vrijdag 12 juni 2026

Nog steeds in Sjötorp, wel bijna 3 meter hoger

Het verveelt ons nog niet, hier liggen in Sjötorp. Niet dat er veel te doen is, maar we zien van alles. Dinsdag belde ik met de organisatie van het Göta Kanal en we mochten woensdagochtend door sluis nummer 1. Om een uur of half negen.

Het sluiswachtershuis is in 1857 gebouwd, en er hebben houthakkers, een timmerman en een chauffeur gewoond die als bijbaan sluiswachter hadden. Of andersom, dat kan natuurlijk ook. Nu is het het ticket-office van het kanaal. 


De meeste sluiswachtershuizen zijn te huur. Als woonhuis. Momenteel is er geen huis vrij volgens de site, maar het lijkt ons wel leuk wonen. Sommige staan natuurlijk in het midden van nergens, andere bij een dorp.

Woensdag ben ik tegen kwart over acht naar het oude sluiswachtershuis gelopen. We hadden begrepen dat er zeven boten in konvooi zouden gaan, en verwachtten dat wij daarna geschut zouden worden. Maar de lockkeeper vertelde dat we als eerste zouden gaan, dan zouden de groepjes direct aan elkaar wennen. 

In het ticket-office kreeg ik een sticker voor aan de reling en een leuk informatieboekje met twee pasjes voor de musea en de sanitairgebouwen.


Terwijl de andere bootmensen hun ding deden in het ticket-office liep ik naar de boot, we voeren vijftig meter en gingen de sluis in. Alles ging prima. Dat kan haast niet anders, want in de eerste sluis hoef je nog bijna niets te doen. De lockkeeper neemt de lijnen aan en belegt ze, en ze vroeg of we er klaar voor waren. Dat waren we.
 

Toen kwam het water binnen. Van onder de sluisdeuren. Het lijkt erger dan het is: als je maar zorgt dat de boeg redelijk dicht bij de sluismuur blijft is er niets aan de hand. Het ging prima.


We gingen aanleggen in het eerste bekken, aan de eerste meters van de ruim 6000 aan aanlegsteigers in het kanaal. En toen vlug weer terug naar de sluis, want we hadden al in de gaten dat het niet bij iedereen zo makkelijk zou gaan.

Nou, het werden anderhalf uur vol vermaak! De tweede groep was bijna saai, zo goed ging dat, maar in de eerste groep ging er veel bijna fout. Een Engels zeiljacht met vier mensen aan boord begreep in eerste instantie niet hoe 't moest maar leerde wel snel.

Maar een Australisch jacht (nieuw gekocht in Duitsland) had een eigenaar/schipper die het allemaal wel wist (niet dus), en was duidelijk de baas. Met als gevolg dat zijn vrouw en het andere echtpaar aan boord niets deden als hij niet zei wat er moest gebeuren. 

Tja, en toen wilden ze afduwen met uitschuif-pikhaken die door de druk in elkaar schoven. Paniek! Op het voordek wilde de echtgenote de boot gewoon aan de landvast vasthouden maar dat lukte haar niet. Paniek! En toen hingen de fenders te hoog. Paniek! 

De lockkeepers (drie in totaal) probeerden zowel de Engelsen als de Australiërs van alles nogmaals uit te leggen, maar bij de Australiërs ging dat wat moeizaam. Tweehonderd meter na de eerste sluis liggen de tweede en derde sluis. Een dubbelsluss heet het: ze liggen direct na elkaar. Van de ene vaar je de andere binnen.

Maar: hier moet iemand afstappen en met de lijnen op de wal naar voren en boven lopen. De schipper blijft aan boord. De Engelsen wilden met de punt van de boot naar de afstapsteiger, maar dat is een vreemde manoeuvre. Uiteindelijk stapte mevrouw toch maar halverwege het schip af.

De Australiërs voeren de sluis al in en vergaten dat er iemand af moest stappen. Paniek! Het duurde even maar ze kwamen toch netjes de sluis in. Toen was het nog een gedoe hoe je de lijn moet beleggen aan de grote ringen op de wal. De meneer die afgestapt was vertelde dat hij moest luisteren naar de schipper en dat die wist hoe het moest. Nou, niet dus. Uiteindelijk namen ze raad aan en toen ze vertrokken zwaaiden ze en bedankten voor de goede raad. 

Ha, we verheugen ons al op het volgende konvooi!

We zijn ook nog een eind gaan fietsen, naar het noorden. Over rustige wegen en een enkel gravel pad, heuvel op en heuvel af, door bossen en langs het Vänern meer. Een heerlijke dag, waarbij we picknickten aan het water.


We zagen af en toe een soort Paasbult. Maar ja, Pasen is al geweest. Nou, het blijkt resthout te zijn na het kappen van bomen. Van privé-eigenaren of van een bosbouwmaatschappij. Wat ze er mee gaan doen weten we niet, misschien in de spaanplaat-industrie of misschien maken ze er aanmaakhoutjes van. 


Tijdens het laatste deel van deze fietstocht (waarbij we wel weer een keer verkeerd reden, maar ach, dat zijn we gewend) kwamen we langs graanvelden en weilanden. Met de mooie lupinen in de bermen, waar we nu een beetje anders naar kijken. 


Bijna elke dag loop ik naar de winkel. De (volgens mij oorspronkelijk Indiase) eigenaars verhuren ook fietsen, beheren een pension en deze winkel. Het is niet groot, maar ze hebben heerlijk brood. Ze bakken het vaak speciaal voor me. Want het is nog geen hoogseizoen dus ze hebben niet veel voorraad. Gebakken voorraad. De vriezer ligt vol, en als ik na een poosje (minstens 12 minuten) weer terugkom ligt het brood nog lekker warm op mij te wachten. 


Soms doet meneer er een saaie bruine papieren zak om, maar vandaag lag het klaar in een mooie zak met een hartvormige sticker met de tekst "elke dag liefde".


Zo liggen we nu. Twee nachten in ons eentje, maar sinds vanochtend met zijn drieën. Gisteren spraken we de meneer van de Indigo, die we in Göteborg en Trollhätta ook al hadden ontmoet, en gaven hem de tip om te vragen of hij hier ook kon komen liggen. Dat deed hij. Hij kwam nog even vertellen dat hij vanochtend in zijn eentje tegen kwart over acht geschut zou worden, en eigenlijk vond hij het wel erg fijn dat Hidzer met hem mee ging.


Het ging prima met de mannen (hij heeft een ingewikkelde naam maar laat zich Jan noemen). De andere vijf boten in het konvooi was weer leuk om te zien. Het ging niet zo gek als met die Australiërs, maar we hebben ons weer prima vermaakt. Je zou bijna stoelen meenemen en koffie met koek.......

maandag 8 juni 2026

Yes, we gaan het kanaal echt doen!

We hebben het Göta Kanaal geboekt! En we zijn er klaar voor, voor de tocht van 190 kilometer naar Mem aan de oostkant van Zweden. We gaan 58 sluizen doen, waarvan veel dubbelsluizen en zelfs trappen met vijf sluizen.

Het heet dan wel “kanaal”, maar een groot deel wordt gevormd door verschillende rivieren van en naar een paar meren.  87 kilometer is gegraven, door soldaten, met een schep.



Bijzonder toch, het leven van Baltzar von Platen. De bedenker van het Göta Kanaal. Hij is in 1766 geboren in Rügen, maar zijn vader koos voor een carrière in Zweden. Baltzar heeft bij de marine en in de koopvaardij gewerkt, als stuurman en als schipper. Voerde in de oorlog tegen Rusland als commandant op een schip, raakte daarbij op zijn 22ste (!) gewond en werd krijgsgevangene in een Russische gevangenis. Twee jaar later werd hij uitgewisseld na de vrede van Värälä.

Hij bleef nog een tijd bij de marine, raakte betrokken bij de bouw van het Eiderkanaal (de voorloper van het Kieler kanaal) en het Trollhätta Kanaal en maakte plannen voor een verbinding tussen het Vänern Meer en de Oostzee. Want uit onderzoek bleek dat een paard 16 keer meer gewicht over water kan trekken dan over land. En een praam kan 400 keer meer lading verstouwen als een kar.

In 1808 presenteerde hij zijn plan aan de koning. En hij mocht aan de slag! Baltzar zocht contact met Thomas Telford, een van de meest vooraanstaande kanaalbouwers van Groot-Brittannië, de man die het Caledonian Canal bedacht en uitvoerde.

Thomas kwam naar Zweden en in slechts 20 dagen voerden ze metingen uit en bepaalden ze de route en de locatie van de sluizen. En in 1810 was het zover. De bouw begon. Met specialisten uit Schotland en Engeland, want Zweden was in die tijd sterk agrarisch en had niet veel industrie. Baltzar wilde de bruggen en sluizen van staal maken in plaats van hout, en dat was natuurlijk behoorlijk revolutionair in een houtland als Zweden.

In Forsvik en Motala werden de eerste gieterijen in Zweden gebouwd, speciaal voor het kanaal. Wij komen daar nog langs, benieuwd of we er nog iets van zien.

In 23 jaar is 8 miljoen kubieke meter grond (en ongetwijfeld ook veel rots) met de hand/schep uitgegraven. Door soldaten dus. Baltzar had de wind er flink onder, maar was ook goed voor de mensen. Ze moesten dagelijks 12 uren werken, van 05:00 tot 21:00 uur met een lange middagpauze. Eten, drinken en kerkdiensten waren geregeld, en elke man kreeg een liter brandewijn per week. Er gingen miljoenen liters doorheen, dat begrijp je.

Het kanaal is vanuit het midden van het land ontstaan, bij Forsvik en Motala. Vanaf Forsvik aan het Vätternmeer naar het westen, vanaf Motala aan hetzelfde Vätternmeer naar het oosten.

In 1832 was het kanaal klaar, maar helaas was Baltzar toen al drie jaren dood.  Ook het kanaal was voor de industrie niet lang succesvol, want al gauw kwamen treinen en vrachtwagens. En nu is het puur een toeristisch ding, wordt wel “het blauwe lint van Zweden” genoemd, maar gekscherend ook wel het “echtscheidingskanaal”.

Maar vroeger al “het kanaal van kansen”. En dat past beter bij het motto van Baltzar von Platen:  “je kunt doen wat je wilt. En wanneer je zegt dat je niets kunt doen, dan wil je niet meer”.

zondag 7 juni 2026

Natuurdag

Vannacht om half vier hoorden we motorgeronk. Het bleek de Juno te zijn, het oudste geregistreerde cruiseschip ter wereld. In 1874 is het in Motala (komen we nog langs) gebouwd en sindsdien onafgebroken in bedrijf. Bijzonder toch? Het vaart steeds van Göteborg naar Mem en weer terug, en past precies in de sluizen. De Juno (en zusterschepen) hebben altijd voorrang op het kanaal, en er wordt dus ook speciaal voor hen ’s nachts geschut.

We hebben heerlijk gewandeld langs het water en door het bos. Het Vändringsled, vanaf de haven naar de vuurtoren van Harnäs (waar we langs zijn gevaren) en met een flinke omweg weer terug. Ongeveer vierenhalf uur. Onderweg zagen we een mooie camperplek, weliswaar zonder voorzieningen maar met een prachtig uitzicht.



We lunchten bij de vuurtoren. Bij het huis (een beschermd monument) stond een bankje waar we heerlijk in de luwte zaten. Met uitzicht op Sjötorp in de verte.






Het was heel leuk wandelen, met overal rotsen. In het bos en aan het water. We zagen drie slangen van een centimeter of dertig lang, donkergrijs met gele ogen. Eentje was trouwens dood.





En we zagen kraanvogels. Twee volwassen vogels met twee jongen. Ze schijnen erg schuw te zijn, maar vandaag bleven ze rustig wandelen en we konden ze goed bekijken.

En het hoogtepunt was toch wel de vos. Een grote vos die een meter of dertig voor ons het gravel pad overstak. In een kalm drafje. Super!

We zien hier veel minder seringen dan bij Trollhätta, maar wel heel veel lupinen. Echt heel veel. In bermen, in tuinen, zelfs in het bos. Maar nu blijkt dat ze er hier niet zo heel erg blij mee zijn, de Artrik Vägkant-beweging, want lupinen verbeteren de grond, en ze willen juist de oorspronkelijke planten die op arme grond groeien terug. Nou, wij hebben er vandaag flink van genoten, van al dat paars!

zaterdag 6 juni 2026

Cultuurdag

In 1982 is bij wet besloten dat 6 juni niet alleen de Dag van de Zweedse vlag (Svenska flaggans dag) is, maar ook de Nationale Feestdag van Zweden (Sveriges nationaldag). Maar dat betekende niet dat iedereen vrij was. Dat hebben ze in 2005 geregeld, ten koste van de tweede Pinksterdag, die nu een gewone werkdag is. Dat hadden we al gemerkt.

Nu is 6 juni dus een officiële feestdag. We lazen dat overal de vlag gehesen wordt, dat de koninklijke familie zich hijst in traditionele klederdracht, dat er veel muziek is en dat vrijwel elke gemeente en lokale heemkundevereniging iets organiseert.

De mevrouw van Café Baltzar vertelde gisteren dat het in Mariestad niet zo leuk is, maar Lyrestad waarschijnlijk wel. In Sjötorp was geen feest vertelde ze. Ze ploos de toeristische krant over de omgeving even voor me door maar vond niet wat ze zocht, maar toen ik zei dat ik wel even zou Googelen was ze weer helemaal blij.

Nou, in Lyrestad stond iets op het program. Vanaf 16:00 uur. Iets met een muziekkorps uit Töreboda, drillmeisjes (zo heeft AI het beschreven, waarschijnlijk bedoelt –ie majorettes), een parade  en entertainment door Hackspettarna.

Het was prachtig weer vandaag, dus na wat ochtenddingetjes als een wasje doen, brood kopen, het opbinden van de schoten (die we pas weer nodig zijn op het Vättern meer), het poetsen van de boot (waar komt al dat zand toch vandaan?) en een uitgebreide lunch in de zon zijn we op de fiets gestapt.

Hidzer had een mooie route uitgezocht, door kleine dorpjes en gehuchtjes, veel bos, ook veel rotsen natuurlijk en heuvelachtige boswegen. Met prachtige bermen! Artrik Vägkant lazen we vaak op borden. In Zweden is er in de bossen ongeveer 21000 kilometer aan wegen en dus iets van 24000 hectare aan bermen. Dat is goed voor bloemen en wilde bijen en vlinders. En daardoor ook voor bosbessen, veenbessen en frambozen. Nou, die hebben we nog niet kunnen plukken, maar de bermen zijn nu al prachtig!

Maar de feestdag? Vlaggetjesdag? Nou, dat viel ons tegen. Okee, we zagen veel blauw-gele vlaggen, dat klopt wel. Maar geen feestgedoe. In Lyrestad sprak een meneer een woordje, een muziekkorps van een man/vrouw of dertig speelde wat liedjes, er bewoog één majorette (!), er stonden vier mensen die elk een vlag vasthielden, er zaten een zestigtal mensen op stoeltjes. En her en der nog wat mensen op picknickbanken.

Toen marcheerden de vier vlaggen met het corps de straat uit (die niet was afgezet of zo, er kwam toch geen auto langs) en de mensen die zich hadden moeten omdraaien om naar dat corps en dat meisje te kijken konden weer recht zitten want er trad een duo op. Eerst wat geklets, toen een liedje dat een hoog Vreeswijk-gehalte had, en daarna wat anders. Wij hebben dit met verbazing en cynische pret aanschouwd.

Het land van Abba, van Pippi, van Ikea, van Ingmar Bergman, van Björn Borg en van Thomas Gustafson! En dan op deze, in onze ogen wat knullige, manier vlaggetjesdag vieren. Heel bijzonder.

Nou ja, wij fietsten langs het Götakanaal terug naar de boot. Een mooi breed gravel pad, super hoor. We hebben een paar sluizen bekeken en verheugen ons al op de bootreis hier langs. Maar dat duurt nog even.


vrijdag 5 juni 2026

Naar Sjötorp, waar het Göta-kanaal begint

Gisteren zaten we weer wat te dubben. Vandaag vertrekken of blijven liggen? We wilden wel wandelen in het bos, naar het haventje van Spiken en naar het kasteel van Läcko. Voor het oversteken van het tweede deel van het meer zou het in de loop van de dag flink waaien, en de hele dag zou het wat regenen.

Maar ja, als het regent is het ook niet zo leuk om te wandelen. En als we vroeg zouden vertrekken was de wind wat gunstiger. Weliswaar meer aan de wind, maar later zou hij wat draaien en vanuit het zuiden over heel veel water bij ons komen. Dus meer wind en meer golven.

We besloten om het vanochtend aan te zien. Vroeg weg was een optie. En ja, we werden vroeg wakker. Dus even kijken in de app Windy. Hetzelfde als gisteren werd voorspeld: later op de dag veel wind uit het zuiden, en de hele dag regen. Morgen en overmorgen ook regen en dan tegenwind.

Nou, dan kunnen we net zo goed gaan varen. Toch?

Dus we vertrokken al om vijf uur. We kunnen heel snel vertrekken gelukkig: theewater koken, aankleden, communicatie aan en weg. Het was grijs maar droog.

We vonden onze weg weer tussen de rotsen door, zwaaiden naar het mooie kasteel van Läckko en na anderhalve mijl kwamen we weer op het Vänern meer. Het was grijs, er stond een matig windje dat later wel wat meer werd maar de motor moest er bij aan, en hoewel het soms wat miezerde bleef de voorspelde regen uit.

Na elf mijlen waren we weer bij rotsen. En veel water. Grotere stukken water dan we eigenlijk hadden verwacht. Het was een soort zoeken naar bakens en staken, dan een Sneekermeer overvaren, dan ergens een bocht om en de Fluezen over, weer een slinger maken en staken zoeken en dan het Tjeukemeer over.

Die staken, dat is me wel wat hoor. Sommige rode hebben een vierkant rooster boven op de "stok", sommige groene hebben een driehoek. Maar de meeste staken hebben niks, zijn gewoon staak. Stok. Als je last hebt van kleurenblindheid is het een enorme uitdaging, want je ziet dan aan de vorm niet wat je aan bakboord of stuurboord moet houden!

De twintig mijlen tussen de rotsen (die trouwens soms erg ver weg lagen hoor) duurden voor ons gevoel best lang. Okee, het is dan ook ongeveer 37 kilometer, maar mentaal gezien voelden we ons al bijna bij de haven van Sjötorp en moesten we nog steeds een stukje verder.

Toch was het een mooie tocht. Zeilen kon niet want we slingerden als een malle over de aangegeven vaargeul. We zagen mooie witte wolken, maar die veranderden zó snel dat ze niet na te schilderen zijn. Heel apart: als je even je blik ergens anders op richtte en dan weer naar “jouw wolk” keek, zag ie er heel anders uit.

De Torsöbrug is in ’t midden over een breedte van 10 meter 19,9 meter hoog. En over een breedte van 60 meter is tie 18 meter hoog. We bleven precies in ‘t midden van de brug varen, vonden het best spannend maar alles ging goed.

En toen kwamen we na ruim 7 uren varen in Sjötorp aan. Op het mooiste plekje van de haven van Sjötorp. Nou, misschien is er wel niet eens een mooier plekje in welke Zweedse haven dan ook te vinden! Simon, bedankt!

We liggen aan ’t begin van de haven, op Forhyrd Båtplats 1, aan een langssteiger, met prachtig uitzicht op water, eilanden, de haven, het dorp en de ingang van het Göta-kanaal. Het kanaal loopt pal langs de haveningang. Jee, wat een mooie plek! Hier kun je wel de hele zomer blijven liggen!

We hebben ons gemeld bij Café Baltzar (waar je normaal gesproken je havengeld moet betalen) en toen ik vertelde dat we door Simon waren uitgenodigd was alles okee. Na een welverdiende pauze gingen we weer de wal op. Twee Noorse motorboten zouden tegen een uur of vier door de eerste sluis gaan (er kwam een konvooi deze kant op) om in het bekken te blijven liggen. Dat wat ook ons plan was. Dus dat is blijkbaar niets bijzonders. Als je betaald hebt mag je naar binnen wanneer er een konvooi langs komt.

We hebben de eerste Göta-schutting van de Noren gezien, de laatste Göta-schutting van drie zeiljachten, en zijn toen naar de boot gegaan. De andere twee zeiljachten (konvooi in twee groepjes) lieten we voor wat ze waren, want er kwam me toch een bui! Alsof er een emmer werd leeggegoten! Zó jammer voor de sluiswachter en die mensen, ze werden drijfnat.

En gek genoeg werd het nog een mooie avond met veel zon. Heerlijk!

donderdag 4 juni 2026

Het Vänern mee op!

Wat een stilte vannacht! Geen geluid van stromend water, geen vogels, geen passerende schepen. We misten het toch wel een beetje. En ook geen geurende seringen. Daarvoor zijn we te ver van de wal. Want oh, wat bloeiden en geurden ze. Overal. Langs het fietspad, in tuinen, in het wild, bijna overal dus.

Tegen acht uur werden we wakker. De weerman van Windy zei dat we best konden gaan. De wind zou wat ruim zijn, zeilbaar qua sterkte, maar het zou de hele dag regenen. Met aan het eind van de middag (wanneer wij ongeveer tussen de rotsen door moesten varen) zouden we heel veel regen krijgen. H’m. Morgen ziet het er niet beter uit. Dus we besloten te gaan. Tegen regen kunnen we, en ach, we hebben de Donau gedaan dus dan kunnen we dit ook.

Hidzer zag twee zeiljachten bij de brug liggen. Voor we op het Vänern-meer komen moeten we eerst een spoorbrug en een verkeersbrug “doen”. We deden de marifoon aan en hoorden in Duits-Engels vragen wanneer de brug open gaat. Geen antwoord. Even later vroeg een andere stem ook wanneer de brug opengaat. Niet: we willen graag een opening, kunt u zeggen hoe laat dat kan? Nee, het werd gevraagd met een toon van “ik heb er recht op”.

Maar er werd geantwoord dat de brug “in a minute” open zou gaan. Wij hebben snel het anker ingehaald (meer dan 25 meter.....) en zijn naar de brug gevaren. En waren gelukkig mooi op tijd voor de opening. De twee jachten die er lagen kenden we, ze hadden ook in Trollhätta gelegen. Deze Duitsers wilden het ook rustig aan doen op het Göta-kanaal.

Om even over half negen voeren we het meer op. We hadden verwacht dat de bruggen pas vanaf negen uur zouden draaien, dus dit half uur beschouwden we als winst. Want we wilden de gang er in houden vandaag, in verband met die mogelijke stortregen.

Het Vänern meer is qua grootte het derde meer van Europa, met een afmeting van 140 bij 70 kilometer. Met veel rotsen langs alle kusten. Praktisch stromingsvrij, maar, staat als waarschuwing in ons boek: je moet het weer goed in de gaten houden, want er kan zomaar erg harde wind komen met veel golven.

Niet de hele rit hebben we volledig gezeild: af en toe de motor er bij aan omdat de wind wat minder was en we ons tempo niet volhielden. De wind was wat draaierig en vlagerig, maar het schoot al met al toch wel lekker op. En: geen regen! Joepie! We hadden wel onze thermo-kleding onder de zeilpakken aan, maar het was (daardoor) niet koud.

De laatste twee uren op “open zee” hebben we gemotord met gereefd zeil, want toen was de gedraaide wind aan een inhaalslag begonnen. Het zeil diende als steuntje zodat we niet heen en weer slingerden op de golven. Dat is wat het boek ons dus vertelde.

We voeren alleen. De twee Duitse jachten hielden de westkust, wij gingen richting het noordoosten. En we keken zoals altijd veel naar de lucht. Want tja, die regen hè, zou die nog komen?

Voor ons sjeesden dreigende wolken langs, maar achter ons werd het ook dreigend donker. We waren ongeveer bij het punt waar we moesten afslaan naar de rotsen. Bij een leuk vuurtorenhuis. 

Vlak daarna lagen de gevaarlijke jongens: de rotsen die lijken op gestrande potvissen en meer onder water zijn dan er boven. Trouwens, de puntige rotsen die je helemaal niet ziet zijn nog gevaarlijker natuurlijk.

Wij keken naar voren om de vaargeul te volgen, naar opzij om van de rotsen en de huizen te genieten, en naar achteren om de wolken in de gaten te houden. Het vuurtorenhuis werd al nat van de regen.....

Die vaargeul was soms wat moeilijk te ontdekken. We zijn erg blij met onze navigatie, daardoor weten we ongeveer welke richting we op moeten, en dan kunnen we markante rotsen of bakens of staken (ze doen hier niet aan tonnen) opzoeken.

Soms was de vaargeul best breed en dan was de ene kant door staken aangegeven en was de andere kant rots. Oh. Nou, we bleven maar in de buurt van de staken, dan kwam het wel goed.

En ergens heeft ooit een brug (of zo) gestaan. Ons boek zegt daarover dat het Strömsundet heet. “2,6 m djup en 7m bred passage med betongkistor” aan beide kanten. Enkelriktad trafik.  Eenrichtingsverkeer, dat lijkt ons logisch. Het leek van een afstand spannender dan het was gelukkig.

We wilden naar het haventje Spiken. Maar de Duitse mevrouw van de zeiljachten, die ene zonder AIS, vertelde dat er ergens daarvoor een leuke steiger was. En ja, die zagen we! Voorzichtig voeren we er naar toe, het bleek overal flink diep te zijn, bij de steiger nog 2,3 meter. Het heet Mista Udde. Udde betekent landtong, en mista udde is zoiets als verloren landtong.

Een prachtplek! Een lange steiger met gaten in het hout om je landvast doorheen te halen. Op de wal picknicktafels, een BBQ en een eco-toilet. ’s Zomers zal het wel druk bezocht worden, maar nu zijn we er in ons eentje.

Alles was nog maar net klaar (aangelegd, zeil ingepakt en huik dicht, stuurwielhoes om het stuurwiel en een paar foto’s gemaakt) of het begon te regenen. Nou, stortregen! Wel drie kwartier lang. En daarna nog bijna een uur regen met donderslagen.

Meer “precies op tijd” dan dit kan haast niet! Wat hebben we geluk gehad. Met de deels onjuiste verwachtingen en met onze strategie om het tempo er in te houden. En met dit plekje!

woensdag 3 juni 2026

Nog twee dagen Trollhätta maar nu toch vertrokken

Na zes nachten hebben we vandaag afscheid genomen van onze haven van Äkers sjö. Eigenlijk was dat gisteren al de bedoeling, maar het regende bijna de hele dag. En aangezien we eerst nog even op de fiets boodschappen wilden doen bij de Max ICA (die heeft meer lekkere dingen dan de normale ICA) hebben we ons vertrek een dag uitgesteld.

Maandag heb ik het buro van het Götakanaal gebeld en we mogen best met een konvooi door de eerste drie sluizen bij Sjötorp varen en dan daar blijven liggen. Ik heb gezegd dat we niets nodig hadden en dat we braaf gaan wachten tot 16 juni. Fijn dat dat kan!

Onze Noorse buren Renate en Henning zijn toch vertrokken. Ze hebben hun boot verkocht en brengen ‘m naar Stockholm, maar willen eigenlijk ook nog ten noorden van Stockholm de omgeving verkennen. Ze willen aanstaande vrijdag beginnen aan hun Götakanaal-traject, en mogen nog drie dagen extra op ’t kanaal  blijven liggen en aansluiten bij een volgend konvooi.

We hebben nog even op de fiets de stad verkend. De fiets-voetpaden zijn voor ons nog wel eens lastig. Niet dat we het pad moeten delen met voetgangers, nee, dat gaat prima. Maar soms is het pad zomaar weg. Of zomaar aan de andere kant van de straat, zonder een logisch lijntje daar naar toe. Tja, wij fietsen als echte toeristen natuurlijk, kijken alle kanten op, en missen dan ons fietspad. Dus we zitten soms aan de verkeerde kant van de straat, of naast het fietspad. Geeft niet, de automobilisten stoppen als ze ons zien aankomen (alsof we een knipperlicht op onze helmen hebben, haha) en het was niet druk.

De Saab-fabriek (gevestigd in oude fabriekshallen waar locomotieven gebouwd werden) zijn pas op zaterdag open. Niet dat wij zulke auto-kenners zijn, maar het wel iets belangrijks voor Zweden.

Oh, van Simon kregen we  het fantastische nieuws dat we op zijn plek in de haven mogen liggen. Daar zijn we heel blij mee, dan kunnen we met goed weer het grote Vänern-meer oversteken, Sjötorp en omgeving op ons gemak verkennen, en misschien zien wat het feest op zes juni inhoudt.

Gisteren wilden we dus al vertrekken, maar toen we op de fiets wilden stappen begon het te regenen. En dat ging maar door. De weermannen vertelden elk uur dat het nog “even langer” zou blijven regenen. Soms miezer, soms een heuse bui.

We hebben ons best vermaakt hoor, met lezen en spelletjes doen. Pas tegen half vier werd het droog en zijn we nog rond de sluizen gaan wandelen.

Rond 1750 waren er nog wel 900 paarden nodig om goederen te vervoeren langs de watervallen van Trollhätta. Toen begon de bouw van de sluizen. Maar toen de koning stierf stopten ze met bouwen. En begonnen later weer. En stopten omdat de dammen doorgebroken waren. Door geldgebrek begonnen ze pas weer met bouwen in 1793, en zeven jaar later werd het sluizencomplex echt opengesteld.

De sluizen waren ongeveer 2 meter diep, en redelijk smal, dus dat bleek al gauw niet voldoende. Naast de oude werden er diepere en bredere sluizen gebouwd.

Maar ja, de schepen werden breder en langer, dus uiteindelijk zijn er weer nieuwe sluizen gebouwd. In 1916 kregen ze hun huidige grootte.

Grappig is dat je de oude sluizen nog deels kunt zien. Omdat ze naast elkaar liggen. Niet letterlijk, want vroeger zat er een haakse bocht in het vaarwater, maar we hebben wel een duidelijk beeld van de situatie gekregen.

Toen we langs de “nieuwe” sluizen liepen werd er een Nederlandse coaster geschut. Uit Groningen notabene. Waarschijnlijk heeft het schip Groningen nooit gezien, maar dat doet er niet toe.

Ook liep er water (uit de sluis?) onder een huis door. Best spannend, we hopen maar dat het water de rotsen niet uitholt. 

Van Simon kregen we veel appjes met foto’s uit een Havnguide over het Värnern-meer. Er zijn veel ankermogelijkheden rond de eilanden en rotsen. Het is zó mooi, misschien moeten we nog eens terugkomen om meer tijd op het meer door te brengen.

Nu denken we toch dat we in twee dagen het meer oversteken en dan in Sjötorp gaan liggen.

Vandaag zijn we dus op pad gegaan. Eerst nog even op de fiets naar de grote supermarkt, via een prachtige route. Het was warm en zonnig, we fietsten weer in korte broek en shirtje.

Na de lunch zijn we vertrokken. In drie-en half uur hebben we ongeveer 14 kilometer afgelegd. We moesten even wachten voor een voetgangersbrug, iets langer voor de spoorbrug, en nog langer voor de sluis. Niet dat er goede aanlegmogelijkheden zijn, dus we legden ons maar even vast aan een hoge oude steiger.

Op zich niet erg, want het was een leuke tocht. Langs rotsen, langs huizen, langs het pelgrimspad dat we deels hadden gelopen, de voetgangersbrug die voor ons moest “klappen” hadden we al eens gebruikt om het water over te steken, en we kwamen langs een groot meer. Een soort Snekermeer, met een paar eilanden en heel veel rotsen.

Die rotsen zie je en soms ook niet. Alsof ze “kiekeboe” tegen ons zeggen. Nou, we hebben braaf de vaargeul gevolgd. Bij de spoorbrug, die tegelijk met de verkeersbrug opende, kwam ons de Elfkungen tegemoet, de oude rondvaartboot die heen en weer vaart tussen Äker sjö en Vänersborg. Verder zagen we geen boten of schepen.

Nu liggen we voor anker in een soort uitloper van het Vänern-meer. Best groot maar het voelt prima. Het heet Vassbotten. In de verte zien we Vänersborg met de bruggen die we morgen gaan doen, en zojuist zagen we een coaster langsvaren.

Af en toe regent het wat, dat begon in de sluis, maar nu zitten we binnen lekker droog.