vrijdag 7 augustus 2026

Karlskrona

Omdat het gistermiddag en vandaag hard zou waaien zijn we vroeg naar Karlskrona vertrokken. We werden direct getrakteerd op een mooie zonsopgang en een vriendelijk windje. 



De zon bleef schijnen, de lucht werd blauw en we genoten enorm van de reis door de Karlskrona skärgård, de scherenkust van Karlskrona. De route was niet zo spannend als we al eerder gehad hadden, ten noorden van Kalmar bijvoorbeeld, maar wel erg mooi. Dit gebied telt in totaal ongeveer 1650 eilanden, eilandjes en rotsen. En het stadscentrum van Karlskrona is gebouwd op 33 eilanden. Ongelofelijk toch? 


We vonden weer het mooiste plekje van de haven: bij de ingang, beschut door een superdegelijke steiger. Lekker in de zon, met de stad op loopafstad en zicht op alles wat binnenkwam of vertrok.

Vandaag was het bewolkter, maar wel lekker warm. We fietsten over een groot deel van de eilandjes waarop Karlskrona is gebouwd. Ook over het oorspronkelijke marineterrein dat ergens in de 17de eeuw werd gebouwd. Weer ter verdediging van Zweden in oorlogen.


Het museum van Blekinge (de provincie hier) is gevestigd in een prachtig groot gebouw. We leerden veel over de geschiedenis van Karlskrona. Er was nog veel meer te lezen en te leren, maar ja, ons Zweeds is niet zo geweldig.....




Het was soms wel wat rommelig, maar er werd een leuke film vertoond, er lag prachtige vloerbedekking, en er was een soort "Wie ben ik" spel ontwikkeld met knopen. Hier waren, door de ontwikkeling van de  marinevloot, veel bij-industrieën ontstaan, waaronder de knopen-industrie. Nooit geweten dat dat zo bepalend was: het gebruik van knopen op kledingstukken stak erg nauw. 

 
Wat we ook niet wisten, is dat in 1784 een ruilhandeltje is geweest tussen Frankrijk en Zweden. Frankrijk mocht handel drijven in Göteborg, Zweden kreeg het Caribisch eiland St. Barthélemy. Een eiland waar niets wilde groeien, maar dat een goede natuurlijke haven had. De Zweden bouwden die uit, mede door de Zweedse West Indische Compagnie. Klinkt aardig maar het was de start van een enorme slavenhandel.

Die slavenhandel werd in naam beëindigd in 1813, maar het duurde tot 1847 voor alles rond was. Nou rond? De slaveneigenaren kregen compensatie van de Zweedse regering voor het verlies van hun "eigendommen", maar de vrijgemaakte slaven kregen helemaal niets. Pas in 1878 werd St. Barthélemyweer aan Frankrijk gegeven na de uitslag van een referendum op het eiland. Toen hielden ze al een referendum!

Verderop in de stad zagen we twee bouwvallen staan. Dachten we. We hadden het mis. Nikodemus Tessin den Ädre, een architect uit de vroege Barok, zou gebouwen in Karlskrona ontwerpen. Maar hij stierf plotseling en redelijk jong, dus zijn zoon Nikodemus Tessin den Yngre (de oude en de jonge) nam het over. 

Nikodemus Jr had in Italië gestudeerd, en gebruikte verschillende kerken uit Rome als inspiratie voor de twee op het grote plein. We vinden het wat sober en hadden niet eens zin om naar binnen te gaan. En dat zegt wat, want we vinden een kerk(je) bekijken altijd wel leuk.
  


Misschien gaan we morgen een stukje verder, naar een eilandje of zo, maar misschien blijven we nog een dagje. De weermannen geven vast goede raad.

woensdag 5 augustus 2026

Eh, plannen gewijzigd... Naar Kristianopol

Gisteravond, voor we naar bed gingen, vertelden de weermannen ons dat het misschien geen gek idee was om toch te vertrekken morgen. Er zou pas in de middag wind sterke wind komen, uit het zuiden, (tegenwind voor ons), dus we moesten wel op tijd gaan.

Okee, dat was een goed plan. En vanochtend vonden de weermannen van DMI (de Deense KNMI zeg maar) het nog steeds prima. Dus we vertrokken.

Jammer dat we Kalmar niet beter verkend hebben, maar het indrukwekkende kasteel zagen we wel goed vanaf het water.


De zon kwam op en verdween. Het werd een grijze dag. Maar ach, we vermaakten ons wel met een ontbijtje, koffie met kolasnittar (heerlijke karamelkoekjes) en een tuna melt als lunch. Wij deden dat met een afbakbroodje en dat bleek minstens zo lekker als met een sneetje gewoon brood.

Terwijl er een bui achter ons langs trok lieten wij plan A (het haventje van Ekenäs) en plan B (het haventje van Bergkvara) voor wat ze zijn en zetten door naar het haventje van Kristianopol.

Ook niet groot, het dorpje ook niet, maar wel schattig. We waren de tweede passant die dag, maar er kwamen later nog drie bij. En nog leuker: het werd ondanks de wind lekker warm en zonnig.


Vroeger was hier ongeveer de grens tussen Denemarken en Zweden. De Deense koning liet daarom een langgerekte vesting bouwen dat in 1606 klaar was en noemde het naar zijn zoon Christian.

Klinkt goed zou je zeggen. Maar vijf jaren later nam het garnizoen van Christianopel (toen nog met een C, nu met een K) deel aan een aanval op Kalmar. 

De Zweedse koning vond dat niet zo leuk en stuurde zijn oudste zoon op een strafexpeditie naar het stadje om dat te treffen. De weerloze burgers vluchtten naar de kerk in de hoop dat ze daar gespaard zouden blijven maar nee, de kroonprins brandde de kerk en de stad plat. De hele bevolking, op de priester na, kwam om het leven.

Maar de Denen herbouwden Christianopel. Als sterkere stad en met een nieuwe kerk. Later, na weer een oorlog werd het weer Zweeds.

Al die wreedheden zien we nu gelukkig niet meer. Ja, de vorm van de vesting, en delen van de flinke muren zijn er nog. Je kunt er over heen lopen, wat wij natuurlijk even deden. Mooie uitzichten over de zee en over een natuurreservaat.


Er schijnen vrij zeldzame vogels te komen. Aan ons, die een beest met twee vleugels al gauw een vogel noemen, niet besteed, maar er stonden mensen op de muur die erg enthousiast waren,



Het dorpje (nu zonder stadsrechten dus) ziet er schattig uit. De tachtig inwoners houden het leuk, klein en gezellig toeristisch.







Wij hebben lang voor op het dek gezeten, lekker in de zon en in de wind, en werden verrast op een bijeenkomst van motoren. Meer dan 90 telden we. Ze kwamen rond zeven uur en waren anderhalf uur later weer vertrokken. Behalve de brullende uitlaten bleef het rustig. Zó grappig!

dinsdag 4 augustus 2026

Naar Kalmar

't Was even een gedoe om het anker schoon te krijgen: we trokken half Zweden aan modder en half Zweden aan waterplanten mee naar boven. Met de pikhaak en de dekwaspomp waren we met zijn tweeën even bezig, maar de boot bleef rustig liggen dus we hadden geen stress.

Daarna voeren eerst weer een slingerende route tussen rotsen en eilanden. Oh, wat mooi! En weer heel anders dan gisteren: nu zagen we veel meer bossen en kwamen de rotsen minder dichtbij. 

Na ongeveer twee uren varen waren we weer op open zee. Het heet Kalmarsund, en ligt tussen het vaste land van Zweden en het eiland Öland. Sund betekent rivier, maar het is best wel een zee hoor. En dat Öland is dan wel een eiland, maar wel eentje van 137 kilometer lang. We bleven het links naast ons in 't zicht houden.


De vuurtoren Sillåsen moesten we volgens de aanwijzingen op zeker 10 meter afstand passeren in verband met de fundamenten onder water. Dat deden we braaf, want we willen geen gedoe.


Ons doel voor vandaag was Kalmar, een stadje even ten zuiden van de Ölandbrug. Dat is een lange brug zeg, van 6 kilometer! Hij heeft 155 pijlers, die ik niet eens allemaal op de foto kon krijgen.

We konden er met gemak onderdoor. Gelukkig maar, want we hadden het druk met de wind en de stroming. Het is wat met die grote bruggen: de wind wordt altijd enorm sterk, soms uit onverwachte hoek, en het stroomt als een gek. Het scheelde 2 knopen, de snelheid over de grond en de werkelijke snelheid. Dat is ruim 3,5 kilometer per uur!

Gelukkig deed de motor wat -ie moest doen, hielden wij de koers goed in de gaten en voeren we een kwartier later de bocht om naar de haven van Kalmar. 


We vonden weer een prachtig plekje! Aan een soort boulevard, waar gezellig gewandeld wordt, en bij de douches en de keuken. Echt, een complete keuken. Met 3 magnetrons, een afwasmachine, een koelkast, een oven, een fornuis met 4 pitten en een lange tafel met 8 stoelen. Hartstikke nieuw, erg gezellig!


De voorspellingen zijn niet zo gunstig voor ons. Een zuidenwind die in de loop van de dag sterker wordt, en daarna harde wind uit het zuidwesten en westen. We blijven hier maar een dagje extra, dat is helemaal niet erg. 

Op de fiets zijn we de stad nog even in geweest. Er staat een groot kasteel, dat is leuk om morgen te bekijken, er zijn goede fietspaden, het ziet er leuk uit. De douches zijn heerlijk (en lekker dichtbij!), het is een prima plek. De zon in de kuip, we zijn erg tevreden.

maandag 3 augustus 2026

Een intensieve en inspannende reis naar ons privé-baaitje Själevik

Zo, weer een rotsendag. En wat voor één. We zijn nu best moe. Niet alleen omdat het een redelijk lange vaardag was, maar ook omdat het zo intensief navigeren, sturen, rondkijken en genieten was!

We waren weer vroeg op pad, de zon scheen, het was bladstil, het meer Lindödjupet lag er prachtig bij. ’t Was een feestje om zo vroeg, in alle rust, te kunnen vertrekken, uitgezwaaid door drie reeën!



Het was erg rustig op het water. Dat kwam ons goed uit, want we hadden het druk met het kijken naar de rotsen, de inhammen, de mini-meertjes en de grote meren.



De wind was pal zuid, dat was weer jammer. Maar ach, we hadden onze aandacht toch bij de route nodig. Soms was het zo spannend, dat we geen tijd hadden om een slok water te nemen. Vaak werd slechts één kant van de vaarroute aangegeven: wanneer er links een groene staak stond, betekende de rots aan de rechterkant rood. En andersom. Zo noemden we het ook: rode staak aan stuurboord, groene rots aan bakboord. Nou, ze hebben hier heel veel rotsen virtueel geverfd hoor!

Soms was de vaarroute erg, erg smal. Tussen de staken door, maar soms ook tussen de staak en de rots door. Ai, wat spannend! Maar als we een stukje verder waren zeiden we ook weer dat het zo mooi was.


Aan het begin van de middag zijn we voor anker gegaan. In ons eentje achter wat rotseilanden. Het was even goed opletten om er te komen. We moesten even voorbij een groene staak naar stuurboord, tussen een paar zichtbare rotsen door, bij een grote rots naar bakboord, tussen de twee rotseilanden Stora Långskär en Lilla Långskär door, een beetje naar bakboord maar niet te ver, en dan ankeren achter Lilla Långskär.  Lekker beschut en toch een wijds uitzicht. We poetsten wat, luierden, lazen en Hidzer heeft nog een rotseilandje verkend.




Maar tegen half vijf, toen het niet echt meer warm was, keken we elkaar aan en dachten beide hetzelfde: zullen we nog een stukje varen? We staken tegen de wind in een "stukje zee" over en doken na anderhalf uur weer in een vaargeul tussen de rotsen.



Een prachtige route, langs rotseilanden waar vaak een huisje staat als dat van Pake Harm, uit het voorleesboek StoarmStynke.


Het was een beetje spannend om onze ankerbaai in te varen: we moesten via smal water om een onzichtbare rots heen die op 80 centimeter onder water ligt, en het ankeren kon niet in 't midden omdat er vlakbij een kabel in de grond ligt. Volgens ons boek, en dat geloven we dan maar. 

En oh, wat is het weer mooi! Dit baaitje heet Själevik. En vandaag wilde niemand hier liggen, behalve wij. Een topplek! WIndstil door de hoge bomen om ons heen, de zon schijnt, er is een reiger die ons van alles verteld maar we verstaan hem niet, en verder is het doodstil. Super!


zondag 2 augustus 2026

Langs de mooiste rotsen naar ons ankerplekje op de Lindödjupet.

Ze hielden ons bezig hoor, die rotsen! En oh, wat mooi!

We hadden gisteren een soort doel voor vandaag bepaald. Weer een doel waar we van af mochten wijken natuurlijk, maar we hadden ongeveer bedacht waar we naar toe wilden varen, en wat een alternatief zou kunnen worden.

Ook hadden we bedacht dat we op tijd wilden vertrekken. Wakker = vertrek. Zo ongeveer. Nou, en wakker was om even over vijf. Vroeg ja. Maar slapen wilde toch niet, dus we hebben thee gezet en zijn vertrokken. We voeren eerst een stukje richting het oosten, naar de betonde vaarweg, en volgden die tussen de rotsen door richting het zuiden.


Het viel niet altijd mee hoor, om onze weg te vinden. Nee, we zijn niet verkeerd gevaren, maar zelfs met onze digitale kaart erbij was het soms zoeken naar de juiste rots. Ze leken soms verder weg dan in werkelijkheid, soms dichterbij. Dat lag aan ons hoor, niet aan de kaarten.


Al varend hebben we ontbeten, koffie met koek gehad en geluncht. Dat kon best tussen het genieten door. Want dat deden we hoor, genieten. Jonge jonge, wat een mooie rotsen. Zo gevarieerd, super!

Soms liep onze vaarweg door een bijna-IJsselmeer, zo breed, maar soms was het zo smal dat je elkaar nauwelijks zou kunnen passeren. En het gekke is het dat naast zo'n rots zomaar twintig meter diep is!

Vandaag was het ook de dag van vuurtorens. Grote en kleine. We hebben best veel gezien, soms wat verscholen achter een boom, soms stond een oude nog naast de nieuwe, en ze zijn allemaal anders. Leuk!





Het begon steeds harder te waaien, dus we namen een ommetje door de scheren. Nog meer rotsen en twee grote baaien. Hier heel veel bomen op de rotseilanden, maar ook weer veel rotsen onder water, dus we hielden de boeien goed in de gaten.

Drie mogelijke ankerplekken keurden we af, vanwege de harde wind, maar de vierde optie is misschien ook wel weer de mooiste: via een smal vaarwater, kwamen we op een grote baai met brede opening naar de zee, tien kilometer verderop. Het heet Lindödjupet. 



Ongeveer zes kilometer hemelsbreed van de stad Västervik, maar daar merken we niets van. De wind komt uit het zuiden en zuidwesten, dus dat is gunstig. In onze hoek staan bomen en af en toe een huis. We denken dat het hier een zanderige bodem is, want tja, het staat op de kaart. En er liggen privé-ankerboeien waar boten aan liggen.


De zon schijnt, dit is weer prima plek!