donderdag 18 juni 2026

Negen sluizen verder, nu in Hajstorp

We hebben een luxe probleem. Wat het aantal dagen van deze reis betreft. Okee, we weten nog niet of we veel slecht weer krijgen waardoor we in havens moeten blijven liggen, maar hier, in het binnenland, hebben we veel tijd.

Er zijn nog 13 plekken (steigers/havens) waar we willen aanleggen. En als we op 1 augustus door het kanaal heen willen zijn, hebben we dus nog ruim 40 dagen. Dat betekent gemiddeld drie nachten per aanlegplek.

Hier in Norrkvarn hadden we volgens dit schema nog twee dagen moeten blijven, maar dat doen we niet. We willen het Midzomernachtfeest in Hajstorp meemaken, en daar een paar dagen blijven liggen.

Samen met het Noorse motorjacht Utopia deden we de 9 sluizen en twee bruggen. Die sluizen waren drie dubbele en een triple-sluis. Ze lagen zó dicht achter elkaar dat we geen tijd hadden om koffie te zetten! We zijn vandaag ongeveer vijf kilometer verder gekomen. Dat klinkt als een muizenstapje maar toch zijn we zomaar 22 meter hoger.





En toen hadden we weer heel veel geluk. Aan beide kanten van het kanaal mag je aanleggen, maar aan de ene kant is stroom en een sanitair-gebouw waar je ook afval kwijt kunt, en aan de andere kant is niks. Maar ook daar lig je mooi hoor. Wij wilden graag aan de stroom-kant. Niet dat we dat nodig hebben waarschijnlijk, maar ja, we willen hier een paar dagen blijven en je weet maar nooit. Ach, als de accu’s wat leeg raken kunnen we altijd even de motor aan zetten, dus we maken ons niet zo druk daar over.

Maar er was nog één plekje vrij waar we precies passen. Super! En de zon brak nu vol enthousiasme door, dus we waren erg blij. Na de lunch zetten we de fietsen op de wal om met een omweggetje naar Töreboda te fietsen. Hier in Hajstorp is behalve een sluiscafé niets. Tja, er wonen slechts 60 mensen. Maar Töreboda, een kilometer of vijf wanneer je rechtstreeks langs het kanaal fietst, is een heuse stad.

We wilden even naar de Systembolaget. Want ik wilde graag een wijntje. En alcoholische dranken kun je niet in de supermarkt kopen. Men verwacht hier dat wanneer je alcohol niet zo gemakkelijk kunt kopen er ook minder problemen komen. Dus ’s weekends zijn de winkels gesloten en er wordt geen reclame gemaakt, en er zijn geen aanbiedingen.

Zo’n Systembolaget staat niet op een afgelegen plek op een industrieterrein, nee, gewoon naast de supermarkt. Als een slijterij zeg maar. Je hoeft je auto niet eens te verplaatsen. Er staan winkelwagentjes bij de ingang. En het was druk! Misschien speciaal voor Midsommar, dat is morgen, maar misschien ook wel altijd vlak voor het weekend.

Ik kocht een box Pino Grigio, en dat was heel bescheiden ten opzichte van andere klanten. Dus of je er nou echt minder van gaat drinken omdat je naar een speciale winkel moet betwijfel ik.

In de ICA verbaasden we ons over de knalblauwe bloemen. Laatst zagen we dat witte bloemen verf opzuig
en en zo felgekleurd worden, nou, dat hebben deze ook gedaan.


En er rijdt een grote stofzuiger-dweiler rond. Geautomatiseerd. Grappig!


Bij de kassa is ook hier een “ik til je mandje wel even op machine”. Ook al zo leuk! Je rijdt je mandje op een plaat en die gaat automatisch naar boven. Nu hoef je niet te bukken om je boodschappen op de band te leggen.


We reden nog even langs de lange steiger waar we over een paar dagen willen gaan liggen. Omdat het vanmiddag best hard waaide was het nu niet eens zo’n mooie plek. Wij liggen lekker in de luwte.

Op AIS zagen we dat een paar jachten die het net als wij rustig aan wilden doen al ver vooruit zijn gegaan. Ja, als je overal één nachtje blijft ben je in twee weken het kanaal al door. Dus rustig aan doen is dan relatief rustig aan doen.

woensdag 17 juni 2026

Een klein stukje verder, naar Norrkvarn

Eén van de leuke dingen aan het Göta Kanaal is het feit dat de bruggen en sluizen pas om 9:00 uur bediend worden. En omdat ze redelijk dicht bij elkaar liggen kun je lekker rustig aan doen.

Wij zaten nog aan het ontbijt toen de lockkeeper kwam. Hij vertelde dat passagierschip Wilhelm Tham er aan kwam. Die wilde even aanleggen om water te tanken, of wij even konden opschuiven. Natuurlijk deden we dat, en de Nederlanders achter ons (uit Enkhuizen) maakten van de brugopening gebruik om verder te gaan. Wij maakten ons ontbijtje af en ik ging naar de ICA.

In de zon, en in ons eentje, vervolgden wij later ook onze weg. Twee bruggen bij Lyrestad, waarvan eentje van de verkeersweg, en twee enkele sluizen later, in totaal nog geen drieënhalve kilometer verder, legden we weer aan. In Norrkvarn. Het is een gehuchtje waar ooit een molen bij een klein riviertje stond. Tijdens de bouw van het Kanaal is hier flink gegraven, en een info-bord vertelde ons dat er zelfs een groot ziekenhuis annex kantoor heeft gestaan. 

Een stevige lange steiger met heuse boomstammen als bolders, vlak na de sluis, aan een ouderwets mini-waterparkje voor kinderen. Bij een hotel waar het een komen en gaan was van (fietsende) toeristen. Een prachtig plekje!

We maakten een picknick-maaltijd klaar en gingen wandelen. Eerst een eind ten westen van het kanaal en dan langs het kanaal weer terug. Hadden we gedacht. Maar natuurlijk verdwaalden we weer. Hoe moeilijk kan het zijn? Nou, voor ons best moeilijk dus. Want als asfalt ophoudt met asfalt en gravel wordt, en we zien een huis of boerderij staan in de verte, zonder straatnaambordje, dan denken we dat het een privé-weg is. Dus die afslag namen we niet. En de volgende ook niet. Tot we weer eens op Google-Maps keken en zagen dat we veel te ver waren gelopen. Geef niet, want het was hartstikke mooi en we liepen over een rustige gravel-weg.

We kozen gravel richting het kanaal en waren blij verrast dat er zomaar een picknickbankje stond! Waarschijnlijk van de boerderij vlakbij, maar we hebben er lekker gebruik van gemaakt.

Het bleef heerlijk zonnig en warm vandaag. Af en toe kwam er een boot langs, en uiteindelijk kwamen er vier bij ons liggen.

Men houdt hier relatief veel van stoere auto’s. Met extra koplampen op de grill (het lijken wel verstralers) die ’s winters op die gravelwegen super handig en ook wel noodzakelijk zijn. En we zien veel Amerikaanse auto’s. Van die Elvis Presley auto’s en stoere pick-ups. Die je al van ver aan hoort komen trouwens.

Oh, we hadden al bedacht dat grasmaaien een belangrijke hobby is, maar poetsen ook! Vooral het poetsen van die lange auto’s en het chroom van brommers. Echt, je hebt je zonnebril nodig als ze langskomen, zo erg glimt alles.

dinsdag 16 juni 2026

Nu echt op pad op het Göta Kanaal

Voor de laatste keer liep ik naar “mijn vriend” in het winkeltje om lekker brood te halen. De Finnen, die bij ons in de kom liggen willen ook door de sluis, maar denken dat het niet past tegelijk met ons. Schipper Fin heeft het zelfs nog even aan de lockkeeper gevraagd. Maar natuurlijk past het wel.

Wij moesten maar als eerste, zei meneer Fin. Dat vinden we geen probleem hoor. Het is wel zo dat je vooraan meer last hebt van het binnenstromende water, maar dat is ook afhankelijk van de positie van de boten en van de lockkeeper.

Want ergens onder in de sluisdeuren gaan poortjes open. En de lockkeeper kan met zijn/haar afstandsbediening een poortje in één van de deuren openen, of in beide tegelijk. En hij/zijn kan ook nog managen hoe snel het poortje open gaat. Op een semi-kiertje of direct voluit.

Wij wilden naar Lyrestad toe, en dat betekent 7 sluizen waarbij ook nog eens twee bruggen geopend moeten worden, en daarna, vlak bij Lyrestad een rullbro en een svängbro. Een rollende brug en een draaibrug.

Voor die draaibrug, dat is een spoorbrug, moesten we een half uur wachten. Dat werd niet aangegeven, maar toen ik de Göta-club belde zou een mevrouw even navragen in Töreboda en even later belde ze terug om te vertellen dat de brug om tien voor twaalf zou draaien.

Het sluizen ging prima. Wij waren relaxed, de Finnen ook. Wij deden het op de Göta-manier: een lange lijn vanuit de kuip door het gangboord naar voren. Ik nam de lus aan de voorkant mee, stapte op het afstapsteigertje (dat scheef voor de sluis ligt, dat vergt heel wat gemanoeuvreer van Hidzer), en belegde de lus om een dikke stevige ring in de sluiswand.  Hidzer trok de lijn strak, deed ‘m om de lier, gooide ook nog de achterlijn naar boven die ik belegde op een andere ring.

Mijn taak was slechts om af en toe een aanwijzing te geven wanneer de kop van de boot wat van de wal af week, Hidzer moest met de lier de voorlijn strak houden.

Waren we hoog in de sluis, dan maakte ik de lijnen los en stapte aan boord. Of: bij een dubbelsluss liep ik met de lijnen in de hand mee naar de volgende sluis en belegde ze daar om de ringen.

Klinkt simpel, is het ook, maar je moet even weten wat je moet doen en dat dan ook echt doen. De Finnen hadden blijkbaar geen echt lange lijn, dus Opstapper Fin moest op de wal de kop van de boot aan blijven trekken. Nou, met wat tegenstroming van water had hij daar een flinke klus aan. Maar alles ging goed hoor.

Om even over twaalf lagen we lekker in de zon in Lyrestad. De Finnen gingen door. We wilden net gaan lunchen toen Indigo-Jan en zijn vrouw op de fiets langskwamen. Zij raadden ons de Zweedse haring aan, dat een traditionele lekkernij voor Midzomer is, en brachten ons even later twee potjes. Leuk! Hidzer vindt beide lekker, zowel die op azijn als die op saus, ik geef de voorkeur aan de laatste.

Vanmiddag gaf Hidzer nog een upgrade aan de zwemtrap die in de sluizen dienst doet als mega-stootwil, ik liep even naar de kerk. Vanaf de Middeleeuwen staat hier al iets kerkerigs, maar de vorm en grootte is in de loop der eeuwen heel erg veranderd. Van buiten is het een markant gebouw met die witte muren en dat zwarte houten dak. Net als in Sjötorp, maar nu, waarschijnlijk door het warme weer, rook ik een teerlucht, waar het hout mee wordt onderhouden. Binnen is het licht en wit met oude elementen.

Het was een heerlijke warme dag, we hebben lang buiten kunnen zitten. Zou de zomer dan echt begonnen zijn?

maandag 15 juni 2026

De laatste dagen in Sjötorp, morgen echt het kanaal op!

Wat hebben we gedaan de afgelopen drie dagen? Nou, we hadden een fietsdag over fietspaden die steeds doodliepen, een wandeldag door het dorp, vermaak bij de sluis, veel regen en gisteren een storm. Het is nog geen zomer in Zweden, maar met regelmaat zitten we toch lekker in de zon.

Die fietsdag was toch wel grappig. We hadden een route uitgestippeld, over veelal gravel paden, door bossen, met af en toe een oversteek over een rijksweg.  Maar het liep anders.

De rijksweg, nummer 26, blijkt de langste rijksweg van Zweden te zijn, af en toe ook nog autoweg, en is ongeveer 580 kilometer lang. Hij wordt ook wel Inlandsvägen (de binnenlandse weg) genoemd. Leuk natuurlijk dat je met de auto redelijk snel van noord naar zuid kunt (tenminste, ergens in het midden van Zweden), maar omdat hier nog elanden lopen hebben ze er hoge hekken naast gezet. Hekken tegen overstekende elanden, maar ook tegen overstekende fietsers.

Dus onze route stopte soms bij deze rijksweg. Maar op sommige gedeeltes konden we ook over de weg fietsen. Niet dat dat erg leuk was, dus we hebben het niet zo veel gedaan.

Maar onze bedachte route liep dus in de soep. Op een gegeven moment besloten we om gewoon weer terug te fietsen. Ach, dan ziet alles er toch weer anders uit.

Niet alleen door die Rijksweg 26 ging het “mis”, ook bij een kasteeltje. Zowel op de app Maps.me als op Google Maps zagen we dat we langs dat kasteeltje konden fietsen en dan op een wandelpad richting het zuiden konden gaan, zodat we bij een kerkje konden picknicken.

Dus we doken onder een ketting door, zagen een “verboden toegang” bord maar ach, met het allemansrecht moet je als aardige toerist toch door kunnen gaan? Er was niemand die ons een strobreed in de weg legde, maar helaas was er een lint voor het wandelpad gespannen en zag dat er ook niet meer begaanbaar uit. Jammer!

Maar dat huis! Wow! Stel dat je hier zou wonen! Echt heel leuk.

Het dorpje Sjötorp is klein. Er wonen nog geen 500 mensen. Het toeristische deel hadden we uitgebreid gezien, want dat is hier bij de haven. Verder is er nog een ijsbaan, die ’s zomers een parkeerplaats voor campers is. Maar de woonwijk is best aardig. Vooral de mooie oude huizen, al gebouwd voor de ingenieurs die betrokken waren bij de bouw van het kanaal.

Ook hier staan de brievenbussen in groepjes aan de rechterkant van de weg en wordt het gras vaak en netjes gemaaid.

Aan een mededelingen bord bij het dorpshuis hangen van die Action-fotolijstjes met A-viertjes met info. Bijvoorbeeld over de Midzomernacht viering aanstaande vrijdag. Het schijnt hier een heus feest te worden maar wij willen dat in Hajstorp meemaken. 

De kerk en de klokkentoren staan op het hoogste punt van het dorp. Er staat geen hek om de begraafplaats, maar de toegangspoorten staan wel dicht. Grappig!

Het gras is ook hier netjes gemaaid, en het grind op de paden is echt super netjes aangeharkt. Waarschijnlijk met een machine, dat moet toch haast wel?

Zowel de kerk als de klokkentoren zijn bekleed met stukjes hout. Als dakpannen maar dan veel kleiner.

En het interieur is een mix tussen VTWonen, Ikea en Jysk. Lekker licht en luchtig.

Bij de haven staan een paar brokken stenen, uit Tossene in de provincie Bohuslan, opgestapeld. Ter ere van het 175-jarig bestaan van het Göta Kanaal is dit beeld gemaakt. Dat vonden we leuke info, maar we moesten hard lachen toen we lazen dat de onthullers van het beeld, een minister en twee mannen die beroepsmatig iets met het kanaal van doen hebben, zelfs met hun naam op de plaquette staan. Lekker belangrijk!

Gisteren en vanochtend was er weer reuring bij de sluis. Het konvooi vanuit het oosten is wat saai, want die doen hun laatste sluizen van het kanaal en kennen de klappen van de zweep wel. Maar de oostwaarts gaande boten blijven leuk om te zien. Vanochtend een solozeiler. We begrijpen niet zo goed dat iemand dat zou willen, in zijn eentje door het kanaal, en we begrijpen ook niet dat dat toegestaan wordt. Want bij elke sluis is een solozeiler afhankelijk van een lockkeeper of van konvooi-genoten.

Een Nederlander (uit Harlingen) die vanuit Mem met een konvooi is aangekomen, blijft een paar dagen in “onze” kom liggen. Even bijkomen. Want het viel niet mee, de reis in het konvooi. Nou was het ook niet zijn bedoeling, maar hij had de tekst op het internet niet goed begrepen. En lag dus in Mem met flinke wind te schommelen aan een steiger voor de sluis.

Hij had nog geen ticket gekocht, want hij meende dat dat ter plekke kon. Ja, dat kan ook, maar pas op 16 juni. Voor die tijd moet je het via ’t internet regelen. Ze besloten om in konvooi te gaan, hij had geen tijd om tot de 16de te wachten. Ze maakten lange dagen (gemiddeld 40 kilometer met 12 sluizen), hadden op het Vättern meer harde wind tegen, veel regen, en ook nog een solozeiler die bijna commandeerde als ze hem wilden helpen.

Gisteren begon het te stormen. Wij hadden daar niet op gerekend. Tja, wanneer we op groot water zijn of komen houden we de wind goed in de gaten maar trekken we ons niets van regen aan. En zoals nu, wanneer we “op het land” liggen, is wind niet belangrijk maar kijken we naar regen in verband met wandel- of fietstochten.

Het begon te waaien en we keken in Windy, de weerapp. En ja, een heuse storm op het meer. Wij liggen hier heerlijk beschut in onze kom, maar de zeilboten in de haven (waar wij tot een paar dagen geleden nog lagen) gingen flink te keer!

Cruiseschip Juno zou gisteren langs komen varen vanuit Göteborg, hadden we op MarineTraffic gezien. Maar in de loop van de middag zagen we hem (op de app) richting de wal varen, dus tegen de wind in, en later langs de kust weer terug naar Vänersborg. Het ging te gek waarschijnlijk, met zo’n redelijk ondiep schip dat smal en hoog is. 

De sluiswachter vertelde dat het schip inderdaad teruggegaan was vanwege de storm, en dat de passagiers met een bus vervoerd zijn vandaag. Nu maar hopen dat ze weer ergens aan boord kunnen stappen. Als ze nog willen......

Trouwens, een stel uit Australië (de derde Australiër al die we binnen een week tegenkomen!) gaat morgen ook, maar doet het nog rustiger aan dan wij. Zij willen 8 weken uittrekken voor het hele kanaal. We zullen ze nog wel zien ergens, want ze zijn razend nieuwsgierig naar onze verhalen over de Donau. Ons visitekaartje met de url van de weblog hebben ze, dus ze kunnen alvast lezen. 

Morgen gaan wij ook verder. De Fin, die na mijn tip ook hier mocht komen liggen, en Indigo-Jan willen ook vertrekken. Dat past niet in één sluis met zijn drieën. Nou, dan gaan wij wel later. We willen in 't eerste haventje dat komt, dat van Lyrestad waar we al geweest zijn op de fiets, en waar Simon woont, een nachtje blijven liggen. Dan hebben we er zeven sluizen en 2 bruggen opzitten en is het wel weer genoeg. Denken we. We zien wel!

vrijdag 12 juni 2026

Nog steeds in Sjötorp, wel bijna 3 meter hoger

Het verveelt ons nog niet, hier liggen in Sjötorp. Niet dat er veel te doen is, maar we zien van alles. Dinsdag belde ik met de organisatie van het Göta Kanal en we mochten woensdagochtend door sluis nummer 1. Om een uur of half negen.

Het sluiswachtershuis is in 1857 gebouwd, en er hebben houthakkers, een timmerman en een chauffeur gewoond die als bijbaan sluiswachter hadden. Of andersom, dat kan natuurlijk ook. Nu is het het ticket-office van het kanaal. 


De meeste sluiswachtershuizen zijn te huur. Als woonhuis. Momenteel is er geen huis vrij volgens de site, maar het lijkt ons wel leuk wonen. Sommige staan natuurlijk in het midden van nergens, andere bij een dorp.

Woensdag ben ik tegen kwart over acht naar het oude sluiswachtershuis gelopen. We hadden begrepen dat er zeven boten in konvooi zouden gaan, en verwachtten dat wij daarna geschut zouden worden. Maar de lockkeeper vertelde dat we als eerste zouden gaan, dan zouden de groepjes direct aan elkaar wennen. 

In het ticket-office kreeg ik een sticker voor aan de reling en een leuk informatieboekje met twee pasjes voor de musea en de sanitairgebouwen.


Terwijl de andere bootmensen hun ding deden in het ticket-office liep ik naar de boot, we voeren vijftig meter en gingen de sluis in. Alles ging prima. Dat kan haast niet anders, want in de eerste sluis hoef je nog bijna niets te doen. De lockkeeper neemt de lijnen aan en belegt ze, en ze vroeg of we er klaar voor waren. Dat waren we.
 

Toen kwam het water binnen. Van onder de sluisdeuren. Het lijkt erger dan het is: als je maar zorgt dat de boeg redelijk dicht bij de sluismuur blijft is er niets aan de hand. Het ging prima.


We gingen aanleggen in het eerste bekken, aan de eerste meters van de ruim 6000 aan aanlegsteigers in het kanaal. En toen vlug weer terug naar de sluis, want we hadden al in de gaten dat het niet bij iedereen zo makkelijk zou gaan.

Nou, het werden anderhalf uur vol vermaak! De tweede groep was bijna saai, zo goed ging dat, maar in de eerste groep ging er veel bijna fout. Een Engels zeiljacht met vier mensen aan boord begreep in eerste instantie niet hoe 't moest maar leerde wel snel.

Maar een Australisch jacht (nieuw gekocht in Duitsland) had een eigenaar/schipper die het allemaal wel wist (niet dus), en was duidelijk de baas. Met als gevolg dat zijn vrouw en het andere echtpaar aan boord niets deden als hij niet zei wat er moest gebeuren. 

Tja, en toen wilden ze afduwen met uitschuif-pikhaken die door de druk in elkaar schoven. Paniek! Op het voordek wilde de echtgenote de boot gewoon aan de landvast vasthouden maar dat lukte haar niet. Paniek! En toen hingen de fenders te hoog. Paniek! 

De lockkeepers (drie in totaal) probeerden zowel de Engelsen als de Australiërs van alles nogmaals uit te leggen, maar bij de Australiërs ging dat wat moeizaam. Tweehonderd meter na de eerste sluis liggen de tweede en derde sluis. Een dubbelsluss heet het: ze liggen direct na elkaar. Van de ene vaar je de andere binnen.

Maar: hier moet iemand afstappen en met de lijnen op de wal naar voren en boven lopen. De schipper blijft aan boord. De Engelsen wilden met de punt van de boot naar de afstapsteiger, maar dat is een vreemde manoeuvre. Uiteindelijk stapte mevrouw toch maar halverwege het schip af.

De Australiërs voeren de sluis al in en vergaten dat er iemand af moest stappen. Paniek! Het duurde even maar ze kwamen toch netjes de sluis in. Toen was het nog een gedoe hoe je de lijn moet beleggen aan de grote ringen op de wal. De meneer die afgestapt was vertelde dat hij moest luisteren naar de schipper en dat die wist hoe het moest. Nou, niet dus. Uiteindelijk namen ze raad aan en toen ze vertrokken zwaaiden ze en bedankten voor de goede raad. 

Ha, we verheugen ons al op het volgende konvooi!

We zijn ook nog een eind gaan fietsen, naar het noorden. Over rustige wegen en een enkel gravel pad, heuvel op en heuvel af, door bossen en langs het Vänern meer. Een heerlijke dag, waarbij we picknickten aan het water.


We zagen af en toe een soort Paasbult. Maar ja, Pasen is al geweest. Nou, het blijkt resthout te zijn na het kappen van bomen. Van privé-eigenaren of van een bosbouwmaatschappij. Wat ze er mee gaan doen weten we niet, misschien in de spaanplaat-industrie of misschien maken ze er aanmaakhoutjes van. 


Tijdens het laatste deel van deze fietstocht (waarbij we wel weer een keer verkeerd reden, maar ach, dat zijn we gewend) kwamen we langs graanvelden en weilanden. Met de mooie lupinen in de bermen, waar we nu een beetje anders naar kijken. 


Bijna elke dag loop ik naar de winkel. De (volgens mij oorspronkelijk Indiase) eigenaars verhuren ook fietsen, beheren een pension en deze winkel. Het is niet groot, maar ze hebben heerlijk brood. Ze bakken het vaak speciaal voor me. Want het is nog geen hoogseizoen dus ze hebben niet veel voorraad. Gebakken voorraad. De vriezer ligt vol, en als ik na een poosje (minstens 12 minuten) weer terugkom ligt het brood nog lekker warm op mij te wachten. 


Soms doet meneer er een saaie bruine papieren zak om, maar vandaag lag het klaar in een mooie zak met een hartvormige sticker met de tekst "elke dag liefde".


Zo liggen we nu. Twee nachten in ons eentje, maar sinds vanochtend met zijn drieën. Gisteren spraken we de meneer van de Indigo, die we in Göteborg en Trollhätta ook al hadden ontmoet, en gaven hem de tip om te vragen of hij hier ook kon komen liggen. Dat deed hij. Hij kwam nog even vertellen dat hij vanochtend in zijn eentje tegen kwart over acht geschut zou worden, en eigenlijk vond hij het wel erg fijn dat Hidzer met hem mee ging.


Het ging prima met de mannen (hij heeft een ingewikkelde naam maar laat zich Jan noemen). De andere vijf boten in het konvooi was weer leuk om te zien. Het ging niet zo gek als met die Australiërs, maar we hebben ons weer prima vermaakt. Je zou bijna stoelen meenemen en koffie met koek.......

maandag 8 juni 2026

Yes, we gaan het kanaal echt doen!

We hebben het Göta Kanaal geboekt! En we zijn er klaar voor, voor de tocht van 190 kilometer naar Mem aan de oostkant van Zweden. We gaan 58 sluizen doen, waarvan veel dubbelsluizen en zelfs trappen met vijf sluizen.

Het heet dan wel “kanaal”, maar een groot deel wordt gevormd door verschillende rivieren van en naar een paar meren.  87 kilometer is gegraven, door soldaten, met een schep.



Bijzonder toch, het leven van Baltzar von Platen. De bedenker van het Göta Kanaal. Hij is in 1766 geboren in Rügen, maar zijn vader koos voor een carrière in Zweden. Baltzar heeft bij de marine en in de koopvaardij gewerkt, als stuurman en als schipper. Voerde in de oorlog tegen Rusland als commandant op een schip, raakte daarbij op zijn 22ste (!) gewond en werd krijgsgevangene in een Russische gevangenis. Twee jaar later werd hij uitgewisseld na de vrede van Värälä.

Hij bleef nog een tijd bij de marine, raakte betrokken bij de bouw van het Eiderkanaal (de voorloper van het Kieler kanaal) en het Trollhätta Kanaal en maakte plannen voor een verbinding tussen het Vänern Meer en de Oostzee. Want uit onderzoek bleek dat een paard 16 keer meer gewicht over water kan trekken dan over land. En een praam kan 400 keer meer lading verstouwen als een kar.

In 1808 presenteerde hij zijn plan aan de koning. En hij mocht aan de slag! Baltzar zocht contact met Thomas Telford, een van de meest vooraanstaande kanaalbouwers van Groot-Brittannië, de man die het Caledonian Canal bedacht en uitvoerde.

Thomas kwam naar Zweden en in slechts 20 dagen voerden ze metingen uit en bepaalden ze de route en de locatie van de sluizen. En in 1810 was het zover. De bouw begon. Met specialisten uit Schotland en Engeland, want Zweden was in die tijd sterk agrarisch en had niet veel industrie. Baltzar wilde de bruggen en sluizen van staal maken in plaats van hout, en dat was natuurlijk behoorlijk revolutionair in een houtland als Zweden.

In Forsvik en Motala werden de eerste gieterijen in Zweden gebouwd, speciaal voor het kanaal. Wij komen daar nog langs, benieuwd of we er nog iets van zien.

In 23 jaar is 8 miljoen kubieke meter grond (en ongetwijfeld ook veel rots) met de hand/schep uitgegraven. Door soldaten dus. Baltzar had de wind er flink onder, maar was ook goed voor de mensen. Ze moesten dagelijks 12 uren werken, van 05:00 tot 21:00 uur met een lange middagpauze. Eten, drinken en kerkdiensten waren geregeld, en elke man kreeg een liter brandewijn per week. Er gingen miljoenen liters doorheen, dat begrijp je.

Het kanaal is vanuit het midden van het land ontstaan, bij Forsvik en Motala. Vanaf Forsvik aan het Vätternmeer naar het westen, vanaf Motala aan hetzelfde Vätternmeer naar het oosten.

In 1832 was het kanaal klaar, maar helaas was Baltzar toen al drie jaren dood.  Ook het kanaal was voor de industrie niet lang succesvol, want al gauw kwamen treinen en vrachtwagens. En nu is het puur een toeristisch ding, wordt wel “het blauwe lint van Zweden” genoemd, maar gekscherend ook wel het “echtscheidingskanaal”.

Maar vroeger al “het kanaal van kansen”. En dat past beter bij het motto van Baltzar von Platen:  “je kunt doen wat je wilt. En wanneer je zegt dat je niets kunt doen, dan wil je niet meer”.

zondag 7 juni 2026

Natuurdag

Vannacht om half vier hoorden we motorgeronk. Het bleek de Juno te zijn, het oudste geregistreerde cruiseschip ter wereld. In 1874 is het in Motala (komen we nog langs) gebouwd en sindsdien onafgebroken in bedrijf. Bijzonder toch? Het vaart steeds van Göteborg naar Mem en weer terug, en past precies in de sluizen. De Juno (en zusterschepen) hebben altijd voorrang op het kanaal, en er wordt dus ook speciaal voor hen ’s nachts geschut.

We hebben heerlijk gewandeld langs het water en door het bos. Het Vändringsled, vanaf de haven naar de vuurtoren van Harnäs (waar we langs zijn gevaren) en met een flinke omweg weer terug. Ongeveer vierenhalf uur. Onderweg zagen we een mooie camperplek, weliswaar zonder voorzieningen maar met een prachtig uitzicht.



We lunchten bij de vuurtoren. Bij het huis (een beschermd monument) stond een bankje waar we heerlijk in de luwte zaten. Met uitzicht op Sjötorp in de verte.






Het was heel leuk wandelen, met overal rotsen. In het bos en aan het water. We zagen drie slangen van een centimeter of dertig lang, donkergrijs met gele ogen. Eentje was trouwens dood.





En we zagen kraanvogels. Twee volwassen vogels met twee jongen. Ze schijnen erg schuw te zijn, maar vandaag bleven ze rustig wandelen en we konden ze goed bekijken.

En het hoogtepunt was toch wel de vos. Een grote vos die een meter of dertig voor ons het gravel pad overstak. In een kalm drafje. Super!

We zien hier veel minder seringen dan bij Trollhätta, maar wel heel veel lupinen. Echt heel veel. In bermen, in tuinen, zelfs in het bos. Maar nu blijkt dat ze er hier niet zo heel erg blij mee zijn, de Artrik Vägkant-beweging, want lupinen verbeteren de grond, en ze willen juist de oorspronkelijke planten die op arme grond groeien terug. Nou, wij hebben er vandaag flink van genoten, van al dat paars!