woensdag 5 augustus 2026

Eh, plannen gewijzigd... Naar Kristianopol

Gisteravond, voor we naar bed gingen, vertelden de weermannen ons dat het misschien geen gek idee was om toch te vertrekken morgen. Er zou pas in de middag wind sterke wind komen, uit het zuiden, (tegenwind voor ons), dus we moesten wel op tijd gaan.

Okee, dat was een goed plan. En vanochtend vonden de weermannen van DMI (de Deense KNMI zeg maar) het nog steeds prima. Dus we vertrokken.

Jammer dat we Kalmar niet beter verkend hebben, maar het indrukwekkende kasteel zagen we wel goed vanaf het water.


De zon kwam op en verdween. Het werd een grijze dag. Maar ach, we vermaakten ons wel met een ontbijtje, koffie met kolasnittar (heerlijke karamelkoekjes) en een tuna melt als lunch. Wij deden dat met een afbakbroodje en dat bleek minstens zo lekker als met een sneetje gewoon brood.

Terwijl er een bui achter ons langs trok lieten wij plan A (het haventje van Ekenäs) en plan B (het haventje van Bergkvara) voor wat ze zijn en zetten door naar het haventje van Kristianopol.

Ook niet groot, het dorpje ook niet, maar wel schattig. We waren de tweede passant die dag, maar er kwamen later nog drie bij. En nog leuker: het werd ondanks de wind lekker warm en zonnig.


Vroeger was hier ongeveer de grens tussen Denemarken en Zweden. De Deense koning liet daarom een langgerekte vesting bouwen dat in 1606 klaar was en noemde het naar zijn zoon Christian.

Klinkt goed zou je zeggen. Maar vijf jaren later nam het garnizoen van Christianopel (toen nog met een C, nu met een K) deel aan een aanval op Kalmar. 

De Zweedse koning vond dat niet zo leuk en stuurde zijn oudste zoon op een strafexpeditie naar het stadje om dat te treffen. De weerloze burgers vluchtten naar de kerk in de hoop dat ze daar gespaard zouden blijven maar nee, de kroonprins brandde de kerk en de stad plat. De hele bevolking, op de priester na, kwam om het leven.

Maar de Denen herbouwden Christianopel. Als sterkere stad en met een nieuwe kerk. Later, na weer een oorlog werd het weer Zweeds.

Al die wreedheden zien we nu gelukkig niet meer. Ja, de vorm van de vesting, en delen van de flinke muren zijn er nog. Je kunt er over heen lopen, wat wij natuurlijk even deden. Mooie uitzichten over de zee en over een natuurreservaat.


Er schijnen vrij zeldzame vogels te komen. Aan ons, die een beest met twee vleugels al gauw een vogel noemen, niet besteed, maar er stonden mensen op de muur die erg enthousiast waren,



Het dorpje (nu zonder stadsrechten dus) ziet er schattig uit. De tachtig inwoners houden het leuk, klein en gezellig toeristisch.







Wij hebben lang voor op het dek gezeten, lekker in de zon en in de wind, en werden verrast op een bijeenkomst van motoren. Meer dan 90 telden we. Ze kwamen rond zeven uur en waren anderhalf uur later weer vertrokken. Behalve de brullende uitlaten bleef het rustig. Zó grappig!

dinsdag 4 augustus 2026

Naar Kalmar

't Was even een gedoe om het anker schoon te krijgen: we trokken half Zweden aan modder en half Zweden aan waterplanten mee naar boven. Met de pikhaak en de dekwaspomp waren we met zijn tweeën even bezig, maar de boot bleef rustig liggen dus we hadden geen stress.

Daarna voeren eerst weer een slingerende route tussen rotsen en eilanden. Oh, wat mooi! En weer heel anders dan gisteren: nu zagen we veel meer bossen en kwamen de rotsen minder dichtbij. 

Na ongeveer twee uren varen waren we weer op open zee. Het heet Kalmarsund, en ligt tussen het vaste land van Zweden en het eiland Öland. Sund betekent rivier, maar het is best wel een zee hoor. En dat Öland is dan wel een eiland, maar wel eentje van 137 kilometer lang. We bleven het links naast ons in 't zicht houden.


De vuurtoren Sillåsen moesten we volgens de aanwijzingen op zeker 10 meter afstand passeren in verband met de fundamenten onder water. Dat deden we braaf, want we willen geen gedoe.


Ons doel voor vandaag was Kalmar, een stadje even ten zuiden van de Ölandbrug. Dat is een lange brug zeg, van 6 kilometer! Hij heeft 155 pijlers, die ik niet eens allemaal op de foto kon krijgen.

We konden er met gemak onderdoor. Gelukkig maar, want we hadden het druk met de wind en de stroming. Het is wat met die grote bruggen: de wind wordt altijd enorm sterk, soms uit onverwachte hoek, en het stroomt als een gek. Het scheelde 2 knopen, de snelheid over de grond en de werkelijke snelheid. Dat is ruim 3,5 kilometer per uur!

Gelukkig deed de motor wat -ie moest doen, hielden wij de koers goed in de gaten en voeren we een kwartier later de bocht om naar de haven van Kalmar. 


We vonden weer een prachtig plekje! Aan een soort boulevard, waar gezellig gewandeld wordt, en bij de douches en de keuken. Echt, een complete keuken. Met 3 magnetrons, een afwasmachine, een koelkast, een oven, een fornuis met 4 pitten en een lange tafel met 8 stoelen. Hartstikke nieuw, erg gezellig!


De voorspellingen zijn niet zo gunstig voor ons. Een zuidenwind die in de loop van de dag sterker wordt, en daarna harde wind uit het zuidwesten en westen. We blijven hier maar een dagje extra, dat is helemaal niet erg. 

Op de fiets zijn we de stad nog even in geweest. Er staat een groot kasteel, dat is leuk om morgen te bekijken, er zijn goede fietspaden, het ziet er leuk uit. De douches zijn heerlijk (en lekker dichtbij!), het is een prima plek. De zon in de kuip, we zijn erg tevreden.

maandag 3 augustus 2026

Een intensieve en inspannende reis naar ons privé-baaitje Själevik

Zo, weer een rotsendag. En wat voor één. We zijn nu best moe. Niet alleen omdat het een redelijk lange vaardag was, maar ook omdat het zo intensief navigeren, sturen, rondkijken en genieten was!

We waren weer vroeg op pad, de zon scheen, het was bladstil, het meer Lindödjupet lag er prachtig bij. ’t Was een feestje om zo vroeg, in alle rust, te kunnen vertrekken, uitgezwaaid door drie reeën!



Het was erg rustig op het water. Dat kwam ons goed uit, want we hadden het druk met het kijken naar de rotsen, de inhammen, de mini-meertjes en de grote meren.



De wind was pal zuid, dat was weer jammer. Maar ach, we hadden onze aandacht toch bij de route nodig. Soms was het zo spannend, dat we geen tijd hadden om een slok water te nemen. Vaak werd slechts één kant van de vaarroute aangegeven: wanneer er links een groene staak stond, betekende de rots aan de rechterkant rood. En andersom. Zo noemden we het ook: rode staak aan stuurboord, groene rots aan bakboord. Nou, ze hebben hier heel veel rotsen virtueel geverfd hoor!

Soms was de vaarroute erg, erg smal. Tussen de staken door, maar soms ook tussen de staak en de rots door. Ai, wat spannend! Maar als we een stukje verder waren zeiden we ook weer dat het zo mooi was.


Aan het begin van de middag zijn we voor anker gegaan. In ons eentje achter wat rotseilanden. Het was even goed opletten om er te komen. We moesten even voorbij een groene staak naar stuurboord, tussen een paar zichtbare rotsen door, bij een grote rots naar bakboord, tussen de twee rotseilanden Stora Långskär en Lilla Långskär door, een beetje naar bakboord maar niet te ver, en dan ankeren achter Lilla Långskär.  Lekker beschut en toch een wijds uitzicht. We poetsten wat, luierden, lazen en Hidzer heeft nog een rotseilandje verkend.




Maar tegen half vijf, toen het niet echt meer warm was, keken we elkaar aan en dachten beide hetzelfde: zullen we nog een stukje varen? We staken tegen de wind in een "stukje zee" over en doken na anderhalf uur weer in een vaargeul tussen de rotsen.



Een prachtige route, langs rotseilanden waar vaak een huisje staat als dat van Pake Harm, uit het voorleesboek StoarmStynke.


Het was een beetje spannend om onze ankerbaai in te varen: we moesten via smal water om een onzichtbare rots heen die op 80 centimeter onder water ligt, en het ankeren kon niet in 't midden omdat er vlakbij een kabel in de grond ligt. Volgens ons boek, en dat geloven we dan maar. 

En oh, wat is het weer mooi! Dit baaitje heet Själevik. En vandaag wilde niemand hier liggen, behalve wij. Een topplek! WIndstil door de hoge bomen om ons heen, de zon schijnt, er is een reiger die ons van alles verteld maar we verstaan hem niet, en verder is het doodstil. Super!


zondag 2 augustus 2026

Langs de mooiste rotsen naar ons ankerplekje op de Lindödjupet.

Ze hielden ons bezig hoor, die rotsen! En oh, wat mooi!

We hadden gisteren een soort doel voor vandaag bepaald. Weer een doel waar we van af mochten wijken natuurlijk, maar we hadden ongeveer bedacht waar we naar toe wilden varen, en wat een alternatief zou kunnen worden.

Ook hadden we bedacht dat we op tijd wilden vertrekken. Wakker = vertrek. Zo ongeveer. Nou, en wakker was om even over vijf. Vroeg ja. Maar slapen wilde toch niet, dus we hebben thee gezet en zijn vertrokken. We voeren eerst een stukje richting het oosten, naar de betonde vaarweg, en volgden die tussen de rotsen door richting het zuiden.


Het viel niet altijd mee hoor, om onze weg te vinden. Nee, we zijn niet verkeerd gevaren, maar zelfs met onze digitale kaart erbij was het soms zoeken naar de juiste rots. Ze leken soms verder weg dan in werkelijkheid, soms dichterbij. Dat lag aan ons hoor, niet aan de kaarten.


Al varend hebben we ontbeten, koffie met koek gehad en geluncht. Dat kon best tussen het genieten door. Want dat deden we hoor, genieten. Jonge jonge, wat een mooie rotsen. Zo gevarieerd, super!

Soms liep onze vaarweg door een bijna-IJsselmeer, zo breed, maar soms was het zo smal dat je elkaar nauwelijks zou kunnen passeren. En het gekke is het dat naast zo'n rots zomaar twintig meter diep is!

Vandaag was het ook de dag van vuurtorens. Grote en kleine. We hebben best veel gezien, soms wat verscholen achter een boom, soms stond een oude nog naast de nieuwe, en ze zijn allemaal anders. Leuk!





Het begon steeds harder te waaien, dus we namen een ommetje door de scheren. Nog meer rotsen en twee grote baaien. Hier heel veel bomen op de rotseilanden, maar ook weer veel rotsen onder water, dus we hielden de boeien goed in de gaten.

Drie mogelijke ankerplekken keurden we af, vanwege de harde wind, maar de vierde optie is misschien ook wel weer de mooiste: via een smal vaarwater, kwamen we op een grote baai met brede opening naar de zee, tien kilometer verderop. Het heet Lindödjupet. 



Ongeveer zes kilometer hemelsbreed van de stad Västervik, maar daar merken we niets van. De wind komt uit het zuiden en zuidwesten, dus dat is gunstig. In onze hoek staan bomen en af en toe een huis. We denken dat het hier een zanderige bodem is, want tja, het staat op de kaart. En er liggen privé-ankerboeien waar boten aan liggen.


De zon schijnt, dit is weer prima plek!

zaterdag 1 augustus 2026

Wow, wat mooi naar de baai bij Fyrudden

We waren van plan om om acht uur te vertrekken. Daarom zijn we gisteren al door de sluis gegaan, want anders hadden we pas om negen uur op zijn vroegst kunnen sluizen.  Ons doel was een baai bij Fyrudden, op bijna 40 mijl varen. Dat is een kilometer of 75. 

Maar weer op zeeniveau leven heeft blijkbaar iets met ons gedaan. Gisteren waren we best vroeg moe maar we weten niet waarvan. Van het fietsen schoonmaken en aan dek zetten? Van het wassen? (ha, we zijn met alle kleren schoon vertrokken! Super hoor, die wasmachines in de aanlegplekken!) Van de boel zeeklaar zetten? Geen idee. Het zal toch niet de laatste drie meter verval in de laatste sluis zijn? 

Anyway, we waren ook al vroeg voor de wekker wakker. Gisteravond of vannacht is er een Zweeds zeiljacht achter ons gaan liggen, maar dat hebben we niet eens gemerkt. En vanochtend dachten we "nu we toch al wakker zijn kunnen we ook wel vertrekken". Dat deden we. Om kwart voor zes.  De zon scheen, het was bladstil, een prima start van de dag!


De gele pont was nog niet in bedrijf, het kasteel Stegeborg stond er nog en wij passeerden ze in de smalle vaargeul. 



De grote baai, Slätbaken, heeft mooie kusten. We begrijpen goed dat Ing-Marie en Håkan hier zo vaak varen. Je kunt alle kanten op, met al die eilanden.


Op de kaart, langs onze route, in een water tussen al die rotsen van ongeveer vier bij vier kilometer, ligt een eilandje waarbij staat Kapella Eucomenika. Het is niet de naam van het eiland, dat luidt Västra Gärsholmen.

Even zoeken en we kwamen er achter: er staat een kerk! In het midden van niks, zeg maar. Want het eiland is onbewoond! Het is wel weer een bijzonder verhaal: de 18-jarige Hilding Bielkhammar, die hier in de buurt woonde, ging in 1925 naar Stockholm voor een grote oecumenische bijeenkomst. Hij hoorde daar het Onze Vader in meer dan vijftig talen. Op dat moment kreeg hij het idee om een ​​oecumenisch centrum in zijn thuisparochie te bouwen. Ja, dat idee zou ik ook onmiddellijk krijgen, haha!

Wikipedia vertelt verder: In 1958 begon Hilding samen met zijn familie en vrienden stenen van de kust van het eiland naar de plek te dragen waar de kapel zou komen. Zonder technische hulp bouwde hij metersdikke muren en construeerde hij een replica van de oude stenen kerk van Sint Anna uit de 14e eeuw. Voor het altaar werden stenen verzameld uit de Oude Zweedkerk in Delaware, de Kerk van het Opleggen van het Heilige Gewaad van Onze Lieve Vrouw in het Kremlin in Moskou en het Lavra-klooster in Kiev, Oekraïne.

Nou, dat is toch niet te geloven: stenen uit Delaware, Moskou en Kiev? Er schijnen in het zomerseizoen ook nog alle zon- en feestdagen een dienst gehouden te worden. Nou, er zullen wel niet zo veel mensen in het kerkje kunnen, want de steiger was niet erg groot. 



In totaal zijn we ongeveer acht uren onderweg geweest. Maar voor ons gevoel veel korter! Het was zo mooi, zo afwisselend! We zagen veel verschillende eilanden, soms groot met veel bomen, soms staken ze als een soort walvisje even boven water. Alsof er een handvol pepernoten zijn gestrooid, zo liggen ze in ’t water. We kunnen er geen logica, geen systeem, geen volgorde in ontdekken, haha. Maar dat geeft niet, we vinden dankzij onze kaarten onze weg wel.

En gelukkig maar, er is een route in uitgezet. Met bakens op de rotsen en rode en groene tonnen is de vaargeul goed aangegeven. We zijn zelfs een stuk binnendoor gegaan. Moest kunnen volgens ons, want we zagen geen plusjes op de kaart staan (een plusje is een rots), en ’t was daar diep genoeg met 26 meter, dus we hebben het er op gewaagd.

Tussen al die rotsen is water. Logisch. Soms een smalle doorvaart, soms waanden we op de Fluezen of het IJsselmeer. Heel afwisselend dus. Het was echt acht uren genieten vandaag!







Nu liggen we in een baai vlakbij het plaatsje Fyrudden. Het was een beetje spannend om er in te varen, want we moesten langs onderwater-rotsen op 80 centimeter diepte. Maar het is ons gelukt, en nu liggen we in ons eentje hier te genieten. De wind nam al gauw wat af, de zon scheen, we hebben heerlijk op het voordek en in de kuip zitten lezen.







Morgen? Morgen willen we graag ergens  in de buurt van Vastervik ankeren. Dat is een beetje afhankelijk van de wind, maar ach, dat zien we morgen wel! Deze dag is weer zeer geslaagd!