vrijdag 8 mei 2026

Bijna in Denemarken, nog net in Duitsland

Gisteravond hebben we een plan gemaakt. Dat klinkt wat zwaar, maar ’t was gewoon bedoeld om te kijken waar we vandaag en de volgende dagen willen varen. Langs Kopenhagen naar het noorden, langs het eiland Als naar het noorden, of naar het oosten, Rügen of verder bijvoorbeeld. Thomas, onze zeilvriend van de Grote Reis, zei dat hij het erg leuk zou vinden wanneerwe bij hem in de buurt zouden komen. Dat is richting Rügen maar dan wat zuidelijker.

Maar de weermannen adviseerden anders. Ga maar naar het noorden, en dan is langs het eiland Als een leuke optie. Okee, doen we.

Vanochtend vertrokken we in de zon met erg weinig wind. Wij zwaaiden naar Kiel en een bruinvis zwaaide naar ons.

Al gauw kwam er een leuk windje, een gunstige voor onze koers. Hoewel de zon scheen was het toch best fris, dus we trokken al gauw onze zeilpakken aan. Rond koffietijd kwamen we langs Bülk, het hoekje tussen de Kieler Fjord en de Kieler Bocht.

Het was best druk op het marifoonkanaal. Veel mensen vroegen Bremen Rescue (vergelijkbaar met de Centrale Meldpost op het IJsselmeer en Markermeer) of hun marifoon goed te horen was. De meeste keren antwoordde een vriendelijke mevrouw dat “alles laut und klar” was.

Maar we hoorden ook een meneer die iets van een redding nodig had maar die waarschijnlijk wel kon zenden maar niet ontvangen. Hij vroeg steeds maar of er iemand was die hem kon horen. Gelukkig gaf hij zijn positie door en kwam er hulp: de motor bleek het niet meer te doen.

Op ruim de helft van onze trip passeerden we Sperrgebiet Schönhagen. Dat is een oefengebied van de Duitse Marine. Er was geen kip (schip) te bekennen, maar je mag er gewoon niet doorheen varen.  Het gebied is bijna 3 bij 9 kilometer groot en wordt gemarkeerd met enorme gele tonnen. Kun je niet missen, zou je denken.

Maar het Nederlandse zeiljacht Ganda wilde een stuk afsnijden en ging er doorheen. We hadden dat al zien aankomen. Wij niet alleen: vanuit de oude marinehaven Olpenitz kwam een politieboot, en die kreeg de Ganda al gauw in de gaten. Met een flink vaartje van 41 kilometer per uur ging hij er op af. Ondertussen werd de Ganda steeds per marifoon opgeroepen. Wel een keer of acht. Waarschijnlijk heeft de Ganda, die intussen al buiten het Sperrgebiet voer, een soort waarschuwing gekregen, want beide schepen lagen even vlak bij elkaar en gingen daarna weer elk hun kant op.

Wij voeren de Schlei op. Het is breed water, maar de vaargeul is best smal. En je wilt in ’t begin ook niet buiten de vaargeul komen, want het is direct ondiep. Bij het dorpje Maasholm gingen we van de Schlei af, naar een soort meer: de Wormshöfter Noor. Maasholm is een schattig dorpje met ongeveer 600 inwoners. Vroeger veel zeelieden, daarna vissers, nu leven ze van toerisme. Het lijkt wel wat op Urk: gelegen op een bult. De grote jachthaven lieten we rechts liggen, we voeren langs de bult en liggen nu op dat meer voor anker. Vlak bij het dorp, met een prachtig uitzicht over het meer. En door de oostelijke wind hebben we weer heerlijk de zon in de kuip. Dit houden we wel een poosje vol hoor!

Er zijn na ons nog drie jachten bij gekomen. Twee Duitse en een Engelse. Eén van die Duitsers kwam in zijn rubberboot even buurten: hij was erg nieuwsgierig naar onze boot en gaf ons complimenten. In dank aanvaard!

donderdag 7 mei 2026

Rustige dag met verrassing van AI

Een lekkere rustdag hadden we. Niet dat we ’t op andere dagen zo druk hadden, maar vandaag deden we niet zo veel. Rustig ontbijten en daarna op ons gemakje naar Holtenau varen. Dat is niet ver. We legden aan aan de lange steiger en deden een paar klusjes, zoals vet aanvullen in de schroefasvetpomp en wat soppen.

Daarna gingen we van boord om een eind te wandelen. Het was geen bijzonder inspirerende omgeving, maar ach, met het pontje Adler over het NOK was wel leuk, het bezoekje aan de supergrote supermarkt Famila was een klein feestje, de stadspicknick was gezellig en weer teruglopend langs de gesloten spuisluizen had ook wel wat. Want hoewel alles gesperrt is kun je toch een klein stukje naar binnen. En dat doen wij Nederlanders altijd, toch? Niet dat er iets te zien is, maar dat geeft niet.

Terug op ons ankerplekje, bijna op dezelfde plek als gisteren maar nu iets dichterbij de Schwentineflotte hebben we heerlijk van de zon genoten. De wind kwam wat uit het noordoosten, dus we hadden de zon in de kuip. Vakantiegevoel!

Maar waar we ons over bleven verbazen, was AI. Tijdens de koffie vanochtend zaten we in ons geheugen te graven hoevaak we in de kleine sluis (relatief klein) van Kiel waren geweest. Ik wilde het opzoeken op het internet, op onze (privé-)blog, maar kon die niet meer vinden. Nou ja, dat is gek! Dus ik zocht op hidzerentynke. En het eerste item wat Google laat zien is dat AI-gedoe. Meestal sla ik dat over, maar de eerste zin triggerde me. En de volgende ook!

Nou ja zeg, dat zomaar de connectie met onze reis door Europa was gelegd, dat is toch wel apart! De wereld wordt wel erg klein op deze manier. Bijna eng! Maar stiekem in dit geval ook wel weer erg leuk!

woensdag 6 mei 2026

Kiel!

 







Het was even werken bij het anker-ophalen. Er zat heel veel dikke klei aan, dus de dekwaspomp was flink nodig. Geeft niet, het is een teken dat het anker zich goed ingraaft, en dat je hier dus goed kunt ankeren.

De zon scheen, het was wat fris, dus we stuurden weer lekker luxe binnen. Tot kilometerpaal 79, dus na een kilometer of negen, was het rustig op het kanaal. Maar daar, bij een Weiche, zagen we drie rode lichten. Stoppen dus! Nou, stoppen.... We voeren heel langzaam door, want voor ons voer een ander zeiljacht en daarvoor een groot schip uit Madeira. Van ongeveer 180 meter lang en 27 meter breed.

Er kwam een Zweed aan, die qua afmeting de tweelingzus zou kunnen zijn, maar dit schip was wel een stuk beter onderhouden. Qua verf dan. Langzaam schoven de schepen langs elkaar, en toen veranderden de lichten weer en mochten we verder.

Even later kwam er weer een containerschip langs. Dat is niet zo bijzonder, maar nu maakten we foto’s terwijl we nog binnen waren en dan ziet het er toch wel erg indrukwekkend uit.  Een raamvullend object is het dan opeens.

Je moet transfer-geld betalen in het NOK. Dat is al jaren zo. Vroeger (nou ja, de eerste keren dat we hier kwamen) moest ik in de sluis van Kiel naar boven klimmen (hartstikke eng!) om in een kantoortje te betalen. Cash, want pinnen kon niet. In 2012 op de heenreis was het nog in de kleine sluis, toen we terugvoeren was die al gesloten (de muren stortten zowat in!) en gingen we in de grote sluis.

Een paar jaren later hebben ze betaalautomaten geplaatst. Op een steiger voor de sluis (nog in het kanaal), en op de kade van Holtenau, vlak na de sluis aan bakboord. En nu kun je ook digitaal betalen. Dat deed ik al varend, vlak voor de sluis. Omdat ik het MMSI-nummer van onze marifoon erbij op kon geven, werden we niet apart gecontroleerd (opgeroepen), maar was het op het internet te zien. Onze Durchfahrtscode was E6DS5-26.

Ha, op het internet stond dat je dit eigenlijk thuis al moest doen, en dan de code groot op een A-4tje printen zodat je dat aan de sluiswachter kunt laten zien. Ja doei! Ik oefende even met de code, echo-sechs-delta-sierra-fünf-zwei-sechs, en liet het er op aan komen. En wat denk je? Geen controle, tenminste niet dat wij merkten.

We moesten trouwens even wachten voor we de sluis in mochten. Eerst twee vrachtschepen en een lege tanker, en dan de pleziervaart (zes stuks). Voor het witte licht verscheen krioelden sommige wat in het rond, wij waren aan de betaal/wachtsteiger gaan liggen en bekeken de boel rustig van een afstandje. Het pontje De Adler, een voetganger- en fietspontje, sjeesde heen en weer over het kanaal. We bedachten dat we morgen wel even konden wandelen of fietsen, en dan met het pontje over konden steken.

Het schip Soniland uit Gibraltar hield zijn schroef draaiende, want veel reuring in het water maakte en ook veel lawaai gaf. Maar verder was er niets aan de hand. Nou, of het moet al de Duitse manier van aanleggen zijn, maar dat kennen we intussen. Wij lagen al vast (ik stond op de drijvende steiger), en wilde het Duitse jacht voor ons wel even helpen, want dat leek niet zo te lukken. Ik nam de lijn aan van de Mevrouw, die direct weg liep. Ik riep “hier bitte” en gooide de lijn aan boord. Dat begreep ze gelukkig.....Ja zeg, ik ga hun lijn niet vasthouden!

Het schutten duurde veel langer dan in Brunsbüttel, maar al met al heeft het wachten en het schutten ons ongeveer anderhalf uur gekost. We klagen niet, het had veel langer kunnen duren, het was prima weer en we hadden van alles te zien.

We voeren bakboord uit, lieten het centrum van Kiel dus rechts achter ons, en voeren naar Püschow Hafen. Dat is een soort baai, ongeveer drie kilometer verderop. Hier ankerden we volgens mij elk jaar.


Stomverbaasd waren we! Vaak lagen we hier in ons eentje, maar nu liggen we hier met 17 jachten voor anker. Volgens ons allemaal mensen zonder postcode. 

Twee zeiljachten liggen gezonken tegen de wal , zes jachten liggen aan een kade waar met veel borden is aangegeven dat je daar niet mag liggen, en een stuk of vijftig boten van allerlei pluimage liggen in de Schwentineflotte. Mooie schepen maar ook veel oud spul. Verwaarloosd spul.

Deze drijvende gemeenschap van booteigenaren delen een postcode, bestaat hier al 28 jaar, en mag hier in elk geval tot 2034 blijven liggen.

We vonden een mooi plekje en hadden weer van alles te zien. Natuurlijk al die boten om ons heen (we zijn expres naast/voorbij die Schwerinneflotte gaan liggen), maar ook veel (privé)vliegtuigen die opstijgen van de luchthaven, en vanavond kwam er nog een politieboot een rondje varen. Prima plek voor ons dus!

dinsdag 5 mei 2026

Altijd wat te zien op het Kieler Kanaal

Het was rustig vannacht. Of we hebben heel diep geslapen. Af en toe hebben we een schip langs horen komen, maar volgens ons hebben we slechts één keer flink geschommeld.

We vertrokken tegen negen uur in de zon. Het was wat fris, dus we zijn redelijk snel in de stuurhut gegaan om lekker binnen te zitten. We wilden vandaag 50 kilometer varen naar een ankerplek.

De eerste helft van de rit gebeurde er eigenlijk niets. We keken naar bomen, naar schepen, naar pleziervaart, naar zwanen en naar huizen. Niet dat het druk was op het kanaal maar dat wat vaart of staat is van ver al te zien, dus het toch best afwisselend.

Ongeveer bij kilometer 46 stak een ree het kanaal over. Hij had het vast vaker gedaan want hij zwom krachtig en doelbewust naar de overkant en klom zonder zichtbare moeite op de wal. Stoer hoor!

Op ongeveer de helft van het kanaal, bij kilometer 55, staat een groot loodsgebouw. Vanaf hier worden de lichten bij de Weichen bediend en dit is ook de plek waar loodsen aan en van boord gebracht worden. Want grote schepen hebben een loods nodig, en die mannen/vrouwen varen slechts een half kanaal mee.

De oude veerhuizen staan er ook nog steeds. Leeg. Zó jammer, je zou er best leuk kunnen wonen als je ’t lawaai (en de stank?) van de schepen voor lief neemt. Eén huis, bij de Weiche Oldenbüttel, wordt nu wel bewoond. De rest niet.

Bij Rendsburg kregen we het druk met kijken. Naar de zweefveer, die onder de spoorbrug heen en weer zweeft. Sinds 1913 doet hij dat al, en schijnt één van de laatste acht constructies van dit type ter wereld te zijn. Er mogen 100 mensen en 4 auto’s tegelijk mee.

Aan (voor ons) stuurboordkant zagen we een camperplaats. Hutje mutje. Met uitzicht op die zweefveer, dat is dan nog leuk, maar ook uitzicht op een kale camperplaats aan de overkant, industrie, en dichtbij de spoorbrug. Waar ook lange goederentreinen over gaan zagen we: we telden 23 wagonnen. Leuk is anders, dat geldt voor beide camperplaatsen. Vinden wij.

Ondertussen zwaaiden we nog naar een kotter uit Staveren, die heel enthousiast deden. Friezen onder elkaar? Misschien wel.

Het was even spitsuur met scheepsverkeer: we zagen voor en achter ons tegelijk zes schepen en twee pontjes. Iedereen hield zijn eigen kant en er was niks spannends aan, maar het leek even druk.

Oh, de werf van Lürssen, daar is ook altijd wat te zien. Hier worden supergrote en superluxe (denken we) motorjachten gebouwd. Eerst zagen we eentje die niet eens in de loods paste qua hoogte, en die wel wat topzwaar lijkt. En aan de andere kant ligt er al een groot jacht zo goed als klaar buiten de loods en eentje nog in een dok.

Een paar kilometer verder, nog steeds bij Rendsburg, zijn ze bezig met het bouwen van een extra rijbaan aan een brug. Denken we. Nou, door het kijken naar de mannen op de trappen en steigers, en die ene man hoog in de kraan, kreeg ik al trillende benen! Jee, op 40 meter hoog, en hoe dan? Hoe bouwen ze van beide kanten steeds een stukje verder?

Weer een paar kilometer verder draaiden we linksaf, de Borgstedter See op. Dit water was ooit een deel van het Eiderkanaal, later een deel van het Kieler Kanaal, en sinds 1914, toen het kanaal bij Rendsburg werd rechtgetrokken loopt het bijna dood op een laag bruggetje onder die hoge waar ze nu aan ’t werk zijn.

Niet dat we hier direct tot rust kwamen hoor. Ja, lekker in de kuip in de zon zat prima, maar er kwam een helikopter aan, waar aan de rechterbuitenkant twee mannen zaten, die een rode bal van een hoogspanningskabels haalden. En nog een keer, en nog een keer. Het was best ver weg maar met de kijker goed te zien. Het spannende voor ons was dat het leek alsof de wieken van de helikopter héél dicht bij de kabels draaiden. Maar alles ging goed en tegen vijven was het hier super rustig.

Er lopen koeien op het eiland, we zien in de verte schepen door het kanaal varen, en liggen hier erg leuk en veilig.

maandag 4 mei 2026

Naar het Kieler Kanaal

Gisteren begon het tegen zessen te regenen, maar het felle onweer dat voorspeld was bleef uit. De regen vonden we prima, want dat spoelde het zoute zeewater wat van de boot. We hebben het nog lang gehad over onze overtocht in de nacht en mist. Al met al zijn we 27,5 uren onderweg geweest, van ankerplaats naar haven. Een lange tocht, maar het liep al met al hartstikke goed. Okee, de mist was niet leuk (en duurde lang), en de maan bleef achter de wolken, maar verder waren we erg tevreden.

Soms moet je ook bewust positief blijven denken, want ik zag zaterdag in de schemer vlakbij aan bakboordskant twee jerrycans dicht bij elkaar drijven. Dus met een lijn ertussen. Stel dat je daar overheen vaart? En Hidzer zag in de mist op de Elbe aan stuurboordskant vlakbij de boot een matras of zoiets drijven. Hetzelfde: wat als je daar overheen vaart? Ach, dat waren twee halve minuten “gevaar” op 27,5 uur, dat valt toch reuze mee?

We wilden gisteren het acht-uur journaal nog even zien, maar onze ogen vielen dicht. We sliepen al vroeg dus. En vanochtend waren we vol energie! We zijn op de haven-fietsen de stad in gegaan om boodschappen te halen (en het walnotenbrood, dat weliswaar een vermogen kostte was enorm lekker!), en daarna zijn we tot 12:00 uur bezig geweest met de boot buiten poetsen, binnen poetsen, de was doen en de watertank vullen. En tussendoor nog koffie natuurlijk. H’m, we hadden geen Duitse Kuchen of zo gekocht, dat is een missertje. Vaak nemen we iets lekkers mee, als dat kan, maar het zit nog niet in het systeem blijkbaar. Volgende keer beter!

Zeiljacht Narvi uit Groningen vertrok een uur eerder dan wij, zeiljacht Spellbound uit San Diego tegelijk met ons. Maar die zette direct de sokken er in, terwijl wij het rustig aan deden. De stroming nam ons mee en dat ging al veel sneller dan wij op de motor zouden varen. En de sluis bij Brunsbuttel is toch niet te voorspellen is onze ervaring. Of het nou nog enorm stroomt daar, of stil tij is, de sluiswachter bepaalt wanneer je er in mag en daarbij heeft beroepsvaart voorrang. En je kunt de beste man ook niet bellen, je moet wachten tot er wit licht gaat knipperen.

Op de AIS kregen we een paar keer een AIS Sart Alarm Test. Ik kon niets anders dan bevestigen, en weet ook niet waarvandaan de test kwam, maar het zal wel goed zijn.

We zijn direct aan de oostkant van de Elbe gaan varen, buiten de vaargeul, zoals geadviseerd wordt. Zeiljacht Frederix uit Muiden haalde ons in en wilden nauwelijks zwaaien. Vrij snel daarna kwam er een snelle politieboot bij ons, die ons met een megafoon (ja, die bestaan nog) in het Duits vertelde dat we bij boei 44 dicht bij de vaargeul moesten varen. Niet er in, nog steeds buiten de geul. Want ze waren met een pijpleiding bezig.

Prima, dat begrepen we. We volgden onze koers (een beetje binnendoor) richting boei 44. Maar de Frederix, met vijf mensen aan boord, begrepen het niet zo goed. De Politieman moest het twee keer herhalen (in het Engels), en toen begrepen ze dat ze aan de kant moesten. Dat deden ze direct. Bijna haaks draaien naar de tonnenrij, terwijl dat nog lang niet nodig was. Dat was wel grappig. En die pijpleiding was heel duidelijk zichtbaar, maar van een afstand zou je er bijna Bultrug Timmy in zien, die ergens op de Noordzee zou moeten zwemmen.

De charter Zephyr uit Leeuwarden haalde ons ook in bij een bocht, ging later weer naar de stuurboordskant van de Elbe richting Hamburg, en vroeg ons nog even of we wilden ruilen. Welnee!

Vlak bij de sluis op de Elbe op het “parkeerterrein voor grote schepen”, lag de North te manoeuvrerend. Wat voor- en achteruit varend, zonder ogenschijnlijk doel. We gingen er dichtbij langs. Op de AIS zagen we dat hij naar Litouwen zou gaan, maar dan moest hij nog wel 180 graden draaien. We voelden ons weer erg klein naast zo'n reuzenschip.

Bij de sluis konden we zomaar binnenvaren! Dat was een mazzel! Aan bakboordskant van de sluis (125 bij 22 meter) lag een schip met een enorme kraan er op, aan stuurboordskant langen drie zeiljachten en een motorkruiser uit Zwitserland. De Frederix en de Spellbound hebben dus lang moeten wachten, in of buiten de sluis. De Zwitserse meneer vertelde dat hij ook zo binnen kon varen, en dat de “Holländer” tegelijk met hem uit de haven was gegaan maar direct vol gas gaf. “Er hat getankt”, zei hij met een grijns.

Het schutten ging erg snel, ongeveer een kwartier. Het kostte bijna meer tijd om de gewone en de vier extra stootwillen (die half zinken, en zodoende mooi tussen de boot en drijvende steiger blijven) uit te hangen en naar binnen te halen dan dat we in de sluis lagen.

En toen waren we op het NOK. Het Nord-Ostsee-Kanal, dat in acht jaar gegraven werd en al 132 jaar bestaat. Was dat kanaal er niet geweest dan hadden we 250 zeemijlen moeten omvaren. Er is trouwens niet alleen gegraven, maar soms ook opgehoogd. Soms staan de bomen langs het kanaal hoger dan wij, soms kijken we bijna op de kruinen.

Het eerste grote schip dat we tegenkwamen was Lady Hannah uit Delfzijl, waarvan één van de opvarenden uit de stuurhut (op 30 meter hoog of zo) liep en naar ons zwaaide. Leuk!

Het voelde bijna als thuiskomen, op het kanaal. Er is weinig veranderd. Nog steeds zijn er hoge bruggen, zoals deze: de Hochbrücke Brunsbüttel van 40 meter hoog, waar we over gereden zijn toen mama in 2019 naar Blanckenborg verhuisde.

En de Signale en de Weichen zijn er ook nog. De lichten geven aan of schepen van bepaalde verkeersgroepen moeten wachten, en dat wachten moet in de Weiche. Dit Signal gaf twee rode en een wit licht, dat betekent dat schepen langer dan 200 meter en breder dan 28 meter moeten wachten. Het NOK is namelijk niet overal even breed en heeft toch best veel bochten, dus de supergrote schepen kunnen niet tegelijk met anderen op bepaalde trajecten varen.

Voor ons is het niet zo spannend: wij mogen niet verder wanneer er drie rode lichten branden, en dat komt niet zo vaak voor. Maar: we hebben het al een paar keer meegemaakt, dus we blijven opletten.

Deze Weiche is lang, er staan 24 enorme palen aan elke kant met een flinke tussenruimte. Voor ons zijn het enorme palen, maar voor de grote schepen zijn het kleintjes. Af en toe worden ze wel geraakt, we zagen verfstrepen maar zelfs een paal waar de bovenste ring er bijna af lag. En ook zagen we nog zo’n mooie oude houten paal , misschien wel de laatste van het hele kanaal.

Wat bijzonder is aan de pontjes (voor auto’s en langzaam verkeer) is dat ze ons voorrang geven. Voor grote schepen begrijpen we dat, die kunnen zomaar niet remmen, maar dat pleziervaart daar ook van profiteert is een meevaller.

Aan beide kanten van het kanaal zijn nog steeds fietspaden. Een paar jaar geleden hebben we een eind gefietst langs het kanaal en daarbuiten. Nou, daarbuiten is het saai, maar langs het kanaal is het best leuk.

En de kilometerpalen zijn er ook nog. Nog steeds aan lantaarnpalen, waarvan we het nu niet zo goed begrijpen. Want pleziervaart mag in het donker niet varen, en de grote schepen hebben echt allemaal wel navigatie aan boord en/of een loods. Nou ja, we weten niet eens of de lantaarnpalen het doen, want in het donker zijn we er dus nog nooit geweest.

En ja, er zwemmen nog steeds veel zwanen. Dat vinden we nog steeds bijzonder: zwanen in het Kieler Kanaal!

Ons overnachtingsplekje is op kilometer 20 ongeveer. Daar staan in een soort baaitje een stel stevige palen waar je mooi aan of tussen kunt liggen. Wij passen er niet echt tussen, maar met wat kunst en vliegwerk (goed manoeuvreren dus) lukt het om in een buitenste box te komen. Even met de kop van de boot vanaf de zijkant tussen twee palen invaren, en dan voorzichtig een beetje draaiend achteruit. Vier lijnen, elk om een paal, en we liggen prima!

Achter ons zien we het strandje, voor ons de Weiche.

Er lag al een Duits zeiljacht met de mast plat voor anker. De zon scheen, de was (die aan lijntjes in de salon hing) kon buiten nog een poosje mooi drogen, wij namen een Anleger in de kuip en verbaasden ons over de rust op het kanaal. Pas na een uur liggen kwam het eerste schip langs. De Elbrunner, die we bij de sluis van Brunsbüttel zagen varen. Die is waarschijnlijk naar Cuxhaven gegaan om containers te laden en brengt ze ergens op de Oostzee. Dat is snel gedaan dan!

En joh, om 20:30 uur kwam de North langs. Dat schip (manoeuvrerend op de Elbe) heeft lang moeten wachten, misschien op een loods. Of hij is nog gaan tanken, dat kan ook nog, aan het begin van het kanaal.

Af en toe kwam er een schip langs, maar we hadden helemaal geen last van golven. En opeens werd het druk: binnen 20 minuten lagen er drie schepen te wachten in de Weiche, passeerden er nog drie extra, en kwamen er nog twee zeiljachten bij ons tussen de palen. Dat was duidelijk een soort spitsuur, want daarna was het weer rustig.

Dit is toch echt een mooi plekje hoor: je ziet van alles en ligt mooi veilig op afstand van het kanaal!