.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
We hebben het Göta Kanaal geboekt! En we zijn er klaar voor, voor de tocht van 190 kilometer naar Mem aan de oostkant van Zweden. We gaan 58 sluizen doen, waarvan veel dubbelsluizen en zelfs trappen met vijf sluizen.
Het heet dan
wel “kanaal”, maar een groot deel wordt gevormd door verschillende rivieren van
en naar een paar meren. 87 kilometer is
gegraven, door soldaten, met een schep.

Bijzonder
toch, het leven van Baltzar von Platen. De bedenker van het Göta Kanaal. Hij is
in 1766 geboren in Rügen, maar zijn vader koos voor een carrière in Zweden.
Baltzar heeft bij de marine en in de koopvaardij gewerkt, als stuurman en als
schipper. Voerde in de oorlog tegen Rusland als commandant op een schip, raakte
daarbij op zijn 22ste (!) gewond en werd krijgsgevangene in een
Russische gevangenis. Twee jaar later werd hij uitgewisseld na de vrede van
Värälä.
Hij bleef
nog een tijd bij de marine, raakte betrokken bij de bouw van het Eiderkanaal
(de voorloper van het Kieler kanaal) en het Trollhätta Kanaal en maakte plannen
voor een verbinding tussen het Vänern Meer en de Oostzee. Want uit onderzoek
bleek dat een paard 16 keer meer gewicht over water kan trekken dan over land.
En een praam kan 400 keer meer lading verstouwen als een kar.
In 1808
presenteerde hij zijn plan aan de koning. En hij mocht aan de slag! Baltzar
zocht contact met Thomas Telford, een van de meest vooraanstaande kanaalbouwers
van Groot-Brittannië, de man die het Caledonian Canal bedacht en uitvoerde.
Thomas kwam
naar Zweden en in slechts 20 dagen voerden ze metingen uit en bepaalden ze de
route en de locatie van de sluizen. En in 1810 was het zover. De bouw begon.
Met specialisten uit Schotland en Engeland, want Zweden was in die tijd sterk
agrarisch en had niet veel industrie. Baltzar wilde de bruggen en sluizen van
staal maken in plaats van hout, en dat was natuurlijk behoorlijk revolutionair
in een houtland als Zweden.
In Forsvik
en Motala werden de eerste gieterijen in Zweden gebouwd, speciaal voor het
kanaal. Wij komen daar nog langs, benieuwd of we er nog iets van zien.
In 23 jaar
is 8 miljoen kubieke meter grond (en ongetwijfeld ook veel rots) met de hand/schep
uitgegraven. Door soldaten dus. Baltzar had de wind er flink onder, maar was
ook goed voor de mensen. Ze moesten dagelijks 12 uren werken, van 05:00 tot
21:00 uur met een lange middagpauze. Eten, drinken en kerkdiensten waren
geregeld, en elke man kreeg een liter brandewijn per week. Er gingen miljoenen
liters doorheen, dat begrijp je.
Het kanaal
is vanuit het midden van het land ontstaan, bij Forsvik en Motala. Vanaf
Forsvik aan het Vätternmeer naar het westen, vanaf Motala aan hetzelfde
Vätternmeer naar het oosten.
In 1832 was
het kanaal klaar, maar helaas was Baltzar toen al drie jaren dood. Ook het kanaal was voor de industrie niet lang
succesvol, want al gauw kwamen treinen en vrachtwagens. En nu is het puur een
toeristisch ding, wordt wel “het blauwe lint van Zweden” genoemd, maar
gekscherend ook wel het “echtscheidingskanaal”.
Maar vroeger
al “het kanaal van kansen”. En dat past beter bij het motto van Baltzar von
Platen: “je kunt doen wat je wilt. En
wanneer je zegt dat je niets kunt doen, dan wil je niet meer”.
Vannacht om half vier hoorden we motorgeronk. Het bleek de Juno te zijn, het oudste geregistreerde cruiseschip ter wereld. In 1874 is het in Motala (komen we nog langs) gebouwd en sindsdien onafgebroken in bedrijf. Bijzonder toch? Het vaart steeds van Göteborg naar Mem en weer terug, en past precies in de sluizen. De Juno (en zusterschepen) hebben altijd voorrang op het kanaal, en er wordt dus ook speciaal voor hen ’s nachts geschut.
We hebben heerlijk gewandeld langs het water en door het bos. Het Vändringsled, vanaf de haven naar de vuurtoren van Harnäs (waar we langs zijn gevaren) en met een flinke omweg weer terug. Ongeveer vierenhalf uur. Onderweg zagen we een mooie camperplek, weliswaar zonder voorzieningen maar met een prachtig uitzicht.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Het was heel leuk wandelen, met overal rotsen. In het bos en aan het water. We zagen drie slangen van een centimeter of dertig lang, donkergrijs met gele ogen. Eentje was trouwens dood.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
En we zagen kraanvogels. Twee volwassen vogels met twee jongen. Ze schijnen erg schuw te zijn, maar vandaag bleven ze rustig wandelen en we konden ze goed bekijken.
En het hoogtepunt was toch wel de vos. Een grote vos die een meter of dertig voor ons het gravel pad overstak. In een kalm drafje. Super!
We zien hier veel minder seringen dan bij Trollhätta, maar wel heel veel lupinen. Echt heel veel. In bermen, in tuinen, zelfs in het bos. Maar nu blijkt dat ze er hier niet zo heel erg blij mee zijn, de Artrik Vägkant-beweging, want lupinen verbeteren de grond, en ze willen juist de oorspronkelijke planten die op arme grond groeien terug. Nou, wij hebben er vandaag flink van genoten, van al dat paars!
.jpg)
In 1982 is bij wet besloten dat 6 juni niet alleen de Dag van de Zweedse vlag (Svenska flaggans dag) is, maar ook de Nationale Feestdag van Zweden (Sveriges nationaldag). Maar dat betekende niet dat iedereen vrij was. Dat hebben ze in 2005 geregeld, ten koste van de tweede Pinksterdag, die nu een gewone werkdag is. Dat hadden we al gemerkt.
Nu is 6 juni
dus een officiële feestdag. We lazen dat overal de vlag gehesen wordt, dat de
koninklijke familie zich hijst in traditionele klederdracht, dat er veel muziek
is en dat vrijwel elke gemeente en lokale heemkundevereniging iets
organiseert.
De mevrouw
van Café Baltzar vertelde gisteren dat het in Mariestad niet zo leuk is, maar
Lyrestad waarschijnlijk wel. In Sjötorp was geen feest vertelde ze. Ze ploos de
toeristische krant over de omgeving even voor me door maar vond niet wat ze
zocht, maar toen ik zei dat ik wel even zou Googelen was ze weer helemaal blij.
Nou, in
Lyrestad stond iets op het program. Vanaf 16:00 uur. Iets met een muziekkorps
uit Töreboda, drillmeisjes (zo heeft AI het beschreven, waarschijnlijk bedoelt
–ie majorettes), een parade en
entertainment door Hackspettarna.
Het was
prachtig weer vandaag, dus na wat ochtenddingetjes als een wasje doen, brood
kopen, het opbinden van de schoten (die we pas weer nodig zijn op het Vättern
meer), het poetsen van de boot (waar komt al dat zand toch vandaan?) en een
uitgebreide lunch in de zon zijn we op de fiets gestapt.
Hidzer had
een mooie route uitgezocht, door kleine dorpjes en gehuchtjes, veel bos, ook
veel rotsen natuurlijk en heuvelachtige boswegen. Met prachtige bermen! Artrik
Vägkant lazen we vaak op borden. In Zweden is er in de bossen ongeveer 21000
kilometer aan wegen en dus iets van 24000 hectare aan bermen. Dat is goed voor
bloemen en wilde bijen en vlinders. En daardoor ook voor bosbessen, veenbessen
en frambozen. Nou, die hebben we nog niet kunnen plukken, maar de bermen zijn
nu al prachtig!
Maar de
feestdag? Vlaggetjesdag? Nou, dat viel ons tegen. Okee, we zagen veel blauw-gele
vlaggen, dat klopt wel. Maar geen feestgedoe. In Lyrestad sprak een meneer een
woordje, een muziekkorps van een man/vrouw of dertig speelde wat liedjes, er
bewoog één majorette (!), er stonden vier mensen die elk een vlag vasthielden,
er zaten een zestigtal mensen op stoeltjes. En her en der nog wat mensen op
picknickbanken.
.jpg)
.jpg)
Toen
marcheerden de vier vlaggen met het corps de straat uit (die niet was afgezet
of zo, er kwam toch geen auto langs) en de mensen die zich hadden moeten
omdraaien om naar dat corps en dat meisje te kijken konden weer recht zitten
want er trad een duo op. Eerst wat geklets, toen een liedje dat een hoog
Vreeswijk-gehalte had, en daarna wat anders. Wij hebben dit met verbazing en
cynische pret aanschouwd.
Het land van
Abba, van Pippi, van Ikea, van Ingmar Bergman, van Björn Borg en van Thomas
Gustafson! En dan op deze, in onze ogen wat knullige, manier vlaggetjesdag
vieren. Heel bijzonder.
Nou ja, wij
fietsten langs het Götakanaal terug naar de boot. Een mooi breed gravel pad,
super hoor. We hebben een paar sluizen bekeken en verheugen ons al op de
bootreis hier langs. Maar dat duurt nog even.
.jpg)
.jpg)
Gisteren zaten we weer wat te dubben. Vandaag vertrekken of blijven liggen? We wilden wel wandelen in het bos, naar het haventje van Spiken en naar het kasteel van Läcko. Voor het oversteken van het tweede deel van het meer zou het in de loop van de dag flink waaien, en de hele dag zou het wat regenen.
Maar ja, als
het regent is het ook niet zo leuk om te wandelen. En als we vroeg zouden
vertrekken was de wind wat gunstiger. Weliswaar meer aan de wind, maar later zou
hij wat draaien en vanuit het zuiden over heel veel water bij ons komen. Dus
meer wind en meer golven.
We besloten
om het vanochtend aan te zien. Vroeg weg was een optie. En ja, we werden vroeg
wakker. Dus even kijken in de app Windy. Hetzelfde als gisteren werd voorspeld:
later op de dag veel wind uit het zuiden, en de hele dag regen. Morgen en
overmorgen ook regen en dan tegenwind.
Nou, dan
kunnen we net zo goed gaan varen. Toch?
Dus we
vertrokken al om vijf uur. We kunnen heel snel vertrekken gelukkig: theewater
koken, aankleden, communicatie aan en weg. Het was grijs maar droog.
We vonden
onze weg weer tussen de rotsen door, zwaaiden naar het mooie kasteel van Läckko
en na anderhalve mijl kwamen we weer op het Vänern meer. Het was grijs, er
stond een matig windje dat later wel wat meer werd maar de motor moest er bij
aan, en hoewel het soms wat miezerde bleef de voorspelde regen uit.
.jpg)
Na elf mijlen
waren we weer bij rotsen. En veel water. Grotere stukken water dan we eigenlijk
hadden verwacht. Het was een soort zoeken naar bakens en staken, dan een Sneekermeer
overvaren, dan ergens een bocht om en de Fluezen over, weer een slinger maken
en staken zoeken en dan het Tjeukemeer over.
Die staken, dat is me wel wat hoor. Sommige rode hebben een vierkant rooster boven op de "stok", sommige groene hebben een driehoek. Maar de meeste staken hebben niks, zijn gewoon staak. Stok. Als je last hebt van kleurenblindheid is het een enorme uitdaging, want je ziet dan aan de vorm niet wat je aan bakboord of stuurboord moet houden!
.jpg)
De twintig
mijlen tussen de rotsen (die trouwens soms erg ver weg lagen hoor) duurden voor
ons gevoel best lang. Okee, het is dan ook ongeveer 37 kilometer, maar mentaal
gezien voelden we ons al bijna bij de haven van Sjötorp en moesten we nog
steeds een stukje verder.
Toch was het
een mooie tocht. Zeilen kon niet want we slingerden als een malle over de
aangegeven vaargeul. We zagen mooie witte wolken, maar die veranderden zó snel
dat ze niet na te schilderen zijn. Heel apart: als je even je blik ergens
anders op richtte en dan weer naar “jouw wolk” keek, zag ie er heel anders uit.
De Torsöbrug
is in ’t midden over een breedte van 10 meter 19,9 meter hoog. En over een
breedte van 60 meter is tie 18 meter hoog. We bleven precies in ‘t midden van de
brug varen, vonden het best spannend maar alles ging goed.
En toen
kwamen we na ruim 7 uren varen in Sjötorp aan. Op het mooiste plekje van de
haven van Sjötorp. Nou, misschien is er wel niet eens een mooier plekje in
welke Zweedse haven dan ook te vinden! Simon, bedankt!
We liggen
aan ’t begin van de haven, op Forhyrd Båtplats 1, aan een langssteiger, met
prachtig uitzicht op water, eilanden, de haven, het dorp en de ingang van het
Göta-kanaal. Het kanaal loopt pal langs de haveningang. Jee, wat een mooie
plek! Hier kun je wel de hele zomer blijven liggen!
.jpg)
.jpg)
We hebben ons
gemeld bij Café Baltzar (waar je normaal gesproken je havengeld moet betalen)
en toen ik vertelde dat we door Simon waren uitgenodigd was alles okee. Na een
welverdiende pauze gingen we weer de wal op. Twee Noorse motorboten zouden tegen
een uur of vier door de eerste sluis gaan (er kwam een konvooi deze kant op) om
in het bekken te blijven liggen. Dat wat ook ons plan was. Dus dat is blijkbaar
niets bijzonders. Als je betaald hebt mag je naar binnen wanneer er een konvooi
langs komt.
We hebben de
eerste Göta-schutting van de Noren gezien, de laatste Göta-schutting van drie
zeiljachten, en zijn toen naar de boot gegaan. De andere twee zeiljachten (konvooi
in twee groepjes) lieten we voor wat ze waren, want er kwam me toch een bui!
Alsof er een emmer werd leeggegoten! Zó jammer voor de sluiswachter en die
mensen, ze werden drijfnat.
En gek
genoeg werd het nog een mooie avond met veel zon. Heerlijk!
.jpg)
.jpg)
Wat een stilte vannacht! Geen geluid van stromend water, geen vogels, geen passerende schepen. We misten het toch wel een beetje. En ook geen geurende seringen. Daarvoor zijn we te ver van de wal. Want oh, wat bloeiden en geurden ze. Overal. Langs het fietspad, in tuinen, in het wild, bijna overal dus.
Tegen acht
uur werden we wakker. De weerman van Windy zei dat we best konden gaan. De wind
zou wat ruim zijn, zeilbaar qua sterkte, maar het zou de hele dag regenen. Met
aan het eind van de middag (wanneer wij ongeveer tussen de rotsen door moesten
varen) zouden we heel veel regen krijgen. H’m. Morgen ziet het er niet beter
uit. Dus we besloten te gaan. Tegen regen kunnen we, en ach, we hebben de Donau
gedaan dus dan kunnen we dit ook.
Hidzer zag
twee zeiljachten bij de brug liggen. Voor we op het Vänern-meer komen moeten we
eerst een spoorbrug en een verkeersbrug “doen”. We deden de marifoon aan en
hoorden in Duits-Engels vragen wanneer de brug open gaat. Geen antwoord. Even
later vroeg een andere stem ook wanneer de brug opengaat. Niet: we willen graag
een opening, kunt u zeggen hoe laat dat kan? Nee, het werd gevraagd met een
toon van “ik heb er recht op”.
Maar er werd
geantwoord dat de brug “in a minute” open zou gaan. Wij hebben snel het anker
ingehaald (meer dan 25 meter.....) en zijn naar de brug gevaren. En waren gelukkig
mooi op tijd voor de opening. De twee jachten die er lagen kenden we, ze hadden
ook in Trollhätta gelegen. Deze Duitsers wilden het ook rustig aan doen op het
Göta-kanaal.
.jpg)
Om even over
half negen voeren we het meer op. We hadden verwacht dat de bruggen pas vanaf
negen uur zouden draaien, dus dit half uur beschouwden we als winst. Want we
wilden de gang er in houden vandaag, in verband met die mogelijke stortregen.
.jpg)
Het Vänern
meer is qua grootte het derde meer van Europa, met een afmeting van 140 bij 70
kilometer. Met veel rotsen langs alle kusten. Praktisch stromingsvrij, maar,
staat als waarschuwing in ons boek: je moet het weer goed in de gaten houden,
want er kan zomaar erg harde wind komen met veel golven.
Niet de hele
rit hebben we volledig gezeild: af en toe de motor er bij aan omdat de wind wat
minder was en we ons tempo niet volhielden. De wind was wat draaierig en
vlagerig, maar het schoot al met al toch wel lekker op. En: geen regen! Joepie!
We hadden wel onze thermo-kleding onder de zeilpakken aan, maar het was
(daardoor) niet koud.
De laatste
twee uren op “open zee” hebben we gemotord met gereefd zeil, want toen was de gedraaide
wind aan een inhaalslag begonnen. Het zeil diende als steuntje zodat we niet
heen en weer slingerden op de golven. Dat is wat het boek ons dus vertelde.
We voeren
alleen. De twee Duitse jachten hielden de westkust, wij gingen richting het
noordoosten. En we keken zoals altijd veel naar de lucht. Want tja, die regen
hè, zou die nog komen?
.jpg)
Voor ons sjeesden dreigende wolken langs, maar achter ons werd het ook dreigend donker. We waren ongeveer bij het punt waar we moesten afslaan naar de rotsen. Bij een leuk vuurtorenhuis.
.jpg)
Vlak daarna lagen de gevaarlijke jongens: de rotsen die lijken op gestrande
potvissen en meer onder water zijn dan er boven. Trouwens, de puntige rotsen
die je helemaal niet ziet zijn nog gevaarlijker natuurlijk.
.jpg)
Wij keken
naar voren om de vaargeul te volgen, naar opzij om van de rotsen en de huizen te
genieten, en naar achteren om de wolken in de gaten te houden. Het vuurtorenhuis
werd al nat van de regen.....
.jpg)
Die vaargeul
was soms wat moeilijk te ontdekken. We zijn erg blij met onze navigatie,
daardoor weten we ongeveer welke richting we op moeten, en dan kunnen we markante
rotsen of bakens of staken (ze doen hier niet aan tonnen) opzoeken.
.jpg)
Soms was de
vaargeul best breed en dan was de ene kant door staken aangegeven en was de
andere kant rots. Oh. Nou, we bleven maar in de buurt van de staken, dan kwam
het wel goed.
.jpg)
En ergens
heeft ooit een brug (of zo) gestaan. Ons boek zegt daarover dat het Strömsundet
heet. “2,6 m djup en 7m bred passage med betongkistor” aan beide kanten.
Enkelriktad trafik. Eenrichtingsverkeer,
dat lijkt ons logisch. Het leek van een afstand spannender dan het was
gelukkig.
.jpg)
.jpg)
We wilden
naar het haventje Spiken. Maar de Duitse mevrouw van de zeiljachten, die ene zonder
AIS, vertelde dat er ergens daarvoor een leuke steiger was. En ja, die zagen
we! Voorzichtig voeren we er naar toe, het bleek overal flink diep te zijn, bij
de steiger nog 2,3 meter. Het heet Mista Udde. Udde betekent landtong, en mista
udde is zoiets als verloren landtong.
Een prachtplek!
Een lange steiger met gaten in het hout om je landvast doorheen te halen. Op de
wal picknicktafels, een BBQ en een eco-toilet. ’s Zomers zal het wel druk
bezocht worden, maar nu zijn we er in ons eentje.
.jpg)
Alles was
nog maar net klaar (aangelegd, zeil ingepakt en huik dicht, stuurwielhoes om
het stuurwiel en een paar foto’s gemaakt) of het begon te regenen. Nou,
stortregen! Wel drie kwartier lang. En daarna nog bijna een uur regen met
donderslagen.
.jpg)
.jpg)
Meer “precies op tijd” dan dit kan haast niet! Wat hebben we geluk gehad. Met de deels onjuiste verwachtingen en met onze strategie om het tempo er in te houden. En met dit plekje!
Na zes nachten hebben we vandaag afscheid genomen van onze haven van Äkers sjö. Eigenlijk was dat gisteren al de bedoeling, maar het regende bijna de hele dag. En aangezien we eerst nog even op de fiets boodschappen wilden doen bij de Max ICA (die heeft meer lekkere dingen dan de normale ICA) hebben we ons vertrek een dag uitgesteld.
Maandag heb
ik het buro van het Götakanaal gebeld en we mogen best met een konvooi door de
eerste drie sluizen bij Sjötorp varen en dan daar blijven liggen. Ik heb gezegd
dat we niets nodig hadden en dat we braaf gaan wachten tot 16 juni. Fijn dat
dat kan!
Onze Noorse
buren Renate en Henning zijn toch vertrokken. Ze hebben hun boot verkocht en
brengen ‘m naar Stockholm, maar willen eigenlijk ook nog ten noorden van Stockholm
de omgeving verkennen. Ze willen aanstaande vrijdag beginnen aan hun
Götakanaal-traject, en mogen nog drie dagen extra op ’t kanaal blijven liggen en aansluiten bij een volgend
konvooi.
We hebben
nog even op de fiets de stad verkend. De fiets-voetpaden zijn voor ons nog wel
eens lastig. Niet dat we het pad moeten delen met voetgangers, nee, dat gaat
prima. Maar soms is het pad zomaar weg. Of zomaar aan de andere kant van de
straat, zonder een logisch lijntje daar naar toe. Tja, wij fietsen als echte
toeristen natuurlijk, kijken alle kanten op, en missen dan ons fietspad. Dus we
zitten soms aan de verkeerde kant van de straat, of naast het fietspad. Geeft
niet, de automobilisten stoppen als ze ons zien aankomen (alsof we een knipperlicht
op onze helmen hebben, haha) en het was niet druk.
De
Saab-fabriek (gevestigd in oude fabriekshallen waar locomotieven gebouwd
werden) zijn pas op zaterdag open. Niet dat wij zulke auto-kenners zijn, maar
het wel iets belangrijks voor Zweden.
Oh, van
Simon kregen we het fantastische nieuws
dat we op zijn plek in de haven mogen liggen. Daar zijn we heel blij mee, dan
kunnen we met goed weer het grote Vänern-meer oversteken, Sjötorp en omgeving op
ons gemak verkennen, en misschien zien wat het feest op zes juni inhoudt.
Gisteren
wilden we dus al vertrekken, maar toen we op de fiets wilden stappen begon het
te regenen. En dat ging maar door. De weermannen vertelden elk uur dat het nog “even
langer” zou blijven regenen. Soms miezer, soms een heuse bui.
We hebben
ons best vermaakt hoor, met lezen en spelletjes doen. Pas tegen half vier werd
het droog en zijn we nog rond de sluizen gaan wandelen.
Rond 1750
waren er nog wel 900 paarden nodig om goederen te vervoeren langs de watervallen
van Trollhätta. Toen begon de bouw van de sluizen. Maar toen de koning stierf
stopten ze met bouwen. En begonnen later weer. En stopten omdat de dammen
doorgebroken waren. Door geldgebrek begonnen ze pas weer met bouwen in 1793, en
zeven jaar later werd het sluizencomplex echt opengesteld.
.jpg)
.jpg)
De sluizen
waren ongeveer 2 meter diep, en redelijk smal, dus dat bleek al gauw niet
voldoende. Naast de oude werden er diepere en bredere sluizen gebouwd.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Maar ja, de
schepen werden breder en langer, dus uiteindelijk zijn er weer nieuwe sluizen
gebouwd. In 1916 kregen ze hun huidige grootte.
Grappig is
dat je de oude sluizen nog deels kunt zien. Omdat ze naast elkaar liggen. Niet
letterlijk, want vroeger zat er een haakse bocht in het vaarwater, maar we
hebben wel een duidelijk beeld van de situatie gekregen.
.jpg)
Toen we langs de “nieuwe” sluizen liepen werd er een Nederlandse coaster geschut. Uit Groningen notabene. Waarschijnlijk heeft het schip Groningen nooit gezien, maar dat doet er niet toe.
.jpg)
.jpg)
Ook liep er water (uit de sluis?) onder een huis door. Best spannend, we hopen maar dat het water de rotsen niet uitholt.
.jpg)
Van Simon
kregen we veel appjes met foto’s uit een Havnguide over het Värnern-meer. Er
zijn veel ankermogelijkheden rond de eilanden en rotsen. Het is zó mooi,
misschien moeten we nog eens terugkomen om meer tijd op het meer door te
brengen.
Nu denken we
toch dat we in twee dagen het meer oversteken en dan in Sjötorp gaan liggen.
Vandaag zijn
we dus op pad gegaan. Eerst nog even op de fiets naar de grote supermarkt, via
een prachtige route. Het was warm en zonnig, we fietsten weer in korte broek en
shirtje.
.jpg)
Na de lunch
zijn we vertrokken. In drie-en half uur hebben we ongeveer 14 kilometer
afgelegd. We moesten even wachten voor een voetgangersbrug, iets langer voor de
spoorbrug, en nog langer voor de sluis. Niet dat er goede aanlegmogelijkheden zijn, dus we legden ons maar even vast aan een hoge oude steiger.
.jpg)
Op zich niet
erg, want het was een leuke tocht. Langs rotsen, langs huizen, langs het
pelgrimspad dat we deels hadden gelopen, de voetgangersbrug die voor ons moest “klappen”
hadden we al eens gebruikt om het water over te steken, en we kwamen langs een
groot meer. Een soort Snekermeer, met een paar eilanden en heel veel rotsen.
.jpg)
.jpg)
Die rotsen
zie je en soms ook niet. Alsof ze “kiekeboe” tegen ons zeggen. Nou, we hebben
braaf de vaargeul gevolgd. Bij de spoorbrug, die tegelijk met de verkeersbrug
opende, kwam ons de Elfkungen tegemoet, de oude rondvaartboot die heen en weer
vaart tussen Äker sjö en Vänersborg. Verder zagen we geen boten of schepen.
.jpg)
.jpg)
Nu liggen we
voor anker in een soort uitloper van het Vänern-meer. Best groot maar het voelt
prima. Het heet Vassbotten. In de verte zien we Vänersborg met de bruggen die
we morgen gaan doen, en zojuist zagen we een coaster langsvaren.
.jpg)
.jpg)
Af en toe regent het wat, dat begon in de sluis, maar nu zitten we binnen lekker droog.