donderdag 4 juni 2026

Het Vänern mee op!

Wat een stilte vannacht! Geen geluid van stromend water, geen vogels, geen passerende schepen. We misten het toch wel een beetje. En ook geen geurende seringen. Daarvoor zijn we te ver van de wal. Want oh, wat bloeiden en geurden ze. Overal. Langs het fietspad, in tuinen, in het wild, bijna overal dus.

Tegen acht uur werden we wakker. De weerman van Windy zei dat we best konden gaan. De wind zou wat ruim zijn, zeilbaar qua sterkte, maar het zou de hele dag regenen. Met aan het eind van de middag (wanneer wij ongeveer tussen de rotsen door moesten varen) zouden we heel veel regen krijgen. H’m. Morgen ziet het er niet beter uit. Dus we besloten te gaan. Tegen regen kunnen we, en ach, we hebben de Donau gedaan dus dan kunnen we dit ook.

Hidzer zag twee zeiljachten bij de brug liggen. Voor we op het Vänern-meer komen moeten we eerst een spoorbrug en een verkeersbrug “doen”. We deden de marifoon aan en hoorden in Duits-Engels vragen wanneer de brug open gaat. Geen antwoord. Even later vroeg een andere stem ook wanneer de brug opengaat. Niet: we willen graag een opening, kunt u zeggen hoe laat dat kan? Nee, het werd gevraagd met een toon van “ik heb er recht op”.

Maar er werd geantwoord dat de brug “in a minute” open zou gaan. Wij hebben snel het anker ingehaald (meer dan 25 meter.....) en zijn naar de brug gevaren. En waren gelukkig mooi op tijd voor de opening. De twee jachten die er lagen kenden we, ze hadden ook in Trollhätta gelegen. Deze Duitsers wilden het ook rustig aan doen op het Göta-kanaal.

Om even over half negen voeren we het meer op. We hadden verwacht dat de bruggen pas vanaf negen uur zouden draaien, dus dit half uur beschouwden we als winst. Want we wilden de gang er in houden vandaag, in verband met die mogelijke stortregen.

Het Vänern meer is qua grootte het derde meer van Europa, met een afmeting van 140 bij 70 kilometer. Met veel rotsen langs alle kusten. Praktisch stromingsvrij, maar, staat als waarschuwing in ons boek: je moet het weer goed in de gaten houden, want er kan zomaar erg harde wind komen met veel golven.

Niet de hele rit hebben we volledig gezeild: af en toe de motor er bij aan omdat de wind wat minder was en we ons tempo niet volhielden. De wind was wat draaierig en vlagerig, maar het schoot al met al toch wel lekker op. En: geen regen! Joepie! We hadden wel onze thermo-kleding onder de zeilpakken aan, maar het was (daardoor) niet koud.

De laatste twee uren op “open zee” hebben we gemotord met gereefd zeil, want toen was de gedraaide wind aan een inhaalslag begonnen. Het zeil diende als steuntje zodat we niet heen en weer slingerden op de golven. Dat is wat het boek ons dus vertelde.

We voeren alleen. De twee Duitse jachten hielden de westkust, wij gingen richting het noordoosten. En we keken zoals altijd veel naar de lucht. Want tja, die regen hè, zou die nog komen?

Voor ons sjeesden dreigende wolken langs, maar achter ons werd het ook dreigend donker. We waren ongeveer bij het punt waar we moesten afslaan naar de rotsen. Bij een leuk vuurtorenhuis. 

Vlak daarna lagen de gevaarlijke jongens: de rotsen die lijken op gestrande potvissen en meer onder water zijn dan er boven. Trouwens, de puntige rotsen die je helemaal niet ziet zijn nog gevaarlijker natuurlijk.

Wij keken naar voren om de vaargeul te volgen, naar opzij om van de rotsen en de huizen te genieten, en naar achteren om de wolken in de gaten te houden. Het vuurtorenhuis werd al nat van de regen.....

Die vaargeul was soms wat moeilijk te ontdekken. We zijn erg blij met onze navigatie, daardoor weten we ongeveer welke richting we op moeten, en dan kunnen we markante rotsen of bakens of staken (ze doen hier niet aan tonnen) opzoeken.

Soms was de vaargeul best breed en dan was de ene kant door staken aangegeven en was de andere kant rots. Oh. Nou, we bleven maar in de buurt van de staken, dan kwam het wel goed.

En ergens heeft ooit een brug (of zo) gestaan. Ons boek zegt daarover dat het Strömsundet heet. “2,6 m djup en 7m bred passage med betongkistor” aan beide kanten. Enkelriktad trafik.  Eenrichtingsverkeer, dat lijkt ons logisch. Het leek van een afstand spannender dan het was gelukkig.

We wilden naar het haventje Spiken. Maar de Duitse mevrouw van de zeiljachten, die ene zonder AIS, vertelde dat er ergens daarvoor een leuke steiger was. En ja, die zagen we! Voorzichtig voeren we er naar toe, het bleek overal flink diep te zijn, bij de steiger nog 2,3 meter. Het heet Mista Udde. Udde betekent landtong, en mista udde is zoiets als verloren landtong.

Een prachtplek! Een lange steiger met gaten in het hout om je landvast doorheen te halen. Op de wal picknicktafels, een BBQ en een eco-toilet. ’s Zomers zal het wel druk bezocht worden, maar nu zijn we er in ons eentje.

Alles was nog maar net klaar (aangelegd, zeil ingepakt en huik dicht, stuurwielhoes om het stuurwiel en een paar foto’s gemaakt) of het begon te regenen. Nou, stortregen! Wel drie kwartier lang. En daarna nog bijna een uur regen met donderslagen.

Meer “precies op tijd” dan dit kan haast niet! Wat hebben we geluk gehad. Met de deels onjuiste verwachtingen en met onze strategie om het tempo er in te houden. En met dit plekje!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten