Vroeg vertrekken was het plan en dat deden we. Om zes uur. Volgens ons heeft niemand er iets van gemerkt, want we deden heel stilletjes. Er stond een mooi windje naar de Grote Belt Brug. In het Deens heet ie Storebӕltsbroen, maar dat moeilijk uit te spreken.
De brug is 18 kilometer lang, en verdeeld in twee delen. Hij komt even aan wal op het eiland Sprogø. Het eerste deel is te laag voor ons. Nou, misschien had het gekund, maar het water kan hier wel een halve meter stijgen of dalen, en we hebben natuurlijk met golven te maken. Dus we namen het risico niet en voeren ruim 2 uren om er veilig onderdoor te kunnen.
.jpg)
.jpg)
De trein rijdt wel over het westelijk deel, maar gaat vanaf Sprogø in een
tunnel naar het eiland Seeland. Dat zal wel mede zijn omdat de hangbrug daar zo
hoog is. Op 65 meter hoogte rijden de auto’s, en de pylonen zijn 254 meter hoog. De breedste overspanning is ruim
anderhalve kilometer, dus de grote schepen mogen hier zonder loods varen.
Wij namen de opening van 32 meter. Niet dat we zo hoog zijn, maar
dat was het meest gunstig vanwege de wind, de ondiepte en de baggerwerkzaamheden.
En wat er ook gebeurde? Het klinkt als een mop: er vaart een grote tanker van
ruim 200 meter van noord naar zuid. Er komt een zeiljacht van 12 meter van oost
naar west. Ze lijken op elkaar te botsen. Vraagt het zeiljacht aan de grote
tanker “wat ga je doen? Blijf je naar het zuiden varen of wijk je wat voor me
uit?” Niet te geloven toch? Hij heeft waarschijnlijk ergens gelezen dat zeilen
voorrang heeft voor motorvaren, maar dat je zó onnozel bent is bijna niet te
geloven.
De zon kwam er bij maar het was toch nog wel fris. We zaten weer
de hele dag in zeilpakken met mutsen op, en soms zelfs handschoenen er bij aan.
Geeft niet, het bleef gelukkig droog.
De wind twijfelde steeds tussen west en zuid en was nogal vlagerig,
dus het was soms lastig, in de zin van intensief, sturen.
Ons plan was om naar de oostkant van het eiland Samsø te gaan,
naar de haven Ballen. Maar de wind bleek toch gunstiger om aan de westkant de
haven Kolby Kås te gaan. Daar hebben we elf jaar geleden al eens een storm “uitgezeten”.
Vlak bij Samsø werd de zee flink knobbelig en de golven hotseklotsten
ons heen en weer. Maar na een uurtje was dat ook weer voorbij en zo kwamen we
na ongeveer 10 uur zeilen de haven in. Die is wat veranderd: er staan meer
palen, dus er kunnen meer jachten in de boxen. Van die hele lange boxen, en nog
redelijk smal ook. Tja, zo zijn de meeste boten hier. Lang en smal. In
verhouding dan.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Wij vonden een plekje aan de hoge kade, bijna op dezelfde plek als de eerste keer. Vrolijk wordt je niet echt van deze voormalige veerhaven. Het is nog steeds zonder sjeu. Apart is dat je wanneer je het havengeld wilt betalen, bij een automaat, gedwongen wordt om omgerekend 3 euro te betalen voor het gebruik van toilet en douche. Nou, dat hoeven wij niet, dus we kozen een kortere lengte van de boot waardoor we die 3 euro weer uitspaarden.
De code voor het sanitair kregen we dus wel, en we keken even.
Nou, het stonk zó naar riool dat je daar niet gaat douchen. H’m. Het is dat
Marcel Meijer, de man uit Oude Pekela in Oost-Groningen nu geen burgemeester
meer is, anders had ik hem opgezocht, haha! Grappig toch? Een Groninger die
burgemeester was op een Deens eiland!
We twijfelen nog of we morgen een dagje blijven om lekker op het eiland te fietsen, of dat we morgen verder varen. Beide keuzes zijn goed. We zien wel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten