zaterdag 1 augustus 2026

Wow, wat mooi naar de baai bij Fyrudden

We waren van plan om om acht uur te vertrekken. Daarom zijn we gisteren al door de sluis gegaan, want anders hadden we pas om negen uur op zijn vroegst kunnen sluizen.  Ons doel was een baai bij Fyrudden, op bijna 40 mijl varen. Dat is een kilometer of 75. 

Maar weer op zeeniveau leven heeft blijkbaar iets met ons gedaan. Gisteren waren we best vroeg moe maar we weten niet waarvan. Van het fietsen schoonmaken en aan dek zetten? Van het wassen? (ha, we zijn met alle kleren schoon vertrokken! Super hoor, die wasmachines in de aanlegplekken!) Van de boel zeeklaar zetten? Geen idee. Het zal toch niet de laatste drie meter verval in de laatste sluis zijn? 

Anyway, we waren ook al vroeg voor de wekker wakker. Gisteravond of vannacht is er een Zweeds zeiljacht achter ons gaan liggen, maar dat hebben we niet eens gemerkt. En vanochtend dachten we "nu we toch al wakker zijn kunnen we ook wel vertrekken". Dat deden we. Om kwart voor zes.  De zon scheen, het was bladstil, een prima start van de dag!


De gele pont was nog niet in bedrijf, het kasteel Stegeborg stond er nog en wij passeerden ze in de smalle vaargeul. 



De grote baai, Slätbaken, heeft mooie kusten. We begrijpen goed dat Ing-Marie en Håkan hier zo vaak varen. Je kunt alle kanten op, met al die eilanden.


Op de kaart, langs onze route, in een water tussen al die rotsen van ongeveer vier bij vier kilometer, ligt een eilandje waarbij staat Kapella Eucomenika. Het is niet de naam van het eiland, dat luidt Västra Gärsholmen.

Even zoeken en we kwamen er achter: er staat een kerk! In het midden van niks, zeg maar. Want het eiland is onbewoond! Het is wel weer een bijzonder verhaal: de 18-jarige Hilding Bielkhammar, die hier in de buurt woonde, ging in 1925 naar Stockholm voor een grote oecumenische bijeenkomst. Hij hoorde daar het Onze Vader in meer dan vijftig talen. Op dat moment kreeg hij het idee om een ​​oecumenisch centrum in zijn thuisparochie te bouwen. Ja, dat idee zou ik ook onmiddellijk krijgen, haha!

Wikipedia vertelt verder: In 1958 begon Hilding samen met zijn familie en vrienden stenen van de kust van het eiland naar de plek te dragen waar de kapel zou komen. Zonder technische hulp bouwde hij metersdikke muren en construeerde hij een replica van de oude stenen kerk van Sint Anna uit de 14e eeuw. Voor het altaar werden stenen verzameld uit de Oude Zweedkerk in Delaware, de Kerk van het Opleggen van het Heilige Gewaad van Onze Lieve Vrouw in het Kremlin in Moskou en het Lavra-klooster in Kiev, Oekraïne.

Nou, dat is toch niet te geloven: stenen uit Delaware, Moskou en Kiev? Er schijnen in het zomerseizoen ook nog alle zon- en feestdagen een dienst gehouden te worden. Nou, er zullen wel niet zo veel mensen in het kerkje kunnen, want de steiger was niet erg groot. 



In totaal zijn we ongeveer acht uren onderweg geweest. Maar voor ons gevoel veel korter! Het was zo mooi, zo afwisselend! We zagen veel verschillende eilanden, soms groot met veel bomen, soms staken ze als een soort walvisje even boven water. Alsof er een handvol pepernoten zijn gestrooid, zo liggen ze in ’t water. We kunnen er geen logica, geen systeem, geen volgorde in ontdekken, haha. Maar dat geeft niet, we vinden dankzij onze kaarten onze weg wel.

En gelukkig maar, er is een route in uitgezet. Met bakens op de rotsen en rode en groene tonnen is de vaargeul goed aangegeven. We zijn zelfs een stuk binnendoor gegaan. Moest kunnen volgens ons, want we zagen geen plusjes op de kaart staan (een plusje is een rots), en ’t was daar diep genoeg met 26 meter, dus we hebben het er op gewaagd.

Tussen al die rotsen is water. Logisch. Soms een smalle doorvaart, soms waanden we op de Fluezen of het IJsselmeer. Heel afwisselend dus. Het was echt acht uren genieten vandaag!







Nu liggen we in een baai vlakbij het plaatsje Fyrudden. Het was een beetje spannend om er in te varen, want we moesten langs onderwater-rotsen op 80 centimeter diepte. Maar het is ons gelukt, en nu liggen we in ons eentje hier te genieten. De wind nam al gauw wat af, de zon scheen, we hebben heerlijk op het voordek en in de kuip zitten lezen.







Morgen? Morgen willen we graag ergens  in de buurt van Vastervik ankeren. Dat is een beetje afhankelijk van de wind, maar ach, dat zien we morgen wel! Deze dag is weer zeer geslaagd!
 

vrijdag 31 juli 2026

Mem

 We hebben Sönderköping verlaten. Na een vers brood halen, een praatje met Jan (die niet Jan heet) van de Indigo, en met Ing-Marie van de Alma, zijn we samen met de Azzurro gaan sluizen. De Azzurro kennen we al sinds Vassbäcken.  We hebben nooit met ze gesproken maar elkaar wel vaak gegroet.

Toen we even bij een sluis moesten wachten vertelde meneer Azzurro, een Duitser, dat de boot in Ketelhaven ligt, dat hij vanaf nu elke week een bemanningswissel heeft (zijn vrouw hadden we al gezien, nu is een zoon mee met twee vrienden, dan komt een broer en verder weten we het niet meer....) en hij wil op 16 september weer in Ketelhaven zijn. Misschien zien we elkaar nog.

De ochtenden hier, zowel in Söderköping als in Mem, zijn veelal bewolkt maar 's middags is het heerlijk zonnig en warm. We namen afscheid van Söderköping met haar 'dijkhuizen", voeren langs een lange berg de ongeveer zes kilometer naar Mem.



De laatste haven van het Göta Kanaal. Klein maar leuk. Er liggen nooit zoveel boten, hoorden we, waarschijnlijk omdat als je hier binnenkomt de stad Söderköping meer trekt, en als je hier het kanaal verlaat wil je ook echt weg. 

Nou, wij nog even niet. We vonden weer het mooiste plekje in de haven: langszij vlakbij het restaurant. Er lopen geen mensen langs, slechts fietsers die hun fiets parkeren. We hebben naar bakboord uitzicht naar het kanaal, en vanuit de kuip naar achteren op de laatste sluis en het open water naar de Oostzee. Nou, vanaf Mem hemelsbreed naar de laatste rots voor de Oostzee is ruim veertig kilometer, maar dat terzijde.


Marit wilde graag weer een foto, en deze is dus uit Mem. 


We hebben gezwaaid naar de Indigo en gekletst met Ing-Marie en Håkan van de Alma. Zij liggen hier nu ook. Na een geweldig mooie fietstocht zijn we bij hen aan boord uitgenodigd voor een sapje. Ja, die fietstocht: veel meer afwisseling kun je niet krijgen!

We wilden een rondje fietsen en ergens op de Slätbaken (zo heet het water voorbij de sluis) met een pont oversteken. We kwamen over rustige gravel- en  asfaltwegen, over heuvels en bergen, door bos en landerijen. 
 

Zomaar bij een kruispunt van gravelwegen, zonder een huis te zien, stond een bushaltehokje voor de schoolbus. Die kinderen moeten minstens een kilometer lopen of gebracht worden! Maar 't bushokje ziet er niet meer zo leuk uit, dus misschien zijn de kids al te groot voor de bus. Of hebben een EPA-auto, dat kan natuurlijk ook!




De rode Falu Röd verf, van de huizen, boerderijen en schuren, verkleurt wel na een aantal jaren. Dat heeft trouwens ook wel wat, wanneer het een beetje bruiniger wordt. Het "rots-fundament" van deze schuur is in de loop van de jaren ook al wat rood geworden. 

Een schuur die naast deze stond, werd geverfd toen we langskwamen. Met een spuit, niet meer met een kwast. Hij kreeg weer een mooi rood kleurtje!


Met de (gratis) pont staken we over. Het tochtje was kort, we waren in twee minuten aan de overkant. Maar 't was leuk, want we komen hier binnenkort langs met de boot.

Op het schiereiland aan de overkant staat een groot kasteel, Slott Stegeborg. Misschien is het leuk en interessant, maar wij vonden de buitenkant te modern gerestaureerd, hadden al gelezen dat er weinig echt ouds was, dus we lieten het kasteel voor wat het was.

Van fietsers op de pont hoorden we dat aan de zuidkant van de baai geen rustige wegen zijn, dus we besloten weer met de pont terug te varen en aan de noordkant een andere route terug naar de boot te nemen.

Ha, zo kwamen we door het dorpje Å. Eén van de twaalf plaatsjes/gehuchtjes in Zweden met deze naam. Dit dorpje heeft een kerk (weer een witte met zwart dak), en er stond een bordje dat verwees naar de oude kerk. Die hebben we niet opgezocht, dat laten we aan de 200 inwoners van het dorp.


Ing-Marie en Håkan wilden ons alcoholvrije cider laten proeven, wij namen Rivella mee. Want ja, dat is weliswaar van oorsprong Zwitsers, maar Nederland is volgens mij het enige andere land in Europa waar het veel gedronken en gekocht wordt. In Luxemburg schijnt het ook te koop te zijn, maar hier in Zweden niet. 

De Rivella viel goed in de smaak! We hebben heel gezellig gekletst, over hun zevenjarige reis door Europa (niet een rondje, maar vanuit Zweden naar Turkije tegen de klok in en weer terug), over eten, gewoontes en nog veel meer. Vandaag gaven we Ing-Marie een DIY slinger, omdat ze jarig is. 

Wij zijn vanmiddag (na het Skûtsjesilen) door de sluis gegaan en liggen nu beneden. Op zeeniveau. Een beetje verdrietig want oh, wat was het Göta Kanaal weer een belevenis. Maar ook vol energie, want we hebben zin in de duizenden rotsen van de scherenkust.


We gaan ze missen: de aardige lock-keepers, de gele sluiswachtershuisjes, de rode hekjes, de 58 sluizen van het Göta Kanaal en de 6 sluizen van de Göta Alv en het Trollhattan Kanaal. Echt, we zouden zó weer de 92 meters willen stijgen en dalen. 

dinsdag 28 juli 2026

Drie dagen in en rond Söderköping

Ha, we hebben het weer getroffen: we liggen op één van de mooiste plekjes in de haven van Söderköping (spreek uit als Seudersjeuping). Aan vingersteigers, met de kont van de boog naar de wal. De wal is hier een boulevard. Met veel, heel veel, flanerende mensen. Veelal Zweden, die we niet verstaan dus we luisteren niet naar ze en storen ons er niet aan. Trouwens, als je je daaraan zou storen moet je hier natuurlijk niet gaan liggen.

Wij liggen als enige met de kont naar de wal, en omdat onze kuip zo lekker beschut is zien de mensen ons nauwelijks. De boot valt op, door vorm en kleur, en de vlag valt op. Dát verstaan we wel, dat ze 't over Holland hebben.

Oh, en wat we hier ook treffen: kloppers. Hebben we al vaker gehad, maar hier elke dag terwijl we aan boord waren wel vijf keer! Dus als we er niet zijn, misschien nog wel veel meer. Kloppers zijn veelal oudere mannen, die even willen weten of de boot van staal gemaakt is. Na het kloppen horen we vaak een tevreden gehum. 


We liggen dus met de kont naar het stadje, en met de kop naar een berg. Een best steile berg. Mooi! Oh, en wat de boulevard betreft: heel veel caféetjes en restaurantjes, waar mensen ook wanneer het knap waait lekker op het terras blijven zitten. Verderop zijn zaken waar muziek gedraaid wordt, bij ons is het lekker rustig. Er zijn ook minstens 4 ijssalons, waarbij er eentje aardig beroemd is. Mensen staan er lang voor in de rij, voor zowel de handijsjes (bekertjes of hoorntjes), als voor de sorbets op het terras. Dat terras zit 's ochtends om een uur of elf al vol, en dat blijft zo. 

De kapster (ja, het was echt nodig dat ik naar de kapper ging, Hidzer wilde me bijna niet meer aankijken), vertelde dat we daar geen ijs moesten eten, ze wist een betere zaak: naast de systembolaget. Nou, we waren 't ook niet van plan hoor: een sorbet kost ongeveer 16 euro!


Aan 't begin van de haven staat aan het fietspad een bord dat zegt dat hier konijnen oversteken. Nou, dat doen ze ook: hele grappige beeldjes van konijntjes. En het leuke is dat aan de overkant ook konijntjes willen oversteken!
 


We zijn een paar keer de stad doorgewandeld, langs het oude riviertje, grote gebouwen vrolijk gekleurde huizen. De rode kerk stamt al uit de Middeleeuwen en is één van de weinige hier die volledig van baksteen gemaakt was. Dat wat er nu staat is  natuurlijk al vaak verbouwd en herbouwd, na schade door brand en overstromingen. De zwarte klokkentoren vinden wij zeer geslaagd.







Bij het Raadhuis staat een oude telefooncel. In de jaren tachtig waren er ongeveer 44.000 van zulke (mooie!) telefooncellen in Zweden. Nu is er een geluidsbox in geplaatst en kun je door op knoppen te drukken Zweedse gedichten horen.



We hebben een flinke wandeling gemaakt, waarbij volgens ons geen tweehonderd meter vlak was. Zelfs aan de rand van het graanveld merkten we iets heuvelachtigs. Maar oh, wat leuk. Ongeveer vijftien kilometer, lekker intensief en enorm afwisselend. 

Per ongeluk namen we verkeerde afslagen (drie keer), vandaar wat extra kilometers. Het pad was soms goed aangegeven maar soms ook niet. 




Het laatste gedeelte, door het bos, was bijna wat sinister. Heel veel rotsen met mooie mossen bedekt, we waren blij dat het een licht bos was, anders was het bijna eng geweest misschien. En ook waren we blij dat het droog was (geweest), want het klimmen en dalen was waarschijnlijk geen pretje als de rotsen glad van de regen waren. 







Vanaf Söderköping vertrekken er dagelijks drie rondvaarboten, elk met hun eigen route. We vinden het lelijke schepen, met akelige schippers. De Viktoria had niet eens mooie weidepaaltjes als stootwillen, maar halve berkebomen. Op de (vroege) ochtend van onze wandeling zagen we dat er iemand de roestvlekken even met witte verf bestreek....


Desondanks vinden we ook Söderköping een aanrader. Evenals alle andere aanlegsteigers, haha. We zijn fan van het Göta Kanaal, en verheugen ons op de laatste haven: Mem!