woensdag 26 augustus 2026

Via Norderney en Greetsiel naar Groningen

Het is ons weer gelukt: via de Noordzee en het Duitse Watt naar Groningen varen. Hoewel onze Duitse buurman in Cuxhaven zei dat we het best anderhalf uur na HoogWater Cuxhaven konden vertrekken, deden we dat niet. We zijn zelfs vroeger vertrokken!

Want tja, pas om half één vertrekken zou betekenen dat we in 't donker op Norderney zouden aankomen. Want het is ongeveer 110 kilometer varen, dus reken maar uit. Dat wilden we niet, dus die anderhalf uur wachten zouden we sowieso niet doen. 

En hoe onstuimig de Elbe gisteren nog was, met die stroming-tegen-wind-in, zo rustig en kalm was -ie maandag om half negen, toen we weer even keken. We zouden om elf uur vertrekken hadden we afgesproken met El Paso.

Hidzer tankte de watertank nog even vol, ik maakte een huzarensalade, we zetten alles zeevast en maakten koffie. Het was nog niet eens tien voor tien toen ik Marian belde, om te vertellen dat we er helemaal klaar voor waren. Ha, zij dus ook! Arend wilde ook wel weg en belde de brugwachter. Ze lagen in de City-Marina waarvan de brug elk vol en elk half uur een opening had. De brugwachter zei dat ze om tien uur door de brug konden, dus beide boten werden losgegooid en we gingen tegelijk op pad.


Samen met ons nog minstens 17 andere boten. Dat zagen we op Marine Traffic, dus boten zonder AIS kunnen ook nog in ons treintje gevaren hebben.

De Elbe was en bleef rustig. Super! Okee, we hadden wel wat stroming tegen, maar we hadden afgesproken dat we sneller zouden varen dan we ooit hadden gedaan. De El Paso is snel varen gewend, de Nocht nu ook....

De zon scheen, het was een mooie start van de dag. En dat bleef het ook, een mooie dag. Bij Elbe 1, de ton aan het begin (of eind, het is maar hoe je 't ziet) van de Elbe, waren we na drie en half uur varen. Daar verlieten een paar wagonnetjes ons treintje, want die mensen kozen voor Helgoland.

De Noordzee gedroeg zich even netjes als de Elbe. Okee, er was veel deining, maar dat was goed te doen. Die deining was soms heel traag, maar soms ook heftig. De Noordwestenwind van de afgelopen dagen had de zee wat op gang gebracht. Er was eerst nauwelijks wind, maar we hadden in de haven van Cuxhaven het gereefde zeil al gehesen, om het slingeren wat tegen te gaan. Dat werkte prima.

Als het kon qua wind en windrichting rolden we de fokken (soms één, soms twee) er bij uit, dat scheelde toch weer een knoop snelheid. 

Eigenlijk was het een prima tocht. De koffie aan 't begin van de reis, de lunch (afbakbroodjes) en de huzarensalade smaakten prima, we zijn niet eens gaan snoepen, afgezien van een appeltje. 

Bij Norderney, waar ook weer enkele wagonnetjes de trein verlieten om 's nachts door te varen, was de deining pittig. Alles bleef staan en hangen, zelfs de laptop en Marits gelukssteentje, maar we moesten ons wel schrap zetten en goed vasthouden. Maar ach, de boot kan zó veel hebben, het is bijna een wonder!


Om half negen, dus na tien en half uur varen, legden we naast de El Paso aan. Die lag er net een half uurtje. Ze hadden de havenmeester nog getroffen, die vertelde dat het Watt wel dertig centimeter minder diep was door de wind van de vorige dagen. Wij begrijpen dat verschijnsel niet helemaal, maar als de havenmeester het zegt dan is het zo.


Onze Anleger namen we mee op de El Paso, waar Marian nog voor hen aan het koken was. Ondanks de huzarensalade wilde Hidzer nog wel een kleine portie, en de warme pasta smaakte best. 

We berekenden nog even hoe laat we zouden vertrekken: 07:00 uur! 

Maar de volgende ochtend hadden we een schippersberaad om zeven uur. Want die dertig centimeter minder water zat Arend niet lekker. Het tweede wantij werd dan wel heel kritiek. Die konden we nooit halen, hoe snel we ook zouden varen na het eerste wantij. 

Nou, dan misschien de volgende dag verder, of dezelfde dag nog naar Greetsiel. Ik besloot naar de havenmeester te gaan (die zou er om half acht zijn) om te betalen en om raad te vragen. Hij vertelde dat Greetsiel prima te doen was, wanneer we "nu" vertrokken. Drie uren voor HoogWater, en dat hoge water was om half elf. 

Okee, ik rende terug naar de boot. Ze zagen me al rennen en vermoedden al dat we zouden kunnen vertrekken. Dat deden we dus, het ging weer supersnel.

De zon scheen, er was eerst nauwelijks wind (het laatste uur wel) en de golven waren ook rustig. 

We waren met zijn tweeën, maar er voer wel een vrachtschip voor ons uit naar Delfzijl, en eentje kwam ons achterop (en haalde ons in) en ging naar Juust.

Het wantij was goed aangegeven met prikken, nou het zijn bijna heuse bomen! De eerste is een triootje, daarna zijn het solitaire. En er zit zelfs nog een rode markering in, maar die is bijna niet te zien.



Vlakbij Greetsiel was het druk met vissers. Sommige gingen met ons naar de sluis, sommige waren nog aan het vissen. Op garnalen, of Krabben, zoals ze hier genoemd worden. 


Na drieënhalf uur varen lagen we in de sluis. We konden er zó in, dat was lekker. Het is een grote, hoge sluis, waar acht kotters tegelijk in kunnen. Pas sinds 1991 staat dit complex (sluis plus stormvloedkering) er. Nu is Greetsiel, dat je via een vier mijl lang kanaal bereikt, een getij-onafhankelijke haven geworden. Mooi voor de vissers, helemaal mooi voor ons!



Het was zonnig en gezellig druk in Greetsiel. Het is niet groot, maar wel oud en best belangrijk geweest: brieven uit 1388 vermelden dat schepen uit Hamburg in de haven van Greetsiel voor anker lagen en tol moesten betalen. Nu is het nog steeds een actieve vissershaven, maar de kotters hebben nu allerlei kleuren en zijn niet meer allemaal roodgekleurd zoals vroeger. 

Tijdens onze wandeling kwamen we langs het geboorte huis van Ubbo Emmius. Grappig!






We zijn met zijn vieren gaan eten in Captains Dinner, heerlijk en erg gezellig. We spraken af dat we om zeven uur vandaag zouden vertrekken. 

Nou, we waren niet de eersten! Vannacht waren er al een paar kotters vertrokken, dus de sluis draait voor beroepsschepen dag en nacht. De zon kwam op, het voer prima op het kanaaltje en de sluis draaide vlot.









Op het Watt liet de zon zich trouwens niet zien, maar het zicht was goed, de vissers bleven uit de geul, en we hadden tegenstroming naar het wantij toe. Daar zagen we goed de scheiding tussen het diepe en het ondiepe water. Op het spannendste moment hadden we veertig centimeter water onder de kiel, dat was niet veel maar ruim genoeg. 

Met de stroming even later mee voeren we met flinke vaart naar Delfzijl. Ook de Zeesluis stond voor ons klaar en we voeren om twintig over twaalf het Eemskanaal op. Bij de afslag naar de binnenhaven namen we al varend afscheid van de El Paso. Zij kregen familie op bezoek en wij wilden nog een stukje verder richting Groningen.

Het zat ons fantastisch mee: we hoefden voor geen enkele brug te wachten. Zelfs niet voor de grote verkeersbrug in Groningen, de Driebondsbrug. 

We voeren langs de drukke Oosterhaven, waar de brugwachter ons eigenlijk wilde laten liggen omdat we de laatste brug van de stad toch niet voor 16:00 uur zouden kunnen halen, maar wij wilden in de Zuiderhaven liggen. Dat is niet een echte haven, maar een gewone kade zonder voorzieningen.  

Eerst nog even langs het Groninger Museum, dat is altijd een mooi gezicht vanaf het water. Grappig toch dat de architecten Mendini, Coop Himmelb(l)au, Starck en De Lucchi (de namen van de laatste twee moest ik even opzoeken.....) elk hun stukje hebben ontworpen waardoor het gebouw, als experiment bedacht, er nu zo uitziet.


Onze verstaging, de draden van de Lazy Jack en de giek doen ook lekker mee met de niet-horizontale lijnen van het museum!



We vonden het laatste plekje aan de Zuiderkade en daar liggen we nu sinds kwart voor vier. Een best lange maar erg leuke dag. Mannen van de Opruimingsdienst zijn druk bezig geweest met het schoonmaken van het water: we hebben drie grote bulten zien liggen met fietsen, verkeersborden, winkelwagens, terrasstoelen en zelfs een scooter! 


Veel fietsers en wandelaars kwamen langs, maar vanavond is het al weer lekker rustig. Mooi plekje!

zondag 23 augustus 2026

Vier nachten Cuxhaven

Cuxhaven. Met het idee dat we hier wel een week zouden liggen, hebben we de eerste dagen nauwelijks foto's gemaakt. We liggen hier prima en hebben in de haven van alles gezien. Echt een HavenKino dus. Binnenkomende en vertrekkende boten: vrijdag gingen er veel Nederlanders de drie havens van Cuxhaven uit richting de Noordzee maar wij vonden de windkracht vijf uit het noorden geen goed plan. 

De brandweer deed een oefening, de Küstwache kwam en ging en elke dag kwam een rondvaartboot langs. We zijn af en toe naar de Elbe gaan kijken (vanaf de pier Steubenhöft) en zagen vooral wanneer het laag water werd enorme golven, doordat de wind nog steeds heftig uit het noorden waaide.

De fietsen van de vereniging gebruikten we om wat tussen de buien door Cuxhaven (nog) beter te leren kennen. Bij de sluis dichtbij onze haven is een nieuwe sluisdeur geplaatst, met een schuivend wegdek. In Zweden noemden we dat een rollbro, maar hier rolt het niet maar het schuift. Omdat er op de wal niet zo heel veel ruimte is moet de bocht in de weg even opgetild worden, zodat het wegdek inclusief sluisdeur er onder past. Grappig!


Natuurlijk hadden we veel contact met Arend en Marianne. Om te overleggen over het weer, maar ook voor de gezelligheid. We gingen een keer uit eten bij Hus op 'n Diek, we aten een keer bij ons aan boord, we hebben het heel leuk met zijn vieren.

De expositie van 100 Jahre Steubenhöft, over het ontstaan van “onze haven”, en die van "Abschied nach Amerika" over de emigratie en het toeristenverkeer per boot naar Canada en de US hebben we nog een keer bekeken. Veel info, dus het was weer interessant.


Boodschappen zijn gedaan, we hebben gepoetst (ook buiten tegen beter weten in, want op zee is ook weer zout water natuurlijk, maar ach, je moet wat te doen hebben), gewassen, veel gelezen en de dagen vlogen om.

En de weersvoorspellingen veranderden vaak. Elke dag. Maar het meest concrete plan is: morgen vertrekken. Na vier nachten Cuxhaven zijn we het nog niet echt zat hoor, maar na morgen is er weer een week westenwind. Dus morgen. Het is om 11:00 uur hoogwater, dus daarna kunnen we vertrekken. Yes!


donderdag 20 augustus 2026

Naar Cuxhaven

Okee, het is wat jammer dat het steeds wat grijzig was, en soms regende, maar wat is het toch een prachtig plekje, hier aan onze palen. Er is steeds van alles te zien. Als het ene schip verdwenen is komt de ander er al bijna weer aan. En er zijn aparte bij hoor.  Zoals de Finse Pasila van ruim 135 meter, die zijn vracht met eigen grijpers kan lossen. 


En de Ava D uit Portugal, die zelfs 167 meter lang is! Volgens ons niet eens volledig beladen, er zou wel een containertje bij kunnen toch? Deze heeft trouwens samen met de Nederlandse RLO Merchant bijna een uur in de Weiche moeten wachten op een ander groot schip. Als schipper moet je wel je geduld kunnen bewaren op het NOK: zowel bij het passeren van schepen als in de sluis. Als het een beetje tegen zit halen ze de tien kilometer per uur niet!


El Paso voer langs, en we hadden afgesproken dat we, wanneer er aan de lange wachtsteiger bij Brunsbuttel plek genoeg zou zijn, ook zouden gaan. En anders wilden we nog minstens een nachtje aan onze palen blijven. En ja, na een kleine twee uren kregen we een fotootje van een vrijwel lege steiger met de tekst "er is plek genoeg!". 

Dus we maakten los en gingen op pad. Het werd een heel gezellige avond aan boord van de El Paso, want die moesten we natuurlijk van voor naar achter bewonderen. Wat een schip, geweldig!

Deze steiger, waar we nog nooit gelegen hadden, is eentje om te onthouden. Je kunt zelfs aan de wal komen (hebben we niet gedaan), en er is de hele dag van alles te zien. Loodsboten, veerpontjes, grote schepen, kleine schepen, en we hadden zelfs goed zicht op de sluizen. 



Natuurlijk hebben we het ook over de Noordzee gehad, en dan vooral over de wind op de Noordzee. Misschien gaan we woensdag, dat lijkt nu het best. En wat doen we dan? Hier nog blijven liggen of toch maar naar Cuxhaven? Nou, dat laatste. Dan zijn we alvast maar in Cux.

Met een lekker zonnetje en een leuk windje verzamelden we ons in de sluis. Met de Koi, een passagierschip, en nog 9 Sportbote. Ook hier duurde het even voor iedereen lag. Er was een Duitse solo-zeiler die niet aansloot, en ook een Nederlands zeiljacht deed dat niet. Waarom niet? Geen idee. Anderen moeten daarom dubbel liggen. Op zich niet erg, er was ruimte zat, maar toch.....




Bij het vertrekken uit de sluis had de solo-zeiler heel veel tijd nodig, en een Nederlands zeiljacht. Wij hebben daar niet op gewacht en zijn een beetje voor onze beurt gegaan. Met als motto dat de beroepsvaart op de pleziervaart moet wachten, en dat is toch niet zo leuk met die heikneuters, haha!

Met een mooi gangetje door de stroming voeren we op de grijze Elbe. Het ging steeds sneller en sneller, we tikten zelfs 17,6 kilometer per uur aan! Vlak bij Cuxhaven moesten we even vakkundig en zorgvuldig en goed mikken om ruim op tijd de Elbe over te steken, en even later voeren we de Amerikahaven. Bij de LFC vonden we een mooi plekje aan de steiger. 

El Paso mag hier niet liggen: ze zijn te zwaar. Wij ook wel een beetje, maar ach, dit kan wel. De voorzitter van de vereniging heeft ons weer welkom geheten, we liggen hier prima. Voor hoe lang weten we nog niet, de voorspellingen zijn elke dag anders. Nou ja, we wachten wel af.

dinsdag 18 augustus 2026

Aan de palen op het NOK

Na een dip in het frisse water vertrokken we. Het leek haast of het onder water warmer was dan boven water, dus we stuurden het eerste deel van deze dag lekker binnen in de stuurhut.

We voeren onder de grote Rader Hochbrücke door, waar dus aan gewerkt wordt. Op het internet vond ik een mooie foto daarvan.


Bij Rendsburg, na ongeveer vier kilometer varen, was het een stuk drukker aan de wal dan bij ons ankerplekje. Eerst passeerden we een restaurant Brückenterrassen met het bord "Ships Welcome Point". Al een jaar of 25 worden grote cruiseschepen begroet door de grote Duitse vlag te strijken (dat is een internationale maritieme begroeting) en wordt het volkslied van het land van herkomst gespeeld.


Klinkt leuk, maar wij hebben het nog nooit gezien of gehoord. Maar er komen waarschijnlijk ook niet zo vaak meer cruiseschepen door het NOK dan vroeger, wij zien ze nauwelijks.


Vlak daarnaast staat de Rendsburger Hochbrücke mit Schwebefähre. Het is een spoorbrug met daaronder een zwevende pont. Er kunnen 100 personen en vier auto's mee vervoerd worden.

Elk kwartier gaat ie naar de overkant, maar wij hebben dat nog bijna nooit van dichtbij gezien. Vandaag wel: vlak nadat wij er langs kwam stak de pont van wal. Leuk gezicht hoor!


Vlak na de brug is een camperplaats. Nou, volgens ons geen leuke. Op asfalt, naast de spoorbrug die veel herrie maakt als er een trein over gaat, terwijl de zwevende pont ook niet stilletjes zijn gang gaat. En verderop, vlak naast de camperplaats, is een industrie-gebied waar nu twee schepen werden gelost. Een rumoerige plek dus, maar ja, wel vlak naast het NOK.

Weer even verderop was een soort monument. Voor Friedrich Voss. Dat zei ons niets. Maar het blijkt de civiel ingenieur te zijn die onder andere de spoorbrug heeft ontworpen. Hij was de eerste die sterk, voor overzeese constructies ontwikkelde staal voor de bruggen gebruikte. Sneu voor de beste man is dat hij een dag nadat hij stierf het Bundesverdientkreuz kreeg uitgereikt. Het is een hoge onderscheiding, maar dat heeft hij dus niet mee mogen maken. Maar: hij heeft nu een saai monument met zijn naam er op!

We kwamen de Amadeus Saffier tegen. Hidzer wist dat het een nieuw schip was, uit 2024. En heel bijzonder: het heeft baat bij zelfopgewekte windenergie. Even kijken op het internet leverde dit op: De ‘verticale vliegtuigvleugels’ zetten windenergie direct om in stuwkracht voor het schip. Deze VentoFoils maken het mogelijk om de wind te benutten voor extra aandrijving. Het wind-assisted propulsion system (WAPS) zorgt in combinatie met de aangepaste vorm van de romp en de geoptimaliseerde schroef, voor een reductie van 50 procent van de uitstoot. 

Dat is een flinke besparing! Vandaag lagen de vliegtuigvleugels plat, anders kan hij niet onder de bruggen door natuurlijk.


Dat er soms iets misgaat op het kanaal zagen we vandaag weer aan een dikke paal bij een Weiche. Eentje, de twee na laatste in dit rijtje, lag flink geknakt. Met een soort alarmlicht er op, een oranje vlag en een oranje wegwerkershesje. Wij noemen het trouwens wel flinke dikke palen, maar vergeleken bij de hele grote schepen zijn het slechts luciferstokjes. 



Af en toe moesten schepen even op elkaar wachten, maar wij tuften vrolijk door. We zagen pontjes varen, veel zwanen zwemmen, zwaaiende fietsers, een nieuw schuilhutje voor fietsers en ondanks dat het voor velen een saai kanaal is vinden wij het gelukkig nog steeds leuk.


Waar we nog niet aan kunnen wennen is het Duitse brood. Dat wat we gisteren bij de Famila kochten (op aanraden van mijn buurman-broodkoper) ziet er geweldig uit. Het ruikt niet zo lekker naar ons idee (te veel zuurdeeg) maar het smaakt beter dan dat het ruikt. We gaan bij de volgende bakker over op witbrood, of we breken onze noodvoorraad aan. We hebben nog knäckebröd en afbakbroodjes, en kunnen altijd nog platbrood bakken, dus dat komt wel goed.


Tijdens een klein buitje legden we aan tussen de palen. We passen er niet tussendoor (in de lengte) dus mikken altijd eerst de kop tussen twee palen (die ik dan even met lijnen aan de boot vastmaak) en gaan dan voorzichtig achteruit met de kont vlak voor twee andere palen. Dat ging ook vandaag weer prima.

Er zijn vier andere zeilers bij komen liggen, en bij twee was het toch wel een gedoe (en een beetje geruzie). Maar iedereen ligt nu. Het blijft regenen, dat is een beetje jammer maar het vernielt ons uitzicht niet. We zijn nu op kilometer 20,7 en hebben er dus bijna 80 opzitten. Nog twintig te gaan, dan zijn we in Brunsbüttel bij de Elbe. Maar waarschijnlijk blijven we hier nog een dag of twee, want de wind staat verkeerd op de Noordzee.

maandag 17 augustus 2026

Naar de Borgstedter See aan het Kieler kanaal

De havenmeester kwam langs toen we (best vroeg) zaten te ontbijten. Niet om havengeld te innen, maar om te vragen wanneer we gekomen waren (toch een soort van controle omdat we officieel hier slechts 1 nacht mogen liggen?) en of we al een ticket voor het NOK hadden gekocht. Dat ticket moesten we nog kopen, dat kan via 't internet en is zomaar gedaan.

Onze code is WNX2G-26. Ik heb ingevuld dat we op 19 augustus het kanaal op gaan, want dan is de code geldig van vandaag tot en met de 22ste. Het is wat gewiekst, maar ja, we willen niet zo supersnel doorvaren, want het weer op de Noordzee is in elk geval tot vrijdag niet geschikt voor ons.

Na nog even op de fiets, naar de Famila voor brood en groente, en naar de naastgelegen Aldi voor een paar flesjes Doppelkorn, hebben we lekker koffie gedronken en hielden de wachtende zeiljachten in de gaten. Vijf lagen er te wachten, al best lang. 

Toen we het witte licht zagen knipperen, en de jachten richting de sluis voeren, kwamen wij ook in actie. Als laatste boot gingen wij naar binnen. Het grote schip Annaba uit Madeira (167 bij 26 meter) lag al lang te wachten. Je moet als vrachtschip wel geduld hebben hier hoor. Want de Ibis7 uit Nederland, die heen en weer vaart op het kanaal, en de Baltic Arrow van 80 bij 12 meter moesten er ook nog in. En dat gaat niet zo snel. 


Die Baltic Arrow heette vroeger Lady Nola en was geregistreerd in Delfzijl. Dat zagen we aan de overgeverfde letters. Nu is ze geregistreerd in Basseterre. Daar hadden we nog nooit van gehoord. Op AIS zagen we Saint Kitts and Nevis. Daar hadden we ook nog nooit van gehoord.

Google is weer fantastisch: Basseterre is de hoofdstad van Saint Kitts and Nevis, en dat is een eilandstaat in de Caraïben. Joan Armatrading is er geboren, dat is een leuk feitje voor een pubquiz!

Tot een paar jaar geleden moesten we hier in de sluis het sluisgeld (Kanalgebühr) betalen. Ik moest deze muur opklimmen via een rechte ladder. Echt mijn hobby! Die ladders hebben ze weggehaald, op eentje na die verderop in de sluis staat, dat is om in geval van nood naar boven te kunnen denk ik. 


Verder is het eigenlijk een oude toestand. Er liggen wat rubberen struikelmatten op de vlonders (gelukkig zijn het wel met het water mee op en neer gaande vlonders) zodat je niet zo gauw uitglijdt, maar dat is het dan ook. Het voldoet prima hoor, maar je moet wel even uitkijken. 

Nadat we bijna 50 centimeter gezakt waren (wat een moeite en tijd kostte dat!) mocht de Ibis er als eerste uit, daarna alle pleziervaart, en pas daarna die twee grote jongens. Dat is wel zo veilig natuurlijk. Die Annaba is echt groot en hoog!


Bij 't verlaten van de sluis kwamen we langs het info-centrum. Daar waren we al eens geweest. De hele geschiedenis van het NOK kun je daar lezen en zien. Best interessant. En er is een uitkijkpost waar je lekker beschut kunt kijken naar alles wat er in en er uit vaart. En wij keken natuurlijk naar de kijkers op de wal, haha!


De Annaba haalde ons pas vijf kilometer verderop in. Zo lang duurde het voor de lijnen losgemaakt waren en hij voorzichtig op gang kwam. En een stuk verderop was er nog een soort van opstopping: bij een Weiche (een uitwijkplaats) moeten schepen soms op elkaar wachten omdat er vlak daarna een krappe bocht of een smaller stuk kanaal komt. Lichten (rood en wit) geven aan welke categorie moet wachten. Wij hadden hier geluk: er waren 3 rode lichten boven elkaar, dus iedereen moest wachten. Ook de pleziervaart. Maar toen wij er kwamen was het stopgebod al opgeheven.


Het was de hele dag grijzig en een beetje fris. We zaten lekker luxe in de stuurhut, tot we bij ons ankerplekje kwamen. Aan de brug werd nog steeds gewerkt, en we zagen nu dat de mannen via steiger-trappen naast de pilaren naar beneden moeten (aan 't begin van de dag omhoog natuurlijk), om via een tijdelijke loopbrug naar de wal te kunnen. Ongeveer 46 meter omhoog en weer naar beneden!


Nu liggen we voor anker in de Borgstedter See, het oude stuk rivier waar het Eiderkanaal op gebaseerd was. Vlakbij het dorp Borgstedt. Het ligt hier goed. Lekker rustig. Het waait wat, maar ons anker houdt ons prima. Waarschijnlijk gaan we morgen een stuk verder. Simon, die we nauwelijks kennen maar die ons heel lief zijn havenplek in Sjötorp aanbood, vaart een stuk achter ons. Nog in Denemarken. Hij vroeg welke route geschikt was voor zijn 2 meter diepe boot. Misschien treffen we hem nog op weg naar of in Nederland.

Dat geldt ook voor de El Paso, van Arend en Marian. Zij varen ook achter ons, dichterbij dan Simon, maar kunnen veel sneller. Het zou erg leuk zijn om ze te zien en bij te praten!