maandag 17 augustus 2026

Naar de Borgstedter See aan het Kieler kanaal

De havenmeester kwam langs toen we (best vroeg) zaten te ontbijten. Niet om havengeld te innen, maar om te vragen wanneer we gekomen waren (toch een soort van controle omdat we officieel hier slechts 1 nacht mogen liggen?) en of we al een ticket voor het NOK hadden gekocht. Dat ticket moesten we nog kopen, dat kan via 't internet en is zomaar gedaan.

Onze code is WNX2G-26. Ik heb ingevuld dat we op 19 augustus het kanaal op gaan, want dan is de code geldig van vandaag tot en met de 22ste. Het is wat gewiekst, maar ja, we willen niet zo supersnel doorvaren, want het weer op de Noordzee is in elk geval tot vrijdag niet geschikt voor ons.

Na nog even op de fiets, naar de Famila voor brood en groente, en naar de naastgelegen Aldi voor een paar flesjes Doppelkorn, hebben we lekker koffie gedronken en hielden de wachtende zeiljachten in de gaten. Vijf lagen er te wachten, al best lang. 

Toen we het witte licht zagen knipperen, en de jachten richting de sluis voeren, kwamen wij ook in actie. Als laatste boot gingen wij naar binnen. Het grote schip Annaba uit Madeira (167 bij 26 meter) lag al lang te wachten. Je moet als vrachtschip wel geduld hebben hier hoor. Want de Ibis7 uit Nederland, die heen en weer vaart op het kanaal, en de Baltic Arrow van 80 bij 12 meter moesten er ook nog in. En dat gaat niet zo snel. 


Die Baltic Arrow heette vroeger Lady Nola en was geregistreerd in Delfzijl. Dat zagen we aan de overgeverfde letters. Nu is ze geregistreerd in Basseterre. Daar hadden we nog nooit van gehoord. Op AIS zagen we Saint Kitts and Nevis. Daar hadden we ook nog nooit van gehoord.

Google is weer fantastisch: Basseterre is de hoofdstad van Saint Kitts and Nevis, en dat is een eilandstaat in de Caraïben. Joan Armatrading is er geboren, dat is een leuk feitje voor een pubquiz!

Tot een paar jaar geleden moesten we hier in de sluis het sluisgeld (Kanalgebühr) betalen. Ik moest deze muur opklimmen via een rechte ladder. Echt mijn hobby! Die ladders hebben ze weggehaald, op eentje na die verderop in de sluis staat, dat is om in geval van nood naar boven te kunnen denk ik. 


Verder is het eigenlijk een oude toestand. Er liggen wat rubberen struikelmatten op de vlonders (gelukkig zijn het wel met het water mee op en neer gaande vlonders) zodat je niet zo gauw uitglijdt, maar dat is het dan ook. Het voldoet prima hoor, maar je moet wel even uitkijken. 

Nadat we bijna 50 centimeter gezakt waren (wat een moeite en tijd kostte dat!) mocht de Ibis er als eerste uit, daarna alle pleziervaart, en pas daarna die twee grote jongens. Dat is wel zo veilig natuurlijk. Die Annaba is echt groot en hoog!


Bij 't verlaten van de sluis kwamen we langs het info-centrum. Daar waren we al eens geweest. De hele geschiedenis van het NOK kun je daar lezen en zien. Best interessant. En er is een uitkijkpost waar je lekker beschut kunt kijken naar alles wat er in en er uit vaart. En wij keken natuurlijk naar de kijkers op de wal, haha!


De Annaba haalde ons pas vijf kilometer verderop in. Zo lang duurde het voor de lijnen losgemaakt waren en hij voorzichtig op gang kwam. En een stuk verderop was er nog een soort van opstopping: bij een Weiche (een uitwijkplaats) moeten schepen soms op elkaar wachten omdat er vlak daarna een krappe bocht of een smaller stuk kanaal komt. Lichten (rood en wit) geven aan welke categorie moet wachten. Wij hadden hier geluk: er waren 3 rode lichten boven elkaar, dus iedereen moest wachten. Ook de pleziervaart. Maar toen wij er kwamen was het stopgebod al opgeheven.


Het was de hele dag grijzig en een beetje fris. We zaten lekker luxe in de stuurhut, tot we bij ons ankerplekje kwamen. Aan de brug werd nog steeds gewerkt, en we zagen nu dat de mannen via steiger-trappen naast de pilaren naar beneden moeten (aan 't begin van de dag omhoog natuurlijk), om via een tijdelijke loopbrug naar de wal te kunnen. Ongeveer 46 meter omhoog en weer naar beneden!


Nu liggen we voor anker in de Borgstedter See, het oude stuk rivier waar het Eiderkanaal op gebaseerd was. Vlakbij het dorp Borgstedt. Het ligt hier goed. Lekker rustig. Het waait wat, maar ons anker houdt ons prima. Waarschijnlijk gaan we morgen een stuk verder. Simon, die we nauwelijks kennen maar die ons heel lief zijn havenplek in Sjötorp aanbood, vaart een stuk achter ons. Nog in Denemarken. Hij vroeg welke route geschikt was voor zijn 2 meter diepe boot. Misschien treffen we hem nog op weg naar of in Nederland.

Dat geldt ook voor de El Paso, van Arend en Marian. Zij varen ook achter ons, dichterbij dan Simon, maar kunnen veel sneller. Het zou erg leuk zijn om ze te zien en bij te praten!

zondag 16 augustus 2026

Nog even in Plüschow Hafen en Holtenau

Wat is het toch een leuk plekje om te ankeren. In de verte al die schepen die heen en weer varen: vrachtschepen, containerschepen en tankers in en uit de sluis. Loodsboten die de grootste schepen begeleiden. Veerboten naar Polen, Denemarken, Zweden en het oosten van Duitsland. Enorme cruiseschepen die aankomen en vertrekken.

Ze varen zo ver bij ons vandaan dat we ze nauwelijks horen maar met de verrekijker heel goed kunnen zien. Dichterbij zijn de vliegtuigen, niet van die hele grote hoor, omdat het vliegveld hier vlak bij is. Tussen de sluis en ons plekje, dus echt dichtbij. Niet dat we er wat van zien, want er staan veel heel hoge bomen tussen. 
 

Gisteren zijn we naar de steiger in Holtenau gegaan. Daar hebben we de fietsen op de wal gezet en hebben een flink eind gefietst. Met de fiets/wandelaars pont de Adler I gingen we naar de overkant. Het is een klein pontje, die best scheef hangt als ie de bocht om gaat. 


De hoogtepunt van ons fietstochtje: de Famila. Dat is me toch een leuke supermarkt! We hebben ons verwend met lekkere dingen, en tot onze verrassing hebben ze nu ook van die cracker-toastjes (die van Lu zeg maar). En heerlijke smeerseltjes voor erop, dus we hebben gisteravond, weer terug op ons ankerplekje, gevierd dat we weer in Duitsland zijn. 

Toch klinkt het best gek, dat we slechts één nacht in Denemarken zijn geweest. Maar soms gaan dingen zoals ze gaan, helemaal als je je laat leiden door de wind. 

We hebben wat gepoetst (heel veel zout weggespoeld!), geluierd, gelezen, en vanochtend voor het eerst sinds lange tijd een lange broek aan getrokken. Dat is weer even wennen hoor. Het regende wat en 't was een stuk kouder, dus we hebben onze waxine-lichtjes-verwarming even aangestoken.

Vanmiddag, toen het weer droog en een stuk warmer was, zijn we weer naar de lange steiger in Holtenau gevaren. Eigenlijk is het een wachtsteiger voor de sluis, met slechts een paar toiletten en douches. Niets meer. Vroeger was het een grotere steiger waar ook wel charters aan lagen, moest je ook wat havengeld betalen, maar tegenwoordig is het gratis. Voor één nacht. 

We liggen lekker in de luwte en kunnen de lichten van de sluis zien: als er een wit licht knippert (zonder een rood of groen of wit licht er bij), dan mag de pleziervaart naar binnen. Nou, we liggen strategisch dus goed. Een uur wachten (lees: ronddobberen) is geen uitzondering hier. Morgen willen we door de sluis, het Kieler kanaal (officieel heet het Nord Ostsee Kanal) op. Vandaag blijven we hier nog even niksen. 


De schepen zijn hier iets beter te zien, we vervelen ons niet!

vrijdag 14 augustus 2026

Zomaar (nou ja...) in Kiel

Gisteravond bedachten we om naar Spodsbjerg te gaan, halverwege het lange eiland Langeland. Dat was een traject van 45 mijlen, ongeveer 80 kilometer, dus ruim 8 uren. Vlak voor we naar bed gingen hadden we het over Bagenkop, ongeveer 20 mijlen verder. Dus iets van 12 uren varen. Dus de wekker stond weer op half vijf.

Maar toen we in bed lagen opperden we dat we misschien ook wel naar Kiel konden gaan. Dat was nog eens 20 mijl ongeveer, dus het zou een lange dag worden, maar misschien beter in verband met de wind die morgen gaat waaien. We besloten om dat morgenochtend nog even te bekijken, en onderweg konden we alsnog kiezen tussen de drie opties. Ach, en er zijn nog wel havens onderweg hoor, maar dat kan altijd nog.

Het was mooi weer, en via een groot water van ruim vijf bij vijf kilometer vol met wiervelden, waar we braaf de vaargeulen volgden kwamen we bij de oude en de nieuwe brug. De oude  heet Storstrømsbroen (Storstrømsbrug) en heeft al sinds 2011 grote borden bij de meeste openingen waarop staat dat er heus gevaar is voor vallende stenen.

Sinds februari is de nieuwe brug klaar, die er vlakbij staat. Deze heet Dronning Margrethe II’s Bro (Konining Margrethe II brug). Gelukkig voor ons is het ook een hoge brug, we kunnen met gemak onder de 26 meter door. 

Nu rijden er nog wel treinen op de oude brug, maar volgend jaar moeten die ook over de nieuwe, en wordt de oude afgebroken. We hebben best lang gepraat over hoe dat zal gaan, dat afbreken van zo'n brug. 


Na deze bruggen keken we even in het wierfilter (wonder boven wonder schoon!) en hesen het zeil. Eerst was er weinig water, maar er kwam steeds meer gelukkig. Het was rustig op het water, maar ja, het was ook nog best vroeg natuurlijk. Een enkel zeiljacht en een vrachtschip zagen we, dat was het wel de eerste uren.

Het was rond lunchtijd, we hadden al besloten om niet naar Spodsbjerg te gaan, toen we in een deuk lagen om een marifoon-gesprek. Een zeiljacht, de Alba, werd opgeroepen. "Are you aware of the ferry in front of you?"

Het was even stil, toen hoorden we het antwoord:" Eh..... yes. Yes! I am. I will change my course". Waarop de eerste meneer heel droog zei "please do that".

De wind draaide wat om het eiland Lolland heen, nam toe en werd minder en nam weer toe, draaide weer wat naar het westen (zoals voorspeld), en soms hadden we een kwartier lang flinke golven en soms weer wat minder. Maar het was nog steeds prima qua temperatuur en zon.

Dus we besloten om door te varen naar Kiel. Het werd op de motor met zeil erbij, en door af en toe te spelen met de fok (minder of meer) was het goed te doen. 

Even werd het een beetje spannend door een vrachtschip. Op de Langelandse Belt, het water ten oosten van Langeland, moeten de grote schepen kiezen tussen twee routes, twee vaarwegen. Die lopen naast elkaar, maar ze heten volgens onze kaart Weg H en Weg T. Nou, misschien mogen ze niet zelf kiezen maar regelt Belt-Traffic dat voor ze.

Maar goed, vanuit het oosten kwamen drie schepen aan, de laatste ging het snelst. Alle drie namen ze Weg T en zouden ruim voor ons langs varen. Opeens zagen we de eerste onze kant opkomen! Wat nu? Zou hij zich vergist hebben? Zowel met de verrekijker als op onze navigatiesoftware zagen we 'm naar ons koersen. 

We besloten om gewoon door te blijven varen, hij was nog een paar kilometer bij ons vandaan. En gelukkig, hij draaide bij. De reden werd ons duidelijk: de eerste twee lieten de achterste voorgaan. Maar van een afstand ziet dat er toch bijzonder uit!

En dit dingetje hoorden we juist weer niet op de marifoon. Wel heel veel heen en weer gepraat in de buurt van de bouw van de Fehmarn-tunnel, maar ook Lyngby-Radio, Bremen Rescue en de brug over de Grote Belt. We hebben ons prima vermaakt.

Bij het begin van de Kieler Förde (tot onze ankerplek toch nog zo'n 15 kilometer) staken we nog een snelweg-voor-vrachtschepen/ferry's/cruiseschepen over en verbaasden ons over de drukte. 

Niet alleen van die grote schepen, maar even later ook heel veel zeiljachten, motorboten, jetski's en zo. En het was opeens heel warm. Ja, nu zaten we "in land" en niet meer op zee natuurlijk. Bijna dertig graden was het zomaar. Heerlijk!


Vanochtend hadden we een huzarensalade gemaakt, en dat kwam goed uit. Al varend konden we dat gemakkelijk eten, en toen we na 16 uren varen op ons ankerplekje Plüschow Hafen kwamen hoefden we bijna niets meer te doen. 

Ja, even de schroefas smeren, het wierfilter legen, de ankerbol hijsen, de hoes over het stuurwiel doen, het grootzeil netjes in de lazy Jack inpakken en de kaarten, laptops en reddingsvesten opruimen. 

Nu lekker niets meer. We liggen hier prima en nemen een Anleger. Welverdiend vinden we zelf!

donderdag 13 augustus 2026

Naar Denemarken, ankeren bij Tӕrø

Ha, weer een vroege start. Waarom? Omdat we 55 zeemijlen, dat is iets meer dan 100 kilometer willen varen. Het zou een vrijwel windstille dag worden, met vanmiddag een wind van maximaal 3 meter per seconde uit het zuidoosten.

Om vijf uur vertrokken we, met in ons kielzog de Endeavour die bij ons had gelegen in Nogersund. We hebben niet echt contact met die mensen gehad, maar op AIS volgen we veel schepen en het lijkt er nu op dat er een hausse aan Nederlanders naar huis wil.

Oh, wat was het mooi vanochtend! Niet heiig, maar ook niet helder. Zicht van een kilometer of 25 (op die afstand konden we vrachtschepen nog met het blote oog zien), nauwelijks golven, de horizon was nauwelijks te onderscheiden, maar alles had mooie pastelkleuren in blauw, grijs en roze. Super!

We werden uitgezwaaid door drie zeehonden. Of misschien was het er slechts eentje, maar die kon dan wel verrekt snel zwemmen van de ene kant van de boot naar de andere.

Later zagen we ook bruinvissen in de zee spelen. Daar worden we altijd vrolijk van, van dat gespring boven water.

Wat we doen op een dag als vandaag? Nou, veel kletsen! Natuurlijk ook over de route van vandaag en mogelijk morgen. Die van vandaag werd onderweg gewijzigd. Het was niet eens plan B of C, nee, er ontstond zomaar een nieuwe.

We wilden naar Klintholm op het Deense eiland Møn. Maar gingen uiteindelijk veel verder varen, om lekker te kunnen ankeren bij het eilandje Tӕrø. We hadden per slot van rekening (zeg maar bankrekening) al negen nachten in havens gelegen, dus een ankernachtje was welkom.

Het was lekker druk met scheepvaart. De veerdiensten tussen Trelleborg en Rostock, Trelleborg en Polen, Trelleborg en Travemünde voeren af en aan, en er waren veel vrachtschepen. Maar we hebben niet eens een uitwijkkoersje hoeven uitzetten, het ging van een leien dakje.

Er was weer een stroom aan jachten die richting Klintholm ging, en slechts eentje die wat noordelijker koerste om de vaargeul van de Bögestrom te kunnen nemen. Wij dus....

Oh, en onderweg! We schrokken er best van: bijna de hele dag op zee voeren we door vlekken bruin water. Bruin, mokka-achtig, gevormd door kleine frummeltjes. Het nodigde niet uit om te zwemmen!

Nou, dat moest ook maar niet, want even googelen leverde op dat het om de Vibrio bacterie gaat. Het is een waterbacterie die van nature voorkomt in warm, zout en brak water. Het is een vleesetende bacterie, waarmee je besmet kunt raken door te zwemmen als je een open wondje hebt. In juli overkwam dat een meneer die in de Oostzee zwom in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Hij overleed er aan!

Doordat we een eind verder willen varen dan ons eerste plan, werd het wel een wat langere dag. Bijna 20 mijlen erbij, dat tikt wel aan natuurlijk. Maar het was een prima dag! Okee, niet echt gezeild, maar ja, overmorgen gaat het weer hard waaien bij Kiel en dat willen we als het even kan niet meemaken. Dus óf we zijn dan in Kiel óf we blijven wat langer in Denemarken.
Anyway, vandaag ging het dus lekker. Veel ferry's vanaf Trelleborg naar Polen of Rostock of Kiel (en weer terug), veel grote vrachtschepen uit de richting van Polen naar het Kattegat (en weer terug). We hadden van alles te zien.

De laatste uurtjes slingerden we door een aangegeven vaargeul (soms even zoeken naar de volgende staak, want het slingerde als een malle!), die niet superdiep was (2 meter), door een breder water waar veel wierveldjes dreven, en na in totaal bijna veertien uren varen bereikten we ons ankerplekje. Ten noorden van het eilandje Tӕrø. De eerste keer ankeren mislukte omdat er heel veel wier lag, maar de twee poging slaagde supergoed. Het is een prachtig plekje, we zijn heel voldaan over deze dag en genieten nog van een mooie zonsondergang ook!

Trouwens, het wierfilter zat vol met slierten zeewier en Vibrio-stukjes. Bah!

woensdag 12 augustus 2026

Naar Ystad

Omdat we vroeg waren vertrokken, kwamen we de haven van Ystad ook mooi op tijd binnen. Het was vanochtend best fris, dus we bleven eerst binnen sturen. We hadden het zeil wel gehesen maar er stond te weinig wind om lekker te zeilen, dus de motor moest er weer bij. Wat dat betreft had het allemaal wel gunstiger gekund maar we klagen niet. Integendeel, we vinden elke dag dat het een prima dag is. We voeren langs Kåseberga, verwonderden ons weer over de steile en hoge kust, en dat we de Ale Stenar zo duidelijk zagen.



In Ystad (dat wereldberoemd is geworden door de boeken van Henning Mankell over inspecteur Kurt Wallander) hebben we diesel getankt. Het is hier goedkoper dan in Denemarken, Duitsland of Nederland, dus......

Daarna legden we aan op het mooiste plekje van de haven. Vinden wij. Langszij, de zon in de kuip, uitzicht op alles wat binnenkomt. En dat waren best veel schepen, want heel Simrishamn liep leeg. Tenminste, op AIS zagen we 19 schepen, bijna in een treintje naar Ystad komen. Wij waren gisteren al een haventje verder gegaan immers, naar Skillinge, dus we hadden een voorsprong op de rest.


We gingen weer even boodschappen doen en kozen niet de dichtstbijzijnde supermarkt. Zodoende waren we weliswaar meer dan twee uren onder de pannen maar maakten wel weer lekkere kilometers. Een straatje of de haven bekijken (wat we later vanmiddag deden), is toch wat meer slenteren.


Het was weer heerlijk in de kuip: lezen en kijken, ook naar de Milka-treinen die vaak heen en weer reden. Ze worden door ons Milka-treinen genoemd, omdat ze felpaars van kleur zijn. Zelfs van binnen schijnen ze paars te zijn! Het zijn elektrischer treinen, die rijden tussen Simrishamn en Malmö. De harde wind die was voorspeld (en er ook was, daarom waren we al vroeg vertrokken vanochtend) nam vanavond af, dus we hebben heerlijk lang buiten gezeten.
 

dinsdag 11 augustus 2026

Klein stukje verder, naar Gwillinge

Ha, weer een andere vertrektijd dan gepland. We hadden de keus om nog een dag in Simrishamn te blijven of een haventje (of misschien twee) verder te gaan. Maar dat moest dan niet te laat, volgens de weermannen van DMI. Zeiden ze gisteren. Dus we besloten om om ongeveer acht uur te gaan. Lekker vlak langs de kust, dat is gunstig met westenwind.

Vanochtend werden we voor de wekker wakker, keken “in het weer” en besloten direct te vertrekken. Het was zeven uur. De kustlijn is hier weer heel anders, het lijkt meer op Denemarken. Tja, de ijstijden wisten nog niets van landsgrenzen, en landen houden zich niet aan de natuur.


Onze vertrektijd was weer een goede beslissing: in anderhalf uur waren we in het haventje van Skillinge. Je hoort het uit te spreken als Gwillinge met een stomme G. Vrij snel daarna hoorden we op de marifoon een waarschuwing voor storm, en de weerkaart liet echt harde wind zien.

We liggen bij De Zwemsteiger van het dorp. Dat is heel leuk, want echt heel veel mensen, van jong tot oud (met rollator), nemen hier een dip in het frisse water. Het gebouwtje bij de ingang van de haven is aan de walkant rood, en aan de zeekant wit. En ook al zo leuk: de temperatuur van het zeewater wordt elke dag gemeten en bijgehouden, en vanochtend was het 16 graden.





Na de koffie stapten we op de fiets. We wilden naar Kåseberga, twintig kilometer verderop. Daar zijn we al een keer met de boot geweest.

Het eerste deel was enorm leuk: langs het strand, door het bos, langs en over het erf van huizen. Hele mooie huizen, en opvallend veel lange huizen. Dat zijn skånelängor: traditionele langwerpige lage huizen, kenmerkend voor deze streek. Zonder fundering, zonder dakkapellen (tenminste, dat was vroeger zo), en een keer of vier langer dan de breedte. Het waren boerderijen, maar nu vaak vakantiehuizen. Geeft niet, we vinden ze prachtig!


Toen we niet meer langs de zee konden fietsen, moesten we over de weg. Geen probleem, het was best rustig. Maar we merkten al gauw dat er een verschil is tussen de Zweedse, de Duitse en de Nederlandse automobilisten. De Zweden doen echt heel voorzichtig in de buurt van fietsers. De Duitsers zijn al wat driester, en de Nederlanders zijn echte haantjes. “Ik heb recht om hier te rijden en ik ben lekker toch sterker”. Een beetje van dat.

Kåseberga (de uitspraak is iets als Koberj, maar als wij dat zeggen zullen ze ons nog wel niet begrijpen vrees ik.....) is een klein dorpje met een klein rond haventje. Schattig. Het bijzondere zijn de steile heuvels er omheen, zo’n 40 meter hoog, en de Ales Stenar. Die stenen trekken veel toeristen.

Ongeveer 600 na Christus (denkt men) zijn 59 rotsblokken geplaatst. Elk rotsblok weegt ongeveer 1,8 ton! En ze zijn geplaatst in de vorm van een schip, 67 meter lang en 19 meter breed.


Waarom ze staan zoals ze staan? Dat is nog niet bekend. Sommige onderzoekers denken dat het een grafmonument is. Anderen denken dat de stenen als astronomische klok hebben gediend omdat ze zo zijn geplaatst dat de zon in de zomer in het noordwesten onder gaat en in de winter precies daar tegenover.



Ze zijn het er wel over eens dat het een Vikingmonument is. Nou ja, wat het ook geweest is: wij vonden het weer leuk om te bekijken (we zijn hier al eerder geweest, hebben toen in de haven gelegen), en zijn ook weer onder de indruk van de kracht van de mensen om die zware rotsblokken hier te plaatsen.

Terug in Skillinge zijn we nog even de stad rondgelopen. Navily (de app van boot-reizigers) heeft geen leuke reviews over de haven, maar het bevalt ons wel. We zagen leuke straatjes en huizen, lekker door elkaar en achter elkaar. Smalle steegjes, zoals die naast het witte huis met de regenpijp. Het steegje is niet goed te zien, het was een heus zoekpaadje.






De SAR-boot rukte uit, maakte flinke golven in de haven, dus er was wat loos. Maar het viel mee: een motorboot had een aluminium racer op sleep, maar door de golven (ja, het waaide immers een storm(pje)) maakte de raceboot water en zonk. Gelukkig kon de motorboot zelf de raceboot-onder-water de haven in brengen, waar het door de kraan opgetild werd. Dat had even wat voeten in de aarde, maar het lukte de mannen.


De rest van de dag zaten we lekker in de zon te lezen, en maakten we plannen voor de komende dagen. Veel plannen, want voor elke dag maken we denk ik minstens 3, voor ’t geval dat het weer anders wordt.

Trouwens, van die wandeling op het eiland Hasslö, hebben we nog steeds plezier: om de haverklap beginnen de bulten te jeuken en gaan we smeren. Het zijn rode dikke harde bulten. En omdat we hadden gehoord van een vlooienplaag bij Maaike thuis, maakten we ons al zorgen dat wij ook vlooien hadden. Dat is niet zo gelukkig!

maandag 10 augustus 2026

Een pittige reis naar Simrishamn

Poeh, dit was me een tochtje! We zijn met opzet (deze keer) vroeg vertrokken, om even over vijf. Het was licht, nou, het was lichtgrijs. Tegen twaalf uur zou er een flinke bui komen en harde wind, en dan wilden we in Simrishamn zijn.

Dat lukte hoor, maar we voeren over een knobbelige zee. Nogal bumpy. We hadden het zeil gereefd erbij gezet, maar moesten wel op de motor varen. Het zeil zorgde er voor dat we niet super veel heen en weer slingerden. De wind (van rechtsvoor) en de deining (van linksvoor) probeerden ons lekker door elkaar te schudden, maar de boot en wij hielden ons prima. 

Af en toe doken we met de kop bijna onder water, maar de boot blijft heel stabiel en danst gewoon rustig mee.  De steen van Marit, die ze geverfd heeft toen ze in 2023 tijdens onze Grote Reis bij ons in België mee voer, bleef mooi op zijn plek liggen. Maar de waterkoker, die uit voorzorg in een kast was gezet, was wel omgevallen. En de tandenpoets-beker in de natte cel lag ook op de vloer.

Eigenlijk was het dus niet zo’n mooie tocht, maar het ging allemaal goed. We bereikten Simrishamn voor de bui en gingen daarna douchen. Het waren lekkere douches, maar het leek wel of we in een oude sportaccomodatie waren. Maar goed, we zijn weer fris en fruitig.

Na de lunch verkenden we de stad. Veel restaurants, kappers, toeristische spulletjes en leuke straatjes. Ook minder leuke, maar die vergeten we gauw.

En een bijzondere kerk. Niet alleen de stoere buitenkant vonden we bijzonder, maar ook de binnenkant.

De dominee heeft een prachtige preekstoel. Mooi gekleurd. Foto-technisch jammer dat er een spiegel bij hangt, een kastje naast staat en een piano, maar goed, dat is nu eenmaal zo.

Maar het grappige is dat de preekstoel op een beeld staat. Alsof dat beeld (wie het is weten we niet) de preekstoel (en dominee) draagt. En ook grappig is dat boven op de preekstoel een engel staat, wiens rechterbeen op een schedel rust. En dan hangt er vlakbij ook nog eens een schip in de kerk. We hebben er stilletjes wel om moeten lachen!

De haven liep langzaamaan best vol, maar de meeste mensen willen toch in/aan een vingersteiger en hier heeft niemand zin om dubbel te liggen. Dus we lagen lekker rustig langszij aan de steiger.

Overdag hadden we het visserschip Courage of Skillinge al zien varen, die bleek de  hele dag te hebben gevist. Een schip van 33 bij 8 meter. Tegen half zes, toen we weer een rondje liepen zagen we hem binnenkomen. De gevangen vis werd door een vrachtwagen uit het ruim gezogen. Een lokale meneer vertelde dat er veevoer voor heel veel verschillende beesten van wordt gemaakt. Met andere woorden, de zee wordt simpelweg leeggevist, alles wordt gebruikt. H’m.

We beeldbelden neef Mark voor zijn verjaardag. Hij zat in de trein op de grens tussen Modavië en Roemenië, te wachten. Wachten op het moment dat de wagons één voor één, inclusief de passagiers, overgezet werden naar een ander spoor. In Moldavië hebben ze een smaller spoor dan in Roemenië. Ik zou zeggen dat je dan de passagiers laat overstappen, maar nee. Mark zei dat je sneller met de bus kunt, en waarschijnlijk zelfs goedkoper met een vliegtuig, maar dit is veel leuker natuurlijk! Een bijzondere verjaardag zo!

Vanavond hadden we weer een klopper, eentje die zelfs drie keer klopte omdat hij misschien niet wist wat hij er van moest denken.....