zaterdag 25 juli 2026

Nog een dagje (rond) Klevbrinken

Ergens halverwege de ochtend vertrok de camper. Richting Noorwegen. Jammer, het afscheid, maar oh, wat was het leuk! Ons rest natuurlijk veel herinneringen, foto's, en ook een tekening. Marit maakte de Nocht, met een Noorse vlag. Want ze hoopte dat we daar nog naartoe zouden varen zodat we elkaar weer zouden zien. 


Wij zijn gaan fietsen. Langs het kanaal naar Söderköping, bijna vijf kilometer verderop, om te kijken waar de leukste ligplaats zou zijn. Nou, die zijn er een heleboel, dus we maken ons daar geen zorgen over.

Bij een parkeerplaats zagen we dit bord. We hebben er een poosje naar gekeken en begrepen er wel wat van, maar niet alles. Ja, dat dit een parkeerplaats is voor personenauto's en motoren. Dat je de parkeerschijf moet gebruiken, voor maximaal vier uren. En dat iets geldt tussen 1 mei en 31 augustus. 

Maar die tijden? Die begrepen we niet, maar zijn eigenlijk heel duidelijk. Op doordeweekse dagen van 8:00 tot 18:00, op zaterdag en de dag voor een feestdag (de tijd tussen haakjes) dus ook van 8:00 tot 18:00 uur, en op zon- en feestdagen (in het rood) voor het gemak hier ook van 8:00 tot 18:00 uur. Later zagen we nog een bord met afwijkende tijden voor de zon- en feestdagen, maar wel weer dit rijtje. 


De laatste haven en de laatste sluis van het kanaal zijn in Mem. Dat is een kilometer of zes verderop. Hier gaan we waarschijnlijk ook nog een paar dagen liggen. We merken al dat het moeilijk wordt om afscheid van het kanaal te nemen. Dat is een grappig besef, want we willen ook graag het scherengebied in.

In de sluis is een marmeren plaat gemetseld, met een bijbeltekst. We begrijpen de tekst niet zo goed, maar het schijnt te refereren aan "de immense godsdienstige en inspannende arbeid van het kanaalproject".


Op de kaart hadden we een aanduiding over runestenen gezien. Dat was een leuk doel om naar toe te fietsen. Bijna hadden we ze gemist, ze stonden in een bos bij een kruispunt. En tja, in eerste instantie denk je "is dit alles"?


Maar het was nog interessant ook: de linker steen is ongeveer 2.5 meter hoog, en ene Sigsteinn heeft deze steen in de tiende eeuw laten plaatsen, met er in gekerfd de (vertaalde) tekst "Sigsteinn heeft deze steen opgericht ter nagedachtenis aan Ingvar, zijn zoon. Hij stierf in het oosten". Wie Sigsteinn was wordt nergens vermeld, dat is weer jammer. 

En die Ingvar, dat is ook een vraagteken. Er is namelijk een Zweedse vikingexpeditie geweest tussen 1036 en 1041. Naar het oosten. Dat is in dit geval naar de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. 

De expeditie werd geleid door Ingvarståget, dat is zoiets als Ingvar de Bereisde, of Ingvar de Verre-reiziger. Is Ingvar van onze steen een expeditie-lid geweest of was hij de leider? 

Vrijwel alle mannen zijn omgekomen door ziekte en gevechten. Een mislukte expeditie dus. Er schijnen in Zweden ongeveer 25 zogenaamde Ingvarstenen opgericht te zijn ter herinnering aan de omgekomen Vikingen.


De rechter steen, iets kleiner, en daarvan is beschreven dat ene Åsa dit monument heeft opgericht ter herinnering aan haar man Porgisl en haar vader Porgunnr.


We hadden weer heel veel te bepraten en te fantaseren onderweg, dat begrijp je wel. Maar niet zo heel lang hoor, want we reden door een prachtig gebied. Heel afwisselend, veel heuvels en bossen en graanvelden. 



Een heerlijke dag, maar 't was wel wat stil aan boord hoor!

vrijdag 24 juli 2026

Gezellige drukte aan boord naar Klevbrinken

Wat weer een geweldige dag! Omdat het een mooie route was, en omdat we drie opstappers aan boord hadden. Jan bleef bij de camper en wilde fietsen, Anneke en de kids gingen mee. We zouden elkaar in Klevbrinken treffen, waar wij wilden blijven liggen.

De kids vermaakten zich met van alles, ze zijn helemaal thuis aan boord. We hadden twee extra reddingsvesten mee, die weliswaar wat te groot waren voor de kids maar het moest maar even. In de sluizen zou Hidzer aan boord blijven en kon wel zonder reddingsvest. Dat is niet volgens de regels van het Göta Kanaal, maar we hebben er geen commentaar op gekregen gelukkig.

Al varend op een mooi stuk kanaal, soms best smal, en over het meer Asplängen, deden we een dubbelsluis, vier enkele sluizen, een openstaande sluis, en zes bro's. Hidde blijft het grappig vinden, dat bro brug betekent. Ze troffen het, want we hadden drie rolbruggen (rullbro), een klapbrug (klaffbro) en een draaibrug (svängbro).


Het was prachtig zonnig en warm, en we hebben ons allevier prima vermaakt. De kids werden om de beurt in de mast gehesen, dat was wel het allerleukst.




Jan-die-niet-Jan-heet (maar een moeilijke naam heeft, zoals hij zelf vertelde) van de Indigo, vond het een superoplossing om de kinderen bezig te houden. Grappig is dat we hem gisteren twee maanden geleden voor het eerst ontmoetten in Göteborg. We hadden een ander vaarschema dan hij, maar we bleven dus wel bij elkaar in de buurt. Ergens onderweg vandaag kwamen we zomaar weer met hem in de sluis. Dat was ongeveer onder lunchtijd.





Het zal iets van half drie geweest zijn dat we bij de aanlegplaats Klevbrinken aankwamen. Een lange lege kade, bij een droogdok en camping. Hidzer en ik hadden gedacht dat Jan en Anneke na een hapje en sapje wel weg zouden willen, om ergens een mooi kampeerplekje te vinden, maar Jan had geen zin in rijden dus ze bleven hier op de camping. Vlak bij de boot, achter het rode gebouw rechts op de foto.


Het droogdok wordt nog steeds gebruikt, ook als overwinterplaats. Dat hadden we van Ing-Marie en Håkan van de Alma gehoord.


De Elisabeth kwam ook aan de kade liggen. Mevrouw vroeg me of er stroom was: nee. Ik vertelde dat de lockkeeper van de laatste sluis ons had gezegd dat er nog slechts drie plekjes aan vingersteigers waren in Söderköping, de volgende haven. Dat is niets voor hen, dus ze bleven hier. 

We hebben nog lekker gezwommen, gezwierd en gezwaaid rond de mast, heel lekker Thais gegeten (van de foodtruck op de camping) en veel gekletst en gelachen. Het is niet laat geworden, op een of andere manier waren we allemaal best wat moe. Marit en Hidde wilden graag bij ons aan boord slapen, dat kon natuurlijk. En Marit wilde heel graag bij mij in bed, dus Pake stapt in het meisjes bed met roze hoeslaken en hartjesdekbed.

donderdag 23 juli 2026

Verrassing in Norsholm

De sluizentrap in Berg (uitspraak Berj, leerden we) begint al om acht uur 's ochtends te schutten. We wilden ook op tijd weg maar waren lang niet de eerste die aan de wachtsteiger ging liggen. 

We waren de zesde boot die naar beneden wilde. De Alma lag er ook al. Annika (zo noemen we de vrouwelijke lockkeepers) kwam langs en vertelde dat er eerst boten naar boven geschut werden en dat we daarna aan de buurt waren. Ze zou nog even Lock-Tetris doen en vroeg ons naar lengte en breedte. 

Het was helemaal niet erg om te wachten, we gingen eerst nog even ontbijten, wat kletsen met de nieuwe buren, en kregen eindelijk een prullenbakker op de foto. Zo noemen we de mensen die langs prullenbakken gaan om statiegeld-blikjes en statiegeld-flesjes te verzamelen. Op de fiets, met een speciale bagagedrager voor de grote zak, en een schepnetje om onderin de prullenbak te kunnen graaien.

Wij mochten in de tweede "golf", samen met een Zweeds zeiljacht, een Zweedse motorboot en de Annalena, een Nederlands zeiljacht. Het was tien over tien toen we startten en om elf uur waren we beneden.

De Elisabeth uit Staveren, die aan de wachtsteiger had overnacht, was op "ons plekje" in de haven gaan liggen. Tijdens het sluizen kwam Auke bij ons kletsen. Vooral met mij, want ik stond op de wal. Pas in de laatste sluis mag ik weer aan boord komen, dat hoort zo bij de Zweedse manier van sluizen.

Auke, die we kennen van 't skûtsjesilen, had ons op het Kielerkanaal bij Rendsburg ingehaald. Hij had ons wat gevolgd op AIS, en had ons op het eiland Donsö (bij Göteborg) zien liggen. Hij had bedacht dat wanneer de haven vol zou zijn, ze vast wel bij ons langszij zouden kunnen. Maar vlak voor hij de haven binnenvoer vertrokken wij. Nou, we zullen ze nog wel vaker zien, want ze doen rustig aan, krijgen een dochter en kleinkinderen op bezoek, gaan pas in de eerste week van september vertrekken vanuit Rügen naar Nederland omdat een zoon dan een pas gekochte boot naar huis vaart. 

Tussen al dat kletsen door hadden we ook nog een leuke Lock-Kino: het ging helemaal niet zo goed met de Annalena. Het echtpaar schreeuwde steeds naar elkaar (nou, het klonk als commanderen en elkaar dingen verwijten) en de boot lag een keer bijna dwars in de sluis. We waren blij dat ze achter ons lagen!

Op een stenen dijkje, bij de ingang van het meer Roxen, zien we een mooi kunstwerk. Roestig ijzer van bijna negen meter hoog. Het is een wandelende man, gemaakt van twee haaks op elkaar geplaatste platen. Van welke kant je ook kijkt, je ziet altijd hetzelfde silhouet. Zó goed!

't Was trouwens een heel gedoe om dit beeld, Dubbelgångaren (dubbelganger), van Kent Karlsson, hier te krijgen. Graafmachines, lassers, en een 30-tons kraan waren nodig, en het Zweedse leger hielp met een gigantisch ponton. 


Oh, we konden weer heerlijk zeilen op het meer Roxen. De wind was soms wat vlagerig en schifte wat, de borden en pannen en mokken schoven weer op hun plek, en wij genoten. Het eerste deel van het meer was breed en diep, het tweede deel (van de ongeveer dertig kilometer) lag vol met rotsen onder water dus daar moesten we de vaargeul houden. We zagen weer mooie eilanden en enorme rotsen. En vlak naast die rotsen is het soms acht meter diep, ongelofelijk toch?

In het zonnetje moesten we even wachten bij Norsholm, aan de andere kant van het meer. Aan een hoge kade, waar je eventueel (maar liever niet) zou kunnen overnachten. Eerst moesten we door de spoorbrug (waar een lange boomstammentrein over ging), toen kwamen we direct in een sluis met miniem verval waar touwen hingen waar je je aan vast kon houden, en toen direct de draaibrug. Die heet Gammla E-4 klaffbro, en ziet er inderdaad wat gammel uit. 

De lange steiger was vol. Maar we mochten aan de voor de Wilhelm Tham "reserverad kajplats" gaan liggen, want Wilhelm kwam pas de volgende dag. Mooi!

Norsholm is een klein plaatsje met ongeveer 500 inwoners, een ICA, een cafeetje, twee jeugdherbergen annex restaurants. Ze noemen het jeugdherbergen, maar het zijn eigenlijk hotels met simpele kamers. Vaak moet je buiten naar de douche en het toilet, zo simpel. Op het internet kwam ik een foto tegen waarop Norsholm, de sluis, de bruggen en het begin (voor ons het eind) van de Roxen staan.


We troffen het, want er kwamen een boel oude auto's bijelkaar. Hoe het echt is ontstaan wist niemand ons te vertellen, maar we lazen dat na de oorlog veel Zweedse jongeren goedkope tweedehands Amerikaanse auto's kochten. Er schijnen nu meer klassieke Amerikaanse auto's in Zweden te zijn dan in Amerika!

's Zomers treffen ze elkaar vaak voor een praatje, dan eens hier, dan eens daar. Wij zagen de "oudere jongeren". Niet de raggare-groep, waar veel muziek en drank bij te pas komt. Nee, hier was het gewoon genieten en poetsen. Alcohol is uit den boze, want Zweden heeft een zero-tolerance beleid.

Op weg van de ICA naar de boot staat sluiswachtershuis met een jordkällar. Dat is een buitenkelder, bedekt met een dikke laag aarde en stenen. We hadden ze al vaak bij huizen gezien, waarschijnlijk als handige opslag maar niet meer voor voedsel. Hier stond de deur open en zagen we dat het een best grote ruimte is. En lekker koel!

En toen werden we gisteravond gebeeldbeld. Dat is niet zo bijzonder, maar de kids waren wel heel erg druk en giechelig. En ze hadden het wel een minuut lang over een verrassing. En dat was: ze kwamen bij ons op bezoek!

Anneke en Jan waren te laat met het boeken van de boot naar Noorwegen en hadden de brug naar Malmö genomen. Wij dachten dat ze langs de westkust naar Noorwegen zouden rijden, maar nee: ze wilden even naar ons! Nou, dat is toch een enorm leuke verrassing! En voor hen een omweg van toch zeker 600 kilometer. 

We hadden bedacht om vandaag te gaan fietsen naar Lovstad maar bleven lekker aan boord. Bedden opmaken, zwemmen, en even klussen: met de morsebediening in de kuip kunnen we opeens niet meer de boegschroef naar bakboord bedienen. Dat merkten we bij 't aanleggen, en we hebben het kunnen repareren. De muggenhor hangt weer strak, de koelkast is superschoon, een los dopje is vastgelijmd en we hebben de SKSwedstrijd gezien.

We liggen nu aan het eind van de steiger, heerlijk rustig. De Elisabeth ligt achter nu ons en we hebben vanochtend de perikelen van meneer Waterkoker weer meegemaakt (die man die we in Vassbäcken en in Borenshult met de zekeringen van de electriciteitspaal zagen klungelen omdat hun waterkoker meer dan 6 ampère vraagt). Het is een stugge volhouder!

De Annalena, waarmee het in de sluizentrap niet zo vloeiend ging, had bij 't aanleggen ook al moeite. Gelukkig stonden er mensen op de kant die ze hielpen, anders hadden ze er vannacht nog niet gelegen. Meneer kwam nog even bij ons om zijn hart te luchten. Niet over het varen, maar over zijn rijke broer waar hij nu misschien ruzie mee heeft omdat ze niet naar diens bruiloft in Amerika waren gegaan. Okee.....

Ha, en toen waren ze er zomaar. Het was weer supergezellig! Heerlijk warm, dus we hebben met zijn allen lekker vaak gezwommen. Wij hadden voor eten en drinken gezorgd natuurlijk, de camper stond super dichtbij (de derde van rechts op de foto), het speelgoed en de Donald Duckjes hadden ze gauw gevonden, en we hebben heerlijk gekletst, geknuffeld en veel gelachen. 

Aan Marit en Hidde was verteld dat ze bij ons zouden eten, maar niet slapen. Maar toen hadden ze niet op Pake en Beppe gerekend natuurlijk, want wij hadden de bedden van de kids al opgemaakt. En die wilden graag weer een nachtje op de boot. Dus het werd een extra groot feest! Heerlijk!

maandag 20 juli 2026

Naar Berg, in Berg, rond Berg

We hebben weer heerlijke dagen gehad, naar Berg, in Berg en rond Berg. Voor we hier naartoe vertrokken hebben we natuurlijk nog even heerlijk gezwommen in het enorm heldere water en lekker vers brood gekocht.


Bijna hadden we vertraging want een vrachtwagen raakte de spoorboom bij de brug. We hoorden wel een knal maar wisten niet waar 't vandaan kwam. Björn, de lockkeeper-die-anders-heet-maar-ik-weet-niet-meer-hoe, kwam vertellen dat er een "accident with the bridge" was. 

Hij oefende even met de spoorbomen, alles werkte nog en wij mochten door. Een oponthoud van vijf minuten, dus ons hoor je niet klagen. De spoorboom heeft flinke dreun gehad en ziet er nu grappig uit.


 

De sluis (direct na de brug) wordt met de hand bedient, en heeft een verval van nog geen 20 centimeter. Het was bijna niet nodig om de sluisdeuren te bedienen. Samen met de Alma en nog een Zweeds zeiljacht werden we geschut.

Het was een tracject van ongeveer 20 kilometer, waar in totaal 10 bruggen voor ons openklapten (eentje) en open rolden (9). We "deden" twee aquaducten, maar daar merkten we natuurlijk niets van, en negen sluizen, waarvan vier dubbele.

Het was erg mooi in en naast het kanaal: mooie huizen, een grote boerderij met een torentje op een schuur en een prachtig woonhuis erbij, leuke bochten en bossen, mooie uitzichten en natuurlijk: een heerlijk zonnetje!





Het was best warm, en we waren erg blij met de bimini. Marit wilde een foto van ons, en die kreeg ze natuurlijk, haha!


We kwamen het leuke Zwitserse gezin dat in Motala Verkstad een boot ging huren ook nog tegen. Ze waren enorm enthousiast en alles was helemaal naar wens gegaan. Mooi!

De Alma is in Ljungsbro in het haventje blijven liggen, wij gingen met de andere Zweed verder. Daarop voeren twee echtparen met een meisje en een jongetje. Dat jongetje had het hartstikke warm, maar mocht niet eens in 't water toen we bij een sluis moesten wachten. Ik dacht dat we nog een bellenblaas aan boord hadden, maar die liggen waarschijnlijk thuis, maar ik vond nog wel een leuke puzzel van Suske en Wiske. Die heb ik 'm maar gegeven, want ik vond het zó zielig voor hem. En toen bleek hij nog jarig te zijn ook, vier is hij geworden, dus dat kwam helemaal goed uit. Ik vertelde dat ik dat kon zien dat hij al vier was, hij had flinke spierballen en kon vast goed helpen in de sluis. Zijn moeder vertaalde dat....

Bij de volgende sluizen (we moesten er toen nog drie dubbele) mocht hij opeens wel helpen. Hidzer vroeg twee keer "Skipper, are you okee?", met zijn duim omhoog, en het kereltje werd steeds vrolijker en vroeg bij de laatste sluizen zelfs aan Hidzer of die okee was. Grappig!

We vonden (wederom) het mooiste plekje in de haven. Langszij, weliswaar een beetje illegaal omdat we twee boeienplekjes in beslag namen, maar ach, het was niet vol dus dat gaf niet. Generaliserend willen alle Zweden en Denen, en ook de meeste Duitsers, altijd met de kop naar de wal. Wij niet, want om de fietsen makkelijk van boord te krijgen is langszij het fijnst.


Die middag kregen we prachtig onweer. Dat was voorspeld, dus we waren blij dat we mooi op tijd (rond vier uur) in de haven lagen. We zagen prachtige dreigende luchten met vreemde wolken. Met een flinke plens regen, dus de boot is weer lekker schoongespoeld. 



Het dorpje Berg is klein. Er staat een oud klooster vlakbij dat we niet de moeite waard vonden, er is een ICA, een strandje, niet zo veel huizen maar tja, ze hebben de sluizen. De twee dubbele sluizen vlak voor onze haven en de beroemde sluizentrap met 7 sluizen. Dus dat trekt toeristen, en dat trekt ijsverkopers, hotdogverkopers enzovoort. Het maakt het wel gezellig.

Op onze steiger staan grappige ringen, waar de landvasten door moeten. Het ziet er niet superstevig uit, maar het heeft ons prima gehouden.

Bij de trappensluizen zagen we een "houten stootwil" van de Juno of Wilhelm Tham of Diana liggen. Een flinke weidepaal zeg maar. Gelukkig lag -ie op de wal, je wilt zoiets niet in je schroef krijgen natuurlijk. 


Vlakbij de haven is een camperplaats. Die staat er niet zo heel erg mooi vinden wij, want ze hebben geen zicht op het water. Maar ja, wel weer dichtbij de sluizen, dus dat is een leuk loopje. 


Er staan ook trouwens ook sluizendeuren op het droge. Oude sluizen, die vervangen zijn. Onder andere die van het droogdok uit Motala Verkstad, uit 1843. Indrukwekkend hoor!

 



We maakten nog een praatje met een lockkeeper. We hadden het onder andere over de dagpassagiersboot Wasa Lejon, die altijd zo snel vaart. Op weg naar Berg moesten we op 'm wachten, bij een brug, en hij had me daar weer een snelheid! De Lockkeeper vertelde dat hij toen 20 minuten te laat vertrok vanuit Berg, omdat er een paar passagiers niet op kwamen dagen. Tja, en zo'n schipper is eigenlijk een buschauffeur en moet dus op tijd ergens aankomen. Maar ja, dan nog......

En we spraken met een Zweeds echtpaar dat nu met de camper was, maar ook met een motorboot over het kanaal is gevaren. Van Mem naar Motala en weer terug. Meneer vroeg hoe wij gingen, van west naar oost dus, en dat was volgens hem ook het best en het makkelijkst. Want anders moesten we bergop, en nu konden we bergaf. Ik zei dat dat niet uit maakte, want we waren van zee-niveau naar het Vikenmeer (het hoogste punt) gegaan, en zijn nu weer op weg naar zee-niveau. Hij begreep me niet. 

Ha, later bedachten we dat hij op weg naar Motala bergop was gegaan, en weer naar huis bergaf. Hij had het hele traject naar Göteborg nooit meegemaakt en begreep het blijkbaar niet helemaal. 

Het bleef steeds heerlijk warm dus we zwommen elke dag. Er was wel wat verloop in de haven, maar het is nooit echt vol geweest. 

Vandaag zijn we naar Linköping gefietst. Een grote stad, ongeveer 120.000 inwoners. Dat is niet zo ver maar 't fietste leuk. Ook in de stad, die in 2002 uitgeroepen werd tot Zweedse fietsstad van het jaar. Veel ruime fietspaden, die ons door de parken naar Gamla Jinköping leidden. 

Het centrum van de stad werd halverwege de 20ste eeuw te krap. Te smalle straten en te weinig huizen. Er moesten bredere straten en flats komen. Gelukkig heeft iemand hemel en aarde bewogen om de oude huizen en winkels te behouden. Het eerste huis werd in 1950 afgebroken en herbouwd in wat nu een openluchtmuseum is, en rond 1970 stonden de ongeveer 60 huizen, winkeltjes, fabriek en school op hun plek.





Het is een soort van Orvelte, een soort van Buitenmuseum Enkhuizen, met vrijwilligers die hun rol spelen passend in de tijd. 

Op weg weer naar de boot zagen we een ICA Max, leuk voor weer wat boodschappen. Nauwelijks binnen zagen we een paarse kas. Het bedrijf SweGreen bouwde deze installatie. Planten, hier voornamelijk verschillende soorten sla, worden zonder aarde in steenwolpluggen in water gekweekt. Ze noemen het een milieuvriendelijke oplossing voor het kweken van groenten en fruit. Eerlijk: het had wel wat. 

Het is zoiets als een flatgebouw: er zijn meerdere lagen waarop de sla gekweekt wordt, in verschillende stadia.



Het centrum (dat volgens één van de vrijwilligers van het openluchtmuseum geen sfeer heeft) lieten we wat het was, evenals de grote Dom en de Saabfabriek waar vliegtuigen gebouwd worden. 

Het waaide vandaag flink vanuit het noordoosten. We zagen witte kopjes op het meer Roxen, en de boten die vanaf Norsholm, waar wij morgen naar toe gaan, deze kant op kwamen en moesten wachten bij de sluizentrap, waren niet zo blij. Er zijn beneden nauwelijks wachtplekken en de wind stond er vol op. Boten hobbelden en draaiden rondjes.

Morgen wordt het beter qua windsterkte en windrichting, dan gaan wij ook weer een stukje verder. Zin in!