donderdag 9 juli 2026

Motala

Het is elke keer een feestje om naar de supermarkt te gaan. Klein of groot, of nog groter, we zien bij elk bezoekje wel iets nieuws. Zijn het niet de grootverpakkingen vlees, de ontelbare soorten frisdrank, de salami-worsten met vlees van wilde zwijnen of herten, de grote sigarettenautomaten, of het feit dat bijna iedereen één of meer (soms wel vijf!) plastic of papieren tasjes koopt om de boodschappen in te doen, dan wel de Returstations waar mensen met zakken vol hun statiegeld-blikjes en flessen inleveren. 


Of al die soorten knäckebröd! De normale zoals wij ze kennen, maar dan ook nog dik en dun, maar ook in driehoeksvorm, of hele grote ronde. Die zien er leuk uit, maar we vragen ons af hoe je 't gaat eten. Ten eerste is het wel heel veel voor een ontbijtje, en ten tweede is het toch onhandig eten?

En dan is er vaak een hoekje of een heuse hoek waar je gok-dingetjes kunt kopen. Online casinospellen, sportweddenschappen, paardenraces, loterijen en bingo voor het goede doel. En als je in een kleine supermarkt bent kun je krasloten (of zo) kopen bij de kassa. Misschien is het een soort ontmoedigingsbeleid van de regering, zoals de drankwinkels (Systembolaget), maar ik moest echt moeite doen om een keer een gok-hoek te vinden waar geen mensen stonden. 

Natuurlijk hebben we ook hier weer in de buurt gefietst en gewandeld. Even naar de trappensluizen van Borenshult. Het zijn er vijf, die aanelkaar "gebouwd" zijn. Ze heten officieel "De Vijf Sluizen van de Herinnering", waarschijnlijk ter nagedachtenis aan Baltzar von Platen. Nou, eerlijk: in bijna elk dorp of bos of sluis, vlakbij het Göta kanaal, is er wel iets wat ter ere van Baltzar is geplaatst. 

Je gaat hier 5,3 meter naar beneden. Of omhoog, als je van oost naar west vaart. 

Ooit liep hier tussen Motala en Borenshult een van de eerste spoorlijnen van Zweden, die tijdens de aanleg van het kanaal was gebouwd en werd gebruikt voor het transport van grond. De wagens werden door paarden getrokken, wat zowel sneller als soepeler was dan wanneer de arbeiders kruiwagens hadden gebruikt. 


Die Baltzar von Platen overleed op 6 december 1829 in Kristiania, Noorwegen. Nog voor zijn dood had hij opdracht gegeven tot het maken van een eikenhouten kist die per slee naar Motala vervoerd moest worden. Het lichaam moest, volgens Baltzars eigen instructies, gebalsemd worden zodat zijn vrienden hem konden zien. 

Zijn eigen vier paarden trokken de kar met de kist naar Motala. Maar ondanks een brief aan koning Karl XIV Johan waarin hij resoluut weigerde een "lijkkistachtige processie" te accepteren, begon de rouwstoet terug naar Zweden op 20 januari 1830, met een magnifieke escorte.

Nadat de rouwstoet op 6 februari (2 maanden later dus) in Motala was aangekomen, werd de overledene bij de kerkpoort ontvangen door het bestuur van het Götakanaal. De kist werd nog een laatste keer geopend, zodat Baltzar, zoals hij had gewenst, nog een laatste keer door zijn vrienden kon worden gezien. Op zondag 7 februari werd hij naar zijn graf gedragen en, onder 800 saluutschoten, neergelaten naast zijn levenswerk, het Götakanaal. Volgens de overlevering zou een van de vier paarden ook niet ver van het graf van Baltzar begraven liggen.

Baltzar von Platen wilde een eenvoudige, horizontale grafsteen, afkomstig uit de kalksteengroeve van het Götakanaal bij Borghamn. Op de steen zou alleen BB Von Platen staan, zonder geboorte- of sterfdatum. De reden hiervoor was dat Baltzar von Platen vond dat "de rest aan hen was". Ook hier kreeg hij niet wat hij wilde. Platens graf is tegenwoordig een prachtig monument, aan het kanaal en het fietspad.

In het graf liggen ook zijn vrouw, hun twee zonen en dochter, een schoonzoon en een schoondochter, een kleinkind en zelfs zijn hoofdmonteur. Gezellige boel dus. Nou ja, ze liggen er leuk bij, zo in het zonnetje.


Er zijn zelfs her en der eerbetonen aan de beste man die stammen uit 1998 en 2013. Zo blijf je wel bezig natuurlijk. Maar goed, wij zijn erg blij met het initiatief én zijn visie en vakmanschap!


Ook vanaf de andere kant van het water is het een leuk gezicht: onze donkere boot te midden van de veelal witte, met als achtergrond die mooie rode kleur van de huizen.



Het slot Charlottenborg leek ons wel een bezoek waard. Graaf Ludwig Weirich Lewenhaupt liet het huis in 1652 bouwen en vernoemde het naar zijn vrouw, gravin Charlotte. Vanaf die tijd, tot 1981, zijn er ongeveer 12 verschillende eigenaars geweest. Die allemaal iets aan het slot hebben veranderd natuurlijk, dus het is nu een ratjetoe van stijlen en spullen. 

Zelfs de gemeente Motala deed daar aan mee sinds het in 1984 een museum werd: er ligt nu bijvoorbeeld een vrolijke vloerbedekking, die een rivier moet voorstellen. 

Er staan hele oude muurkachels, er zijn vrolijke muurschilderingen, en er was een interessante expositie "kennismaken met twee van de oudste bewoners van Motala". Want in 2010 werd een unieke vondst gedaan: tijdens een opgraving werden tien schedels gevonden. Deze waren bijna 8000 jaar geleden op houten palen in een ondiep meer geplaatst. Dankzij DNA-technologie konden twee van de individuen worden gereconstrueerd zoals ze er mogelijk uitzagen toen ze nog leefden.

We waren onder de indruk van de kunstenaar en houtbewerker Sophia Isberg, die hier in Motala leefde van 1819 tot 1875. Haar vader leerde haar draai- en houtsnijtechnieken, en ze werd wereldberoemd. Haar werken werden tentoongesteld in Londen, Parijs en Wenen, maar ze bleef altijd samen met haar broer in een huisje in Motala wonen. Geen poespas, gewoon blijven werken met hout.

We hebben hier een prima plekje en er is van alles te zien. Vaak ook vissende kinderen en mannen. Soms gaat het mis, want gisteren vond Hidzer een flink stuk vissnoer met haak rond één van de stagen gewikkeld.

dinsdag 7 juli 2026

Over de Vättern naar Motala

De weersvoorspellingen lieten zien dat we konden zwemmen voor ’t ontbijt, dat er weinig wind op het meer zou zijn, ‘s middags in Motala buien en onweer en woensdag harde wind.

Dus we gingen op pad. Om negen uur moesten we even wachten voor de brug en konden mooi de Juno weer even van dichtbij bekijken, met zijn stootwilllen van hout die het hele seizoen niet overleven.....

Magnus van de Nutshell (die uit Australië) maakte een foto van ons, zó leuk!

Op het meer, waar we via een slingerroute om een eiland en om rotsen kwamen, en vlak langs Vanäs Udde (waar we gisteren gefietst hebben) konden we zeilen met de motor er bij aan. Het was grijs en het bleef grijs, maar ach, het voer best vlot. We moesten ruim 30 kilometer om in Motala te komen.

Ongeveer 12 kilometer voor we daar waren passeerden we drie eilandjes. De groep heet Fjuk, de eilandjes van zuid naar noord Jällen, Mellön en Skallen. In 1851 werd op Skallen begonnen met het bouwen van een vuurtoren. Dat niet alleen, ook kwamen er woonhuizen en wat bijgebouwen voor de twee vuurtorenwachters en hun gezinnen. Zo’n vijfentwintig jaar later kwam er nog een vuurtorenwachter bij en woonden ze er met zijn zeventienen. Op een eiland van ongeveer 220 bij 90 meter!

Dat duurde tot 1910. Toen werd een van de eerste onbemande vuurtorens van Zweden hier gebouwd en verhuisde iedereen naar de vaste wal.

Maar nu komt het leuke: een jaar of vier later vestigde zich een visser op Skallen. Eerst in een schuurtjes dat was blijven staan, later bouwde hij zijn eigen houten huis.

Hij werd de “Enslingen på Fjuk” genoemd (de kluizenaar van Fjuk), verkocht zijn vis in Vadstena (daar moet je toch iets van 11 kilometer voor varen), had af en toe andere vissers op bezoek en was meerdere keren betrokken bij het redden van mensen wanneer ze op hun schepen in moeilijkheden waren gekomen.

Deze Erik Zetterblad heeft hier 52 jaar gewoond, tot eind 1966, wij vinden dat een enorme prestatie!

Wij gingen niet naar Vadstena maar voeren onder de hoge brug door naar Motala. In de verte zagen we de stad en de rode gebouwen van het Motor Museum en een hotel, en daar was ook de haven.

We liggen vlak om het hoekje, langszij, met uitzicht op die hoge rode brug, de fontein, de lage boogbrug, de haven (soms bijna vol, soms bijna leeg), de wandelende mensen en als we moeite doen zien (en horen) we de slagbomen van de brug bij de sluis. Een prachtig plekje. Wat zeg ik? Weer het mooiste plekje van de haven, we treffen dat toch steeds hoor!

Het was lekker weer dus we besloten een eind te gaan fietsen. Mooie fietspaden in de stad, maar ook hier houden ze soms spontaan op of moet je de weg oversteken zonder dat er een zebra is.

Maar áls er een zebra is: ga dan niet daar vlakbij staan te overleggen welke kant je op wilt. Want dan stoppen de auto’s al om je te laten oversteken! Het is bijna niet te geloven zo voorzichtig en vriendelijk de automobisten hier zijn. Daar kunnen we in Nederland veel van leren!

De voorspelde plensbui kwam. Iets te vroeg voor ons, dus we kwamen nat weer aan boord. Het onweer en de regen duurde bijna 2,5 uur, maar het werd niet koud. Dus aan ’t eind van de middag fietsten we weer een stukje. Maar een achtergebleven bui wist ons helaas weer te vinden, dus we hebben even staan schuilen bij een huis en zijn weer nat thuisgekomen.

Het ging trouwens flink waaien, de fontein midden in de baai is niet echt meer een mooi naar boven spuitende fontein maar lijkt nu op een beregenaar op een akkerland!

Ach, morgen wordt het weer droog, dat scheelt. Wel met harde wind, dus we blijven zeker een nachtje of twee liggen. Of drie.....

maandag 6 juli 2026

Karlsborg

 







Over het Bottonsjön meer varen bleek minstens zo leuk als er om heen fietsen. Sprookjesachtig mooi, zoals de rode huizen aan het water en op de berg staan. Okee, de mensen moeten wel via een gravelweg (die bij hen doodloopt) naar de stad toe, maar ’s zomers wonen ze wel enorm idyllisch.

We vonden een prachtig plekje aan de lange steiger in Karlsborg. Eigenlijk precies wat we graag wilden: niet te dicht bij het meer en niet te dicht bij de brug, maar wel uitzicht op de brug, de haven met vingersteigers en het strand in de verte.

Tijdens de twee dagen dat we hier waren hebben we als we aan boord waren vaak genoten van wat de Duitsers Hafen-Kino noemen. Ja, dat is onze hobby ook nog altijd: kijken naar het gedrag van andere mensen.

Eigenlijk heette Karlsborg vroeger Rödesund. Dat is het riviertje tussen het Bottensjön en het Vättern. Maar nadat de grens met Rusland (dat na de Finse oorlog Finland immers had “gekregen”) wel heel dicht bij Stockholm kwam te liggen, besloot koning Karl in 1819 dat er een vesting gebouwd moest worden aan het Vätternmeer.

Handig bij het water van het grote meer, het Götakanaal was in aanbouw dus boten konden makkelijk van de ene kant van Zweden naar de andere kant varen, het zou een centrale soldatenpost worden ,de reseve-hoofdstad van Zweden, en ten tijde van oorlog zou het goud van de Riksbank hier bewaard worden en de Koninklijke familie hier gaan wonen.

De vesting-in-aanbouw werd eerst Vänas genoemd naar een Vanäs Udde (Kaap Vanäs), maar die naam werd in 1832 veranderd in Carlsborg en heet nu Karlsborg. Wat een gedoe, en lekker ingewikkeld voor de postbodes, haha!

Men had bedacht dat het bouwen van de vesting tien jaren zou duren, maar het werden negentig jaren!  Steeds werden plannen verbeterd en de vesting groter en sterker. En weet je wat? Tot nu toe is er geen enkele oorlog geweest.

Het is een groot, erg groot complex, met alles er op en er aan. Grote wooncomplexen, stallen, werkplaatsen voor van alles en nog wat, een ziekenhuis, een park, brede lanen met bomen, natuurlijk een grote villa voor de koning, en nog veel meer.





Nu worden er nog steeds soldaten getraind, dus we mochten niet overal komen en zeker geen foto’s maken. We zijn in het militair museum geweest (beetje saai) en zagen zelfs weer een EPA staan.

Waar we mochten fietsen hebben we 't gedaan. Tussen gebouwen door, langs de poort, langs het oude ziekenhuis, door het park en langs Vanäs Udde (de kaap). Dat het allemaal super interessant was kunnen we niet zeggen, maar we hebben van alles gezien, lekker gefietst en ons meermalen verbaasd.

De stad is eigenlijk best snel te verkennen. Dankzij de vesting heeft het bestaansrecht (nu ook door toerisme door die vesting), en verder heeft het niet zo heel veel charme. Af en toe een leuk huis, een opknappertje, er staan wat flats en er worden er nog twee bijgebouwd, en we zagen een leuk vakantiehuisje.

Morgen gaan we waarschijnlijk verder, over het grote Vännern meer. Voor morgenmiddag worden er buien voorspeld, en de volgende dagen komt er meer wind.

zaterdag 4 juli 2026

Een paar dagen in en rond Forsvik

Forsvik ademt verleden. Het wordt gewaardeerd, maar niet gekoesterd. Het museum waar de geschiedenis van Forsvik wordt getoond, is een openluchtmuseum met potentie. Allemaal wat knullig zeg maar.

Er staan wat oude gebouwen, in een paar wonen mensen en in een fabrieksgebouw is een theater en theaterschool gevestigd, maar het heeft volgens ons een flinke upgrade nodig.

Maar goed, onze (privé)gids was erg aardig, vond onze vragen soms lastig, we hebben het complex bekeken en dankzij haar hebben we veel opgestoken. Want zij sprak Engels terwijl alle summiere info in het Zweeds was. Tja....

Waar eigenlijk heel weinig aandacht aan besteed wordt hier in Forsvik, is het leven van Elisabeth Cronström. De oude meuk aan ovens en technieken krijgen veel aandacht, maar ik vind het leven van Elisabeth minstens zo interessant.

Ze is geboren in 1688 in een familie die een aantal molens had in het midden van Zweden. Het gebied dat vooropliep op het gebied van mijnbouw en metaalbewerking.

Ze trouwde op haar twintigste in Göteborg (hemelsbreed iets van 350 kilometer afstand, en dat in 1708!) met Sebastian Tham. Hij was erg rijk, 22 jaar ouder dan Elisabeth, al twee keer eerder getrouwd geweest, en ze kregen binnen 15 jaar tien kinderen. Tien!

Sebastian stierf  in 1724. Had een vermogen wat nu omgerekend iets van 10 miljoen euro zou zijn. Elisabeth, toen nog maar 41, was voor ’t eerst in haar leven handelingsbekwaam. En kreeg dus het recht om haar eigen bezittingen (en die haar nog jonge kinderen hadden geërfd) te beheren.

Lang verhaal kort: ze was een handige zakenvrouw met aandacht voor mensen. Forsvik Bruk, dat ze erfde , was al een klein industrieel complex. Eerst gericht op hout. De waterval waar het Vikenmeer in het Bottensjön en Vättern stroomde was het centrale punt, en de watergedreven zaag hier in Forsvik is de eerste zaagmolen die schriftelijk wordt vermeld. Ooit werd hier hout gezaagd voor het klooster van Vadstena.

Toen kwam de tijd van de ijzergieterijen. Elisabeth breidde haar imperium uit met smederij en metaalgieterijen.

Maar wat we heel bijzonder vonden (nou, dit alles was al heel bijzonder natuurlijk), is dat ze zich zo op mensen richtte. Ze liet arbeiderswoningen bouwen, en een school en kerk, zorgde voor voedsel en een dokter.

Onder haar leiding werden steeds meer percelen in de buurt aangekocht, dus het complex breidde zich enorm uit en het werd een fabrieksdorp. Nou, meer een fabrieksdorp op een enorm landgoed. Erg belangrijk voor boeren, arbeiders, ambachtslieden en hun families. Toen ze in 1771 stierf, 81 jaar oud, bezat ze ongeveer 70 grotere en kleinere panden, molens en hoogovens, zagerijen en molens.  Het was een power-woman dus!

We zijn hier in totaal vier nachten gebleven, hebben veel gefietst en gewandeld, af en toe een voorspelde bui gehad, maar het was steeds lekker warm dus we klagen niet. Integendeel!

Het is een prachtige omgeving. We zijn het hele Bottensjö rondgefietst, langs  waarschuwingsborden voor rendieren, paarden en soldaten maar we hebben ze niet gezien. Ha, we waren na een kilometer of veertig trots op onszelf dat we niet verdwaald waren, tot we in het bos weer op hetzelfde kruispunt kwamen. Het heeft niet te maken met onvermogen om kaart te lezen, maar we hebben geen zin om de telefoon te horen zeggen waar we naar toe moeten. Dus proberen we de route te onthouden maar dat gaat weleens mis. Geeft niet, op de fiets is alles goed te doen, en onze nieuwe fietsen helpen ons vrolijk de bergen op. Er is werkelijk geen 500 meter vlak, het daalt en stijgt als een malle soms.

Op een fietstocht de andere kant op, meer zuidwesten, zagen we wel dieren. Niet op borden, nee, in het echt. Reeën, heel veel hazen, zes slangen (!) en twee gezinnetjes kraanvogels. En een rode kerk. Vinden we toch bijzonder, want tot nu toe hebben we steeds witte kerken gezien.

We liggen op een prachtig plekje. Kunnen lekker zwemmen, zien boten komen en gaan, en met een kort loopje zijn we bij de sluis waar altijd wel wat te zien is.  

Op 15 meter afstand staat een winkel. Eentje die 24 uur per dag open is. Je moet een account aanmaken, je profielfoto van Google uploaden en je bankrekening laten checken en dan kun je naar binnen, iets pakken en afrekenen.  

Er wordt veel gebruik van gemaakt, het is dan ook de enige winkel in het dorp. Maar elke ochtend wordt er vers spul gebracht, zelfs stokbroden en bolletjes. Wij zijn geen klant geworden, want we hebben geen profielfoto in ons Google-account en dat vinden we ook wel okee. Dan maar op de fiets naar een dorp 13 kilometer verderop, vinden we geen probleem.

De expositie over EPA’s was erg leuk. Oorspronkelijk waren het zelfgebouwde landbouwtractoren, gemaakt van vliegtuigonderdelen. De naam komt van een discountwinkelketen, en staat dus voor goedkoop en eenvoudig.

Maar tegenwoordig is het geen trekker meer. Nee, het zijn auto’s die bestuurd worden door jongeren vanaf 15 jaar die een brommerrijbewijs hebben. Oude personenauto’s worden gestript en aangepast (wettelijk begrenst tot 30 km per uur) en als tractor geregistreerd. Het zijn prachtige auto’s, ze maken er soms heuse kunstwerken van. De achterbanken moeten er uit, de laadbak lijkt soms een aquarium, er brand veel LEDlicht (vaak rood), en de muziek moet blijkbaar hard staan. Geen bepaald genre, maar het moet wel lekker bonken. 

We hadden ze al wel eens zien rijden, vonden het maar vreemd dat er een gevarendriehoek achter op zit, maar nu begrijpen we het. En het lijkt wel of we er steeds meer zien, zó leuk!

Een paar andere dingen die we nu echt opmerken is onder andere het zwaaien van mensen. Niet heen en weer gaan met je hand en arm, nee, hier lijkt het wel of je met je hand een vogelbek moet nadoen. Heel grappig. We proberen het ook, maar vergeten het steeds.....

Oh, en een oude fiets in je tuin is blijkbaar hip. Of hip geweest, dat kan ook. Gewoon neerzetten, in een standaard of tegen een hek, een bloemetje erop en klaar is Kees.

Ja, en overal nog de brievenbussen in een groepje. Dat blijft grappig, maar ook erg handig. Handig is ook dat, terwijl huizen een eindje van de weg af staan, de garages dicht op de weg staan. In tijden van sneeuw hoef je dan niet zo veel te scheppen natuurlijk. Praktisch!

Morgen gaan we naar Karlsborg. Denken we. Het is niet ver varen, maar weer even een andere plek om te liggen. We zijn er al doorheen gefietst maar willen er minstens een dag blijven.