dinsdag 30 juni 2026

Vassbäcken

Vassbäcken, dat spreek je weer iets anders uit dan wij dachten, het belangrijkste is dat de V een W wordt. En de klemtoon is iets anders. We worden vaak op ’t verkeerd been gezet trouwens. Want Zweeds lezen gaat wel aardig, tenminste, we begrijpen de strekking van de boodschap best vaak, maar het verstaan is lastig.

Zo leerden we van Elin en Christoffer dat  je Sjötorp niet uitspreekt als Sjeutorp. Dat vonden we zelf wel lekker Zweeds klinken, maar de Zweedse mensen begrijpen niet waar je ’t over hebt. De r is een beetje een stomme r, maar is wel degelijk aanwezig. Even oefenen dus. En de Sj wordt een Gj, maar dan een zachte G. Dus het is iets van Gjieutop, maar toch anders.

Na ongeveer drie kwartier varen op een prachtig stuk kanaal, vonden we het mooiste plekje aan de steiger, zo ver mogelijk naar het oosten. Met zicht op de brug, het caféetje, het terras en alles wat langs vaart. En rijdt, want naast ons is weer een camping, dus de camperaars hebben ook hier een prachtig plekje aan het kanaal. De brug is niet gebouwd op campers, vooral niet op grote campers, dus die moeten het heel voorzichtig doen. De breedte is het probleem niet, het oprijden op de brug ook niet, maar het verlaten van de brug. Dat moet voorzichtig dus langzaam. Aan het wegdek te zien gaat dat wel eens fout.

Ha, hier wonen ook weer liefhebbers van Amerikaanse auto’s. Eentje hoorden we al van ver aankomen. Niet alleen door zijn uitlaat, maar ook, dat hoort er blijkbaar bij, door zijn muziek. Luide muziek en ramen open, zodat we konden meegenieten van “Dancing Queen” van Abba. Dat had wel wat, die combinatie. Omdat dit weer zo’n Elvis Presley auto was, en hij dus heel langzaam over die brug reed, bleef hij lang in beeld. En in ’t gehoor.

Vassbäcken is eigenlijk ontstaan als een kruispunt tussen vervoer over de weg en over het water. De postkoets stopte hier op de route tussen Mariestad en Karlsborg, daardoor ontstond de behoefte aan een postkantoor(tje). In 1830 werd het kleine houten huisje van de sluiswachter voorzien van tralies zodat het als postkantoor kon dienen. De sluiswachter werd ook postmeester. Tegenwoordig is dat huisje een museumpje. ’s Zomers altijd toegankelijk, eigenlijk is het niets maar het heeft ook wel weer wat. Er lag zelfs een Zweedse Donald Duck, met een avontuur over dit postkantoortje.

De eerste nacht lagen we hier met 9 boten. De volgende ochtend vertrokken ze allemaal. Wij bleven liggen en hebben lekker en ver gefietst. ’s Avonds was het vol: 16 boten! Waarvan drie motorboten. En afgelopen nacht lagen we met zijn zessen. Misschien heeft het te maken met veel of weinig wind, want even verderop gaan we over een meer.

Waaien deed het de afgelopen dagen best wel, maar het bleef zwoel en lekker warm, zo’n 26 graden. De eerste dag hebben we wat motregen gehad, maar op onze fietsdag en gisteren tijdens het wandelen bleef het droog.

We fietsten richting het zuiden. Met wat omwegen was ons doel de rivier Tidan. Een riviertje van niets, slechts bevaarbaar door kano’s, maar één van de weinige rivieren in Zweden die naar het noorden stroomt. Het komt uit op het Vänern meer.

Onze route was weer enorm afwisselend, en hoewel we behoorlijk wat “kijk nou” , “oh ja”, “weer zo één” momenten hadden, bleef het genieten. Van de rotsen midden in een graanveld of weiland, of zelfs in een tuin. Van een gehuchtje met zes huizen, die allemaal één of meer grote Amerikaanse auto’s in de tuin hadden. Van zo’n auto op een parkeerplaats bij de ICA, wat niet paste maar ach, er was toch ruimte genoeg. Van het asfalt dat nooit echt horizontaal was en vaker lijkt hersteld dan “de broek van Meuke Albertje”, het beroemde werk van Jopie Huisman. Van de kerk met lossen toren. En van zo’n oude Milsten langs de kant van de weg.

Die Milsten, mijlsteen, zijn de voorlopers van onze hectometerpaaltjes langs de snelweg. Ze gaven vroeger aan hoever het nog reizen was, handig voor het berekenen van reiskosten en het vinden van plekken om van paarden te wisselen.

De afstand werd aangegeven in oude Zweedse mijlen. Dat is ruim 10 kilometer. Vaak staat er een koninklijk monogram op, zoals hier van Koning Gustav XIV, het jaartal van plaatsing en de afstand in breuken, zoals hier een kwart mijl.

Die Gustav XIV is slechts 58 jaar oud geworden. Hij nam tijdens de Napoleontische oorlogen consequent een standpunt in tegen Napoleon I, wat leidde tot de Finse Oorlog tussen het Zweedse Rijk en Rusland. Rusland  werd gesteund door de Franse Republiek in die tijd. Tegenwoordig niet meer gelukkig.

Maar goed, het Zweedse Rijk verloor en moest onder meer heel Finland afstaan aan Rusland. Gustav werd na een staatsgreep afgezet en bracht de rest van zijn leven op het vasteland door in steeds armoediger en alcoholistischer omstandigheden. Netjes gezegd hè?

Dat ze dan nog wel Mijlstenen met zijn monogram er op lieten staan is wat apart vind ik. Nog gekker is dat de man in Zwitserland is gestorven en volgens een traditie in de Riddarholmkerk in Stockholm is begraven. Wat een gedoe in 1837!

Dit hebben we gezellig bepraat tijdens onze picknick aan de Tidan, met heerlijk brood van de ICA. Tot nu toe het lekkerste brood uit heel Zweden!

Onze wandeldag leidde ons noordelijk van het kanaal. Door verschillende bossen, over gravel en asfalt, door gehuchtjes en “alleen op de wereld”-huizen. Vaak prachtig, soms een opknapper-met-potentie, soms was er ook geen eer meer aan te behalen. Grappig is dat er voor ’t raam van zo’n bouwval een kerstengel voor ’t raam hing!

We troffen een klein bankje waar we niet op durfden te zitten, maar gelukkig ook een flinke rots waar we lunchten, en we pauzeerden ook nog op het enig eiland in het Göta Kanaal.

Om het kanaal hier, tussen Vassbäcken en het Vikenmeer te creëren moesten er veel rotsen worden opgeblazen. Dat was een duur grapje en daarom is het kanaal hier vaak zo smal. Schepen konden (en kunnen) elkaar niet of nauwelijks passeren. En daarbij hebben ze er bij een hoge rots drie bochten van ongeveer 90 graden in gemaakt.

Dat was natuurlijk geen doen voor de schepen. Er was een bewaker en een seinpaal nodig nodig en er ontstonden urenlange files. Daarom is er rond 1930, dus pas zo’n 100 jaar na de opening van het kanaal een doorgang gemaakt waardoor Lanthöjden als eiland ontstond.

Op het hoogste punt staat een obelisk. Als eerbetoon aan Karel XIII, die koning was toen het kanaal begon. Het is een verlaten eiland maar heeft toch wel wat met het dichtgetimmerd oude wachthuisje en de met mossen begroeide obelisk.

En, er is een aanlegsteiger. Een redelijk nieuwe. We hebben even het plan gehad om hier een nacht te gaan liggen. Klinkt hartstikke leuk, zo in het midden van niets, in ons eentje. Maar we doen het toch niet. Er waren overdag al veel vliegen, en dat zijn niet onze vriendjes.

Morgen komen we hier met de boot langs op weg naar het Viken Meer. 

zondag 28 juni 2026

Twee nachten in Jonsboda

Jonsboda. Voor je ’t uitgesproken hebt en je er al doorheen. Het is voor ons watersporters en voor camperaars die op een camping naast het Göta Kanaal willen staan een bekend plekje, maar meer dan een brug en een caféetje is het echt niet.

Maar wel hartstikke leuk! Ruimte voor een boot of 12 aan een degelijke houten steiger, met stroomaansluiting, drinkwater, en vlakbij een sanitairgebouw (met waarschuwing op de deur dat er een grasmaai-robot rondrijdt) met ook hier weer een wasmachine en droger. Niet dat we die hebben gebruikt, maar ze staan er.







Het caféetje lijkt op de andere die we gezien hebben: klein, dus eigenlijk geen plek om binnen te zitten, maar wel veel tafeltjes buiten in ’t gras, je haalt binnen op wat je wilt eten of drinken en zet later je dienblad in een kastje, je kiest uit allerlei drankjes en hapjes of kleine maaltijden, of je kiest voor ijs. Want een ijsje, vooral de bollen in een hoorntje of bakje, is dé manier om de zomer te vieren. Wanneer de bruggen en sluizen niet meer draaien is het café gesloten.

Tenzij er iets gevierd moet worden, want daar is de heuse feesttent voor. Met podium en lange banken en tafels, als ben je tijdens de Lichtweek in Wedde. Maar tijdens ons verblijf hier was er geen optreden dus bleef het erg rustig. Heerlijk rustig.

Nou, gisteren was er een Zweeds stel dat naast hun camper zat met een grote  geluidbox op een tafeltje. Met luide muziek. Het was een meter of zestig bij ons vandaan, dus echt last hadden we er niet van maar het was toch storend, in deze rustige omgeving. Hidzer is aan ’t begin van de avond gaan vragen of het misschien iets zachter kon, maar het antwoord was dat ze tot 22:00 uur het recht hadden om lawaai te maken.

Hun buren, aan wie Hidzer nog even vroeg of dit normaal was, maakten de handbeweging voor hun hoofd van “hartstikke gek, deze lui”. Maar warempel, na nog één liedje werd het stil.

Of niemand van de bescheiden Zweden (leven en laten leven is het motto) ze gevraagd had om stiller te doen, of dat er toch nóg iemand is wezen praten, weten we niet, maar deze muziek was al uren aan de gang, en door toedoen van een Nederlander werd het heerlijk rustig. Dat zei die man nog “altijd een Nederlander die commentaar heeft”.

Maar afgezien van dit incidentje was het hier geweldig. Bijna moeilijk om er te komen en er weg te gaan. Maar dat kwam door de bruggen. In Töreboda namen we eergisteren de verkeersbrug van negen uur, maar de spoorbrug had niet zoveel zin.

De lichtkrant gaf 9:10 uur aan, later 9:30 en daarna 9:35. Toen er niets gebeurde heb ik maar even gebeld. Een aardige mevrouw zei dat we in ’t kanaal moesten gaan liggen, niet aan de wachtsteiger, anders zag de camera ons niet. Dat leek ons wat vreemd, maar goed, we maakten los en dreven in ’t kanaal.

Toen kwam er een Göta Kanaal meneer op het steigertje (we hadden hem in Sjötorp al eens gezien) die vertelde dat er een probleem met de spoorbrug was. Het speet hem enorm voor ons, maar er zou hulp komen. We konden gewoon weer aan het steigertje gaan liggen, men wist dat wij door de brug wilden.

Prima, tijd voor koffie dus! Even later kwamen er twee busjes met de tekst “bro underhåll & service”, er liepen zeven mannen (!) heen en weer over de brug, ze overlegden en liepen weer wat, en de lichtkrant vertelde “Brofel, reparationsmän påväg”. Duidelijk.

Het was even na tienen toen we door de brug mochten. We zwaaiden en bedankten de mannen en gingen vrolijk in het zonnetje verder. Op het kanaal moet je geen haast hebben, dat is duidelijk.


Lina, het kleinste reguliere veerbootje van heel Zweden, lag aan de goede kant dus we mochten passeren. Slechts als hij aan de oostkant van ’t kanaal legt mag je er langs. De pontbaas trekt met de hand aan de lijn om het pontje (voor maximaal vijf personen) naar de overkant te brengen. Het duurt maar een halve minuut voor -ie aan de overkant is! 's Winters wordt er een brug geplaats, die ligt nu op de wal.

Vertrekken uit Jonsboda bleek ook een beetje lastig: misschien kwam het door het onweer van vannacht, geen idee, maar het duurde bijna een half uur voor we de bel hoorden en de lichten van rood naar rood-wit sprongen.

Ik had weer even gebeld, het zou in orde komen. We kletsten nog even met een paar Zweden (waren ze blij dat Hidzer de avond daarvoor rust op de camping had gebracht?), en eentje vertelde dat vorig jaar door blikseminslag tijdens onweer de spoorbrug bij Lyrestad een week lang niet geopend kon worden.

Ach, haast hadden we niet, we wilden slechts een klein stukje varen naar Vassbäcken, het volgende aanlegplekje. Zowel Sjoerd (uit de Westereen) als Johan, die met campers een reis door Zweden maken, ruim de tijd om foto’s van ons te maken. Hartelijk dank heren! Enorm leuk!

Johan had zelfs gisteravond en vanochtend vroeg om 4:00 uur foto’s van ons gemaakt. Heel bijzonder, die van vanochtend!





We kregen twee keer een bericht dat de brug bij Norsholm gestremd was. Niet dat we daar al zijn, dat duurt hoop ik nog zeker twee weken, maar het wordt blijkbaar niet voor niets een oude brug genoemd, haha!


We hebben hier twee heerlijke dagen gehad. Lekker luieren in de zon, vaak even in ’t water, een zwoel windje zorgde voor verkoeling terwijl wij in onze stoeltjes op de steiger zaten, dit is een super plekje. Grappig is dat je als camperaar een plek met of een plek zonder stroom kunt kiezen. Die zonder stroom staan aan het kanaal. Maar als je geluk hebt en er zijn geen boten, dan mag je wel stroom pakken. Maar boten hebben als gast van het kanaal voorrang op de stroomvoorziening.

Natuurlijk zijn we ook nog gaan fietsen. Gisteren. Een mooi gravelpad langs het kanaal en verder het land in, langs Vassbäcken en Tåtorp aan het kanaal bij het Vikenmeer, maar er kwam een flinke onweersbui met regen.



Een schuilplaats is er meestal niet wanneer je ‘m nodig hebt, maar gelukkig vonden we een gebouwtje waar een pomp in stond, en waar wij wel even bijpasten. Het asfalt dampte toen we verder gingen, het bleef de hele dag drukkend warm. En vannacht hadden we dus weer een flinke onweersbui. Maar vanochtend was daar al niets meer van te merken, het was een mooie start van de dag.

donderdag 25 juni 2026

Töreboda en omstreken

Het was nog minder dan een uurtje varen, maar wel een prachtig uurtje, van Hajstorp naar Töreboda. En daar was de lange kade bijna leeg. De Australiër van de Nutshell vertelde dat het vannacht vol had gelegen met boten, maar “you’re lucky, ‘caus they all just left”.

Töreboda is heel anders dan Hajstorp. Minder bomen, minder groen. Maar wel meer stad, met een supermarkt (ICA), een bakker (Konditori) en een benzinepomp (Ingo) vlakbij. Daar hebben we dus lekker gebruik van gemaakt, de afgelopen dagen.

De lange brede steiger, met fietspad ernaast, is opgeleukt met grote bloembakken. Er wandelen en fietsen mensen, maar het is toch hartstikke rustig.

We zaten lekker in de zon toen we hoorden “Hello! How nice to see you here!”. Dat waren Elin en Kristoffer, waar we in Griekenland twee weken mee opgetrokken zijn. Nou, is dat even toevallig! Ze wonen iets ten noorden van Göteborg en hadden hier een mini-vakantie op de fiets.

De auto geparkeerd in Töreboda, op de fiets naar Sjötorp om te overnachten in een stuga, dan terug fietsen naar Hajstorp voor een overnachting en vandaag weer terug naar huis, om nog lekker een week met de boot te gaan. We hebben dinsdag even kort maar erg gezellig gekletst, en vandaag kwamen ze bij ons aan boord. Hun zoontje Alfred, van anderhalf, vond het super leuk aan boord: hij was lekker aan ’t spelen met een autootje van ons, een tennisbal, wilde de boot wel even verkennen, smulde van een soepstengel en gaf bij ’t afscheid een kusje aan de boot. Schattig! Het was erg gezellig!

De Nederlandse meneer uit Töreboda heet Bob. We hebben elkaar een paar keer gesproken de afgelopen dagen, hij is koffie wezen drinken bij ons, en vandaag hebben ze (Bob en Monique) bij ons geborreld en daarna wij bij hen, om hun huis te zien. Mooi met uitzicht op het kanaal. Het was erg gezellig, de uren vlogen voorbij. We volgen hun zoon nu, die volgende week start met een wereldreis op een zeiljacht, samen met drie vrienden.

We spraken ook nog even met een meneer van een zeiljacht uit Hindeloopen, die vond dat het stuk vanaf het Vikenmeer tot hier in Töreboda (hij vaart van oost naar west, is in anderhalve week bijna ’t hele kanaal door) het allerleukst is, “want verder is het steeds hard werken met al die sluizen”.

Ook kwamen er Harlingers voor een praatje, voornamelijk over onze fietsen. Ze willen ook graag deze fietsen en vroegen naar onze ervaringen.

Natuurlijk hebben we ook nog gewandeld en gefietst in de omgeving, waarbij we per ongeluk zelfs op bospaden zonder gravel kwamen. Wat lastig fietsen bleek omdat het soms best mul zand was, maar ach, het bos was vriendelijk zonnig, en we hebben meer dan 15 kilometer geen huis of mens gezien. Ook geen dieren behalve wat vogels, dus dat was weer wat jammer.

Bij ’t begin van die mulle paden stond dit bord, het woordje voor welkom begrepen we, dus we gingen fietsen. Later begrepen we dat de rest betekent “Let op. Vermijd zwaar verkeer tijdens de dooiperiode.” Nou, dat snappen we, op de zandpaden.

Morgen gaan we weer een stukje verder. Iets van vijf kilometer, zonder sluis maar wel drie bruggen. Waarvan de eerste, hier vlakbij, op elk heel en elk half uur opent, behalve om 12:00, 13:00 en 16:00 uur. Geen probleem voor ons, we gaan gewoon om 9:00 uur.

Vlak daarna ligt een spoorbrug, die dmv een lichtkrant de volgende opening aangeeeft. Misschien dat we daar even moeten wachten, maar dat is niet zo erg.  We zien wel, en hebben wel zin in weer een ander uitzicht.