dinsdag 7 juli 2026

Over de Vättern naar Motala

De weersvoorspellingen lieten zien dat we konden zwemmen voor ’t ontbijt, dat er weinig wind op het meer zou zijn, ‘s middags in Motala buien en onweer en woensdag harde wind.

Dus we gingen op pad. Om negen uur moesten we even wachten voor de brug en konden mooi de Juno weer even van dichtbij bekijken, met zijn stootwilllen van hout die het hele seizoen niet overleven.....

Magnus van de Nutshell (die uit Australië) maakte een foto van ons, zó leuk!

Op het meer, waar we via een slingerroute om een eiland en om rotsen kwamen, en vlak langs Vanäs Udde (waar we gisteren gefietst hebben) konden we zeilen met de motor er bij aan. Het was grijs en het bleef grijs, maar ach, het voer best vlot. We moesten ruim 30 kilometer om in Motala te komen.

Ongeveer 12 kilometer voor we daar waren passeerden we drie eilandjes. De groep heet Fjuk, de eilandjes van zuid naar noord Jällen, Mellön en Skallen. In 1851 werd op Skallen begonnen met het bouwen van een vuurtoren. Dat niet alleen, ook kwamen er woonhuizen en wat bijgebouwen voor de twee vuurtorenwachters en hun gezinnen. Zo’n vijfentwintig jaar later kwam er nog een vuurtorenwachter bij en woonden ze er met zijn zeventienen. Op een eiland van ongeveer 220 bij 90 meter!

Dat duurde tot 1910. Toen werd een van de eerste onbemande vuurtorens van Zweden hier gebouwd en verhuisde iedereen naar de vaste wal.

Maar nu komt het leuke: een jaar of vier later vestigde zich een visser op Skallen. Eerst in een schuurtjes dat was blijven staan, later bouwde hij zijn eigen houten huis.

Hij werd de “Enslingen på Fjuk” genoemd (de kluizenaar van Fjuk), verkocht zijn vis in Vadstena (daar moet je toch iets van 11 kilometer voor varen), had af en toe andere vissers op bezoek en was meerdere keren betrokken bij het redden van mensen wanneer ze op hun schepen in moeilijkheden waren gekomen.

Deze Erik Zetterblad heeft hier 52 jaar gewoond, tot eind 1966, wij vinden dat een enorme prestatie!

Wij gingen niet naar Vadstena maar voeren onder de hoge brug door naar Motala. In de verte zagen we de stad en de rode gebouwen van het Motor Museum en een hotel, en daar was ook de haven.

We liggen vlak om het hoekje, langszij, met uitzicht op die hoge rode brug, de fontein, de lage boogbrug, de haven (soms bijna vol, soms bijna leeg), de wandelende mensen en als we moeite doen zien (en horen) we de slagbomen van de brug bij de sluis. Een prachtig plekje. Wat zeg ik? Weer het mooiste plekje van de haven, we treffen dat toch steeds hoor!

Het was lekker weer dus we besloten een eind te gaan fietsen. Mooie fietspaden in de stad, maar ook hier houden ze soms spontaan op of moet je de weg oversteken zonder dat er een zebra is.

Maar áls er een zebra is: ga dan niet daar vlakbij staan te overleggen welke kant je op wilt. Want dan stoppen de auto’s al om je te laten oversteken! Het is bijna niet te geloven zo voorzichtig en vriendelijk de automobisten hier zijn. Daar kunnen we in Nederland veel van leren!

De voorspelde plensbui kwam. Iets te vroeg voor ons, dus we kwamen nat weer aan boord. Het onweer en de regen duurde bijna 2,5 uur, maar het werd niet koud. Dus aan ’t eind van de middag fietsten we weer een stukje. Maar een achtergebleven bui wist ons helaas weer te vinden, dus we hebben even staan schuilen bij een huis en zijn weer nat thuisgekomen.

Het ging trouwens flink waaien, de fontein midden in de baai is niet echt meer een mooi naar boven spuitende fontein maar lijkt nu op een beregenaar op een akkerland!

Ach, morgen wordt het weer droog, dat scheelt. Wel met harde wind, dus we blijven zeker een nachtje of twee liggen. Of drie.....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten