zondag 24 mei 2026

Naar een steiger bij een vesting

We wilden de opening van de Göta-Älvklaffbro om 9:35 halen en zijn ruim op tijd naar de wachtsteiger gegaan. De brugwachter vertelde dat we rond half tien alvast naar de brug konden varen, dan zou hij de brug bedienen.

Alles verliep prima, tegelijk met ons gingen drie zeiljachten vanaf de andere kant door de brug. Een paar kilometer verderop staat een lage spoorbrug. Via hetzelfde marifoonkanaal riep ik dezelfde brugwachter op, die bijna verbaasd reageerde. Hij zou de trein bellen en ons terug oproepen.

Dat gebeurde en de mededeling was dat we een half uurtje moesten wachten, en dat we er dan misschien door konden. Hij zou ons oproepen.

Bij gebrek aan beter gingen we aanleggen aan een verboden reuzesteiger. Duidelijke borden dat dit niet mocht, maar ja.... We zijn Nederlands, we zijn toerist, er ligt verder niemand en er is geen andere mogelijkheid.

Het leverde ook geen enkel probleem op hoor. We hadden tijd genoeg voor kofffie met taart. De brugwachter riep ons op, hij draaide de twee spoorbruggen (die vlak achter elkaar liggen) en we sjeesden vlotjes verder.

Even later hoorden we de Belg op de marifoon. Hij wilde graag een opening voor de hefbrug, maar moest ruim anderhalf uur wachten. Tenzij er een vrachtschip aan zou komen waar de brug ook voor geheven moest worden, maar dat wist de brugwachter nog niet.

De Göta Älv deed ons denken aan het zuidelijk deel van de Donau. Met veel oude meuk op de wal in de zin van oude fabrieken, verwaarloosde boten, oude woonboten, en vooral: boomstammen! Toen we vertrokken van de wachtsteiger konden we gelukkig een flinke boomstam (wel zes meter lang) ontwijken, en we zagen veel van die obstakels half op de wal en half in ’t water liggen.

De meerpalen hebben ook hier van die rare uitsteeksels. Je kunt zien waar je bent, want de aanduidingen staan ook op de kaarten, maar wij zijn het duidelijk niet gewend. Juist als plezierboot wil je de rand van de vaargeul aanhouden, maar gaat hier dus niet goed. Mooi wat meer in ’t midden varen dus. Nou  was dat geen probleem, want het was erg rustig. We zijn twee zeiljachten en een Nederlandse coaster uit Spijk (Groningen) tegengekomen. De zon scheen, het was echt leuk om hier te varen.

Toen we de stad uit waren was er her en der nog wel industrie, maar we keken meer naar de bergen. Bijzonder hoor!

We liggen nu sinds half twee aan een steiger bij het Bohus kasteel. De voorloper hiervan werd al in 1250 gebouwd door een Noorse koning. Na eeuwenlange oorlogen en belegeringen, in bezit van Noren en Denen is het nu al een tijdje Zweeds en kun je er eten, trouwen, het museum bekijken en leren over de geschiedenis ervan.

Dat geloofden we wel. Wij wilden het stadje Kungsälv, waar het kasteel nu bij hoort, bekijken. De buitenwijk is erg leuk, met een keienweg en prachtige huizen.

Toen we verder in ’t centrum kwamen bleek dat op een enkel terras na wat uitgestorven en deed het ons denken aan een anonieme stad. Dan maar weer terug naar “onze” buitenwijk. Daar zijn we de kerk nog even binnengeweest omdat er werd geoefend door een koor.

We liepen nog een rondje om het kasteel en luierden daarna lekker in de zon in de kuip. Heerlijke dag!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten