woensdag 13 mei 2026

Bijzondere luchten rond Svendborg

Vannacht heeft het geregend en flink gewaaid, dat hebben we af en toe gemerkt maar we hebben heerlijk geslapen. De weermannen vertelden dat we het best na tienen konden vertrekken dus we zijn na ’t ontbijt nog even gaan wandelen.

Søby is niet zo’n charmant dorp en je bent er ook zomaar doorheen. Gelukkig had de supermarkt vers brood, dat is weer een plusje.

De miezerregen was gelukkig gestopt toen we vertrokken, en de wind stond erg gunstig.

Grappig is dat we op de AIS een Nederlands passagierschip aan zagen komen, van 15 meter lang. Dat is niet lang voor een passagiersschip. Het heette Roerdomp. Maar toen het dichterbij kwam vermeldde AIS dat het een zeilschip was. En nog weer later dat het Flamingo heet. En het voer de Duitse vlag. Gevalletje van boot gekocht en AIS nog niet goed overgezet? Geen idee, wel verwarrend.

Het was fris, dus we hadden handschoenen aan. Het was ook wat grijzig, maar we hadden goed zicht. We zagen een paar grote veerboten naar en van Æroskobing varen (een andere stad op het eiland Ærø), en een kleinere die kleinere eilanden aandoet. Volgens ons heeft elk bewoond eiland hier een veerhaven(tje).

Toen we in de betonde vaargeul tussen een paar eilanden kwamen, nam de wind flink toe. Er kwam een bui aan zo te zien. Hidzer reefde het zeil, en vlak voor een grote veerboot ons inhaalde deden we de motor aan en rolden de fok in. Dat was even nodig. Daarna kon de fok weer uitgerold en de motor uit.

Bij Svendborg zagen we weer donkere luchten. Er kwam niet veel wind uit gelukkig, maar wel regen. Jammer! Het is juist zo mooi om met zonneschijn over de Svendborg Sund te varen, door de stad heen. De wind hield er ook nog mee op, misschien door de heuvels/bergen, dus we gingen op de motor verder.

Hier kwam ons nog de mooie veerboot van Æroskobing voorbij. 

We kregen zelfs een flinke hagelbui! Gelukkig was die over toen we bij ons ankerplekje aankwamen, maar het dek was nog wat glad. En geloof het of niet: daarna was het droog en kwam de zon. We hebben nog lekker buiten gezeten, en verbaasden ons over de wolken en de kleuren van de lucht. Want het dreigde steeds wat te gaan regenen, maar dat gebeurde niet.

We liggen hier prima, op een goed ankerplekje, ten zuidoosten van de stad Svendborg, bij het dorpje Troense. Hier zwemmen in verhouding veel bruinvissen, of beter gezegd: ze laten zich hier meer zien. Zó leuk!

We hebben nog gebeeldbeld met Marit en Hidde, die vol verhalen zaten over traktatie en sportdag en vier dagen vrij en dat ze vanavond bij elkaar op Hidde’s kamer mogen slapen.

Morgen hopen we weer een stukje verder naar het noorden te gaan, maar de weermannen zijn het nu nog niet eens over het vervolg. Nou ja, we zien wel.

dinsdag 12 mei 2026

pas laat (voor ons doen) vertrokken naar Søby op Ærø

Het was koud vannacht. We hebben de hele nacht onze quilt over het dekbed gehad. In 2012 heb ik elke dag een huisje gemaakt, met de hand. Zelfs op reis met de Amigo naar Denemarken was ik er mee bezig. Er moeten hier nog wat restjes stof en draadjes op de bodem liggen..... Maar goed, de quilt doen we dus over als het dekbed niet warm genoeg is, en meestal schuiven we ‘m ergens in de nacht van ons af. Vannacht dus niet.

Een meneer, die aan de steiger werkte, vertelde dat hij vanochtend zijn ruiten moest krabben, dus we hebben ’t ons niet verbeeld. Trouwens, vanaf nu gaan we op houten steigers netjes over de steunbalk lopen. Want meneer haalde een plank los waar wij al vaker over gelopen waren, en brak er  zomaar zonder moeite een stuk af. Verrot! Dat hadden we niet gezien. Maar goed ook, maar toch...

We hebben gewacht tot bijna 12 uur, toen zijn we pas vertrokken. De storm viel mee, was gewoon harde wind geworden vannacht, maar die wind kwam uit het noordwesten en ging dus in de lengterichting van de Kleine Belt. Met flinke golven natuurlijk. De weermannen voorspelden een prettiger windje vanaf 12 uur, met om een uur of vier weer wat pittigs.

Intussen was ons plan flink veranderd. Eerst wilden we hier blijven liggen omdat die storm zou waaien. Maar die waaide niet. Plan B was om naar het noord-noord-westen te varen naar Assens. Dat bleek een verkeerde windrichting te worden. Plan C was om naar het eiland Lyø te gaan, richting noord, om de volgende dagen aan de linkerkant van Funen naar het noorden te gaan.

Maar de volgende dagen wordt de wind niet gunstig voor die route. Dus het werd plan D: langs de oostkant van Funen, en vandaag naar het dorp Søby op het eiland Ærø.

Het wachten viel wel mee hoor: we deden een paar klusjes, dronken lekker in de zon koffie, en tot onze verrassing beeldbelde Maaike, die met Ids op bezoek was bij Oerbeppe. Oerbeppe vond het een klein wonder, dat ze ons zomaar zag.

Er stond een leuk windje met vriendelijke golven, dus het was een goed idee dat we even gewacht hadden. De zon was wel snel verdwenen, dat was wat jammer. Bij het noordelijke puntje van Ærø kwamen we langs de vuurtoren Skjoldnӕs, en vanaf daar ongeveer hadden we een ruime wind (bijna voor de wind zelfs) naar ons haventje. De planning was prima, want er kwamen steeds meer witte kopjes op de golven.

Na een tochtje van drie uren lagen we op een mooi plekje in de haven van Søby. De flinke zeewering van gestapelde rotsen wordt van zijn plek gehaald. Dat geeft wel wat lawaai, als de kraan de flinke rotsblokken in een vrachtwagen laat vallen, maar het was ook mooi om te zien. Knap hoor, zoals de kraanmachinist ook nog de kleinere rotsblokken op de grond legt, als een nieuw weggetje. Want hij moet steeds een stukje verder rijden natuurlijk.

En de vrachtwagenchauffeur! Die moet steeds een heel stuk achteruit rijden om bij die kraan te komen. Over die rotsblokken! Vlak naast de zee..... Alles aan die six-wheel-drive wagen kon bewegen, het was heel bijzonder om te zien. En heel gek: er lag een Zweeds jacht vlakbij. Als wij hem waren hadden we een ander plekje gekozen.

De havenmeester, die hier persoonlijk langskomt, vertelde dat de haven uitgebreid wordt: de zeewering komt 100 meter verderop, vooral om een betere draaiplek te creëren voor de veerboot en de vrachtschepen. Want de werf hier, met zijn dokken en kranen, is een van de grootste overgebleven scheepswerven van Denemarken.

We zagen twee zusterschepen. Denken we. Ze lijken heel veel op elkaar. De Arctica Hav (hav betekent ‘groot water, oceaan’ in het Deens) en de Pregol Hav. Apart is wel dat de Arctica geregistreerd is in de Bahama’s en de Pregol in Antigua en Barbados.

De Arctica Hav vertrok en de Pregol Hav ging in het droogdok liggen.

Af en toe vielen er wat druppen, en de wind nam wat toe. We hebben nog geholpen een zeiljacht aan te leggen die het zonder ons niet redde door die wind.

We keken niet alleen naar die kraan en vrachtwagen, maar ook naar andere jachten die aanlegden aan die lange steiger, en vanavond kwamen er wel 20 jongens op brommers en motoren met enorme vlaggen de parkeerplaats op rijden. Ze gingen een poosje de kroeg in en later met veel uitlaat-lawaai weer weg. Grappig.

Ook grappig is het wachtwoord van de wifi hier: Realmadrid

De veerboot kwam, ging en kwam en ligt nu aan de kant. Het is trouwens niet zo’n geweldige haven, maar ach, we liggen hier veilig en de supermarkt (Super Brugsen) grenst aan de haven. Wat wil je nog meer?

maandag 11 mei 2026

Naar het haventje Mommark, nog op het eiland Als

Het was een grijze winderige dag vandaag. We waren vroeg wakker, vroegen advies van de weermannen (lees: we raadpleegden drie weer-apps) en besloten direct te vertrekken. Aan het eind van de middag zou er meer wind komen, misschien tegenwind, daar wilden we niet op wachten

Wij vertrokken van ons ankerplekje, een andere zeilboot verliet de haven. En dat nog voor half acht! Het eerste stuk (tien mijl) konden we lekker zeilen, maar de laatste vijf mijlen helaas niet. We hielden de kleine fok uitgerold zodat we niet zoveel last van de golven hadden, en we voeren er een kilometer sneller mee.

Heel dicht bleven we niet bij de kust, en omdat het zo grijzig was zijn de foto’s niet echt gelukt. Het was niet mistig of regenachtig, maar gewoon grijs. En best koud. De weermannen hadden het over een gevoelstemperatuur van 5 graden, dat viel niet echt mee. Het laatste deel hebben we dus lekker binnen sturend gevaren. Maar oh wat weer leuk: we hebben een paar keer bruinvissen gezien. In totaal telden we 11. Dat is toch weer een kadootje op deze dag.

Het haventje van Mommark is niet groot. Met een omweggetje om de ondiepte te vermijden voeren we de haven in. De ingang is vanaf zee niet zo makkelijk te vinden, maar als je goed op de kaart kijkt is er niets aan de hand. Niet zo groot dus, maar wel gezellig. Met een drukbezocht restaurant, veel ruime plekken voor caravans (waarvan velen een prachtig uitzicht hebben op de zee) en een nieuw ingericht sanitair-keukengebouw.

We hadden het al verkend gisteren, en een plekje bedacht waar we wilden liggen. En dat was nog vrij. Aan een houten steiger bij de hoge wal, waar flinke struiken staan. Er waren twee Duitse jachten aan de drijvende steigers, en er kwamen later vandaag nog drie Duitse jachten bij. Die allemaal in het keukengebouw gingen koken, eten en afwassen. Handig, maar wij vonden het niet een gezellige ruimte.

Volgens ons liggen we hier goed als de harde wind komt, maar vanmiddag waren de weermannen het weer niet eens over hun voorspelling. Misschien komt er wel geen stormige wind. Nou ja, dat zien we morgen dan wel. Vertrekken kan altijd, liggen blijven ook.

Vroeger liep er een spoorlijn tussen Sønderborg en Skovby, en als je de afslag naar Mommark nam kon je hier op het station overstappen op de veerboot naar Faaborg op het eiland Funen. Maar in 1962 stopte de spoorlijn, en even later de veerdienst ook. Nu kun je van het iets noordelijker dorp Fynshav met de veerboten naar de eilanden Funen en Ærø. Dat verklaart de goed beschermde haven natuurlijk, waar de oude veerbootsteiger nog altijd ligt. Maar nu hebben twee vissers hier hun vaste plek.

Eén van de twee vissers die hier “wonen” kwam binnen met zijn vangst, we hadden mooi zicht op zijn bezigheden. Met een kraantje werd een groot pakket, bedekt met een isolatie-hoes, uit de boot getakeld en met een heftruck in zijn koelopslag gebracht. En aan het eind van de middag werden twee pallets (ook de vangst van gisteren?) op een pickup-wagen gezet en daar reed hij mee weg.

Wij hebben een eind langs zee gewandeld. Eerst naar het noorden, later nog een stuk zuidelijker dan de haven. Het Alsstien, waar we gisteren ook deels over gefietst zijn, loopt hier pal naast het water. Het loopt niet zo lekker maar is wel erg leuk. De kust kavelt soms wat af, bomen zijn omgewaaid en er lagen mooie stenen op het strand. Het is geen strand zoals wij het kennen aan de Noordzee, hier is het stenig en met veel wier.

Richting het dorpje (de haven ligt er een eind van af) staat een prachtig gebouw: Syd Mommark & Sønderborg Handelsskole. Het lijkt ons geen straf om op deze locatie naar school te gaan.

De voorspelde regen bleef uit, maar we zien nu donkere wolken aankomen. Ach, we houden het vast wel droog, lekker warm en gezellig binnen.

zondag 10 mei 2026

Fietsen rond Sønderborg

Vandaag hebben we slechts een uur gevaren. Pas aan het eind van de dag. Want we wilden fietsen vandaag.

Het was niet zo warm, ongeveer 14 graden, maar de zon scheen vaak en er was weinig wind. Prima fietsweer dus.

We kwamen over een stuk van het Gendarmstien. Ontstaan toen in 1920 de grens tussen Duitsland en Denemarken werd herzien. De Flensburger Förde werd de grenslijn en vanaf dat moment patrouilleerden Deense gendarmen langde de noordoever van de fjord om smokkel tegen te gaan en deze grens te bewaken.

En we deden een stuk van de langste fietsroute van Denemarken, de N8. We kwamen langs de kust, door dorpjes, soms op goede fietspaden langs de doorgaande weg, door bossen, en het ging veel heuvel-op-heuvel-af.

We namen een kijkje bij Horup Havn, waar we nu voor anker liggen, en bij het haventje van Mommark, waar we misschien morgen naar toe gaan om de voorspelde storm van dinsdag “uit te zitten”.

Dat zien we nog wel. We hebben vandaag dus lekker gefietst, ongeveer 50 kilometer, en na een uurtje varen liggen we bij het dorp. Het uitzicht (de huizen) doen wat rommelig aan, maar achter ons zien we de grote baai met links de vaste wal van Als en rechts de kust van het schiereiland Kegnaes. Mooi plekje!

zaterdag 9 mei 2026

Naar het Deense Sønderborg

Er was best wel wind vannacht, maar we lagen goed. We slingerden wat op het anker, maar er waren geen golven. Die waren er vanochtend wel toen we vanaf de Schlei weer de zee op gingen. Stroming mee vanaf de Schlei en oostenwind tegen, nou, dan heb je eerst flinke golven. Maar zo gauw het zeil stond merkten we er veel minder van.

Ja, we deinden wel, en wanneer we stonden of liepen moesten we ons goed vasthouden, maar ach, we konden nog koffie zetten dus het was prima te doen. We zeilden heerlijk.

Na een paar uurtjes draaide de wind wat naar zuidoost, dus we kregen iets meer voor de wind, en dat maakte het nog geriefelijker. Maar helaas nam de wind ook wat af. En draaide nog meer. Dus we hadden het op het laatst zo goed als voor de wind. Tja, dat hoort er ook bij.

De Deense vlag kon in het want, dat was weer een mijlpaaltje!

Omdat we wat oostelijker dan rechtstreeks koersten, om de wind (van achteren) goed in het zeil en in de fok te houden, kwamen we redelijk dicht bij de kust langs. Prachtig, die rotsen, die hoogtes en die bomen.

De entree van Sønderborg is altijd indrukwekkend, met het grote kasteel en een prachtig wit gebouw ernaast. We vonden een mooi plaatsje aan de kade. Ha, we lagen nog geen vijf minuten vast of we kregen al een compliment!

We zijn nog even de wal op geweest om wat boodschappen te doen en kregen buren uit Duitsland. Een aardig en voorzichtig gezin, niets mis mee.

Het zat lekker in de kuip: luwte, zon, een uitzicht op de klapbrug en kijkend naar de wandelende mensen, wat wil je nog meer? Die brug draait slechts één keer per uur, om kwart voor, en boten uit beide richtingen mogen er tegelijk door heen. Het is altijd leuk om het “wie gaat het eerst?” gedoe te zien. Zo is in een stad liggen echt prima!

vrijdag 8 mei 2026

Bijna in Denemarken, nog net in Duitsland

Gisteravond hebben we een plan gemaakt. Dat klinkt wat zwaar, maar ’t was gewoon bedoeld om te kijken waar we vandaag en de volgende dagen willen varen. Langs Kopenhagen naar het noorden, langs het eiland Als naar het noorden, of naar het oosten, Rügen of verder bijvoorbeeld. Thomas, onze zeilvriend van de Grote Reis, zei dat hij het erg leuk zou vinden wanneerwe bij hem in de buurt zouden komen. Dat is richting Rügen maar dan wat zuidelijker.

Maar de weermannen adviseerden anders. Ga maar naar het noorden, en dan is langs het eiland Als een leuke optie. Okee, doen we.

Vanochtend vertrokken we in de zon met erg weinig wind. Wij zwaaiden naar Kiel en een bruinvis zwaaide naar ons.

Al gauw kwam er een leuk windje, een gunstige voor onze koers. Hoewel de zon scheen was het toch best fris, dus we trokken al gauw onze zeilpakken aan. Rond koffietijd kwamen we langs Bülk, het hoekje tussen de Kieler Fjord en de Kieler Bocht.

Het was best druk op het marifoonkanaal. Veel mensen vroegen Bremen Rescue (vergelijkbaar met de Centrale Meldpost op het IJsselmeer en Markermeer) of hun marifoon goed te horen was. De meeste keren antwoordde een vriendelijke mevrouw dat “alles laut und klar” was.

Maar we hoorden ook een meneer die iets van een redding nodig had maar die waarschijnlijk wel kon zenden maar niet ontvangen. Hij vroeg steeds maar of er iemand was die hem kon horen. Gelukkig gaf hij zijn positie door en kwam er hulp: de motor bleek het niet meer te doen.

Op ruim de helft van onze trip passeerden we Sperrgebiet Schönhagen. Dat is een oefengebied van de Duitse Marine. Er was geen kip (schip) te bekennen, maar je mag er gewoon niet doorheen varen.  Het gebied is bijna 3 bij 9 kilometer groot en wordt gemarkeerd met enorme gele tonnen. Kun je niet missen, zou je denken.

Maar het Nederlandse zeiljacht Ganda wilde een stuk afsnijden en ging er doorheen. We hadden dat al zien aankomen. Wij niet alleen: vanuit de oude marinehaven Olpenitz kwam een politieboot, en die kreeg de Ganda al gauw in de gaten. Met een flink vaartje van 41 kilometer per uur ging hij er op af. Ondertussen werd de Ganda steeds per marifoon opgeroepen. Wel een keer of acht. Waarschijnlijk heeft de Ganda, die intussen al buiten het Sperrgebiet voer, een soort waarschuwing gekregen, want beide schepen lagen even vlak bij elkaar en gingen daarna weer elk hun kant op.

Wij voeren de Schlei op. Het is breed water, maar de vaargeul is best smal. En je wilt in ’t begin ook niet buiten de vaargeul komen, want het is direct ondiep. Bij het dorpje Maasholm gingen we van de Schlei af, naar een soort meer: de Wormshöfter Noor. Maasholm is een schattig dorpje met ongeveer 600 inwoners. Vroeger veel zeelieden, daarna vissers, nu leven ze van toerisme. Het lijkt wel wat op Urk: gelegen op een bult. De grote jachthaven lieten we rechts liggen, we voeren langs de bult en liggen nu op dat meer voor anker. Vlak bij het dorp, met een prachtig uitzicht over het meer. En door de oostelijke wind hebben we weer heerlijk de zon in de kuip. Dit houden we wel een poosje vol hoor!

Er zijn na ons nog drie jachten bij gekomen. Twee Duitse en een Engelse. Eén van die Duitsers kwam in zijn rubberboot even buurten: hij was erg nieuwsgierig naar onze boot en gaf ons complimenten. In dank aanvaard!

donderdag 7 mei 2026

Rustige dag met verrassing van AI

Een lekkere rustdag hadden we. Niet dat we ’t op andere dagen zo druk hadden, maar vandaag deden we niet zo veel. Rustig ontbijten en daarna op ons gemakje naar Holtenau varen. Dat is niet ver. We legden aan aan de lange steiger en deden een paar klusjes, zoals vet aanvullen in de schroefasvetpomp en wat soppen.

Daarna gingen we van boord om een eind te wandelen. Het was geen bijzonder inspirerende omgeving, maar ach, met het pontje Adler over het NOK was wel leuk, het bezoekje aan de supergrote supermarkt Famila was een klein feestje, de stadspicknick was gezellig en weer teruglopend langs de gesloten spuisluizen had ook wel wat. Want hoewel alles gesperrt is kun je toch een klein stukje naar binnen. En dat doen wij Nederlanders altijd, toch? Niet dat er iets te zien is, maar dat geeft niet.

Terug op ons ankerplekje, bijna op dezelfde plek als gisteren maar nu iets dichterbij de Schwentineflotte hebben we heerlijk van de zon genoten. De wind kwam wat uit het noordoosten, dus we hadden de zon in de kuip. Vakantiegevoel!

Maar waar we ons over bleven verbazen, was AI. Tijdens de koffie vanochtend zaten we in ons geheugen te graven hoevaak we in de kleine sluis (relatief klein) van Kiel waren geweest. Ik wilde het opzoeken op het internet, op onze (privé-)blog, maar kon die niet meer vinden. Nou ja, dat is gek! Dus ik zocht op hidzerentynke. En het eerste item wat Google laat zien is dat AI-gedoe. Meestal sla ik dat over, maar de eerste zin triggerde me. En de volgende ook!

Nou ja zeg, dat zomaar de connectie met onze reis door Europa was gelegd, dat is toch wel apart! De wereld wordt wel erg klein op deze manier. Bijna eng! Maar stiekem in dit geval ook wel weer erg leuk!

woensdag 6 mei 2026

Kiel!

 







Het was even werken bij het anker-ophalen. Er zat heel veel dikke klei aan, dus de dekwaspomp was flink nodig. Geeft niet, het is een teken dat het anker zich goed ingraaft, en dat je hier dus goed kunt ankeren.

De zon scheen, het was wat fris, dus we stuurden weer lekker luxe binnen. Tot kilometerpaal 79, dus na een kilometer of negen, was het rustig op het kanaal. Maar daar, bij een Weiche, zagen we drie rode lichten. Stoppen dus! Nou, stoppen.... We voeren heel langzaam door, want voor ons voer een ander zeiljacht en daarvoor een groot schip uit Madeira. Van ongeveer 180 meter lang en 27 meter breed.

Er kwam een Zweed aan, die qua afmeting de tweelingzus zou kunnen zijn, maar dit schip was wel een stuk beter onderhouden. Qua verf dan. Langzaam schoven de schepen langs elkaar, en toen veranderden de lichten weer en mochten we verder.

Even later kwam er weer een containerschip langs. Dat is niet zo bijzonder, maar nu maakten we foto’s terwijl we nog binnen waren en dan ziet het er toch wel erg indrukwekkend uit.  Een raamvullend object is het dan opeens.

Je moet transfer-geld betalen in het NOK. Dat is al jaren zo. Vroeger (nou ja, de eerste keren dat we hier kwamen) moest ik in de sluis van Kiel naar boven klimmen (hartstikke eng!) om in een kantoortje te betalen. Cash, want pinnen kon niet. In 2012 op de heenreis was het nog in de kleine sluis, toen we terugvoeren was die al gesloten (de muren stortten zowat in!) en gingen we in de grote sluis.

Een paar jaren later hebben ze betaalautomaten geplaatst. Op een steiger voor de sluis (nog in het kanaal), en op de kade van Holtenau, vlak na de sluis aan bakboord. En nu kun je ook digitaal betalen. Dat deed ik al varend, vlak voor de sluis. Omdat ik het MMSI-nummer van onze marifoon erbij op kon geven, werden we niet apart gecontroleerd (opgeroepen), maar was het op het internet te zien. Onze Durchfahrtscode was E6DS5-26.

Ha, op het internet stond dat je dit eigenlijk thuis al moest doen, en dan de code groot op een A-4tje printen zodat je dat aan de sluiswachter kunt laten zien. Ja doei! Ik oefende even met de code, echo-sechs-delta-sierra-fünf-zwei-sechs, en liet het er op aan komen. En wat denk je? Geen controle, tenminste niet dat wij merkten.

We moesten trouwens even wachten voor we de sluis in mochten. Eerst twee vrachtschepen en een lege tanker, en dan de pleziervaart (zes stuks). Voor het witte licht verscheen krioelden sommige wat in het rond, wij waren aan de betaal/wachtsteiger gaan liggen en bekeken de boel rustig van een afstandje. Het pontje De Adler, een voetganger- en fietspontje, sjeesde heen en weer over het kanaal. We bedachten dat we morgen wel even konden wandelen of fietsen, en dan met het pontje over konden steken.

Het schip Soniland uit Gibraltar hield zijn schroef draaiende, want veel reuring in het water maakte en ook veel lawaai gaf. Maar verder was er niets aan de hand. Nou, of het moet al de Duitse manier van aanleggen zijn, maar dat kennen we intussen. Wij lagen al vast (ik stond op de drijvende steiger), en wilde het Duitse jacht voor ons wel even helpen, want dat leek niet zo te lukken. Ik nam de lijn aan van de Mevrouw, die direct weg liep. Ik riep “hier bitte” en gooide de lijn aan boord. Dat begreep ze gelukkig.....Ja zeg, ik ga hun lijn niet vasthouden!

Het schutten duurde veel langer dan in Brunsbüttel, maar al met al heeft het wachten en het schutten ons ongeveer anderhalf uur gekost. We klagen niet, het had veel langer kunnen duren, het was prima weer en we hadden van alles te zien.

We voeren bakboord uit, lieten het centrum van Kiel dus rechts achter ons, en voeren naar Püschow Hafen. Dat is een soort baai, ongeveer drie kilometer verderop. Hier ankerden we volgens mij elk jaar.


Stomverbaasd waren we! Vaak lagen we hier in ons eentje, maar nu liggen we hier met 17 jachten voor anker. Volgens ons allemaal mensen zonder postcode. 

Twee zeiljachten liggen gezonken tegen de wal , zes jachten liggen aan een kade waar met veel borden is aangegeven dat je daar niet mag liggen, en een stuk of vijftig boten van allerlei pluimage liggen in de Schwentineflotte. Mooie schepen maar ook veel oud spul. Verwaarloosd spul.

Deze drijvende gemeenschap van booteigenaren delen een postcode, bestaat hier al 28 jaar, en mag hier in elk geval tot 2034 blijven liggen.

We vonden een mooi plekje en hadden weer van alles te zien. Natuurlijk al die boten om ons heen (we zijn expres naast/voorbij die Schwerinneflotte gaan liggen), maar ook veel (privé)vliegtuigen die opstijgen van de luchthaven, en vanavond kwam er nog een politieboot een rondje varen. Prima plek voor ons dus!