maandag 4 mei 2026

Naar het Kieler Kanaal

Gisteren begon het tegen zessen te regenen, maar het felle onweer dat voorspeld was bleef uit. De regen vonden we prima, want dat spoelde het zoute zeewater wat van de boot. We hebben het nog lang gehad over onze overtocht in de nacht en mist. Al met al zijn we 27,5 uren onderweg geweest, van ankerplaats naar haven. Een lange tocht, maar het liep al met al hartstikke goed. Okee, de mist was niet leuk (en duurde lang), en de maan bleef achter de wolken, maar verder waren we erg tevreden.

Soms moet je ook bewust positief blijven denken, want ik zag zaterdag in de schemer vlakbij aan bakboordskant twee jerrycans dicht bij elkaar drijven. Dus met een lijn ertussen. Stel dat je daar overheen vaart? En Hidzer zag in de mist op de Elbe aan stuurboordskant vlakbij de boot een matras of zoiets drijven. Hetzelfde: wat als je daar overheen vaart? Ach, dat waren twee halve minuten “gevaar” op 27,5 uur, dat valt toch reuze mee?

We wilden gisteren het acht-uur journaal nog even zien, maar onze ogen vielen dicht. We sliepen al vroeg dus. En vanochtend waren we vol energie! We zijn op de haven-fietsen de stad in gegaan om boodschappen te halen (en het walnotenbrood, dat weliswaar een vermogen kostte was enorm lekker!), en daarna zijn we tot 12:00 uur bezig geweest met de boot buiten poetsen, binnen poetsen, de was doen en de watertank vullen. En tussendoor nog koffie natuurlijk. H’m, we hadden geen Duitse Kuchen of zo gekocht, dat is een missertje. Vaak nemen we iets lekkers mee, als dat kan, maar het zit nog niet in het systeem blijkbaar. Volgende keer beter!

Zeiljacht Narvi uit Groningen vertrok een uur eerder dan wij, zeiljacht Spellbound uit San Diego tegelijk met ons. Maar die zette direct de sokken er in, terwijl wij het rustig aan deden. De stroming nam ons mee en dat ging al veel sneller dan wij op de motor zouden varen. En de sluis bij Brunsbuttel is toch niet te voorspellen is onze ervaring. Of het nou nog enorm stroomt daar, of stil tij is, de sluiswachter bepaalt wanneer je er in mag en daarbij heeft beroepsvaart voorrang. En je kunt de beste man ook niet bellen, je moet wachten tot er wit licht gaat knipperen.

Op de AIS kregen we een paar keer een AIS Sart Alarm Test. Ik kon niets anders dan bevestigen, en weet ook niet waarvandaan de test kwam, maar het zal wel goed zijn.

We zijn direct aan de oostkant van de Elbe gaan varen, buiten de vaargeul, zoals geadviseerd wordt. Zeiljacht Frederix uit Muiden haalde ons in en wilden nauwelijks zwaaien. Vrij snel daarna kwam er een snelle politieboot bij ons, die ons met een megafoon (ja, die bestaan nog) in het Duits vertelde dat we bij boei 44 dicht bij de vaargeul moesten varen. Niet er in, nog steeds buiten de geul. Want ze waren met een pijpleiding bezig.

Prima, dat begrepen we. We volgden onze koers (een beetje binnendoor) richting boei 44. Maar de Frederix, met vijf mensen aan boord, begrepen het niet zo goed. De Politieman moest het twee keer herhalen (in het Engels), en toen begrepen ze dat ze aan de kant moesten. Dat deden ze direct. Bijna haaks draaien naar de tonnenrij, terwijl dat nog lang niet nodig was. Dat was wel grappig. En die pijpleiding was heel duidelijk zichtbaar, maar van een afstand zou je er bijna Bultrug Timmy in zien, die ergens op de Noordzee zou moeten zwemmen.

De charter Zephyr uit Leeuwarden haalde ons ook in bij een bocht, ging later weer naar de stuurboordskant van de Elbe richting Hamburg, en vroeg ons nog even of we wilden ruilen. Welnee!

Vlak bij de sluis op de Elbe op het “parkeerterrein voor grote schepen”, lag de North te manoeuvrerend. Wat voor- en achteruit varend, zonder ogenschijnlijk doel. We gingen er dichtbij langs. Op de AIS zagen we dat hij naar Litouwen zou gaan, maar dan moest hij nog wel 180 graden draaien. We voelden ons weer erg klein naast zo'n reuzenschip.

Bij de sluis konden we zomaar binnenvaren! Dat was een mazzel! Aan bakboordskant van de sluis (125 bij 22 meter) lag een schip met een enorme kraan er op, aan stuurboordskant langen drie zeiljachten en een motorkruiser uit Zwitserland. De Frederix en de Spellbound hebben dus lang moeten wachten, in of buiten de sluis. De Zwitserse meneer vertelde dat hij ook zo binnen kon varen, en dat de “Holländer” tegelijk met hem uit de haven was gegaan maar direct vol gas gaf. “Er hat getankt”, zei hij met een grijns.

Het schutten ging erg snel, ongeveer een kwartier. Het kostte bijna meer tijd om de gewone en de vier extra stootwillen (die half zinken, en zodoende mooi tussen de boot en drijvende steiger blijven) uit te hangen en naar binnen te halen dan dat we in de sluis lagen.

En toen waren we op het NOK. Het Nord-Ostsee-Kanal, dat in acht jaar gegraven werd en al 132 jaar bestaat. Was dat kanaal er niet geweest dan hadden we 250 zeemijlen moeten omvaren. Er is trouwens niet alleen gegraven, maar soms ook opgehoogd. Soms staan de bomen langs het kanaal hoger dan wij, soms kijken we bijna op de kruinen.

Het eerste grote schip dat we tegenkwamen was Lady Hannah uit Delfzijl, waarvan één van de opvarenden uit de stuurhut (op 30 meter hoog of zo) liep en naar ons zwaaide. Leuk!

Het voelde bijna als thuiskomen, op het kanaal. Er is weinig veranderd. Nog steeds zijn er hoge bruggen, zoals deze: de Hochbrücke Brunsbüttel van 40 meter hoog, waar we over gereden zijn toen mama in 2019 naar Blanckenborg verhuisde.

En de Signale en de Weichen zijn er ook nog. De lichten geven aan of schepen van bepaalde verkeersgroepen moeten wachten, en dat wachten moet in de Weiche. Dit Signal gaf twee rode en een wit licht, dat betekent dat schepen langer dan 200 meter en breder dan 28 meter moeten wachten. Het NOK is namelijk niet overal even breed en heeft toch best veel bochten, dus de supergrote schepen kunnen niet tegelijk met anderen op bepaalde trajecten varen.

Voor ons is het niet zo spannend: wij mogen niet verder wanneer er drie rode lichten branden, en dat komt niet zo vaak voor. Maar: we hebben het al een paar keer meegemaakt, dus we blijven opletten.

Deze Weiche is lang, er staan 24 enorme palen aan elke kant met een flinke tussenruimte. Voor ons zijn het enorme palen, maar voor de grote schepen zijn het kleintjes. Af en toe worden ze wel geraakt, we zagen verfstrepen maar zelfs een paal waar de bovenste ring er bijna af lag. En ook zagen we nog zo’n mooie oude houten paal , misschien wel de laatste van het hele kanaal.

Wat bijzonder is aan de pontjes (voor auto’s en langzaam verkeer) is dat ze ons voorrang geven. Voor grote schepen begrijpen we dat, die kunnen zomaar niet remmen, maar dat pleziervaart daar ook van profiteert is een meevaller.

Aan beide kanten van het kanaal zijn nog steeds fietspaden. Een paar jaar geleden hebben we een eind gefietst langs het kanaal en daarbuiten. Nou, daarbuiten is het saai, maar langs het kanaal is het best leuk.

En de kilometerpalen zijn er ook nog. Nog steeds aan lantaarnpalen, waarvan we het nu niet zo goed begrijpen. Want pleziervaart mag in het donker niet varen, en de grote schepen hebben echt allemaal wel navigatie aan boord en/of een loods. Nou ja, we weten niet eens of de lantaarnpalen het doen, want in het donker zijn we er dus nog nooit geweest.

En ja, er zwemmen nog steeds veel zwanen. Dat vinden we nog steeds bijzonder: zwanen in het Kieler Kanaal!

Ons overnachtingsplekje is op kilometer 20 ongeveer. Daar staan in een soort baaitje een stel stevige palen waar je mooi aan of tussen kunt liggen. Wij passen er niet echt tussen, maar met wat kunst en vliegwerk (goed manoeuvreren dus) lukt het om in een buitenste box te komen. Even met de kop van de boot vanaf de zijkant tussen twee palen invaren, en dan voorzichtig een beetje draaiend achteruit. Vier lijnen, elk om een paal, en we liggen prima!

Achter ons zien we het strandje, voor ons de Weiche.

Er lag al een Duits zeiljacht met de mast plat voor anker. De zon scheen, de was (die aan lijntjes in de salon hing) kon buiten nog een poosje mooi drogen, wij namen een Anleger in de kuip en verbaasden ons over de rust op het kanaal. Pas na een uur liggen kwam het eerste schip langs. De Elbrunner, die we bij de sluis van Brunsbüttel zagen varen. Die is waarschijnlijk naar Cuxhaven gegaan om containers te laden en brengt ze ergens op de Oostzee. Dat is snel gedaan dan!

En joh, om 20:30 uur kwam de North langs. Dat schip (manoeuvrerend op de Elbe) heeft lang moeten wachten, misschien op een loods. Of hij is nog gaan tanken, dat kan ook nog, aan het begin van het kanaal.

Af en toe kwam er een schip langs, maar we hadden helemaal geen last van golven. En opeens werd het druk: binnen 20 minuten lagen er drie schepen te wachten in de Weiche, passeerden er nog drie extra, en kwamen er nog twee zeiljachten bij ons tussen de palen. Dat was duidelijk een soort spitsuur, want daarna was het weer rustig.

Dit is toch echt een mooi plekje hoor: je ziet van alles en ligt mooi veilig op afstand van het kanaal!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten