dinsdag 5 mei 2026

Altijd wat te zien op het Kieler Kanaal

Het was rustig vannacht. Of we hebben heel diep geslapen. Af en toe hebben we een schip langs horen komen, maar volgens ons hebben we slechts één keer flink geschommeld.

We vertrokken tegen negen uur in de zon. Het was wat fris, dus we zijn redelijk snel in de stuurhut gegaan om lekker binnen te zitten. We wilden vandaag 50 kilometer varen naar een ankerplek.

De eerste helft van de rit gebeurde er eigenlijk niets. We keken naar bomen, naar schepen, naar pleziervaart, naar zwanen en naar huizen. Niet dat het druk was op het kanaal maar dat wat vaart of staat is van ver al te zien, dus het toch best afwisselend.

Ongeveer bij kilometer 46 stak een ree het kanaal over. Hij had het vast vaker gedaan want hij zwom krachtig en doelbewust naar de overkant en klom zonder zichtbare moeite op de wal. Stoer hoor!

Op ongeveer de helft van het kanaal, bij kilometer 55, staat een groot loodsgebouw. Vanaf hier worden de lichten bij de Weichen bediend en dit is ook de plek waar loodsen aan en van boord gebracht worden. Want grote schepen hebben een loods nodig, en die mannen/vrouwen varen slechts een half kanaal mee.

De oude veerhuizen staan er ook nog steeds. Leeg. Zó jammer, je zou er best leuk kunnen wonen als je ’t lawaai (en de stank?) van de schepen voor lief neemt. Eén huis, bij de Weiche Oldenbüttel, wordt nu wel bewoond. De rest niet.

Bij Rendsburg kregen we het druk met kijken. Naar de zweefveer, die onder de spoorbrug heen en weer zweeft. Sinds 1913 doet hij dat al, en schijnt één van de laatste acht constructies van dit type ter wereld te zijn. Er mogen 100 mensen en 4 auto’s tegelijk mee.

Aan (voor ons) stuurboordkant zagen we een camperplaats. Hutje mutje. Met uitzicht op die zweefveer, dat is dan nog leuk, maar ook uitzicht op een kale camperplaats aan de overkant, industrie, en dichtbij de spoorbrug. Waar ook lange goederentreinen over gaan zagen we: we telden 23 wagonnen. Leuk is anders, dat geldt voor beide camperplaatsen. Vinden wij.

Ondertussen zwaaiden we nog naar een kotter uit Staveren, die heel enthousiast deden. Friezen onder elkaar? Misschien wel.

Het was even spitsuur met scheepsverkeer: we zagen voor en achter ons tegelijk zes schepen en twee pontjes. Iedereen hield zijn eigen kant en er was niks spannends aan, maar het leek even druk.

Oh, de werf van Lürssen, daar is ook altijd wat te zien. Hier worden supergrote en superluxe (denken we) motorjachten gebouwd. Eerst zagen we eentje die niet eens in de loods paste qua hoogte, en die wel wat topzwaar lijkt. En aan de andere kant ligt er al een groot jacht zo goed als klaar buiten de loods en eentje nog in een dok.

Een paar kilometer verder, nog steeds bij Rendsburg, zijn ze bezig met het bouwen van een extra rijbaan aan een brug. Denken we. Nou, door het kijken naar de mannen op de trappen en steigers, en die ene man hoog in de kraan, kreeg ik al trillende benen! Jee, op 40 meter hoog, en hoe dan? Hoe bouwen ze van beide kanten steeds een stukje verder?

Weer een paar kilometer verder draaiden we linksaf, de Borgstedter See op. Dit water was ooit een deel van het Eiderkanaal, later een deel van het Kieler Kanaal, en sinds 1914, toen het kanaal bij Rendsburg werd rechtgetrokken loopt het bijna dood op een laag bruggetje onder die hoge waar ze nu aan ’t werk zijn.

Niet dat we hier direct tot rust kwamen hoor. Ja, lekker in de kuip in de zon zat prima, maar er kwam een helikopter aan, waar aan de rechterbuitenkant twee mannen zaten, die een rode bal van een hoogspanningskabels haalden. En nog een keer, en nog een keer. Het was best ver weg maar met de kijker goed te zien. Het spannende voor ons was dat het leek alsof de wieken van de helikopter héél dicht bij de kabels draaiden. Maar alles ging goed en tegen vijven was het hier super rustig.

Er lopen koeien op het eiland, we zien in de verte schepen door het kanaal varen, en liggen hier erg leuk en veilig.

maandag 4 mei 2026

Naar het Kieler Kanaal

Gisteren begon het tegen zessen te regenen, maar het felle onweer dat voorspeld was bleef uit. De regen vonden we prima, want dat spoelde het zoute zeewater wat van de boot. We hebben het nog lang gehad over onze overtocht in de nacht en mist. Al met al zijn we 27,5 uren onderweg geweest, van ankerplaats naar haven. Een lange tocht, maar het liep al met al hartstikke goed. Okee, de mist was niet leuk (en duurde lang), en de maan bleef achter de wolken, maar verder waren we erg tevreden.

Soms moet je ook bewust positief blijven denken, want ik zag zaterdag in de schemer vlakbij aan bakboordskant twee jerrycans dicht bij elkaar drijven. Dus met een lijn ertussen. Stel dat je daar overheen vaart? En Hidzer zag in de mist op de Elbe aan stuurboordskant vlakbij de boot een matras of zoiets drijven. Hetzelfde: wat als je daar overheen vaart? Ach, dat waren twee halve minuten “gevaar” op 27,5 uur, dat valt toch reuze mee?

We wilden gisteren het acht-uur journaal nog even zien, maar onze ogen vielen dicht. We sliepen al vroeg dus. En vanochtend waren we vol energie! We zijn op de haven-fietsen de stad in gegaan om boodschappen te halen (en het walnotenbrood, dat weliswaar een vermogen kostte was enorm lekker!), en daarna zijn we tot 12:00 uur bezig geweest met de boot buiten poetsen, binnen poetsen, de was doen en de watertank vullen. En tussendoor nog koffie natuurlijk. H’m, we hadden geen Duitse Kuchen of zo gekocht, dat is een missertje. Vaak nemen we iets lekkers mee, als dat kan, maar het zit nog niet in het systeem blijkbaar. Volgende keer beter!

Zeiljacht Narvi uit Groningen vertrok een uur eerder dan wij, zeiljacht Spellbound uit San Diego tegelijk met ons. Maar die zette direct de sokken er in, terwijl wij het rustig aan deden. De stroming nam ons mee en dat ging al veel sneller dan wij op de motor zouden varen. En de sluis bij Brunsbuttel is toch niet te voorspellen is onze ervaring. Of het nou nog enorm stroomt daar, of stil tij is, de sluiswachter bepaalt wanneer je er in mag en daarbij heeft beroepsvaart voorrang. En je kunt de beste man ook niet bellen, je moet wachten tot er wit licht gaat knipperen.

Op de AIS kregen we een paar keer een AIS Sart Alarm Test. Ik kon niets anders dan bevestigen, en weet ook niet waarvandaan de test kwam, maar het zal wel goed zijn.

We zijn direct aan de oostkant van de Elbe gaan varen, buiten de vaargeul, zoals geadviseerd wordt. Zeiljacht Frederix uit Muiden haalde ons in en wilden nauwelijks zwaaien. Vrij snel daarna kwam er een snelle politieboot bij ons, die ons met een megafoon (ja, die bestaan nog) in het Duits vertelde dat we bij boei 44 dicht bij de vaargeul moesten varen. Niet er in, nog steeds buiten de geul. Want ze waren met een pijpleiding bezig.

Prima, dat begrepen we. We volgden onze koers (een beetje binnendoor) richting boei 44. Maar de Frederix, met vijf mensen aan boord, begrepen het niet zo goed. De Politieman moest het twee keer herhalen (in het Engels), en toen begrepen ze dat ze aan de kant moesten. Dat deden ze direct. Bijna haaks draaien naar de tonnenrij, terwijl dat nog lang niet nodig was. Dat was wel grappig. En die pijpleiding was heel duidelijk zichtbaar, maar van een afstand zou je er bijna Bultrug Timmy in zien, die ergens op de Noordzee zou moeten zwemmen.

De charter Zephyr uit Leeuwarden haalde ons ook in bij een bocht, ging later weer naar de stuurboordskant van de Elbe richting Hamburg, en vroeg ons nog even of we wilden ruilen. Welnee!

Vlak bij de sluis op de Elbe op het “parkeerterrein voor grote schepen”, lag de North te manoeuvrerend. Wat voor- en achteruit varend, zonder ogenschijnlijk doel. We gingen er dichtbij langs. Op de AIS zagen we dat hij naar Litouwen zou gaan, maar dan moest hij nog wel 180 graden draaien. We voelden ons weer erg klein naast zo'n reuzenschip.

Bij de sluis konden we zomaar binnenvaren! Dat was een mazzel! Aan bakboordskant van de sluis (125 bij 22 meter) lag een schip met een enorme kraan er op, aan stuurboordskant langen drie zeiljachten en een motorkruiser uit Zwitserland. De Frederix en de Spellbound hebben dus lang moeten wachten, in of buiten de sluis. De Zwitserse meneer vertelde dat hij ook zo binnen kon varen, en dat de “Holländer” tegelijk met hem uit de haven was gegaan maar direct vol gas gaf. “Er hat getankt”, zei hij met een grijns.

Het schutten ging erg snel, ongeveer een kwartier. Het kostte bijna meer tijd om de gewone en de vier extra stootwillen (die half zinken, en zodoende mooi tussen de boot en drijvende steiger blijven) uit te hangen en naar binnen te halen dan dat we in de sluis lagen.

En toen waren we op het NOK. Het Nord-Ostsee-Kanal, dat in acht jaar gegraven werd en al 132 jaar bestaat. Was dat kanaal er niet geweest dan hadden we 250 zeemijlen moeten omvaren. Er is trouwens niet alleen gegraven, maar soms ook opgehoogd. Soms staan de bomen langs het kanaal hoger dan wij, soms kijken we bijna op de kruinen.

Het eerste grote schip dat we tegenkwamen was Lady Hannah uit Delfzijl, waarvan één van de opvarenden uit de stuurhut (op 30 meter hoog of zo) liep en naar ons zwaaide. Leuk!

Het voelde bijna als thuiskomen, op het kanaal. Er is weinig veranderd. Nog steeds zijn er hoge bruggen, zoals deze: de Hochbrücke Brunsbüttel van 40 meter hoog, waar we over gereden zijn toen mama in 2019 naar Blanckenborg verhuisde.

En de Signale en de Weichen zijn er ook nog. De lichten geven aan of schepen van bepaalde verkeersgroepen moeten wachten, en dat wachten moet in de Weiche. Dit Signal gaf twee rode en een wit licht, dat betekent dat schepen langer dan 200 meter en breder dan 28 meter moeten wachten. Het NOK is namelijk niet overal even breed en heeft toch best veel bochten, dus de supergrote schepen kunnen niet tegelijk met anderen op bepaalde trajecten varen.

Voor ons is het niet zo spannend: wij mogen niet verder wanneer er drie rode lichten branden, en dat komt niet zo vaak voor. Maar: we hebben het al een paar keer meegemaakt, dus we blijven opletten.

Deze Weiche is lang, er staan 24 enorme palen aan elke kant met een flinke tussenruimte. Voor ons zijn het enorme palen, maar voor de grote schepen zijn het kleintjes. Af en toe worden ze wel geraakt, we zagen verfstrepen maar zelfs een paal waar de bovenste ring er bijna af lag. En ook zagen we nog zo’n mooie oude houten paal , misschien wel de laatste van het hele kanaal.

Wat bijzonder is aan de pontjes (voor auto’s en langzaam verkeer) is dat ze ons voorrang geven. Voor grote schepen begrijpen we dat, die kunnen zomaar niet remmen, maar dat pleziervaart daar ook van profiteert is een meevaller.

Aan beide kanten van het kanaal zijn nog steeds fietspaden. Een paar jaar geleden hebben we een eind gefietst langs het kanaal en daarbuiten. Nou, daarbuiten is het saai, maar langs het kanaal is het best leuk.

En de kilometerpalen zijn er ook nog. Nog steeds aan lantaarnpalen, waarvan we het nu niet zo goed begrijpen. Want pleziervaart mag in het donker niet varen, en de grote schepen hebben echt allemaal wel navigatie aan boord en/of een loods. Nou ja, we weten niet eens of de lantaarnpalen het doen, want in het donker zijn we er dus nog nooit geweest.

En ja, er zwemmen nog steeds veel zwanen. Dat vinden we nog steeds bijzonder: zwanen in het Kieler Kanaal!

Ons overnachtingsplekje is op kilometer 20 ongeveer. Daar staan in een soort baaitje een stel stevige palen waar je mooi aan of tussen kunt liggen. Wij passen er niet echt tussen, maar met wat kunst en vliegwerk (goed manoeuvreren dus) lukt het om in een buitenste box te komen. Even met de kop van de boot vanaf de zijkant tussen twee palen invaren, en dan voorzichtig een beetje draaiend achteruit. Vier lijnen, elk om een paal, en we liggen prima!

Achter ons zien we het strandje, voor ons de Weiche.

Er lag al een Duits zeiljacht met de mast plat voor anker. De zon scheen, de was (die aan lijntjes in de salon hing) kon buiten nog een poosje mooi drogen, wij namen een Anleger in de kuip en verbaasden ons over de rust op het kanaal. Pas na een uur liggen kwam het eerste schip langs. De Elbrunner, die we bij de sluis van Brunsbüttel zagen varen. Die is waarschijnlijk naar Cuxhaven gegaan om containers te laden en brengt ze ergens op de Oostzee. Dat is snel gedaan dan!

En joh, om 20:30 uur kwam de North langs. Dat schip (manoeuvrerend op de Elbe) heeft lang moeten wachten, misschien op een loods. Of hij is nog gaan tanken, dat kan ook nog, aan het begin van het kanaal.

Af en toe kwam er een schip langs, maar we hadden helemaal geen last van golven. En opeens werd het druk: binnen 20 minuten lagen er drie schepen te wachten in de Weiche, passeerden er nog drie extra, en kwamen er nog twee zeiljachten bij ons tussen de palen. Dat was duidelijk een soort spitsuur, want daarna was het weer rustig.

Dit is toch echt een mooi plekje hoor: je ziet van alles en ligt mooi veilig op afstand van het kanaal!

zondag 3 mei 2026

Over de Noordzee naar Cuxhaven

 Yes, we zijn in het Duitse Cuxhaven aangekomen! Na een goede tocht over de Noordzee.

Gisterochtend vonden de weermannen ons plan goed. Pittig windje in ’t begin, daarna afnemend, ’s nachts weinig wind, en op het eind wat tegenwind. De onweersbuien zouden ons niet raken.

Dus we gingen om even over negen naar de sluis, met het plan om tot 12 uur te wachten tot vertrek. Maar het sluizen duurde wat lang, en aan de waddenkant bleek het niet echt te waaien. Dus eigenlijk konden we wel op pad vonden we. Al varend maakten we alles zeeklaar: dat was los lag op het dek werd vastgemaakt of opgeruimd, alle ramen en patrijspoorten dicht, binnen werd alles zee-bestendig vastgelegd en opgeruimd, de keerschotjes geplaatst in het gangboord, en zo vertrokken we.

Twee uren te vroeg, maar ach, dan maar rustig aan. Ja, eerst wat tegenstroming, maar die viel reuze mee. Er stond geen wind. Hoezo? Nou, dat scheelde misschien wat golven (want wind tegen stroming geeft vreemde golven, en het Westgat kronkelt nogal naar het westen toe), maar die wind zou nog wel komen dachten we.

De zon was er ook niet. Het was een grijze start, niet koud, er waren weinig boten op het water. De twee zeilboten die samen met ons in de sluis lagen, gingen respectievelijk naar Schiermonnikoog en zomaar een eindje de zee op en weer terug.  Dus we gingen in ons eentje.

Zeehondjes riepen iets, we konden het niet verstaan maar we hoopten dat ze “goede reis” wensten.

Tegen 13:00 uur gingen we de hoek om bij Schiermonnikoog. De echte zee op. Met gereefd zeil (want je weet maar nooit), de grote fok uitgerold en de motor er bij aan.

Zo hebben we uren gevaren. De zon kwam er bij, de wind liet het behoorlijk afweten, we zagen geen zeiljachten maar wel een paar hoge snelheids-boten die van en naar Borkum gingen. En af en toe wat zeemeeuwen.

De keerschotjes, die Hidzer heeft gemaakt, hebben aan de voorzijde een soort ondersteboven-dakgoot. Wanneer we scheef gaan bij 't zeilen, kunnen golven via de spuigaten in het gangboord komen. De keerschotjes verhogen het schot dat er al zat tussen gangboord en kuip, en zorgen er voor dat het water van de golven niet in de kuip kunnen komen. Vandaag hebben ze niets hoeven doen, want we kregen helemaal geen water in 't gangboord.

Op de marifoon was van alles te horen. Soms een paar zeelui die met elkaar kletsten maar al gauw naar een klets-kanaal werden verwezen, wat serieuzere standaard berichten over en weer, pilots (die mensen in snelle boten naar booreilanden of windmolens brachten), en we hoorden zelfs een melding van de Poolse Coastguard. Onze marifoon vangt veel op, dat is niet altijd handig maar vaak wel grappig.

Tegen vijven gingen we binnen sturen. Het werd wat frisser en ach, binnen in lekker luxe en we kunnen prima door het dakluik zien hoe het zeil staat.

Het werd donker, en nog steeds was er niet veel wind geweest. Wel een beetje, dus het zeil en de fok zorgden er voor dat we iets sneller gingen dan alleen op de motor, maar zeilen zonder motor was niet echt handig: dan schoot het niet op.

We zagen wel sterren, maar niet zo heel veel, en de maan had zich verstopt achter wolken. Jammer! Maar ach, we voeren vrolijk verder, in ons eentje, zonder lichtjes van anderen om ons heen.

In de stuurhut hadden we het ook redelijk donker: het enige licht kwam van de laptop (nodig voor de navigatie), van de dieptemeter, en van de vaarlichten. Het rood en groen scheen wat over het dek en het toplicht ook. Dus we hadden best goed overzicht over alles.

Vannacht hield de wind er zo goed als  helemaal mee op. Dat is beter dan dat het hard gaat waaien, want we zagen echt niets. En het werd op een gegeven moment ook nog mistig ook! Iets van anderhalf uur lang! Al sturend merkten we er niets van, want het was immers toch hartsstikke donker buiten.

Toen we de Duitse Waddeneilanden voorbij waren moesten we de ingang van de Jade en de twee ingangen van de Weser oversteken. Dat heeft ons zeker een uur extra tijd gekost. Op onze navigatie-software hebben we AIS ingesteld, zodat we andere schepen en boten (die ook AIS hebben) zien varen. Zelfs hoe ze heten, hoe snel te gaan, en de beroepsvaart moet ook melden waar ze naar toe gaan.

Ook vannacht waren we weer superblij met AIS, want aan die hele grote schepen die best snel varen zie je zomaar niet hoe snel ze varen en welke kant ze op gaan. Wijselijk hebben we een paar van die grote jongens (tot in de 300 meter lang!) voor laten gaan, en zelf een iets andere koers gekozen. Dat kostte tijd. Dat is waar. Maar ja, het hoort zo en we hadden ook gewoon geen andere keus.

Gelukkig bleef het droog, was de mist opgelost, de wind helemaal gaan liggen en de dreigende onweer bleef boven land.

Tegen kwart voor vijf leek de zon op te komen, maar dat was schone schijn. 

Nog geen vijf minuten na deze foto was het mistig. Echt alles was grijs. Er was geen verschil te zien tussen lucht en water. Het gekke is dat het ons vannacht heel goed lukte om te sturen door op de laptop te kijken, maar vanochtend toen het lichter werd wilden we ook steeds naar buiten kijken. En dan ging dat sturen even minder goed. Dus we hebben soms een kronkelig lijntje gevaren, niet mooi een vaste koers. Ach, niemand heeft het gezien of gemerkt.

Tot we bij Cuxhaven kwamen bleef het mistig. Ruim zes uur lang! Dat is lang hoor, ruim zes uur in een grijze wereld varen, met af en toe een onzichtbaar vrachtschip (wel op AIS te zien maar niet in het echt) dat vreemde golven maakt en af en toe een grote ton die het vaarwater aangeeft. En het begon nog even te regenen ook!

Maar goed, bij Cuxhaven loste de mist wat op, en we voeren met een flinke stroming mee onze haven in.

Een haven van een vereniging, in een ruime kom waar ook een groot schip van de kustwacht ligt en een snelvarende oranje pilot-boat die bij vertrek en aankomst nogal wat golven maakt. Nee, het is geen sjieke haven, maar het voldoet ons prima.

Het is alweer vijf jaar geleden dat we hier voor ’t laatst waren, en bijna alles is hetzelfde gebleven: de voorzitter kent ons nog, de douche is in ’t verenigingsgebouw, ze vertrouwen erop dat je het overnachtingsgeld in een envelop doet en je mag hun fietsen lenen.

Dat laatste doen we morgen, om boodschappen te doen. Vanmiddag hebben we niet veel gedaan. Even slapen, even douchen en lekker lezen. Morgen gaan we weer verder op reis, het NOK (Nord Ostsee Kanal) op!

vrijdag 1 mei 2026

Vakantiedag bij en op het Lauwersmeer

Het was een echte vakantiedag vandaag. Zo voelt het voor ons wanneer we buiten ontbijten en ook ’s avonds buiten eten. Na ’t ontbijt zijn we op de fok naar Lauwersoog gaan zeilen. Het ging niet zo snel, maar het ging wel lekker. Er stond een leuk windje, maar een ankerplekje in de luwte was niet te vinden. Geen probleem, we gingen aan een Marboei liggen even voorbij de sluis.

We hebben veel naar de weersvoorspellingen gekeken, want eigenlijk willen we morgen weg. Het getij verwacht van ons dat we tegen 12 uur ’s middags vertrekken. Maar ja, dan komen we in het donker op Norderney aan. Dat is niet zo leuk. Het kan wel, maar is niet zo leuk.

Plan B is om een nacht door te varen. Dat klinkt beter.  Het is bijna volle maan, dus dat zou mooi uitkomen. Maar aan ’t begin van de reis staat er wel veel wind. Okee, uit het westen dus dat is een ruime wind, maar ja, veel wind kan ook zomaar te veel wind worden. H’m. En zondagochtend hebben we een paar uren tegenwind. Ook niet zo leuk.

Plan C is om zondag te vertrekken. Maar dat plan is redelijk snel afgekeurd omdat het te lang en te hard uit het oosten gaat waaien ’s nachts.

Na zondag is er een week lang slecht weer (tenminste, voor dit tochtje), dus eigenlijk willen we wel graag weg.

Okee, duidelijk, we gaan morgen. Nou, morgenochtend kijken we nog even naar de voorspellingen en beslissen dan wat we gaan doen.

We hebben lekker geluierd en gelezen in de zon vandaag, kregen nog een mooie zonsondergang als kadootje, maar hoorden op het journaal dat er morgen onweersbuien komen. Die ’s avonds naar het noordoosten wegtrekken.  Ai. Nou ja, eerst maar een nachtje slapen en dan zien we het morgen wel.

donderdag 30 april 2026

Vlakbij 't Lauwersmeer

Ha, vandaag weer een sluis met vermaak! Om even voor 11:00 uur waren we bij de sluis van Dokkummer Nieuwe Zijlen. Voor ons ging een kruiser naar binnen, ze wilden aan hogerwal (stuurboord vandaag) aanleggen maar mevrouw had veel moeite met haar lijntje. We hebben wijselijk gewacht tot ze vastlagen, want ze hadden even de hele sluisbreedte nodig.

Toen wij aan bakboord vastlagen (ging prima, alsof we het elke dag doen), kwam er nog een soort speedboot naast ons. Beide mannen stonden aan hun stuurboordkant, maar de boot was wat wiebelig dus een lijntje gooien was hier ook geen sinecure. Gelukkig kon de ene meneer de boot gewoon met de hand om de bolder bij de wal houden. Stiekem vinden wij dit leuk, zo lang het maar geen schade oplevert. Maar getuige zijn van een beetje ruzie op een andere boot is best wel grappig.

In flinke wind, met de jas aan, voeren we nog een half uur verder, en nu liggen we aan weer een Marrekrite-plek. Deze keer aan palen. We zijn met de kop in de wind gaan liggen, en het was bijna bikini-weer in de kuip!

Maar: we zijn nog even gaan wandelen. Een rondje Diepsterbos/Kollumeroord. Door rietvelden, langs koeien, door het bos, en we hebben de uitkijkpost Reitdomp beklommen. Acht maal 17 treden, ik zag er tegenop! Maar drie weken geleden heb ik mijn grenzen in Plopsaland (dat weekend met kids en kleinkids) behoorlijk verlegd blijkbaar, want ik liep de trappen op als was het niks.

De beloning was een prachtig uitzicht, over het hele natuurgebied tussen Dokkum en Lauwersoog. Super!

We liggen hier prima. Af en toe voer er een boot langs. Het bleef heerlijk weer, we hebben zelfs buiten gegeten.  Tegen acht uur kwam Handhaving langs. Ze hadden een melding gekregen dat er boot al heel langs op deze plek lag (dat mag maximaal 3 dagen), maar dat zijn wij niet. Waarschijnlijk is dat de Duitse kruiser op een steiger verderop, die zagen we liggen toen we wandelden. Er staat wel een elektrische vouwfiets (op slot, zonder accu), bij ’t begin van onze loopsteiger, en daar hebben de handhavers een foto van gemaakt.

De hele avond horen we al een koekoek, erg gezellig!

woensdag 29 april 2026

Naar de Suder Ee

Een gewone maar afwisselende dag vandaag. Het begon met na de koffie vertrekken, in de zon en met best wat tegenwind, we hoorden een paar straaljagers, en In Bartlehiem keken we even naar het beroemde Elfstedentochtbruggetje. 


In Burdaard draaide de molen (en moesten we even wachten op de brêgewipper die op zijn fiets tussen twee bruggen heen en weer moet), en tot onze verrassing hoefden we geen bruggeld te betalen.

Het is ook al vijf jaar geleden dat we hier langskwamen. Wat vliegt de tijd! In 2021 voor ’t laatst. Daarna twee jaar op Europa-reis, en in 2024 en vorig jaar zijn we in Nederland gebleven.

Ook in Dokkum doen ze nog niet aan marifoons bij de bruggen, terwijl dat al wel op onze kaart staat. Maar de fietsende brêgewipper sjeest als een malle van brug naar brug, dus dat ging veel vlotter dan verwacht. We zijn in Dokkum aan de kade gaan aanleggen, omdat daar vlakbij een benzine-pomp (voor diesel) is. Op zo’n driehonderd meter. Hidzer fietste heen en weer en tankte, ik pakte de jerrycan van de fiets en schreef ondertussen een paar blogverhaaltjes, want ik liep een week achter.

Volgeladen gingen we in het zonnetje verder, zwaaiden en kletsten even heel kort met de meneer van Aeolus, die op zijn Pikmeerkruiser lekker in de zon zat. We kennen ze van twee reizen in Denemarken en Zweden, en troffen ze een keer in Volendam. Grappig!

We zijn nu een paar kilometer buiten Dokkum , aan een Marrekritesteiger. Prachtig plekje! Wel wat in de wind, maar ja, dat is haast niet te vermijden vandaag. Lekker rustig met slechts een fietspad naast ons, als we ons best doen zien we Dokkum nog liggen.

dinsdag 28 april 2026

Naar de Dokkumer Ee

De bruglichten gingen van dubbel rood naar enkel rood, vanochtend om 9:00 uur, maar daar bleef het blij. Er was een kruiser voor ons gaan liggen, de meneer drukte op de “doe maar open” knop, maar er gebeurde niets. Pas toen ik via de marifoon contact zocht kwam er actie.

We vonden een mooi plekje aan de kade bij de Harmonie. Eerst een lekker kopje koffie in de zon, en daarna zetten we de fietsen op de wal, smeerden broodjes voor de lunch en vertrokken rond 11:00 uur richting Burgum.

Oh, wat zijn we nu blij met de electrische fietsen! We hadden flinke wind tegen maar onze Eco-stand had er helemaal geen moeite mee.

In Burgum deden we een paar boodschappen, en daarna gezellig op visite bij Mem. Ondanks dat we om de dag bellen is er altijd wel iets te kletsen. Vanochtend bleken zowel Mem als de Thuiszorg wat in de war: de steunkous was om het verkeerde been gedaan, dus de Thuiszorg-mevrouw moest even weer terug.

De terugreis deden we via dezelfde mooie route: dwars door de velden, langs de Potmarge en langs een mooie waterspeeltuin. Tja, waar je als Pake en Beppe al niet op let! We hadden pal voor de wind, dus deze keer ging alles op spierkracht.

Vlak voor de sluiting van 16:00 uur waren we aan boord, dus we deden rustig aan. Lekker lezen in de zon, het was heerlijk warm. Ik heb nog even een soepje gemaakt voor vanavond, en de tijd vloog om, het was zomaar 18:00 uur. Tijd om te vertrekken.

De drie bruggen die we moesten nemen voor we de stad uit waren communiceerden niet met elkaar, maar toch ging het best vlot. 

Na een half uur hadden we deze obstakels genomen en na weer een half uur lagen we aan een mooie Marrekrite-steiger vlak buiten Lekkum. Weer een prima plekje!


Anneke en Jan en de kids zijn in Harlingen aangekomen. Ze hadden eigenlijk naar Terschelling gewild vandaag, maar ach, ze deden rustig aan en de wind was te heftig. Prima beslissing!

maandag 27 april 2026

Naar Leeuwarden

 


Een afwisselende maar best lange dag was het vandaag. Met een mooie zonsopkomst om kwart voor zes. Ik ging wel weer even liggen hoor, en om negen uur lagen we voor de brug van Warns, die vlot opende. De brug van de sluis van Starum bleef halverwege even hangen, maar ging na een minuut toch verder open.

We hadden een prima windje naar Kornwerd. Vol tuig, een mooi gangetje, het was heerlijk. Okee, het was best fris, we hadden zelfs handschoenen aan, maar dat gaf niet.

In de sluis wordt tegenwoordig veel met stoepkrijt op de wanden geschreven, hartstikke leuk, en er lag een dode zeester bij de bolder. Dat was even een leuk studie-object, want verder gebeurde er niets spannends.

Tot Harlingen hadden we de wind tegen maar de stroming mee, dus dat ging ook weer vlot. We besloten door te varen richting Leeuwarden. Ons eerste plan was om woensdag naar Mem te fietsen, vanaf Leeuwarden, maar dat zou  misschien morgen al wel kunnen.

Alle bruggen tussen Harlingen en Leeuwarden worden in het Zwettehûs (bij Leeuwarden) bediend. Maar “met een boot meedenken” staat niet in Handboek Brugbediening. Bij elke brug moesten we via de marifoon een oproep doen.  

Maar: de brêgewipper van de Frisiabrug in Franeker riep ons na het doorvaren nog even op: dat de volgende brug, de Stationsbrug, om 26 over weer ging draaien. Dankjewel brêgewipper! We deden er even een tikje gas extra bij en lagen mooi op tijd voor de brug. Anders hadden we ruim een kwartier moeten wachten, en goede aanlegmogelijkheden zijn er niet.

Bij Leeuwarden is het ook wat apart, wat brugbediening betreft. Tussen 16:00 en 18:00 uur draaien de bruggen niet. Dat snappen we, dat is spitsuur. Maar de eerste brug draait daarna tot 21:00 uur, terwijl de volgende al stopt om 19:00 uur.

Nou ja, we zijn op het remmingswerk voor die eerste blijven liggen. De brêgewipper zag dat we dat deden en vroeg nog of we een doorvaart wilden maar we zwaaiden van Nee. Het ligt hier best, we horen de Koningsdag-muziek op grote afstand. Af en toe komt er een boot met feestvierders langs (en met muziek), dat is leuk om te zien.

De brêgewippers nodigden ons tussen 18:00 en 19:00 nog wel uit om door te varen, maar we bleven gewoon binnen zitten en de lichten gingen vanzelf weer op rood.