We hebben Sönderköping verlaten. Na een vers brood halen, een praatje met Jan (die niet Jan heet) van de Indigo, en met Ing-Marie van de Alma, zijn we samen met de Azzurro gaan sluizen. De Azzurro kennen we al sinds Vassbäcken. We hebben nooit met ze gesproken maar elkaar wel vaak gegroet.
Toen we even bij een sluis moesten wachten vertelde meneer Azzurro, een Duitser, dat de boot in Ketelhaven ligt, dat hij vanaf nu elke week een bemanningswissel heeft (zijn vrouw hadden we al gezien, nu is een zoon mee met twee vrienden, dan komt een broer en verder weten we het niet meer....) en hij wil op 16 september weer in Ketelhaven zijn. Misschien zien we elkaar nog.
De ochtenden hier, zowel in Söderköping als in Mem, zijn veelal bewolkt maar 's middags is het heerlijk zonnig en warm. We namen afscheid van Söderköping met haar 'dijkhuizen", voeren langs een lange berg de ongeveer zes kilometer naar Mem.
De laatste haven van het Göta Kanaal. Klein maar leuk. Er liggen nooit zoveel boten, hoorden we, waarschijnlijk omdat als je hier binnenkomt de stad Söderköping meer trekt, en als je hier het kanaal verlaat wil je ook echt weg.
Nou, wij nog even niet. We vonden weer het mooiste plekje in de haven: langszij vlakbij het restaurant. Er lopen geen mensen langs, slechts fietsers die hun fiets parkeren. We hebben naar bakboord uitzicht naar het kanaal, en vanuit de kuip naar achteren op de laatste sluis en het open water naar de Oostzee. Nou, vanaf Mem hemelsbreed naar de laatste rots voor de Oostzee is ruim veertig kilometer, maar dat terzijde.
Marit wilde graag weer een foto, en deze is dus uit Mem.
We hebben gezwaaid naar de Indigo en gekletst met Ing-Marie en Håkan van de Alma. Zij liggen hier nu ook. Na een geweldig mooie fietstocht zijn we bij hen aan boord uitgenodigd voor een sapje. Ja, die fietstocht: veel meer afwisseling kun je niet krijgen!
We wilden een rondje fietsen en ergens op de Slätbaken (zo heet het water voorbij de sluis) met een pont oversteken. We kwamen over rustige gravel- en asfaltwegen, over heuvels en bergen, door bos en landerijen.
Zomaar bij een kruispunt van gravelwegen, zonder een huis te zien, stond een bushaltehokje voor de schoolbus. Die kinderen moeten minstens een kilometer lopen of gebracht worden! Maar 't bushokje ziet er niet meer zo leuk uit, dus misschien zijn de kids al te groot voor de bus. Of hebben een EPA-auto, dat kan natuurlijk ook!
De rode Falu Röd verf, van de huizen, boerderijen en schuren, verkleurt wel na een aantal jaren. Dat heeft trouwens ook wel wat, wanneer het een beetje bruiniger wordt. Het "rots-fundament" van deze schuur is in de loop van de jaren ook al wat rood geworden.
Een schuur die naast deze stond, werd geverfd toen we langskwamen. Met een spuit, niet meer met een kwast. Hij kreeg weer een mooi rood kleurtje!
Met de (gratis) pont staken we over. Het tochtje was kort, we waren in twee minuten aan de overkant. Maar 't was leuk, want we komen hier binnenkort langs met de boot.
Op het schiereiland aan de overkant staat een groot kasteel, Slott Stegeborg. Misschien is het leuk en interessant, maar wij vonden de buitenkant te modern gerestaureerd, hadden al gelezen dat er weinig echt ouds was, dus we lieten het kasteel voor wat het was.
Van fietsers op de pont hoorden we dat aan de zuidkant van de baai geen rustige wegen zijn, dus we besloten weer met de pont terug te varen en aan de noordkant een andere route terug naar de boot te nemen.
Ha, zo kwamen we door het dorpje Å. Eén van de twaalf plaatsjes/gehuchtjes in Zweden met deze naam. Dit dorpje heeft een kerk (weer een witte met zwart dak), en er stond een bordje dat verwees naar de oude kerk. Die hebben we niet opgezocht, dat laten we aan de 200 inwoners van het dorp.
Ing-Marie en Håkan wilden ons alcoholvrije cider laten proeven, wij namen Rivella mee. Want ja, dat is weliswaar van oorsprong Zwitsers, maar Nederland is volgens mij het enige andere land in Europa waar het veel gedronken en gekocht wordt. In Luxemburg schijnt het ook te koop te zijn, maar hier in Zweden niet.
De Rivella viel goed in de smaak! We hebben heel gezellig gekletst, over hun zevenjarige reis door Europa (niet een rondje, maar vanuit Zweden naar Turkije tegen de klok in en weer terug), over eten, gewoontes en nog veel meer. Vandaag gaven we Ing-Marie een DIY slinger, omdat ze jarig is.
Wij zijn vanmiddag (na het Skûtsjesilen) door de sluis gegaan en liggen nu beneden. Op zeeniveau. Een beetje verdrietig want oh, wat was het Göta Kanaal weer een belevenis. Maar ook vol energie, want we hebben zin in de duizenden rotsen van de scherenkust.
We gaan ze missen: de aardige lock-keepers, de gele sluiswachtershuisjes, de rode hekjes, de 58 sluizen van het Göta Kanaal en de 6 sluizen van de Göta Alv en het Trollhattan Kanaal. Echt, we zouden zó weer de 92 meters willen stijgen en dalen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten