat de wagons één voor één, inclusief de passagiers, overgezet werden naar een ander spoor. In Moldavië hebben ze een smaller spoor dan in Roemenië. Ik zou zeggen dat je dan de passagiers laat overstappen, maar nee. Mark zei dat je sneller met de bus kunt, en waarschijnlijk zelfs goedkoper met een vliegtuig, maar dit is veel leuker natuurlijk! Een bijzondere verjaardag zo!

Vanavond hadden we weer een klopper, eentje die zelfs drie keer klopte omdat hij misschien niet wist wat hij er van moest denken.....

zondag 9 augustus 2026

Naar Nogersund

We wilden tegen een uur of acht vertrekken. Maar we waren veel te vroeg wakker. Echt véél te vroeg. Dus we zijn maar gaan wandelen. Om kwart voor vijf....... De bedoeling was een rondje van een kilometer of tien, elf. Maar het werd wat korter, want de muggen/vliegen/steekbeesten waren ook al vroeg wakker en zagen ons aan voor hun ontbijt.

Het was best een leuke wandeling, maar we hebben ‘m wat ingekort. Gelukkig hebben we goed spul tegen jeuk aan boord. Mygga heet het, en er staat bij “Beroligende gel”. Dat betekent ‘kalmerend’, maar wij ervaren het als lekker verdovend. De jeuk is direct verdwenen, heerlijk!

Aan boord gekomen besloten we dan maar te vertrekken. Een uur eerder dan gepland, maar dat kon vast geen kwaad. En dat was ook zo.

We wilden naar het haventje van Hörvik, een vissershaven waar we al een keer zijn geweest. Maar het werd spontaan Nogersund, waar we ook al een keer zijn geweest maar waar we ons niets meer van kunnen herinneren.

Eerst een uur of twee op de motor, en daarna lekker lang gezeild. Een uurtje voor de haven werd de zee wat knobbelig en de wind wat draaierig. 

We maakten nog een bochtje om een rots heen. Zomaar een hele flinke rots, terwijl het daar vlak naast 26 meter diep is!

We werden ingehaald door een aardige veerboot. Aardig, omdat de schipper aardig was. Meestal zijn het van die hardjakkerende mannen, maar deze meneer, die ook nog naar ons zwaaide, bracht zijn passagiers direct in vakantiestemming.

De veerboot ging (bleek later) steeds maar heen en weer naar het eiland Hanö, leuk voor een dagje uit. Wij vonden een plekje redelijk in de buurt van de veerboot-aanlegplaats maar hebben nooit last van hem gehad, zó rustig deed hij in de haven.

Nogersund is vroeger één van de grootste visserijhavens geweest hadden we gelezen, maar onze buurman, een local op een zeiljacht, vertelde dat dit nu niet meer zo is. De visafslag staat er nog wel, de haven is robuust en groot, maar de gebouwen waar vroeger ook iets met vis werd gedaan zijn nu restaurants.  En je kunt er wat kleding kopen en wat bootspullen.

De camperplaats staat bij de zeewering, mensen kunnen naar de haven kijken of over de zeewering naar de zee. Dat is voor ’t eerst deze reis dat we zien dat dat mogelijk is, op andere plekken hadden de campers uitzicht op de stenen.

In totaal zijn we met drie passanten. Een Duitser en een Nederlander die direct stroom moet voor zijn waterkoker. Hij is daarvoor verhuisd vanaf een ander plekje in de haven naar onze stoere betonnen steiger en ligt nu voor ons.

De zon bleef schijnen, de wind waaide ook hier alle kanten op, we zien zwanen in de haven, laagvliegende zwaluwen en zelfs een zwarte otter! En vanavond hadden we weer een “klopper”, een meneer die even wilde weten van welk materiaal de boot gemaakt is. 

zaterdag 8 augustus 2026

Een idyllisch eiland? Hasslö.....

Het zou vandaag hard waaien, dus een lange reis naar het westen, waarbij we een flink stuk buiten de scheren moeten varen zat er voor ons niet in. Maar: een eiland in de buurt, waar we beschut kunnen liggen, is wel een optie. We kozen voor Hasslö.

’t Was wel zaak om op tijd te vertrekken, want de windkracht 6 tot 7 zou om een uur of tien de hele scherenstrook bereiken. Dus we gingen om kwart voor zeven op pad.

De zon scheen, van de wind en de golven hadden we niet echt last. Trouwens, we hadden minder golven verwacht achter de eianden, maar ja, die wind stond er echt wel. Op veel eilanden stond iets vesting-achtigs. Nog van vroeger, hadden we geleerd in het museum. Het leek ons niet leuk om hier in zo’n koude toren te moeten werken en wonen.

Het eiland Hasslö zag er leuk uit, toen we er aan de oostkant langsvoeren. Ze noemen het Little Hawaï, en hoewel we daar nog nooit zijn geweest (en waarschijnlijk ook nooit naar toe zullen gaan), klonk het aantrekkelijk.

Maar toen we na 2 uren varen de haven binnenkwamen, zagen we een stuk of 8 marineschepen liggen. Okee, dat is wel logisch. Maar de rest van de haven was niet supergezellig. Het deed ons denken aan havens in Turkije en Griekenland (in de niet-toeristische delen), waar een haven heel functioneel moet zijn vooral voor vissers.

Nou, hier ook. Er was weliswaar een vingersteiger, maar daar hadden wij geen zin in. Wij kozen voor een stevige kade. Zo te zien de vroegere marine-kade. Er lag achter ons een oud marineschip, helemaal vervallen.

Autobanden aan de betonnen kade, wat rommel, oude aanleglijnen en zelfs oude stroomkabels.  Oude meuk waar blijkbaar niemand naar om kijkt. Naast ons een hek, waar we gewoon langs konden lopen, maar ooit was dit dus een afgesloten gebied.

Maar goed, we lagen prima en hadden geen zin om nog naar een ander eiland te gaan. De wind nam al snel toe, dat hoorden we aan de bomen en de masten en dat zagen we buiten de haven aan de golven.

Wij lagen lekker beschut en maakten het ons gezellig in de kuip. Maar natuurlijk zijn we nog een eind gaan lopen. Het Little Hawaï idee moet toch te vinden zijn? We lazen over “een weelderig eiland met ondiep water, de visserij is altijd de belangrijkste industrie geweest, verbonden met de vaste wal door een brug, en in de zomer een festival”.

Het was duidelijk een rotseiland: waar we ook keken of liepen, er scheen altijd wel iets rotserigs door het gras. Dat heeft wel wat hoor. Lastig tuinieren, dat bleek wel, want in tuinen stonden veel potten met planten, maar we zagen nauwelijks een struik in het gras.

En eindelijk kwamen we er achter: hier zijn een paar zandstranden, en dat is natuurlijk wel heel bijzonder in dit rotsachtige gebied. Dàt maakt dat het Little Hawaï heet. Okee.....

We liepen langs een trieste parkeerplaats waar heel onzweeds veel onkruid stond, en daar was een groot standbeeld geplaatst. In eerste instantie dachten we dat het een boedha was, maar het bleek een oerzweedse man te zijn: de hier geboren politicus Fabian M ånson (1872-1938). Hij zit er maar wat sneu bij.

De camperplekken (we kwamen drie tegen) zijn heel verschillend. Die bij de haven is kaal, aan de kust is een kleine die er gezellig kneuterig uit ziet, en verder in het binnenland is een echte camping. Met alles er op en er aan, voor de liefhebbers.

Wij vermaakten ons in de zon met een boek, luisterden tevreden naar de wind en vinden het ondanks alles een prima vluchthaven.


vrijdag 7 augustus 2026

Karlskrona

Omdat het gistermiddag en vandaag hard zou waaien zijn we vroeg naar Karlskrona vertrokken. We werden direct getrakteerd op een mooie zonsopgang en een vriendelijk windje. 



De zon bleef schijnen, de lucht werd blauw en we genoten enorm van de reis door de Karlskrona skärgård, de scherenkust van Karlskrona. De route was niet zo spannend als we al eerder gehad hadden, ten noorden van Kalmar bijvoorbeeld, maar wel erg mooi. Dit gebied telt in totaal ongeveer 1650 eilanden, eilandjes en rotsen. En het stadscentrum van Karlskrona is gebouwd op 33 eilanden. Ongelofelijk toch? 


We vonden weer het mooiste plekje van de haven: bij de ingang, beschut door een superdegelijke steiger. Lekker in de zon, met de stad op loopafstad en zicht op alles wat binnenkwam of vertrok.

Vandaag was het bewolkter, maar wel lekker warm. We fietsten over een groot deel van de eilandjes waarop Karlskrona is gebouwd. Ook over het oorspronkelijke marineterrein dat ergens in de 17de eeuw werd gebouwd. Weer ter verdediging van Zweden in oorlogen.


Het museum van Blekinge (de provincie hier) is gevestigd in een prachtig groot gebouw. We leerden veel over de geschiedenis van Karlskrona. Er was nog veel meer te lezen en te leren, maar ja, ons Zweeds is niet zo geweldig.....




Het was soms wel wat rommelig, maar er werd een leuke film vertoond, er lag prachtige vloerbedekking, en er was een soort "Wie ben ik" spel ontwikkeld met knopen. Hier waren, door de ontwikkeling van de  marinevloot, veel bij-industrieën ontstaan, waaronder de knopen-industrie. Nooit geweten dat dat zo bepalend was: het gebruik van knopen op kledingstukken stak erg nauw. 

 
Wat we ook niet wisten, is dat in 1784 een ruilhandeltje is geweest tussen Frankrijk en Zweden. Frankrijk mocht handel drijven in Göteborg, Zweden kreeg het Caribisch eiland St. Barthélemy. Een eiland waar niets wilde groeien, maar dat een goede natuurlijke haven had. De Zweden bouwden die uit, mede door de Zweedse West Indische Compagnie. Klinkt aardig maar het was de start van een enorme slavenhandel.

Die slavenhandel werd in naam beëindigd in 1813, maar het duurde tot 1847 voor alles rond was. Nou rond? De slaveneigenaren kregen compensatie van de Zweedse regering voor het verlies van hun "eigendommen", maar de vrijgemaakte slaven kregen helemaal niets. Pas in 1878 werd St. Barthélemyweer aan Frankrijk gegeven na de uitslag van een referendum op het eiland. Toen hielden ze al een referendum!

Verderop in de stad zagen we twee bouwvallen staan. Dachten we. We hadden het mis. Nikodemus Tessin den Ädre, een architect uit de vroege Barok, zou gebouwen in Karlskrona ontwerpen. Maar hij stierf plotseling en redelijk jong, dus zijn zoon Nikodemus Tessin den Yngre (de oude en de jonge) nam het over. 

Nikodemus Jr had in Italië gestudeerd, en gebruikte verschillende kerken uit Rome als inspiratie voor de twee op het grote plein. We vinden het wat sober en hadden niet eens zin om naar binnen te gaan. En dat zegt wat, want we vinden een kerk(je) bekijken altijd wel leuk.
  


Misschien gaan we morgen een stukje verder, naar een eilandje of zo, maar misschien blijven we nog een dagje. De weermannen geven vast goede raad.

woensdag 5 augustus 2026

Eh, plannen gewijzigd... Naar Kristianopol

Gisteravond, voor we naar bed gingen, vertelden de weermannen ons dat het misschien geen gek idee was om toch te vertrekken morgen. Er zou pas in de middag wind sterke wind komen, uit het zuiden, (tegenwind voor ons), dus we moesten wel op tijd gaan.

Okee, dat was een goed plan. En vanochtend vonden de weermannen van DMI (de Deense KNMI zeg maar) het nog steeds prima. Dus we vertrokken.

Jammer dat we Kalmar niet beter verkend hebben, maar het indrukwekkende kasteel zagen we wel goed vanaf het water.


De zon kwam op en verdween. Het werd een grijze dag. Maar ach, we vermaakten ons wel met een ontbijtje, koffie met kolasnittar (heerlijke karamelkoekjes) en een tuna melt als lunch. Wij deden dat met een afbakbroodje en dat bleek minstens zo lekker als met een sneetje gewoon brood.

Terwijl er een bui achter ons langs trok lieten wij plan A (het haventje van Ekenäs) en plan B (het haventje van Bergkvara) voor wat ze zijn en zetten door naar het haventje van Kristianopol.

Ook niet groot, het dorpje ook niet, maar wel schattig. We waren de tweede passant die dag, maar er kwamen later nog drie bij. En nog leuker: het werd ondanks de wind lekker warm en zonnig.


Vroeger was hier ongeveer de grens tussen Denemarken en Zweden. De Deense koning liet daarom een langgerekte vesting bouwen dat in 1606 klaar was en noemde het naar zijn zoon Christian.

Klinkt goed zou je zeggen. Maar vijf jaren later nam het garnizoen van Christianopel (toen nog met een C, nu met een K) deel aan een aanval op Kalmar. 

De Zweedse koning vond dat niet zo leuk en stuurde zijn oudste zoon op een strafexpeditie naar het stadje om dat te treffen. De weerloze burgers vluchtten naar de kerk in de hoop dat ze daar gespaard zouden blijven maar nee, de kroonprins brandde de kerk en de stad plat. De hele bevolking, op de priester na, kwam om het leven.

Maar de Denen herbouwden Christianopel. Als sterkere stad en met een nieuwe kerk. Later, na weer een oorlog werd het weer Zweeds.

Al die wreedheden zien we nu gelukkig niet meer. Ja, de vorm van de vesting, en delen van de flinke muren zijn er nog. Je kunt er over heen lopen, wat wij natuurlijk even deden. Mooie uitzichten over de zee en over een natuurreservaat.


Er schijnen vrij zeldzame vogels te komen. Aan ons, die een beest met twee vleugels al gauw een vogel noemen, niet besteed, maar er stonden mensen op de muur die erg enthousiast waren,



Het dorpje (nu zonder stadsrechten dus) ziet er schattig uit. De tachtig inwoners houden het leuk, klein en gezellig toeristisch.







Wij hebben lang voor op het dek gezeten, lekker in de zon en in de wind, en werden verrast op een bijeenkomst van motoren. Meer dan 90 telden we. Ze kwamen rond zeven uur en waren anderhalf uur later weer vertrokken. Behalve de brullende uitlaten bleef het rustig. Zó grappig!

dinsdag 4 augustus 2026

Naar Kalmar

't Was even een gedoe om het anker schoon te krijgen: we trokken half Zweden aan modder en half Zweden aan waterplanten mee naar boven. Met de pikhaak en de dekwaspomp waren we met zijn tweeën even bezig, maar de boot bleef rustig liggen dus we hadden geen stress.

Daarna voeren eerst weer een slingerende route tussen rotsen en eilanden. Oh, wat mooi! En weer heel anders dan gisteren: nu zagen we veel meer bossen en kwamen de rotsen minder dichtbij. 

Na ongeveer twee uren varen waren we weer op open zee. Het heet Kalmarsund, en ligt tussen het vaste land van Zweden en het eiland Öland. Sund betekent rivier, maar het is best wel een zee hoor. En dat Öland is dan wel een eiland, maar wel eentje van 137 kilometer lang. We bleven het links naast ons in 't zicht houden.


De vuurtoren Sillåsen moesten we volgens de aanwijzingen op zeker 10 meter afstand passeren in verband met de fundamenten onder water. Dat deden we braaf, want we willen geen gedoe.


Ons doel voor vandaag was Kalmar, een stadje even ten zuiden van de Ölandbrug. Dat is een lange brug zeg, van 6 kilometer! Hij heeft 155 pijlers, die ik niet eens allemaal op de foto kon krijgen.

We konden er met gemak onderdoor. Gelukkig maar, want we hadden het druk met de wind en de stroming. Het is wat met die grote bruggen: de wind wordt altijd enorm sterk, soms uit onverwachte hoek, en het stroomt als een gek. Het scheelde 2 knopen, de snelheid over de grond en de werkelijke snelheid. Dat is ruim 3,5 kilometer per uur!

Gelukkig deed de motor wat -ie moest doen, hielden wij de koers goed in de gaten en voeren we een kwartier later de bocht om naar de haven van Kalmar. 


We vonden weer een prachtig plekje! Aan een soort boulevard, waar gezellig gewandeld wordt, en bij de douches en de keuken. Echt, een complete keuken. Met 3 magnetrons, een afwasmachine, een koelkast, een oven, een fornuis met 4 pitten en een lange tafel met 8 stoelen. Hartstikke nieuw, erg gezellig!


De voorspellingen zijn niet zo gunstig voor ons. Een zuidenwind die in de loop van de dag sterker wordt, en daarna harde wind uit het zuidwesten en westen. We blijven hier maar een dagje extra, dat is helemaal niet erg. 

Op de fiets zijn we de stad nog even in geweest. Er staat een groot kasteel, dat is leuk om morgen te bekijken, er zijn goede fietspaden, het ziet er leuk uit. De douches zijn heerlijk (en lekker dichtbij!), het is een prima plek. De zon in de kuip, we zijn erg tevreden.