Vassbäcken, dat spreek je weer iets anders uit dan wij dachten, het belangrijkste is dat de V een W wordt. En de klemtoon is iets anders. We worden vaak op ’t verkeerd been gezet trouwens. Want Zweeds lezen gaat wel aardig, tenminste, we begrijpen de strekking van de boodschap best vaak, maar het verstaan is lastig.
Zo leerden
we van Elin en Christoffer dat je
Sjötorp niet uitspreekt als Sjeutorp. Dat vonden we zelf wel lekker Zweeds
klinken, maar de Zweedse mensen begrijpen niet waar je ’t over hebt. De r is
een beetje een stomme r, maar is wel degelijk aanwezig. Even oefenen dus. En de
Sj wordt een Gj, maar dan een zachte G. Dus het is iets van Gjieutop, maar toch
anders.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Na ongeveer drie kwartier varen op een prachtig stuk kanaal, vonden we het mooiste plekje aan de steiger, zo ver mogelijk naar het oosten.
Met zicht op de brug, het caféetje, het terras en alles wat langs vaart. En
rijdt, want naast ons is weer een camping, dus de camperaars hebben ook hier
een prachtig plekje aan het kanaal. De brug is niet gebouwd op campers, vooral
niet op grote campers, dus die moeten het heel voorzichtig doen. De breedte is
het probleem niet, het oprijden op de brug ook niet, maar het verlaten van de
brug. Dat moet voorzichtig dus langzaam. Aan het wegdek te zien gaat dat wel
eens fout.
.jpg)
.jpg)
Ha, hier
wonen ook weer liefhebbers van Amerikaanse auto’s. Eentje hoorden we al van ver
aankomen. Niet alleen door zijn uitlaat, maar ook, dat hoort er blijkbaar bij,
door zijn muziek. Luide muziek en ramen open, zodat we konden meegenieten van
“Dancing Queen” van Abba. Dat had wel wat, die combinatie. Omdat dit weer zo’n
Elvis Presley auto was, en hij dus heel langzaam over die brug reed, bleef hij
lang in beeld. En in ’t gehoor.
Vassbäcken
is eigenlijk ontstaan als een kruispunt tussen vervoer over de weg en over het
water. De postkoets stopte hier op de route tussen Mariestad en Karlsborg,
daardoor ontstond de behoefte aan een postkantoor(tje). In 1830 werd het kleine
houten huisje van de sluiswachter voorzien van tralies zodat het als
postkantoor kon dienen. De sluiswachter werd ook postmeester. Tegenwoordig is
dat huisje een museumpje. ’s Zomers altijd toegankelijk, eigenlijk is het niets
maar het heeft ook wel weer wat. Er lag zelfs een Zweedse Donald Duck, met een
avontuur over dit postkantoortje.
.jpg)
De eerste
nacht lagen we hier met 9 boten. De volgende ochtend vertrokken ze allemaal.
Wij bleven liggen en hebben lekker en ver gefietst. ’s Avonds was het vol: 16
boten! Waarvan drie motorboten. En afgelopen nacht lagen we met zijn zessen.
Misschien heeft het te maken met veel of weinig wind, want even verderop gaan
we over een meer.
Waaien deed
het de afgelopen dagen best wel, maar het bleef zwoel en lekker warm, zo’n 26
graden. De eerste dag hebben we wat motregen gehad, maar op onze fietsdag en
gisteren tijdens het wandelen bleef het droog.
.jpg)
We fietsten
richting het zuiden. Met wat omwegen was ons doel de rivier Tidan. Een
riviertje van niets, slechts bevaarbaar door kano’s, maar één van de weinige
rivieren in Zweden die naar het noorden stroomt. Het komt uit op het Vänern
meer.
Onze route
was weer enorm afwisselend, en hoewel we behoorlijk wat “kijk nou” , “oh ja”,
“weer zo één” momenten hadden, bleef het genieten. Van de rotsen midden in een
graanveld of weiland, of zelfs in een tuin. Van een gehuchtje met zes huizen,
die allemaal één of meer grote Amerikaanse auto’s in de tuin hadden. Van zo’n
auto op een parkeerplaats bij de ICA, wat niet paste maar ach, er was toch
ruimte genoeg. Van het asfalt dat nooit echt horizontaal was en vaker lijkt
hersteld dan “de broek van Meuke Albertje”, het beroemde werk van Jopie
Huisman. Van de kerk met lossen toren. En van zo’n oude Milsten langs de kant
van de weg.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Die Milsten,
mijlsteen, zijn de voorlopers van onze hectometerpaaltjes langs de snelweg. Ze
gaven vroeger aan hoever het nog reizen was, handig voor het berekenen van
reiskosten en het vinden van plekken om van paarden te wisselen.
.jpg)
De afstand
werd aangegeven in oude Zweedse mijlen. Dat is ruim 10 kilometer. Vaak staat er
een koninklijk monogram op, zoals hier van Koning Gustav XIV, het jaartal van
plaatsing en de afstand in breuken, zoals hier een kwart mijl.
Die Gustav
XIV is slechts 58 jaar oud geworden. Hij nam tijdens de Napoleontische oorlogen
consequent een standpunt in tegen Napoleon I, wat leidde tot de Finse Oorlog
tussen het Zweedse Rijk en Rusland. Rusland
werd gesteund door de Franse Republiek in die tijd. Tegenwoordig niet
meer gelukkig.
Maar goed, het
Zweedse Rijk verloor en moest onder meer heel Finland afstaan aan Rusland. Gustav
werd na een staatsgreep afgezet en bracht de rest van zijn leven op het
vasteland door in steeds armoediger en alcoholistischer omstandigheden. Netjes
gezegd hè?
Dat ze dan
nog wel Mijlstenen met zijn monogram er op lieten staan is wat apart vind ik.
Nog gekker is dat de man in Zwitserland is gestorven en volgens een traditie in
de Riddarholmkerk in Stockholm is begraven. Wat een gedoe in 1837!
Dit hebben
we gezellig bepraat tijdens onze picknick aan de Tidan, met heerlijk brood van
de ICA. Tot nu toe het lekkerste brood uit heel Zweden!
.jpg)
.jpg)
Onze
wandeldag leidde ons noordelijk van het kanaal. Door verschillende bossen, over
gravel en asfalt, door gehuchtjes en “alleen op de wereld”-huizen. Vaak
prachtig, soms een opknapper-met-potentie, soms was er ook geen eer meer aan te
behalen. Grappig is dat er voor ’t raam van zo’n bouwval een kerstengel voor ’t
raam hing!
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
We troffen
een klein bankje waar we niet op durfden te zitten, maar gelukkig ook een flinke
rots waar we lunchten, en we pauzeerden ook nog op het enig eiland in het Göta
Kanaal.
.jpg)
Om het
kanaal hier, tussen Vassbäcken en het Vikenmeer te creëren moesten er veel rotsen
worden opgeblazen. Dat was een duur grapje en daarom is het kanaal hier vaak zo
smal. Schepen konden (en kunnen) elkaar niet of nauwelijks passeren. En daarbij
hebben ze er bij een hoge rots drie bochten van ongeveer 90 graden in gemaakt.
Dat was
natuurlijk geen doen voor de schepen. Er was een bewaker en een seinpaal nodig nodig
en er ontstonden urenlange files. Daarom is er rond 1930, dus pas zo’n 100 jaar
na de opening van het kanaal een doorgang gemaakt waardoor Lanthöjden als
eiland ontstond.
Op het
hoogste punt staat een obelisk. Als eerbetoon aan Karel XIII, die koning was
toen het kanaal begon. Het is een verlaten eiland maar heeft toch wel wat met het
dichtgetimmerd oude wachthuisje en de met mossen begroeide obelisk.
.jpg)
En, er is
een aanlegsteiger. Een redelijk nieuwe. We hebben even het plan gehad om hier
een nacht te gaan liggen. Klinkt hartstikke leuk, zo in het midden van niets,
in ons eentje. Maar we doen het toch niet. Er waren overdag al veel vliegen, en
dat zijn niet onze vriendjes.
.jpg)
.jpg)
Morgen komen we hier met de boot langs op weg naar het Viken Meer.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)