dinsdag 26 mei 2026

Grijze goede dag naar Lilla Edet

Op deze grijzige dag hebben we ruim dertig kilometer afgelegd, en daar iets meer dan zes uur over gedaan. Dat klinkt erg lang, maar is te verklaren. Want we hadden de stroming tegen. En we hoefden niet zo snel, dus we hielden onze normale snelheid aan maar schoten iets minder snel op.

En bij de sluis van Lilla Edet moesten we een uur wachten omdat de tanker die vlak achter ons voer voorrang had. Logisch. De Oraness vulde de sluis bijna helemaal op, daar pasten wij niet bij in.

En het sluizen zelf duurde ongeveer een half uur, dat telt ook nog mee.

Maar: het was een leuke dag! We genoten van de slingerende rivier met de mooie uitzichten op bergen en huizen. Het was overal hartstikke diep, maar buiten de vaargeul zagen we zwanen met hun kop onder water, rotsblokken en rietjes. Dus we bleven braaf in de geul.

De huizen staan soms best dicht op het water, soms verder weg, soms op de berghellingen. Ze zijn vaak rood. Falu Röd noemen ze het. De verf krijgt zijn kleur van de aardpigmenten die uit de mijnen komen. Eigenlijk is het een bijproduct van de kopererts-winning. Want daar komt ijzerhydroxide bij vrij, en als dat oxideert krijgt het die mooie matte rode kleur. Dus eigenlijk is het gewoon roest. Falun is de plek van de mijn, en röd betekent rood.

Mensen die vlak bij de Göta Älv wonen hebben niet zoveel met het water. Slechts heel af en toe zagen we een bankje, een plateautje of terras. Zwemtrapjes al helemaal niet. Het zal wel vaak te snel stromen. Maar ergens had er wel iemand een bank op een rots vastgezet, met extra lange voorpoten zodat hij/zijn toch lekker kan zitten.

Het was rustig vandaag. We zijn één tanker tegengekomen en de Diana. Een klassiek riviercruiseschip uit 1931 dat heen en weer vaart over het Götakanaal. En de Oraness uit Svendborg kwam ons dus achterop. Toen hij ons passeerde lagen we aan een hoge wachtsteiger, en er kwam iemand uit de hoge stuurhut om naar ons te zwaaien. Hij stak zijn duim ook nog omhoog. Leuk!

Oh, toen we de sluis in voeren wilden we aan bakboord liggen. De sluis is bijna honderd meter lang en dertien meter breed, dus we hadden het voor het uitkiezen. We zouden 6,5 meter omhoog gaan. Maar er waren heel weinig bolders in de muur. Drie. Dus om de drie meter ongeveer. Okee, dan zoeken we bij gebrek aan glijstang een trap. Was er niet aan bakboordskant. Toen zijn we nog even naar de stuurboordskant van de sluis gegaan. Dat kon allemaal, want de sluisdeuren gingen langzaam dicht. En potverdikke, de gashendel liet  los. Dus Hidzer ging snel naar binnen om daar te sturen en ik legde de lijn van onze middenbolder aan de trap. Alles prima.

Toen we omhoog geschut werden repareerde Hidzer de gashendel (het bleek een losse schroef te zijn) en ik verlegde onze lijn steeds een traptrede of vijf. We hadden het gelukkig allemaal onder controle.

Na het uitvaren van de sluis moesten we direct (en dat was echt al na een meter of veertig) naar rechts, de overnachtingshaven van Lilla Edet in. Ze noemen het geen jachthaven, want er is niets. Geen water, geen stroom, geen sanitair. Veel mensen vinden het maar niets, wij vinden het wel leuk.

Het oudste sluisje van Zweden ligt hier naast. Het is gebouwd in 1607. Zeggen ze. In die tijd was er hier een soort waterval van een meter of vier. Boten die hier langs wilden moesten aan wal worden gebracht en langs de waterval gesleept. Dit schijnt ook gebeurd te zijn in 1064 toen koning Harald Hardrada van Noorwegen met 60 vikingschepen de rivier opvoer naar het Vänemeer.  Dat zal een leuk spektakel zijn geweest!

Maar helaas: het oudste sluisje van Zweden is nauwelijks te zien. Zeg maar: het is verwaarloosd. Jammer!

De charme van het stadje hebben we nog niet ontdekt. Ja, een leuk pad naast grote rotsen, een goede supermarkt, natuurlijk een begrafenisondernemer (zien we hier overal op prominente plekken), en een pizzeria waar het heerlijk rook.

We liggen aan een kade, met uitzicht op het stadje en de Göta Älv. Er gebeurt niet zoveel. Drie Zweedse jachten liggen hier, en wij. We hebben op AIS gekeken of er nog een groot schip aankomt, die we even in de sluis kunnen zien, maar nee. Ook dat niet.

Nou, dan maar weer een lekker rustige avond. Morgen willen we fietsen!

maandag 25 mei 2026

Lekker fietsen

Vandaag hebben we lekker gefietst. Geen Elfstedentocht, zoals vandaag in Friesland werd gereden, maar de Achtdorpentocht. Zelf bedacht.

We begonnen bij de uitkijktoren waar we de boot prachtig zagen liggen, deden bij een geweldige supermarkt (Ica Maxi) boodschappen voor een picknick, en maakten een rondje van ruim dertig kilometer. Heuvel op, heuvel af. Langs rotsen, door bossen, door dorpen en gehuchten, met uitzicht valeien en op de Göta Älv.





Brievenbussen staan hier in de dorpjes allemaal bij elkaar. Dat is erg handig voor de postbode, die in een auto rijdt met het stuur rechts. Zo kan hij blijven zitten, zijn raampje opendoen en de post in de bussen leggen. 
Trouwens, we zagen ook een brievenbus waarvan de mensen geen reclame-folders willen. Ze gaan er hun billen mee afvegen, volgens de sticker!



Een picknickbankje zagen we nergens, dus toen zijn we in een dorpje naar de kerk gefietst. Daar vlakbij stond een picknicktafel, lekker in de luwte (het waaide best flink) en in de zon. Met uitzicht op de kerk hebben daar lekker geluncht.


De rest van de middag was weer een lekker lui: in de kuip, in de zon, heerlijk!

Morgen gaan we weer verder, ongeveer 30 kilometer met één sluis. 

zondag 24 mei 2026

Naar een steiger bij een vesting

We wilden de opening van de Göta-Älvklaffbro om 9:35 halen en zijn ruim op tijd naar de wachtsteiger gegaan. De brugwachter vertelde dat we rond half tien alvast naar de brug konden varen, dan zou hij de brug bedienen.

Alles verliep prima, tegelijk met ons gingen drie zeiljachten vanaf de andere kant door de brug. Een paar kilometer verderop staat een lage spoorbrug. Via hetzelfde marifoonkanaal riep ik dezelfde brugwachter op, die bijna verbaasd reageerde. Hij zou de trein bellen en ons terug oproepen.

Dat gebeurde en de mededeling was dat we een half uurtje moesten wachten, en dat we er dan misschien door konden. Hij zou ons oproepen.

Bij gebrek aan beter gingen we aanleggen aan een verboden reuzesteiger. Duidelijke borden dat dit niet mocht, maar ja.... We zijn Nederlands, we zijn toerist, er ligt verder niemand en er is geen andere mogelijkheid.

Het leverde ook geen enkel probleem op hoor. We hadden tijd genoeg voor kofffie met taart. De brugwachter riep ons op, hij draaide de twee spoorbruggen (die vlak achter elkaar liggen) en we sjeesden vlotjes verder.

Even later hoorden we de Belg op de marifoon. Hij wilde graag een opening voor de hefbrug, maar moest ruim anderhalf uur wachten. Tenzij er een vrachtschip aan zou komen waar de brug ook voor geheven moest worden, maar dat wist de brugwachter nog niet.

De Göta Älv deed ons denken aan het zuidelijk deel van de Donau. Met veel oude meuk op de wal in de zin van oude fabrieken, verwaarloosde boten, oude woonboten, en vooral: boomstammen! Toen we vertrokken van de wachtsteiger konden we gelukkig een flinke boomstam (wel zes meter lang) ontwijken, en we zagen veel van die obstakels half op de wal en half in ’t water liggen.

De meerpalen hebben ook hier van die rare uitsteeksels. Je kunt zien waar je bent, want de aanduidingen staan ook op de kaarten, maar wij zijn het duidelijk niet gewend. Juist als plezierboot wil je de rand van de vaargeul aanhouden, maar gaat hier dus niet goed. Mooi wat meer in ’t midden varen dus. Nou  was dat geen probleem, want het was erg rustig. We zijn twee zeiljachten en een Nederlandse coaster uit Spijk (Groningen) tegengekomen. De zon scheen, het was echt leuk om hier te varen.

Toen we de stad uit waren was er her en der nog wel industrie, maar we keken meer naar de bergen. Bijzonder hoor!

We liggen nu sinds half twee aan een steiger bij het Bohus kasteel. De voorloper hiervan werd al in 1250 gebouwd door een Noorse koning. Na eeuwenlange oorlogen en belegeringen, in bezit van Noren en Denen is het nu al een tijdje Zweeds en kun je er eten, trouwen, het museum bekijken en leren over de geschiedenis ervan.

Dat geloofden we wel. Wij wilden het stadje Kungsälv, waar het kasteel nu bij hoort, bekijken. De buitenwijk is erg leuk, met een keienweg en prachtige huizen.

Toen we verder in ’t centrum kwamen bleek dat op een enkel terras na wat uitgestorven en deed het ons denken aan een anonieme stad. Dan maar weer terug naar “onze” buitenwijk. Daar zijn we de kerk nog even binnengeweest omdat er werd geoefend door een koor.

We liepen nog een rondje om het kasteel en luierden daarna lekker in de zon in de kuip. Heerlijke dag!

zaterdag 23 mei 2026

Naar Göteborg

Hidzers verjaardag, in Zweden. Gisteren wilde ik nog een taartje maken, maar dat is ‘m niet meer geworden. Mentaal te moe. Waarschijnlijk gewoon het feit dat we in Zweden zijn aangekomen. De bodem voor het taartje heb ik vanmorgen voor vertrek nog wel gemaakt, en de vulling toen we op de wachtsteiger lagen, dus vanmiddag hebben we er nog wel van kunnen smullen. Hoewel, de bodem was niet helemaal geslaagd, die was te kruimelig.

Maar voor we het taartje aten was er al van alles gebeurd. Gisteravond waren we er achter gekomen dat het vandaag Pinksteravond is. Aan Tweede Pinksterdag als vrije dag doen ze niet meer sinds 2005, maar vandaag wordt gevierd alsof het een feestdag is. De supermarkt is gesloten volgens de website. Oei, maar goed dat we gisteren boodschappen hebben gedaan.

Toen we op tijd (lees: vroeg, voor half negen!) in bed lagen, hoorden we nog twee mannen naast de boot praten. In ’t Zweeds, dus we maakten er niet veel van, maar wel iets van “aluminium” en “staal”. Er werd zelfs even op de boot geklopt om te horen van welk materiaal het gemaakt is. Grappig!

We hadden gezien dat de hefbrug slechts een paar keer per dag wordt geopend voor recreatief verkeer, en omdat het nog iets van 22 kilometer varen is wilden we de brug van 11:35 uur halen. Omdat we toch vroeg wakker waren (dat krijg je er van als je vroeg gaat slapen) zijn we op tijd vertrokken. De zon scheen, we hoefden geen thermo-kleding en zeilpak aan, maar er was best wel wind. Ook achter de rotseilanden. Dus de fok kon mooi uitgerold worden.

Het was niet druk op het water: wat kleine speedbootjes, af en toe een pont (groot en klein), en militair oefengedoe in supersnelle zwarte rubberboten.

De zon werd wat minder, dat was jammer. Maar oh, wat zijn die rotsen mooi! Soms was het wat lastig om de koers te vinden, omdat op de (digitale) kaart heel veel kruisjes (onder-water-rotsen) en gele vlekken (rotsen) staan, en in het echt zie je die eerste niet en die tweede kunnen klein en groot zijn. Maar alles wees zich ook wel weer en zonder stress voeren we naar de stad.

We kwamen ook een rots met een huisje tegen dat erg deed denken aan het kinderboek Stoarmstynke. Zó leuk!

In Göteborg loopt de Göta älv, de rivier die van het Vänermeer naar het Kattegat (en dus de Noordzee) loopt. Een brede rivier. We hadden de stroming tegen, maar dat was verwacht. Verderop, bij Trollhättan, is een sluizencomplex die er voor zorgt dat de rivier bevaarbaar blijft. Maar zelfs nu, met die sluizen, wanneer het heel veel geregend heeft, kan het nog gevaarlijk zijn. In 2001 moest de rivier maandenlang 1100 kubieke meter per seconde afvoeren, wat een verhoogd risico op aardverschuivingen met zich meebracht. Nou, zo ver zal het nu wel niet komen, maar we hebben wel ontzag voor de Göta älv.

En we genieten er van! Eerst van de grote schepen, van meer dan 300 meter lang, die gelost en geladen worden, en na een paar kilometer van de stad. Daar varen ook nog vrachtschepen, coasters die naar het Vänermeer varen, maar deze zijn ongeveer 100 meter lang. In de stad, meer bij het centrum, staan oude gebouwen en moderne gebouwen. De Karlatornet, is het hoogste gebouw in deze regio: 245 meter. Verdeeld over 74 verdiepingen kun je er wonen, werken, logeren in een hotel en drinken in een skybar.

We waren mooi op tijd, rond 11 uur, bij de wachtsteiger voor de Göta-Älvklaffbro, de hefbrug. Een rare naam, want klaffbro betekent klapbrug. Het zou lyftbro moeten zijn. Maar dat maakt niet uit, we lagen bij de goede brug. Het golfde nogal bij de lage steiger, vooral door de rondvaartboten die met flinke snelheid langs voeren. Via de marifoon zocht ik contact met de brugwachter. Een mevrouw vertelde me dat het een feestdag was en dat er een speciale run zou zijn, misschien kon de brug niet open. Oh.. Ze zou even informeren en ons via de marifoon weer oproepen.

Het duurde niet lang en ze had geen goed nieuws voor ons. Ze had het dubbel-gecheckt, maar de brug mocht na 11:00 uur niet geopend worden, pas om 18:35 uur weer. Jammer!

We zijn een poos aan die steiger blijven liggen, maar omdat we na deze brug nog ruim 17 kilometer moeten varen zou het wel laat worden. Immers, we hebben de stroming flink tegen. Nou, dan maar in de dure naastgelegen haven. We zijn nu eenmaal in Göteborg.

Pas na twaalven zagen we de eerste lopers over de brug. Het blijkt de grootste halve-marathon van de wereld te zijn, de Göteborgsvarvet. Er doen 55.000 mensen aan mee. En die kwamen allemaal over “onze” brug en langs “onze” haven. We hebben natuurlijk een poosje gekeken, en sommige mensen aangemoedigd. Niet dat we ze kennen, maar ze droegen allemaal een hesje met hun naam er op. Zó leuk!

Een wandeling door de stad was vandaag minder interessant. Zowat alles was gesloten, de hele binnenstad was afgezet, er liep bijna niemand op straat, er reed geen bus, kortom, het was een verlaten boel.

Na een half uur geloofden we ’t wel, en zochten de weg weer terug  naar de haven. Die is knap vol. We zagen een Belgisch jacht, en verder alleen maar Zweden. Zeiljachten en motorjachten. Van groot tot erg groot.

Het grote voordeel van liggen in een buitenlandse haven waarvan je de taal niet verstaat, is dat je ook niet geneigd bent om te luisteren. Ze kletsen maar een eind weg. Tot we in ’t Engels aangesproken werden door een paar jongens die ijsjes uitdeelden. Daar wilden we wel even naar luisteren, haha.  Het ijsje had de vorm van een bootje, maar het koekje was erg slof. Als dit iets nieuws is, wordt het vast geen bestseller.

Vanavond hebben we ter ere van Hidzers verjaardag een uitgebreid kaasplankje gehad. Enorm lekker, met zelfgemaakte tapenade en rode pesto, druiven, Deense kaasjes uit Lӕsø, vijgen en stokbrood uit Göteborg.

Dat, samen met de vele felicitaties, telefoontjes en beeldbellen maakte het een leuke verjaardag, vond Hidzer. Maar vooral de opmerking van Marit blijft hangen “ik zou heel graag even door de telefoon naar jullie toe willen kruipen”. Als dát zou kunnen!

vrijdag 22 mei 2026

Yes, we zijn in Zweden!

Vandaag zijn we wat later vertrokken, rond half tien. Dat was het beste, vertelden de weermannen. De wind was eerst wat tegen en te sterk maar zou rond negen uur draaien en wat afzwakken.

Dat draaien klopte, en dat afzwakken ook. Maar iets te veel naar onze zin. Het schoot niet echt op, en omdat het toch bijna 30 mijlen is voordat we tussen de scheren (een kuststrook die bestaat uit duizenden kleine, door gletsjers gevormde rotseilandjes) zouden varen, wilden we wel een beetje tempo hebben. Dus de motor moest er bij aan.

Na een uur of twee streken we het zeil en draaiden de fok in, want er was geen wind meer. Maar nog wel golven. Uit twee richtingen leek het wel, dus we schommelden als een nijlpaard in de modder. 

Bij het passeren van de shipping lane hadden we geluk: we hoefden niet uit te wijken. Het is een wat vreemde shipping lane, een soort splitsing, dus de grote schepen hadden niet allemaal dezelfde koers, en sommige gingen ook nog buiten de markering!

Onze AIS heeft zijn geld wederom opgeleverd, wat zijn we er blij mee!

Het ankergebied voor die grote schepen is groot. Zo'n 10 bij 10 kilometer, op ruim 30 meter diepte. Er lagen er minstens 24. Niet allemaal gewoon geparkeerd, want er kwamen bunkerschepen langs, en soms werd een loods gebracht waarna het schip Göteborg in mocht varen.

Het werd steeds warmer, dus zelfs de zeilbroek kon uit. Dat was lang geleden!

Het was weer even zoeken waar de vaargeul tussen de rotsen liep. Best weer even spannend, maar alles wees zichzelf dankzij onze navigatie-software.

Oh, en mooi, die rotsen! Veel kleine, waar je niets mee kunt, maar ook grotere waar huizen op staan. Soms één, soms een stuk of vijf. Er stonden mensen op het terras van hun huis die heel enthousiast naar ons zwaaiden. Dat is een leuk welkom!

Tegen vier uur hadden we aangelegd, in de haven van Donsö. In het oude vissersdorp staan nog steeds de prachtig bewaard gebleven historische houten huizen, zoals die van Pipi Langkous en de verweerde vissershutten. Donsö is een autovrij eiland, dus de locals rijden er in een soort golfkarretjes. 

We hebben samen gedoucht, en omdat ik een taartje wilde maken zijn we nog even naar de ICA gelopen. Daar hadden we Google Translate nodig om de slagroom te vinden, en de hulp van een aardige meneer voor de roomboter. Dat is er in drie soorten: gezouten, iets meer gezouten en best wel zout. 

We zagen dat de ICA morgen pas om 9:30 uur opent. Niet omdat het zaterdag is, nee, alle dagen. Okee, daar moeten we dus even rekening mee houden.

Tussen half zes en zeven liep de haven opeens vol. Waar iedereen vandaan kwam weten we niet, maar 't zijn allemaal Zweden. 

We hebben getoost op onze aankomst in Zweden, en zijn hartstikke blij met de lange dagen die we gedaan hebben. Veel andere keus heb je hier ook niet trouwens. En wat zijn we blij met de boot, die de golven op zo'n manier oppakt dat we meer deinen dan slingeren. Heerlijk!

De rubberboot ligt opgerold voor op het dek, de self-made pizza staat in de oven, het wordt geen latertje vanavond.