vrijdag 22 mei 2026

Yes, we zijn in Zweden!

Vandaag zijn we wat later vertrokken, rond half tien. Dat was het beste, vertelden de weermannen. De wind was eerst wat tegen en te sterk maar zou rond negen uur draaien en wat afzwakken.

Dat draaien klopte, en dat afzwakken ook. Maar iets te veel naar onze zin. Het schoot niet echt op, en omdat het toch bijna 30 mijlen is voordat we tussen de scheren (een kuststrook die bestaat uit duizenden kleine, door gletsjers gevormde rotseilandjes) zouden varen, wilden we wel een beetje tempo hebben. Dus de motor moest er bij aan.

Na een uur of twee streken we het zeil en draaiden de fok in, want er was geen wind meer. Maar nog wel golven. Uit twee richtingen leek het wel, dus we schommelden als een nijlpaard in de modder. 

Bij het passeren van de shipping lane hadden we geluk: we hoefden niet uit te wijken. Het is een wat vreemde shipping lane, een soort splitsing, dus de grote schepen hadden niet allemaal dezelfde koers, en sommige gingen ook nog buiten de markering!

Onze AIS heeft zijn geld wederom opgeleverd, wat zijn we er blij mee!

Het ankergebied voor die grote schepen is groot. Zo'n 10 bij 10 kilometer, op ruim 30 meter diepte. Er lagen er minstens 24. Niet allemaal gewoon geparkeerd, want er kwamen bunkerschepen langs, en soms werd een loods gebracht waarna het schip Göteborg in mocht varen.

Het werd steeds warmer, dus zelfs de zeilbroek kon uit. Dat was lang geleden!

Het was weer even zoeken waar de vaargeul tussen de rotsen liep. Best weer even spannend, maar alles wees zichzelf dankzij onze navigatie-software.

Oh, en mooi, die rotsen! Veel kleine, waar je niets mee kunt, maar ook grotere waar huizen op staan. Soms één, soms een stuk of vijf. Er stonden mensen op het terras van hun huis die heel enthousiast naar ons zwaaiden. Dat is een leuk welkom!

Tegen vier uur hadden we aangelegd, in de haven van Donsö. In het oude vissersdorp staan nog steeds de prachtig bewaard gebleven historische houten huizen, zoals die van Pipi Langkous en de verweerde vissershutten. Donsö is een autovrij eiland, dus de locals rijden er in een soort golfkarretjes. 

We hebben samen gedoucht, en omdat ik een taartje wilde maken zijn we nog even naar de ICA gelopen. Daar hadden we Google Translate nodig om de slagroom te vinden, en de hulp van een aardige meneer voor de roomboter. Dat is er in drie soorten: gezouten, iets meer gezouten en best wel zout. 

We zagen dat de ICA morgen pas om 9:30 uur opent. Niet omdat het zaterdag is, nee, alle dagen. Okee, daar moeten we dus even rekening mee houden.

Tussen half zes en zeven liep de haven opeens vol. Waar iedereen vandaan kwam weten we niet, maar 't zijn allemaal Zweden. 

We hebben getoost op onze aankomst in Zweden, en zijn hartstikke blij met de lange dagen die we gedaan hebben. Veel andere keus heb je hier ook niet trouwens. En wat zijn we blij met de boot, die de golven op zo'n manier oppakt dat we meer deinen dan slingeren. Heerlijk!

De rubberboot ligt opgerold voor op het dek, de self-made pizza staat in de oven, het wordt geen latertje vanavond.

donderdag 21 mei 2026

Vandaag zat het mee, naar Lӕsø

Gisteravond zaten we ons flink af te vragen of we vandaag wel naar het eiland Lӕsø konden gaan. Want vanaf een uur of twee zou het hard gaan waaien, tegen windkracht zes aan. Maar ja, als we dat niet zouden doen, moesten we een paar dagen in Hals blijven liggen.

Op het eiland Lӕsø hebben we keus uit twee havens, en die liggen iets van 10 zeemijlen van elkaar vandaan. Niet hemelsbreed, nee, je moet een eind omvaren. Lӕsø is een eiland ergens bij 't midden van het Kattegat, en ziet er op de kaart uit als een plat zonnetje. Men lange zonnestralen van rotsblokken alle kanten op. Dus je kunt er niet zomaar naartoe varen, je moet vaak een eind om.

Lӕsø ligt hemelsbreed 10 nautische mijlen van Denemarken en 25 van Zweden. Wij zouden vandaag ruim 40 mijlen, dus bijna 75 kilometer moeten varen. En als er dan vanaf twee uur te harde wind komt, moet je vroeg vertrekken.

De wekker stond op 4:30 uur, en de weermannen, die hun nieuwe voorspellingen lieten zien, vertelden ons dat we gerust op pad konden, maar dat we het tempo er wel in moesten houden. Langzamer dan 10 kilometer per uur gemiddeld was niet raadzaam. Een beetje marge moet je houden nietwaar?

We verlieten de haven even voor vijven. Het was minder koud dan gisteren, het was droog, maar het was even grijs. Zicht van een kilometer of vijf. Met het zeil en de fok, en ook de motor, schoten we lekker op. Toch duurde het voor ons gevoel lang eer we Lӕsø zagen, en toen moesten we nog een keer zo ver. 

Alleen op de wereld. Op twee grote vrachtschepen na die we duidelijk op AIS maar met het blote oog maar nauwelijks konden zien. Een grote ton, die een ondiepte markeert (nou, hij staat op voor ons diepe zee van 7 meter, maar dat is wel een verschil met de diepte van 20 meter er om heen) staat op acht kilometer van af de vaste wal van Denemarken. Maar dat was nauwelijks te zien, zo grijs was het om ons heen.

Ten noorden van Lӕsø werd het zowaar mooier weer. De zonnebril moest op. We hadden al besloten dat we bij goed weer naar de oostelijke haven zouden gaan. Dat is vandaag wel 6 mijl extra varen, maar dat scheelt morgen ongeveer 10 mijl. Vanwege die zonnestralen.

Alles ging prima tot we ruim een mijl (dus iets van 2 kilometer) voor de haven de lucht achter ons donker zagen worden. We hoopten dat het zou verwaaien, maar dat gebeurde niet. En toen hoorden we donderslagen. Oh.

Gelukkig stond de wind zo dat we bij het indraaien van de haven (met heel veel ruimte) tegen de wind in moesten, dus Hidzer streek het zeil en ik voer door. We zochten een mooi plekje, en werkelijk, we lagen nog geen 10 minuten vast en alles was net opgeruimd toen de bui begon. Geen onweer maar een enorme regenbui, die bijna een half uur duurde.

Dat was even mazzel! En de voorspelde harde wind kwam later ook nog, dus we waren blij met onze beslissingen. En ook dat we al zover zijn. Morgen nog een (dag)trip en dan zijn we in Zweden!

In onze haven, in Østerby, zijn wij de enige niet-Denen of niet-Zweden. Iedereen ligt aan de kade langs de zeewering, wij aan een drijvende steiger in 't midden van de haven. Het is ruim opgezet en waarschijnlijk 's zomers erg druk. Er is een leuke speeltuin (echt leuk), er staan veel picknicktafels met barbecues, je kunt krukjes lenen om aan boord te klimmen, er is een nette havenkeuken en er zijn twee restaurants en terrassen. En een supermarkt. Die zijn geopend, maar het museum was helaas dicht.

We hebben even rondgelopen, maar we hadden niet zoveel puf om verder te gaan, en hebben de huizen met daken van zeewier dus gemist. Jammer, misschien een andere keer. 

De zon bleef schijnen maar het waaide te hard om in de kuip te zitten, dus we zaten lekker binnen met de deur open. Er was niet zoveel te beleven, slechts één Zweeds zeiljacht kwam binnen. We zijn lekker rozig en maken het niet laat, dat weten we nu al!

woensdag 20 mei 2026

Geen en harde wind naar Hals

Jee, wat een vreemde dag. Het begon leuk. De weermannen lieten zien dat we gerust naar Egerse, een haven aan het begin van de Limfjord, konden varen. Ongeveer zestig kilometer. Voor de wind, dus we wilden eerst richting de kust met de fok en het zeil over stuurboord, en dan even gijpen en de boel over bakboord.

Samen met dezelfde vissers als gisteren verlieten we de haven en we zagen een veelbelovende zonsopgang. Het was nog best vroeg, zeven uur.

Maar de wind liet het wat afweten. Het ging niet zo snel. Maar ach, we bewaarden ons geduld en sukkelden naar het noordwesten. We waren weer zo goed als alleen op de wereld. Dat is al een paar dagen zo, maar dat is helemaal niet erg.

De zon kwam, maar een grijze lucht kwam ook. Lichtgrijs, wat regen dus. Na de koffie begon het te spetteren. We streken het zeil, lieten de fok staan, deden de motor aan en gingen binnen zittend verder.

Dat was een beetje balen, maar ach, het zou wel opklaren toch? Nou, nee dus. Het bleef een grijze dag. Hartstikke grijs. Met een zicht van een kilometer of zes. Zo ver waren we van de wal af, en we konden een grijze streep zien. Maar geen onderscheid tussen mogelijke bomen en huizen. Nou ja, met onze navigatie was niks mis dus we gingen vrolijk verder.

Toen kwam de wind. Niet zoals voorspeld wat van achteren, maar meer van opzij. We hesen het zeil erbij omdat we dan meer steun zouden hebben in de golven. Dan slinger je minder heen en weer. De wind nam wat meer toe, harder dan voorspeld. Wij, vooral de boot, kan dat heel goed aan, dat is het probleem niet. Het voelde prima. Maar ja, in een grijze wereld, met steeds wat (lichte) regen, is het niet een heus vakantiegevoel.

De vaargeul naar de ingang van de Limfjord is ongeveer vier kilometer lang. We moesten nog even de kop van de boot tegen de wind indraaien om het zeil te strijken, en dat ging gelukkig ondanks de golven zonder een enkel probleem. En gelukkig was het droog.

Na goed kijken naar de grote tonnen (want buiten de brede vaargeul is het hartstikke ondiep) besloten we toch niet naar ons Plan A te gaan, het haventje van Egense. De vaargeul daarnaartoe is smal, niet zo erg diep, en we konden het van een afstandje niet zo goed zien. Geen risico nemen, dan maar naar Plan B: de haven van Hals, die tegenover die van Egense ligt.

Daar zijn we nu. Een mooi langszij plekje. We schommelden af en toe wat (het werd een flinke windkracht 5), zagen nog een Duits jacht binnenkomen, hebben een brood gekocht en het havengeld betaald. Hier wordt ook geld voor elektriciteit en sanitair gevraagd, maar je kunt het hier ook “wegstrepen”. Dat hebben wij gedaan.

Het is nog steeds grijs, maar de wind wordt al wat minder. Vannacht zal hij draaien zeggen de weermannen, dus morgen willen we graag verder. En eigenlijk adviseren de weermannen dat ook, want vanaf zaterdag komt er (te) veel wind.

dinsdag 19 mei 2026

Een lekkere dag, naar Bønnerup

Het nadeel van “achter de sluis” liggen, die pas om acht uur gaat schutten, is dat je niet eerder weg kunt. Het voordeel is dat er ’s avonds niemand meer binnenkomt en ’s ochtends ook niemand voor acht uur kan vertrekken. Niet dat er veel passanten zijn hoor, volgens ons één Duits jacht en wij.

De zon scheen al vroeg vanochtend, ik haalde brood, Hidzer spoelde de boot af om van die vervelende muggetjes af te zijn.

Samen met de Duitsers, die naar Ballen op Samsø gaan, lagen we in de sluis. Rasmus was weer erg vrolijk en vriendelijk en hoopte dat hij ons een keer weer zou zien. Tja, misschien wel, daar hebben we nu nog geen enkel idee van.

Het eerste deel, tot de hoek van het land (we zitten niet meer op een eiland maar op Jutland), moesten we tegen de wind en golven in op de motor. Dat hadden we wel verwacht. Maar daarna, toen we "de bocht om waren" en een lange rechte koers van ongeveer 20 kilometer voeren, was het heerlijk. Zon, gunstige wind, gunstige koers, lekker warm, precies volgens ons wensenlijstje.

Op ongeveer de helft van onze trip van vandaag, bij de havenstad Grenaa, was de wind bijna op. Als compensatie voor gisteren misschien? We deden de motor er bij aan en bekeken de stad van een afstandje. Veel, heel veel industrie. Met lawaai. Wat dat betreft zijn we er niet rouwig om dat we hier vannacht niet gelegen hebben, maar ja, we zijn er niet geweest dus we weten het ook niet goed.

Vreemd is dat er een Waypoint staat (een vaak virtuele aanloopton) vlak bij een gebiedje waar het slechts 1,3 meter diep is. Dat Waypoint staat dichter bij de wal dan die ondiepte, dus dat kan best gevaarlijk zijn. Vinden wij. Nu zijn we niet zo van de Waypoint maar kiezen onze eigen tussendoelen wel uit, maar toch.... Je moet op de (digitale) kaart dus altijd uitzoomen en inzoomen!

Er was best verkeer van en naar het eiland Anholt. Pleziervaar (op de motor) heen, en veerboten heen en weer. Het zal er wel drukker zijn, nu toeristen de gestrande en overleden bultrug Timmy willen zien. Hij schijnt vlak bij het strand te liggen, en we lazen op het internet dat er zelfs mensen zijn die boven op hem klimmen voor de “noodzakelijke” selfies. Ach ja.....

De kust was trouwens weer mooi, met kliffen, stranden, huizen aan het strand, koolzaadvelden en bossen. Met de verrekijker was het prima te zien, maar op de foto’s die we maakten zag je er niets van.

Ons doel was Bønnerup. Een uurtje of anderhalf voor de haven kwam de wind weer opzetten, en dat was lekker. Konden we nog weer even echt zeilen.

Vlak voor de haven zagen we twee vissers met staken en stelnetten bezig. Waarschijnlijk bijten de vissen hier goed, want het is een echt visgebied. Zowel met hengels vanaf het strand of vanuit een boot, als met stelnetten, die zelfs op de kaart worden aangegeven. Niet de netten op zich, maar er loopt een groene lijn met de tekst “Stellnetzgrenze”.

De aanloop van de haven bestond uit twee dijkjes van opgestapelde rotsblokken met windmolens erop. Er zaten wat bochtjes in die aanloop, waarschijnlijk om golven van uit het noorden tegen te houden. Die waren er vandaag niet, de wind kwam uit het zuiden.

Het eerste bekken was voor vissers, wij moesten weer een bochtje en kwamen in de lystbådehavn, waar ook kleine vissersbootjes lagen. We vonden een mooi plekje aan de kopse kant van een vaste steiger. Er ligt een drijvende steiger tussen onze en de vast wal, en de overgang piept en kreunt als een malle. Een zeemeeuw is er niets bij!

We maakten een rondje over het havencomplex. Er liggen best veel plezierjachten (motor en zeil), soms mooie en soms verwaarloosde. Ook verbazend veel vissers. Kleine vissers. Er is een visrokerij, een snackbar, een grote kledingzaak en er staan vakantiehuizen. Het havenkantoor heeft geen betaalautomaat meer, dat moet nu aan de steiger, met een QR-code. Niet dat dat ergens staat, maar dat vertelde de havenmeester toen ik hem belde. Ik moest niet voor elektriciteit kiezen, werd met nadruk gezegd.

Het dorpje heeft een eiland-uitstraling en is klein, met nog een kledingzaak, een leuk terras (vandaag gesloten), een benzinepomp en een Super Brugsen. Daar kochten we appels en groente en een ijsje. Lekker!

Er is een breed strand, met veel rotsblokken. Misschien is dat aantrekkelijk voor de vakantiegangers. Maar waarschijnlijk is het vissen nog aantrekkelijker, want we zagen aan de rand van de haven een afval-depot met een enorme wasbak speciaal voor het schoonmaken van vissen.

Het betalen van het havengeld was weer een verrassing: we moesten 195 kronen betalen voor onze lengte, dat is 25 euro. Maar ook hier moesten we geld betalen voor toilet en douche. Standaard staat daar 50 kronen voor, dus 6,5 euro! Nou ja zeg! Voor iets wat we niet willen gebruiken. Je kunt ook voor iets kiezen dat 40 kronen kost, maar wat dat inhoudt weten we niet. Misschien mag je korter douchen, of minder vaak naar het toilet?

We kozen weer voor een kleine boot, maximaal 10 meter lang, wat 165 kronen kostte (plus die 40) en betaalden 205 kronen. Nog 1,3 euro te veel, maar dat is dan maar zo. Wij vinden het een vreemde gang van zaken.

Maar goed, we liggen hier prima, er is een Zwitsers zeiljacht op de kopse kant van een andere steiger gaan liggen, en zo te zien zijn wij de enige passanten.

Straks even kijken wat we gaan doen. Liggen blijven (in verband met het weer, want het lijkt weer flink te gaan waaien) of misschien wel een beetje langs de kust richting Aalborg. Nou, misschien beslissen we pas morgenochtend, want het kan nog alle kanten op met het weer.

maandag 18 mei 2026

Niet fietsen maar varen, het werd plan B: naar Øer

De wind zou gunstig zijn, maar in de middag toenemen, dus we hadden gekozen voor verder varen, maar dan wel weer vroeg. Ons doel was Grenaa, ruim zeventig kilometer verderop.

Het leek alsof de zon op wilde komen, maar die liet het afweten. Wel genoten we van de mooie kust van Samsø.

Het werd niet Grenaa, maar plan B. Want de wind was niet zo gunstig als voorspeld, en doordat het vannacht ook nog flink had gewaaid stonden er vervelende flinke golven. Maar ja, dat merkten we pas toen we Samsø al gerond hadden. We dubden wat en keken naar de weermannen, zagen wat buien hangen en keken naar de zeekaart, en toen we merkten dat we Grenaa zeilend  niet zouden kunnen halen en nog bijna veertig kilometer deze golven moesten doorstaan kozen we dus voor plan B: het haventje van Øer.

Het is een mix tussen Muiden en Esonstad, maar dan weer heel anders. Muiden, omdat je via een lange smalle vaargeul het land binnenvaart. Via een sluis kom je in een vakantiewoningen-park, een beetje Esonstad dus. Maar hier is meer water, waar veel boten liggen.

Het is een kunstmatig meer, geïnspireerd op Port Grimaud, dat bekend zou moeten zijn bij watersporters. Nou, niet bij ons.

Maar goed, we gingen 3,5 meter omhoog en werden welkom geheten door Rasmus, de zeer vriendelijke sluiswachter. Hij gaf ons een folder en een servicekaart en vertelde dat we morgen wanneer we Øer weer verlaten mogen betalen. Er is slechts één toegangsvaart naar en van Øer, dus we komen hem weer tegen.

We zochten een box uit, en verbaasden ons over het aantal boten. Veel meer dan 10 jaar geleden. Want toen zijn we op weg naar het Götakanaal hier ook geweest. Nu is het meer bebouwd, liggen er dus meer boten en ziet het er veel meer bewoond uit. Best gezellig. En beschut. En veilig.

Na een laat kopje koffie bleken de buien verwaaid en zijn we gaan wandelen. Eerst door een soort vakantiepark. Niet aan het water, maar in duinen en bos. Grote percelen, zonder hekken, het zag er leuk uit. Mensen moeten hier wel hun afval scheiden. In acht delen! Daar hebben ze drie containers voor: papier en karton, textiel, plastic, melkpakken, glas, metaal, groen en restafval. Best een gedoe!

Na het vakantiepark kwamen we in het bos. De bomen ruisten behoorlijk door de wind, maar de zon maakte het lekker warm. We pauzeerden even op twee stoeltjes die zomaar ergens stonden, en vlak bij de stad Ebeltoft lunchten we bij een shelter waar je gratis mag wildkamperen. Er staat een picknicktafel en een barbecue bij, maar je moet zelf je muggennet meenemen.

Op de terugweg liepen we nog even bij het sluisje langs. Er lag een Duits jacht te wachten tot de sluis (pas om 16:00 uur) weer ging schutten. Deze Duitse mannen kwamen uit Grenaa (wat ons plan A was), en wilden eigenlijk verder varen maar het was hun ook te heftig.

Na ruim 2,5 uur waren we weer terug. In de zon zitten was niet zo lekker. Ja, de zon wel, maar er vlogen ontzettend veel neefjes. De ramen zaten vol! Nou, dan maar binnen met het dakluik (met hor) open.

Morgen gaan we om acht uur een besteld en betaald brood halen bij de bakker en dan weer op pad. Waarschijnlijk een stukje verder dan Grenaa. Afwachten hoe de wind staat en hoeveel zin we hebben.

zondag 17 mei 2026

Zeildag naar het eiland Samsø

Vroeg vertrekken was het plan en dat deden we. Om zes uur. Volgens ons heeft niemand er iets van gemerkt, want we deden heel stilletjes. Er stond een mooi windje naar de Grote Belt Brug. In het Deens heet ie Storebӕltsbroen, maar dat moeilijk uit te spreken.

De brug is 18 kilometer lang, en verdeeld in twee delen. Hij komt even aan wal op het eiland Sprogø. Het eerste deel is te laag voor ons. Nou, misschien had het gekund, maar het water kan hier wel een halve meter stijgen of dalen, en we hebben natuurlijk met golven te maken. Dus we namen het risico niet en voeren ruim 2 uren om er veilig onderdoor te kunnen.

De trein rijdt wel over het westelijk deel, maar gaat vanaf Sprogø in een tunnel naar het eiland Seeland. Dat zal wel mede zijn omdat de hangbrug daar zo hoog is. Op 65 meter hoogte rijden de auto’s, en de pylonen zijn 254  meter hoog. De breedste overspanning is ruim anderhalve kilometer, dus de grote schepen mogen hier zonder loods varen.

Wij namen de opening van 32 meter. Niet dat we zo hoog zijn, maar dat was het meest gunstig vanwege de wind, de ondiepte en de baggerwerkzaamheden. En wat er ook gebeurde? Het klinkt als een mop: er vaart een grote tanker van ruim 200 meter van noord naar zuid. Er komt een zeiljacht van 12 meter van oost naar west. Ze lijken op elkaar te botsen. Vraagt het zeiljacht aan de grote tanker “wat ga je doen? Blijf je naar het zuiden varen of wijk je wat voor me uit?” Niet te geloven toch? Hij heeft waarschijnlijk ergens gelezen dat zeilen voorrang heeft voor motorvaren, maar dat je zó onnozel bent is bijna niet te geloven.

De zon kwam er bij maar het was toch nog wel fris. We zaten weer de hele dag in zeilpakken met mutsen op, en soms zelfs handschoenen er bij aan. Geeft niet, het bleef gelukkig droog.

De wind twijfelde steeds tussen west en zuid en was nogal vlagerig, dus het was soms lastig, in de zin van intensief, sturen.

Ons plan was om naar de oostkant van het eiland Samsø te gaan, naar de haven Ballen. Maar de wind bleek toch gunstiger om aan de westkant de haven Kolby Kås te gaan. Daar hebben we elf jaar geleden al eens een storm “uitgezeten”.

Vlak bij Samsø werd de zee flink knobbelig en de golven hotseklotsten ons heen en weer. Maar na een uurtje was dat ook weer voorbij en zo kwamen we na ongeveer 10 uur zeilen de haven in. Die is wat veranderd: er staan meer palen, dus er kunnen meer jachten in de boxen. Van die hele lange boxen, en nog redelijk smal ook. Tja, zo zijn de meeste boten hier. Lang en smal. In verhouding dan.

Wij vonden een plekje aan de hoge kade, bijna op dezelfde plek als de eerste keer. Vrolijk wordt je niet echt van deze voormalige veerhaven. Het is nog steeds zonder sjeu. Apart is dat je wanneer je het havengeld wilt betalen, bij een automaat, gedwongen wordt om omgerekend 3 euro te betalen voor het gebruik van toilet en douche. Nou, dat hoeven wij niet, dus we kozen een kortere lengte van de boot waardoor we die 3 euro weer uitspaarden.

De code voor het sanitair kregen we dus wel, en we keken even. Nou, het stonk zó naar riool dat je daar niet gaat douchen. H’m. Het is dat Marcel Meijer, de man uit Oude Pekela in Oost-Groningen nu geen burgemeester meer is, anders had ik hem opgezocht, haha! Grappig toch? Een Groninger die burgemeester was op een Deens eiland!

We twijfelen nog of we morgen een dagje blijven om lekker op het eiland te fietsen, of dat we morgen verder varen. Beide keuzes zijn goed. We zien wel.

zaterdag 16 mei 2026

Twee dagen verwaaid in Nyborg

Twee dagen Nyborg. Omdat de weermannen lieten zien dat het te hard waaide op de Grote Belt. En nu begrijpen we een beetje waarom we bijna niets van ons vorig bezoek onthouden hebben. Er valt namelijk niet zo veel te onthouden. Deze stad, waar ongeveer 17000 mensen wonen, bestaat al ruim 800 jaar en was vroeger door haar ligging (vlak bij het grote eiland Seeland) erg belangrijk.

Dat zien we aan wat oude gebouwen. We maakten een wandeling en kwamen langs het oude station, een deel van het oude spoor, het nieuwe station en we zagen de weg richting de Grote Belt Brug. Daar mogen geen voetgangers en fietsers overheen, je moet hiervoor de trein nemen.

Veerboten varen niet meer, met de auto rijd je zo over de brug, dus misschien is dat de reden dat het niet meer zo’n interessante stad is.

Langs een stukje natuurgebied, waar we langsgevaren waren, kwamen we weer in de wijk waar onze haven is. Sinds 2015 zijn hier veel flats gebouwd, en eerlijk: echt lelijk is het niet.

Gisteren was het zonniger dan vandaag, en vandaag lagen we soms te schommelen en te trillen door de harde wind. We waren even gaan verkassen gisteren, hebben nu een plekje dat iets meer in de luwte ligt, en kunnen gemakkelijker bij de waterslang.

Het museum is van binnen geen foto waard. Misschien was het 30 jaar geleden modern, maar nu was het een saaie toestand. Okee, het gebouw is mooi: hier heeft een rijke koopman gewoond die ook nog burgemeester was.

We liepen er naartoe via een oorspronkelijk middeleeuws pad, maar dat was slechts een meter of 150 lang. Wel leuk hoor.

Valt er verder nog wat te vertellen? Nou, er kwam een schip van de Deense Marine gisteren, die vannacht de vlag niet binnengehaald heeft (foei!), ik maakte arretjescake waarbij de weegschaal wat moeite had met het op en neer gaan van de boot, we wilden meedoen aan de rondleiding in het slot maar dat ging niet door vanwege de verbouwing, en de stadswandeling ging niet door vanwege de regen.

Het goede nieuws is dat de boot weer lekker schoongepoetst is van binnen en dat de weermannen ons morgen weer op pad sturen. Ons doel is Samsø, een flink stuk varen, dus we gaan op tijd vertrekken. 

donderdag 14 mei 2026

Mooie wind naar Nyborg, weer iets verder naar het noorden.

Weer een heerlijke zeildag. Bij ons ankerplekje bij Svendborg hesen we het zeil en rolden de grote fok uit, en tot bijna in de haven van Nyborg bleven we zeilen. Een afstand van ongeveer 40 kilometer. Met een ruime tot halve wind vanaf het land, soms een flinke wind, schoot het aardig op. Af en toe draaide de wind wat, en af en toe kregen we een flinke windvlaag, maar het was allemaal prima te doen.

Het was niet warm, we vragen ons af waar de zomer blijft. Maar ach, het was droog, de zon was er vaak bij en dat scheelde weer een paar graden.

Denemarken heeft mooie kusten hoor. Eerst kwamen we vlak langs bebouwing (mooi uitzicht hebben die mensen!), daarna zagen we veel bos en koolzaadvelden. We zwaaiden even naar het haventje van Lundeborg, waar we al twee keer gelegen hebben. Ons doel was nog 10 mijlen verder: Nyborg.

Het was erg rustig op het water, we hebben geloof ik 9 boten gezien. En die gingen ook nog alle kanten op. Behalve eentje, een eind voor ons uit, die is ook in Nyborg gaan liggen.

Een paar kilometer voor de haven hoorden we op de marifoon een bericht van Lyngby Radio. Eerst in het Engels en daarna in het Deens. Dat er bij Helnӕs twee mensen in het water lagen. De positie (hoogte- en breedtegraden) werden genoemd. Of er iemand in de buurt was. Nou wij niet, want dat is hemelsbreed meer dan 50 kilometer bij ons vandaan.

Het naderen van Nyborg is niet zo leuk. Ja, de vaargeul is superbreed, daar ligt het niet aan. Maar links voor ons zagen we “chemische gebouwen”, rechts waren we al een militaire haven en een sleepbotenhaven gepasseerd, ook nog een overslaghaven, en voor ons niets anders dan flatgebouwen.

We kregen trouwens nog even een flinke bui, vlak voor de haven. Veel wind en wat hagel. Niet zoveel hagel als gisteren hoor. Gelukkig was het vaarwater breed genoeg om even met de kop in de wind te kunnen liggen zodat we het zeil konden laten zakken en de fok binnendraaien.

De jachthaven bestaat eigenlijk uit drie havens. Het hoort allemaal bij elkaar, je mag kiezen waar je wilt liggen. Wij kozen de kleinste, de Østerhavn . In de grootste kunnen iets van 500 boten liggen, dat is dus wel erg groot. Wij liggen aan een kade bij een restaurantje dat leuke pingelmuziek laat horen. 

Achter ons ligt”Abel J”, een ex-poolexpeditieschip, gebouwd om walvissen te observeren onder zeer moeilijke omstandigheden. Het wordt nu omgebouwd tot een vis-cruise-schip. Voornamelijk Duitse toeristen doen dit al op twee soortgelijke schepen van dezelfde eigenaar: ze worden naar populaire visplekken in Denemarken gebracht, waar ze kabeljauw met lange lijnen binnenhalen en die in de vriezer stoppen en mee naar huis nemen. Deze Abel J wordt ook hiervoor ingezet. Als hij klaar is.

We zijn al eerder hier geweest, in 2015. Maar er komt ons niet veel bekend voor. Ja, die verschillende  havens, maar toen was het veel kaler. Nu staan er veel nieuwe flatgebouwen en is alles wat meer beschut. Heel apart: we herinneren ons ook niets meer van de wandeling rond het kasteel. Het kwartje is niet gevallen vanmiddag, en dat vinden we heel vreemd.

Het is leuk om zo vlak in het centrum te liggen, maar helaas is het Hemelvaartsdag en is alles gesloten. Behalve een paar horecazaken en een supermarkt. Nou ja, dat is dan zo. We gaan straks een pizza maken, want we vonden in die supermarkt hele mooie pizzabodems. Zelfgemaakte saus en beleg er op en smullen maar!