dinsdag 28 juli 2026

Drie dagen in en rond Söderköping

Ha, we hebben het weer getroffen: we liggen op één van de mooiste plekjes in de haven van Söderköping (spreek uit als Seudersjeuping). Aan vingersteigers, met de kont van de boog naar de wal. De wal is hier een boulevard. Met veel, heel veel, flanerende mensen. Veelal Zweden, die we niet verstaan dus we luisteren niet naar ze en storen ons er niet aan. Trouwens, als je je daaraan zou storen moet je hier natuurlijk niet gaan liggen.

Wij liggen als enige met de kont naar de wal, en omdat onze kuip zo lekker beschut is zien de mensen ons nauwelijks. De boot valt op, door vorm en kleur, en de vlag valt op. Dát verstaan we wel, dat ze 't over Holland hebben.

Oh, en wat we hier ook treffen: kloppers. Hebben we al vaker gehad, maar hier elke dag terwijl we aan boord waren wel vijf keer! Dus als we er niet zijn, misschien nog wel veel meer. Kloppers zijn veelal oudere mannen, die even willen weten of de boot van staal gemaakt is. Na het kloppen horen we vaak een tevreden gehum. 


We liggen dus met de kont naar het stadje, en met de kop naar een berg. Een best steile berg. Mooi! Oh, en wat de boulevard betreft: heel veel caféetjes en restaurantjes, waar mensen ook wanneer het knap waait lekker op het terras blijven zitten. Verderop zijn zaken waar muziek gedraaid wordt, bij ons is het lekker rustig. Er zijn ook minstens 4 ijssalons, waarbij er eentje aardig beroemd is. Mensen staan er lang voor in de rij, voor zowel de handijsjes (bekertjes of hoorntjes), als voor de sorbets op het terras. Dat terras zit 's ochtends om een uur of elf al vol, en dat blijft zo. 

De kapster (ja, het was echt nodig dat ik naar de kapper ging, Hidzer wilde me bijna niet meer aankijken), vertelde dat we daar geen ijs moesten eten, ze wist een betere zaak: naast de systembolaget. Nou, we waren 't ook niet van plan hoor: een sorbet kost ongeveer 16 euro!


Aan 't begin van de haven staat aan het fietspad een bord dat zegt dat hier konijnen oversteken. Nou, dat doen ze ook: hele grappige beeldjes van konijntjes. En het leuke is dat aan de overkant ook konijntjes willen oversteken!
 


We zijn een paar keer de stad doorgewandeld, langs het oude riviertje, grote gebouwen vrolijk gekleurde huizen. De rode kerk stamt al uit de Middeleeuwen en is één van de weinige hier die volledig van baksteen gemaakt was. Dat wat er nu staat is  natuurlijk al vaak verbouwd en herbouwd, na schade door brand en overstromingen. De zwarte klokkentoren vinden wij zeer geslaagd.







Bij het Raadhuis staat een oude telefooncel. In de jaren tachtig waren er ongeveer 44.000 van zulke (mooie!) telefooncellen in Zweden. Nu is er een geluidsbox in geplaatst en kun je door op knoppen te drukken Zweedse gedichten horen.



We hebben een flinke wandeling gemaakt, waarbij volgens ons geen tweehonderd meter vlak was. Zelfs aan de rand van het graanveld merkten we iets heuvelachtigs. Maar oh, wat leuk. Ongeveer vijftien kilometer, lekker intensief en enorm afwisselend. 

Per ongeluk namen we verkeerde afslagen (drie keer), vandaar wat extra kilometers. Het pad was soms goed aangegeven maar soms ook niet. 




Het laatste gedeelte, door het bos, was bijna wat sinister. Heel veel rotsen met mooie mossen bedekt, we waren blij dat het een licht bos was, anders was het bijna eng geweest misschien. En ook waren we blij dat het droog was (geweest), want het klimmen en dalen was waarschijnlijk geen pretje als de rotsen glad van de regen waren. 







Vanaf Söderköping vertrekken er dagelijks drie rondvaarboten, elk met hun eigen route. We vinden het lelijke schepen, met akelige schippers. De Viktoria had niet eens mooie weidepaaltjes als stootwillen, maar halve berkebomen. Op de (vroege) ochtend van onze wandeling zagen we dat er iemand de roestvlekken even met witte verf bestreek....


Desondanks vinden we ook Söderköping een aanrader. Evenals alle andere aanlegsteigers, haha. We zijn fan van het Göta Kanaal, en verheugen ons op de laatste haven: Mem!

zaterdag 25 juli 2026

Nog een dagje (rond) Klevbrinken

Ergens halverwege de ochtend vertrok de camper. Richting Noorwegen. Jammer, het afscheid, maar oh, wat was het leuk! Ons rest natuurlijk veel herinneringen, foto's, en ook een tekening. Marit maakte de Nocht, met een Noorse vlag. Want ze hoopte dat we daar nog naartoe zouden varen zodat we elkaar weer zouden zien. 


Wij zijn gaan fietsen. Langs het kanaal naar Söderköping, bijna vijf kilometer verderop, om te kijken waar de leukste ligplaats zou zijn. Nou, die zijn er een heleboel, dus we maken ons daar geen zorgen over.

Bij een parkeerplaats zagen we dit bord. We hebben er een poosje naar gekeken en begrepen er wel wat van, maar niet alles. Ja, dat dit een parkeerplaats is voor personenauto's en motoren. Dat je de parkeerschijf moet gebruiken, voor maximaal vier uren. En dat iets geldt tussen 1 mei en 31 augustus. 

Maar die tijden? Die begrepen we niet, maar zijn eigenlijk heel duidelijk. Op doordeweekse dagen van 8:00 tot 18:00, op zaterdag en de dag voor een feestdag (de tijd tussen haakjes) dus ook van 8:00 tot 18:00 uur, en op zon- en feestdagen (in het rood) voor het gemak hier ook van 8:00 tot 18:00 uur. Later zagen we nog een bord met afwijkende tijden voor de zon- en feestdagen, maar wel weer dit rijtje. 


De laatste haven en de laatste sluis van het kanaal zijn in Mem. Dat is een kilometer of zes verderop. Hier gaan we waarschijnlijk ook nog een paar dagen liggen. We merken al dat het moeilijk wordt om afscheid van het kanaal te nemen. Dat is een grappig besef, want we willen ook graag het scherengebied in.

In de sluis is een marmeren plaat gemetseld, met een bijbeltekst. We begrijpen de tekst niet zo goed, maar het schijnt te refereren aan "de immense godsdienstige en inspannende arbeid van het kanaalproject".


Op de kaart hadden we een aanduiding over runestenen gezien. Dat was een leuk doel om naar toe te fietsen. Bijna hadden we ze gemist, ze stonden in een bos bij een kruispunt. En tja, in eerste instantie denk je "is dit alles"?


Maar het was nog interessant ook: de linker steen is ongeveer 2.5 meter hoog, en ene Sigsteinn heeft deze steen in de tiende eeuw laten plaatsen, met er in gekerfd de (vertaalde) tekst "Sigsteinn heeft deze steen opgericht ter nagedachtenis aan Ingvar, zijn zoon. Hij stierf in het oosten". Wie Sigsteinn was wordt nergens vermeld, dat is weer jammer. 

En die Ingvar, dat is ook een vraagteken. Er is namelijk een Zweedse vikingexpeditie geweest tussen 1036 en 1041. Naar het oosten. Dat is in dit geval naar de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. 

De expeditie werd geleid door Ingvarståget, dat is zoiets als Ingvar de Bereisde, of Ingvar de Verre-reiziger. Is Ingvar van onze steen een expeditie-lid geweest of was hij de leider? 

Vrijwel alle mannen zijn omgekomen door ziekte en gevechten. Een mislukte expeditie dus. Er schijnen in Zweden ongeveer 25 zogenaamde Ingvarstenen opgericht te zijn ter herinnering aan de omgekomen Vikingen.


De rechter steen, iets kleiner, en daarvan is beschreven dat ene Åsa dit monument heeft opgericht ter herinnering aan haar man Porgisl en haar vader Porgunnr.


We hadden weer heel veel te bepraten en te fantaseren onderweg, dat begrijp je wel. Maar niet zo heel lang hoor, want we reden door een prachtig gebied. Heel afwisselend, veel heuvels en bossen en graanvelden. 



Een heerlijke dag, maar 't was wel wat stil aan boord hoor!

vrijdag 24 juli 2026

Gezellige drukte aan boord naar Klevbrinken

Wat weer een geweldige dag! Omdat het een mooie route was, en omdat we drie opstappers aan boord hadden. Jan bleef bij de camper en wilde fietsen, Anneke en de kids gingen mee. We zouden elkaar in Klevbrinken treffen, waar wij wilden blijven liggen.

De kids vermaakten zich met van alles, ze zijn helemaal thuis aan boord. We hadden twee extra reddingsvesten mee, die weliswaar wat te groot waren voor de kids maar het moest maar even. In de sluizen zou Hidzer aan boord blijven en kon wel zonder reddingsvest. Dat is niet volgens de regels van het Göta Kanaal, maar we hebben er geen commentaar op gekregen gelukkig.

Al varend op een mooi stuk kanaal, soms best smal, en over het meer Asplängen, deden we een dubbelsluis, vier enkele sluizen, een openstaande sluis, en zes bro's. Hidde blijft het grappig vinden, dat bro brug betekent. Ze troffen het, want we hadden drie rolbruggen (rullbro), een klapbrug (klaffbro) en een draaibrug (svängbro).


Het was prachtig zonnig en warm, en we hebben ons allevier prima vermaakt. De kids werden om de beurt in de mast gehesen, dat was wel het allerleukst.




Jan-die-niet-Jan-heet (maar een moeilijke naam heeft, zoals hij zelf vertelde) van de Indigo, vond het een superoplossing om de kinderen bezig te houden. Grappig is dat we hem gisteren twee maanden geleden voor het eerst ontmoetten in Göteborg. We hadden een ander vaarschema dan hij, maar we bleven dus wel bij elkaar in de buurt. Ergens onderweg vandaag kwamen we zomaar weer met hem in de sluis. Dat was ongeveer onder lunchtijd.





Het zal iets van half drie geweest zijn dat we bij de aanlegplaats Klevbrinken aankwamen. Een lange lege kade, bij een droogdok en camping. Hidzer en ik hadden gedacht dat Jan en Anneke na een hapje en sapje wel weg zouden willen, om ergens een mooi kampeerplekje te vinden, maar Jan had geen zin in rijden dus ze bleven hier op de camping. Vlak bij de boot, achter het rode gebouw rechts op de foto.


Het droogdok wordt nog steeds gebruikt, ook als overwinterplaats. Dat hadden we van Ing-Marie en Håkan van de Alma gehoord.


De Elisabeth kwam ook aan de kade liggen. Mevrouw vroeg me of er stroom was: nee. Ik vertelde dat de lockkeeper van de laatste sluis ons had gezegd dat er nog slechts drie plekjes aan vingersteigers waren in Söderköping, de volgende haven. Dat is niets voor hen, dus ze bleven hier. 

We hebben nog lekker gezwommen, gezwierd en gezwaaid rond de mast, heel lekker Thais gegeten (van de foodtruck op de camping) en veel gekletst en gelachen. Het is niet laat geworden, op een of andere manier waren we allemaal best wat moe. Marit en Hidde wilden graag bij ons aan boord slapen, dat kon natuurlijk. En Marit wilde heel graag bij mij in bed, dus Pake stapt in het meisjes bed met roze hoeslaken en hartjesdekbed.

donderdag 23 juli 2026

Verrassing in Norsholm

De sluizentrap in Berg (uitspraak Berj, leerden we) begint al om acht uur 's ochtends te schutten. We wilden ook op tijd weg maar waren lang niet de eerste die aan de wachtsteiger ging liggen. 

We waren de zesde boot die naar beneden wilde. De Alma lag er ook al. Annika (zo noemen we de vrouwelijke lockkeepers) kwam langs en vertelde dat er eerst boten naar boven geschut werden en dat we daarna aan de buurt waren. Ze zou nog even Lock-Tetris doen en vroeg ons naar lengte en breedte. 

Het was helemaal niet erg om te wachten, we gingen eerst nog even ontbijten, wat kletsen met de nieuwe buren, en kregen eindelijk een prullenbakker op de foto. Zo noemen we de mensen die langs prullenbakken gaan om statiegeld-blikjes en statiegeld-flesjes te verzamelen. Op de fiets, met een speciale bagagedrager voor de grote zak, en een schepnetje om onderin de prullenbak te kunnen graaien.

Wij mochten in de tweede "golf", samen met een Zweeds zeiljacht, een Zweedse motorboot en de Annalena, een Nederlands zeiljacht. Het was tien over tien toen we startten en om elf uur waren we beneden.

De Elisabeth uit Staveren, die aan de wachtsteiger had overnacht, was op "ons plekje" in de haven gaan liggen. Tijdens het sluizen kwam Auke bij ons kletsen. Vooral met mij, want ik stond op de wal. Pas in de laatste sluis mag ik weer aan boord komen, dat hoort zo bij de Zweedse manier van sluizen.

Auke, die we kennen van 't skûtsjesilen, had ons op het Kielerkanaal bij Rendsburg ingehaald. Hij had ons wat gevolgd op AIS, en had ons op het eiland Donsö (bij Göteborg) zien liggen. Hij had bedacht dat wanneer de haven vol zou zijn, ze vast wel bij ons langszij zouden kunnen. Maar vlak voor hij de haven binnenvoer vertrokken wij. Nou, we zullen ze nog wel vaker zien, want ze doen rustig aan, krijgen een dochter en kleinkinderen op bezoek, gaan pas in de eerste week van september vertrekken vanuit Rügen naar Nederland omdat een zoon dan een pas gekochte boot naar huis vaart. 

Tussen al dat kletsen door hadden we ook nog een leuke Lock-Kino: het ging helemaal niet zo goed met de Annalena. Het echtpaar schreeuwde steeds naar elkaar (nou, het klonk als commanderen en elkaar dingen verwijten) en de boot lag een keer bijna dwars in de sluis. We waren blij dat ze achter ons lagen!

Op een stenen dijkje, bij de ingang van het meer Roxen, zien we een mooi kunstwerk. Roestig ijzer van bijna negen meter hoog. Het is een wandelende man, gemaakt van twee haaks op elkaar geplaatste platen. Van welke kant je ook kijkt, je ziet altijd hetzelfde silhouet. Zó goed!

't Was trouwens een heel gedoe om dit beeld, Dubbelgångaren (dubbelganger), van Kent Karlsson, hier te krijgen. Graafmachines, lassers, en een 30-tons kraan waren nodig, en het Zweedse leger hielp met een gigantisch ponton. 


Oh, we konden weer heerlijk zeilen op het meer Roxen. De wind was soms wat vlagerig en schifte wat, de borden en pannen en mokken schoven weer op hun plek, en wij genoten. Het eerste deel van het meer was breed en diep, het tweede deel (van de ongeveer dertig kilometer) lag vol met rotsen onder water dus daar moesten we de vaargeul houden. We zagen weer mooie eilanden en enorme rotsen. En vlak naast die rotsen is het soms acht meter diep, ongelofelijk toch?

In het zonnetje moesten we even wachten bij Norsholm, aan de andere kant van het meer. Aan een hoge kade, waar je eventueel (maar liever niet) zou kunnen overnachten. Eerst moesten we door de spoorbrug (waar een lange boomstammentrein over ging), toen kwamen we direct in een sluis met miniem verval waar touwen hingen waar je je aan vast kon houden, en toen direct de draaibrug. Die heet Gammla E-4 klaffbro, en ziet er inderdaad wat gammel uit. 

De lange steiger was vol. Maar we mochten aan de voor de Wilhelm Tham "reserverad kajplats" gaan liggen, want Wilhelm kwam pas de volgende dag. Mooi!

Norsholm is een klein plaatsje met ongeveer 500 inwoners, een ICA, een cafeetje, twee jeugdherbergen annex restaurants. Ze noemen het jeugdherbergen, maar het zijn eigenlijk hotels met simpele kamers. Vaak moet je buiten naar de douche en het toilet, zo simpel. Op het internet kwam ik een foto tegen waarop Norsholm, de sluis, de bruggen en het begin (voor ons het eind) van de Roxen staan.


We troffen het, want er kwamen een boel oude auto's bijelkaar. Hoe het echt is ontstaan wist niemand ons te vertellen, maar we lazen dat na de oorlog veel Zweedse jongeren goedkope tweedehands Amerikaanse auto's kochten. Er schijnen nu meer klassieke Amerikaanse auto's in Zweden te zijn dan in Amerika!

's Zomers treffen ze elkaar vaak voor een praatje, dan eens hier, dan eens daar. Wij zagen de "oudere jongeren". Niet de raggare-groep, waar veel muziek en drank bij te pas komt. Nee, hier was het gewoon genieten en poetsen. Alcohol is uit den boze, want Zweden heeft een zero-tolerance beleid.

Op weg van de ICA naar de boot staat sluiswachtershuis met een jordkällar. Dat is een buitenkelder, bedekt met een dikke laag aarde en stenen. We hadden ze al vaak bij huizen gezien, waarschijnlijk als handige opslag maar niet meer voor voedsel. Hier stond de deur open en zagen we dat het een best grote ruimte is. En lekker koel!

En toen werden we gisteravond gebeeldbeld. Dat is niet zo bijzonder, maar de kids waren wel heel erg druk en giechelig. En ze hadden het wel een minuut lang over een verrassing. En dat was: ze kwamen bij ons op bezoek!

Anneke en Jan waren te laat met het boeken van de boot naar Noorwegen en hadden de brug naar Malmö genomen. Wij dachten dat ze langs de westkust naar Noorwegen zouden rijden, maar nee: ze wilden even naar ons! Nou, dat is toch een enorm leuke verrassing! En voor hen een omweg van toch zeker 600 kilometer. 

We hadden bedacht om vandaag te gaan fietsen naar Lovstad maar bleven lekker aan boord. Bedden opmaken, zwemmen, en even klussen: met de morsebediening in de kuip kunnen we opeens niet meer de boegschroef naar bakboord bedienen. Dat merkten we bij 't aanleggen, en we hebben het kunnen repareren. De muggenhor hangt weer strak, de koelkast is superschoon, een los dopje is vastgelijmd en we hebben de SKSwedstrijd gezien.

We liggen nu aan het eind van de steiger, heerlijk rustig. De Elisabeth ligt achter nu ons en we hebben vanochtend de perikelen van meneer Waterkoker weer meegemaakt (die man die we in Vassbäcken en in Borenshult met de zekeringen van de electriciteitspaal zagen klungelen omdat hun waterkoker meer dan 6 ampère vraagt). Het is een stugge volhouder!

De Annalena, waarmee het in de sluizentrap niet zo vloeiend ging, had bij 't aanleggen ook al moeite. Gelukkig stonden er mensen op de kant die ze hielpen, anders hadden ze er vannacht nog niet gelegen. Meneer kwam nog even bij ons om zijn hart te luchten. Niet over het varen, maar over zijn rijke broer waar hij nu misschien ruzie mee heeft omdat ze niet naar diens bruiloft in Amerika waren gegaan. Okee.....

Ha, en toen waren ze er zomaar. Het was weer supergezellig! Heerlijk warm, dus we hebben met zijn allen lekker vaak gezwommen. Wij hadden voor eten en drinken gezorgd natuurlijk, de camper stond super dichtbij (de derde van rechts op de foto), het speelgoed en de Donald Duckjes hadden ze gauw gevonden, en we hebben heerlijk gekletst, geknuffeld en veel gelachen. 

Aan Marit en Hidde was verteld dat ze bij ons zouden eten, maar niet slapen. Maar toen hadden ze niet op Pake en Beppe gerekend natuurlijk, want wij hadden de bedden van de kids al opgemaakt. En die wilden graag weer een nachtje op de boot. Dus het werd een extra groot feest! Heerlijk!