De weersvoorspellingen lieten zien dat we konden zwemmen voor ’t ontbijt, dat er weinig wind op het meer zou zijn, ‘s middags in Motala buien en onweer en woensdag harde wind.
Dus we gingen
op pad. Om negen uur moesten we even wachten voor de brug en konden mooi de
Juno weer even van dichtbij bekijken, met zijn stootwilllen van hout die het
hele seizoen niet overleven.....
.jpg)
Magnus van
de Nutshell (die uit Australië) maakte een foto van ons, zó leuk!
.jpg)
Op het meer, waar we via een slingerroute om
een eiland en om rotsen kwamen, en vlak langs Vanäs Udde (waar we gisteren
gefietst hebben) konden we zeilen met de motor er bij aan. Het was grijs en het
bleef grijs, maar ach, het voer best vlot. We moesten ruim 30 kilometer om in
Motala te komen.
Ongeveer 12
kilometer voor we daar waren passeerden we drie eilandjes. De groep heet Fjuk,
de eilandjes van zuid naar noord Jällen, Mellön en Skallen. In 1851 werd op
Skallen begonnen met het bouwen van een vuurtoren. Dat niet alleen, ook kwamen
er woonhuizen en wat bijgebouwen voor de twee vuurtorenwachters en hun
gezinnen. Zo’n vijfentwintig jaar later kwam er nog een vuurtorenwachter bij en
woonden ze er met zijn zeventienen. Op een eiland van ongeveer 220 bij 90
meter!
.jpg)
Dat duurde
tot 1910. Toen werd een van de eerste onbemande vuurtorens van Zweden hier gebouwd
en verhuisde iedereen naar de vaste wal.
Maar nu komt
het leuke: een jaar of vier later vestigde zich een visser op Skallen. Eerst in
een schuurtjes dat was blijven staan, later bouwde hij zijn eigen houten huis.
Hij werd de
“Enslingen på Fjuk” genoemd (de kluizenaar van Fjuk), verkocht zijn vis in
Vadstena (daar moet je toch iets van 11 kilometer voor varen), had af en toe
andere vissers op bezoek en was meerdere keren betrokken bij het redden van
mensen wanneer ze op hun schepen in moeilijkheden waren gekomen.
Deze Erik
Zetterblad heeft hier 52 jaar gewoond, tot eind 1966, wij vinden dat een enorme
prestatie!
Wij gingen
niet naar Vadstena maar voeren onder de hoge brug door naar Motala. In de verte
zagen we de stad en de rode gebouwen van het Motor Museum en een hotel, en daar
was ook de haven.
.jpg)
.jpg)
We liggen
vlak om het hoekje, langszij, met uitzicht op die hoge rode brug, de fontein,
de lage boogbrug, de haven (soms bijna vol, soms bijna leeg), de wandelende mensen en als we moeite doen zien (en
horen) we de slagbomen van de brug bij de sluis. Een prachtig plekje. Wat zeg
ik? Weer het mooiste plekje van de haven, we treffen dat toch steeds hoor!
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Het was
lekker weer dus we besloten een eind te gaan fietsen. Mooie fietspaden in de
stad, maar ook hier houden ze soms spontaan op of moet je de weg oversteken
zonder dat er een zebra is.
Maar áls er
een zebra is: ga dan niet daar vlakbij staan te overleggen welke kant je op
wilt. Want dan stoppen de auto’s al om je te laten oversteken! Het is bijna
niet te geloven zo voorzichtig en vriendelijk de automobisten hier zijn. Daar
kunnen we in Nederland veel van leren!
De
voorspelde plensbui kwam. Iets te vroeg voor ons, dus we kwamen nat weer aan
boord. Het onweer en de regen duurde bijna 2,5 uur, maar het werd niet koud.
Dus aan ’t eind van de middag fietsten we weer een stukje. Maar een
achtergebleven bui wist ons helaas weer te vinden, dus we hebben even staan
schuilen bij een huis en zijn weer nat thuisgekomen.
Het ging
trouwens flink waaien, de fontein midden in de baai is niet echt meer een mooi
naar boven spuitende fontein maar lijkt nu op een beregenaar op een akkerland!
Ach, morgen
wordt het weer droog, dat scheelt. Wel met harde wind, dus we blijven zeker een
nachtje of twee liggen. Of drie.....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten