dinsdag 16 juni 2026

Nu echt op pad op het Göta Kanaal

Voor de laatste keer liep ik naar “mijn vriend” in het winkeltje om lekker brood te halen. De Finnen, die bij ons in de kom liggen willen ook door de sluis, maar denken dat het niet past tegelijk met ons. Schipper Fin heeft het zelfs nog even aan de lockkeeper gevraagd. Maar natuurlijk past het wel.

Wij moesten maar als eerste, zei meneer Fin. Dat vinden we geen probleem hoor. Het is wel zo dat je vooraan meer last hebt van het binnenstromende water, maar dat is ook afhankelijk van de positie van de boten en van de lockkeeper.

Want ergens onder in de sluisdeuren gaan poortjes open. En de lockkeeper kan met zijn/haar afstandsbediening een poortje in één van de deuren openen, of in beide tegelijk. En hij/zijn kan ook nog managen hoe snel het poortje open gaat. Op een semi-kiertje of direct voluit.

Wij wilden naar Lyrestad toe, en dat betekent 7 sluizen waarbij ook nog eens twee bruggen geopend moeten worden, en daarna, vlak bij Lyrestad een rullbro en een svängbro. Een rollende brug en een draaibrug.

Voor die draaibrug, dat is een spoorbrug, moesten we een half uur wachten. Dat werd niet aangegeven, maar toen ik de Göta-club belde zou een mevrouw even navragen in Töreboda en even later belde ze terug om te vertellen dat de brug om tien voor twaalf zou draaien.

Het sluizen ging prima. Wij waren relaxed, de Finnen ook. Wij deden het op de Göta-manier: een lange lijn vanuit de kuip door het gangboord naar voren. Ik nam de lus aan de voorkant mee, stapte op het afstapsteigertje (dat scheef voor de sluis ligt, dat vergt heel wat gemanoeuvreer van Hidzer), en belegde de lus om een dikke stevige ring in de sluiswand.  Hidzer trok de lijn strak, deed ‘m om de lier, gooide ook nog de achterlijn naar boven die ik belegde op een andere ring.

Mijn taak was slechts om af en toe een aanwijzing te geven wanneer de kop van de boot wat van de wal af week, Hidzer moest met de lier de voorlijn strak houden.

Waren we hoog in de sluis, dan maakte ik de lijnen los en stapte aan boord. Of: bij een dubbelsluss liep ik met de lijnen in de hand mee naar de volgende sluis en belegde ze daar om de ringen.

Klinkt simpel, is het ook, maar je moet even weten wat je moet doen en dat dan ook echt doen. De Finnen hadden blijkbaar geen echt lange lijn, dus Opstapper Fin moest op de wal de kop van de boot aan blijven trekken. Nou, met wat tegenstroming van water had hij daar een flinke klus aan. Maar alles ging goed hoor.

Om even over twaalf lagen we lekker in de zon in Lyrestad. De Finnen gingen door. We wilden net gaan lunchen toen Indigo-Jan en zijn vrouw op de fiets langskwamen. Zij raadden ons de Zweedse haring aan, dat een traditionele lekkernij voor Midzomer is, en brachten ons even later twee potjes. Leuk! Hidzer vindt beide lekker, zowel die op azijn als die op saus, ik geef de voorkeur aan de laatste.

Vanmiddag gaf Hidzer nog een upgrade aan de zwemtrap die in de sluizen dienst doet als mega-stootwil, ik liep even naar de kerk. Vanaf de Middeleeuwen staat hier al iets kerkerigs, maar de vorm en grootte is in de loop der eeuwen heel erg veranderd. Van buiten is het een markant gebouw met die witte muren en dat zwarte houten dak. Net als in Sjötorp, maar nu, waarschijnlijk door het warme weer, rook ik een teerlucht, waar het hout mee wordt onderhouden. Binnen is het licht en wit met oude elementen.

Het was een heerlijke warme dag, we hebben lang buiten kunnen zitten. Zou de zomer dan echt begonnen zijn?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten