.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Om vijf uur
vertrokken we, met in ons kielzog de Endeavour die bij ons had gelegen in
Nogersund. We hebben niet echt contact met die mensen gehad, maar op AIS volgen
we veel schepen en het lijkt er nu op dat er een hausse aan Nederlanders naar
huis wil.
Oh, wat was
het mooi vanochtend! Niet heiig, maar ook niet helder. Zicht van een kilometer
of 25 (op die afstand konden we vrachtschepen nog met het blote oog zien),
nauwelijks golven, de horizon was nauwelijks te onderscheiden, maar alles had
mooie pastelkleuren in blauw, grijs en roze. Super!
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Trouwens, het wierfilter zat vol met slierten zeewier en Vibrio-stukjes. Bah!
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Poeh, dit was me een tochtje! We zijn met opzet (deze keer) vroeg vertrokken, om even over vijf. Het was licht, nou, het was lichtgrijs. Tegen twaalf uur zou er een flinke bui komen en harde wind, en dan wilden we in Simrishamn zijn.
Dat lukte hoor, maar we voeren over een knobbelige zee. Nogal bumpy. We hadden het zeil gereefd erbij gezet, maar moesten wel op de motor varen. Het zeil zorgde er voor dat we niet super veel heen en weer slingerden. De wind (van rechtsvoor) en de deining (van linksvoor) probeerden ons lekker door elkaar te schudden, maar de boot en wij hielden ons prima.
Af en toe
doken we met de kop bijna onder water, maar de boot blijft heel stabiel en
danst gewoon rustig mee. De steen van
Marit, die ze geverfd heeft toen ze in 2023 tijdens onze Grote Reis bij ons in
België mee voer, bleef mooi op zijn plek liggen. Maar de waterkoker, die uit
voorzorg in een kast was gezet, was wel omgevallen. En de tandenpoets-beker in
de natte cel lag ook op de vloer.
Eigenlijk
was het dus niet zo’n mooie tocht, maar het ging allemaal goed. We bereikten
Simrishamn voor de bui en gingen daarna douchen. Het waren lekkere douches, maar
het leek wel of we in een oude sportaccomodatie waren. Maar goed, we zijn weer
fris en fruitig.
.jpg)
Na de lunch verkenden we de stad. Veel restaurants, kappers, toeristische spulletjes en leuke straatjes. Ook minder leuke, maar die vergeten we gauw.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
En een bijzondere kerk.
Niet alleen de stoere buitenkant vonden we bijzonder, maar ook de binnenkant.
.jpg)
.jpg)
De dominee
heeft een prachtige preekstoel. Mooi gekleurd. Foto-technisch jammer dat er een
spiegel bij hangt, een kastje naast staat en een piano, maar goed, dat is nu
eenmaal zo.
.jpg)
Maar het
grappige is dat de preekstoel op een beeld staat. Alsof dat beeld (wie het is
weten we niet) de preekstoel (en dominee) draagt. En ook grappig is dat boven
op de preekstoel een engel staat, wiens rechterbeen op een schedel rust. En dan
hangt er vlakbij ook nog eens een schip in de kerk. We hebben er stilletjes wel
om moeten lachen!
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
De haven
liep langzaamaan best vol, maar de meeste mensen willen toch in/aan een
vingersteiger en hier heeft niemand zin om dubbel te liggen. Dus we lagen
lekker rustig langszij aan de steiger.
.jpg)
Overdag
hadden we het visserschip Courage of Skillinge al zien varen, die bleek de hele dag te hebben gevist. Een schip van 33
bij 8 meter. Tegen half zes, toen we weer een rondje liepen zagen we hem
binnenkomen. De gevangen vis werd door een vrachtwagen uit het ruim gezogen.
Een lokale meneer vertelde dat er veevoer voor heel veel verschillende beesten
van wordt gemaakt. Met andere woorden, de zee wordt simpelweg leeggevist, alles
wordt gebruikt. H’m.
We
beeldbelden neef Mark voor zijn verjaardag. Hij zat in de trein op de grens
tussen Modavië en Roemenië, te wachten. Wachten op het moment dat de wagons één
voor één, inclusief de passagiers, overgezet werden naar een ander spoor. In
Moldavië hebben ze een smaller spoor dan in Roemenië. Ik zou zeggen dat je dan
de passagiers laat overstappen, maar nee. Mark zei dat je sneller met de bus
kunt, en waarschijnlijk zelfs goedkoper met een vliegtuig, maar dit is veel
leuker natuurlijk! Een bijzondere verjaardag zo!
Vanavond hadden we weer een klopper, eentje die zelfs drie keer klopte omdat hij misschien niet wist wat hij er van moest denken.....
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Het was best
een leuke wandeling, maar we hebben ‘m wat ingekort. Gelukkig hebben we goed
spul tegen jeuk aan boord. Mygga heet het, en er staat bij “Beroligende gel”.
Dat betekent ‘kalmerend’, maar wij ervaren het als lekker verdovend. De jeuk is
direct verdwenen, heerlijk!
Aan boord
gekomen besloten we dan maar te vertrekken. Een uur eerder dan gepland, maar
dat kon vast geen kwaad. En dat was ook zo.
We wilden
naar het haventje van Hörvik, een vissershaven waar we al een keer zijn
geweest. Maar het werd spontaan Nogersund, waar we ook al een keer zijn geweest
maar waar we ons niets meer van kunnen herinneren.
Eerst een uur of twee op de motor, en daarna lekker lang gezeild. Een uurtje voor de haven werd de zee wat knobbelig en de wind wat draaierig.
.jpg)
We maakten nog een bochtje om een rots heen. Zomaar een hele flinke rots, terwijl het daar vlak naast 26 meter diep is!
.jpg)
We werden ingehaald door een aardige veerboot. Aardig, omdat de schipper aardig was. Meestal zijn het van die hardjakkerende mannen, maar deze meneer, die ook nog naar ons zwaaide, bracht zijn passagiers direct in vakantiestemming.
De veerboot
ging (bleek later) steeds maar heen en weer naar het eiland Hanö, leuk voor een
dagje uit. Wij vonden een plekje redelijk in de buurt van de
veerboot-aanlegplaats maar hebben nooit last van hem gehad, zó rustig deed hij
in de haven.
Nogersund is
vroeger één van de grootste visserijhavens geweest hadden we gelezen, maar onze
buurman, een local op een zeiljacht, vertelde dat dit nu niet meer zo is. De
visafslag staat er nog wel, de haven is robuust en groot, maar de gebouwen waar
vroeger ook iets met vis werd gedaan zijn nu restaurants. En je kunt er wat kleding kopen en wat bootspullen.
.jpg)
De
camperplaats staat bij de zeewering, mensen kunnen naar de haven kijken of over
de zeewering naar de zee. Dat is voor ’t eerst deze reis dat we zien dat dat
mogelijk is, op andere plekken hadden de campers uitzicht op de stenen.
In totaal zijn
we met drie passanten. Een Duitser en een Nederlander die direct stroom moet
voor zijn waterkoker. Hij is daarvoor verhuisd vanaf een ander plekje in de
haven naar onze stoere betonnen steiger en ligt nu voor ons.
.jpg)
De zon bleef schijnen, de wind waaide ook hier alle kanten op, we zien zwanen in de haven, laagvliegende zwaluwen en zelfs een zwarte otter! En vanavond hadden we weer een “klopper”, een meneer die even wilde weten van welk materiaal de boot gemaakt is.
Het zou vandaag hard waaien, dus een lange reis naar het westen, waarbij we een flink stuk buiten de scheren moeten varen zat er voor ons niet in. Maar: een eiland in de buurt, waar we beschut kunnen liggen, is wel een optie. We kozen voor Hasslö.
’t Was wel
zaak om op tijd te vertrekken, want de windkracht 6 tot 7 zou om een uur of
tien de hele scherenstrook bereiken. Dus we gingen om kwart voor zeven op pad.
De zon
scheen, van de wind en de golven hadden we niet echt last. Trouwens, we hadden
minder golven verwacht achter de eianden, maar ja, die wind stond er echt wel.
Op veel eilanden stond iets vesting-achtigs. Nog van vroeger, hadden we geleerd
in het museum. Het leek ons niet leuk om hier in zo’n koude toren te moeten
werken en wonen.
.jpg)
Het eiland
Hasslö zag er leuk uit, toen we er aan de oostkant langsvoeren. Ze noemen het
Little Hawaï, en hoewel we daar nog nooit zijn geweest (en waarschijnlijk ook
nooit naar toe zullen gaan), klonk het aantrekkelijk.
.jpg)
Maar toen we
na 2 uren varen de haven binnenkwamen, zagen we een stuk of 8 marineschepen
liggen. Okee, dat is wel logisch. Maar de rest van de haven was niet
supergezellig. Het deed ons denken aan havens in Turkije en Griekenland (in de
niet-toeristische delen), waar een haven heel functioneel moet zijn vooral voor
vissers.
.jpg)
Nou, hier
ook. Er was weliswaar een vingersteiger, maar daar hadden wij geen zin in. Wij
kozen voor een stevige kade. Zo te zien de vroegere marine-kade. Er lag achter
ons een oud marineschip, helemaal vervallen.
Autobanden
aan de betonnen kade, wat rommel, oude aanleglijnen en zelfs oude
stroomkabels. Oude meuk waar blijkbaar
niemand naar om kijkt. Naast ons een hek, waar we gewoon langs konden lopen,
maar ooit was dit dus een afgesloten gebied.
Maar goed,
we lagen prima en hadden geen zin om nog naar een ander eiland te gaan. De wind
nam al snel toe, dat hoorden we aan de bomen en de masten en dat zagen we
buiten de haven aan de golven.
Wij lagen
lekker beschut en maakten het ons gezellig in de kuip. Maar natuurlijk zijn we
nog een eind gaan lopen. Het Little Hawaï idee moet toch te vinden zijn? We
lazen over “een weelderig eiland met ondiep water, de visserij is altijd de
belangrijkste industrie geweest, verbonden met de vaste wal door een brug, en
in de zomer een festival”.
Het was
duidelijk een rotseiland: waar we ook keken of liepen, er scheen altijd wel
iets rotserigs door het gras. Dat heeft wel wat hoor. Lastig tuinieren, dat
bleek wel, want in tuinen stonden veel potten met planten, maar we zagen
nauwelijks een struik in het gras.
.jpg)
En eindelijk
kwamen we er achter: hier zijn een paar zandstranden, en dat is natuurlijk wel
heel bijzonder in dit rotsachtige gebied. Dàt maakt dat het Little Hawaï heet.
Okee.....
We liepen
langs een trieste parkeerplaats waar heel onzweeds veel onkruid stond, en daar
was een groot standbeeld geplaatst. In eerste instantie dachten we dat het een boedha
was, maar het bleek een oerzweedse man te zijn: de hier geboren politicus Fabian
M ånson (1872-1938). Hij zit er maar
wat sneu bij.
.jpg)
De camperplekken (we kwamen drie
tegen) zijn heel verschillend. Die bij de haven is kaal, aan de kust is een
kleine die er gezellig kneuterig uit ziet, en verder in het binnenland is een
echte camping. Met alles er op en er aan, voor de liefhebbers.
Wij vermaakten ons in de zon met een
boek, luisterden tevreden naar de wind en vinden het ondanks alles een prima
vluchthaven.
.jpg)