dinsdag 5 mei 2026

Altijd wat te zien op het Kieler Kanaal

Het was rustig vannacht. Of we hebben heel diep geslapen. Af en toe hebben we een schip langs horen komen, maar volgens ons hebben we slechts één keer flink geschommeld.

We vertrokken tegen negen uur in de zon. Het was wat fris, dus we zijn redelijk snel in de stuurhut gegaan om lekker binnen te zitten. We wilden vandaag 50 kilometer varen naar een ankerplek.

De eerste helft van de rit gebeurde er eigenlijk niets. We keken naar bomen, naar schepen, naar pleziervaart, naar zwanen en naar huizen. Niet dat het druk was op het kanaal maar dat wat vaart of staat is van ver al te zien, dus het toch best afwisselend.

Ongeveer bij kilometer 46 stak een ree het kanaal over. Hij had het vast vaker gedaan want hij zwom krachtig en doelbewust naar de overkant en klom zonder zichtbare moeite op de wal. Stoer hoor!

Op ongeveer de helft van het kanaal, bij kilometer 55, staat een groot loodsgebouw. Vanaf hier worden de lichten bij de Weichen bediend en dit is ook de plek waar loodsen aan en van boord gebracht worden. Want grote schepen hebben een loods nodig, en die mannen/vrouwen varen slechts een half kanaal mee.

De oude veerhuizen staan er ook nog steeds. Leeg. Zó jammer, je zou er best leuk kunnen wonen als je ’t lawaai (en de stank?) van de schepen voor lief neemt. Eén huis, bij de Weiche Oldenbüttel, wordt nu wel bewoond. De rest niet.

Bij Rendsburg kregen we het druk met kijken. Naar de zweefveer, die onder de spoorbrug heen en weer zweeft. Sinds 1913 doet hij dat al, en schijnt één van de laatste acht constructies van dit type ter wereld te zijn. Er mogen 100 mensen en 4 auto’s tegelijk mee.

Aan (voor ons) stuurboordkant zagen we een camperplaats. Hutje mutje. Met uitzicht op die zweefveer, dat is dan nog leuk, maar ook uitzicht op een kale camperplaats aan de overkant, industrie, en dichtbij de spoorbrug. Waar ook lange goederentreinen over gaan zagen we: we telden 23 wagonnen. Leuk is anders, dat geldt voor beide camperplaatsen. Vinden wij.

Ondertussen zwaaiden we nog naar een kotter uit Staveren, die heel enthousiast deden. Friezen onder elkaar? Misschien wel.

Het was even spitsuur met scheepsverkeer: we zagen voor en achter ons tegelijk zes schepen en twee pontjes. Iedereen hield zijn eigen kant en er was niks spannends aan, maar het leek even druk.

Oh, de werf van Lürssen, daar is ook altijd wat te zien. Hier worden supergrote en superluxe (denken we) motorjachten gebouwd. Eerst zagen we eentje die niet eens in de loods paste qua hoogte, en die wel wat topzwaar lijkt. En aan de andere kant ligt er al een groot jacht zo goed als klaar buiten de loods en eentje nog in een dok.

Een paar kilometer verder, nog steeds bij Rendsburg, zijn ze bezig met het bouwen van een extra rijbaan aan een brug. Denken we. Nou, door het kijken naar de mannen op de trappen en steigers, en die ene man hoog in de kraan, kreeg ik al trillende benen! Jee, op 40 meter hoog, en hoe dan? Hoe bouwen ze van beide kanten steeds een stukje verder?

Weer een paar kilometer verder draaiden we linksaf, de Borgstedter See op. Dit water was ooit een deel van het Eiderkanaal, later een deel van het Kieler Kanaal, en sinds 1914, toen het kanaal bij Rendsburg werd rechtgetrokken loopt het bijna dood op een laag bruggetje onder die hoge waar ze nu aan ’t werk zijn.

Niet dat we hier direct tot rust kwamen hoor. Ja, lekker in de kuip in de zon zat prima, maar er kwam een helikopter aan, waar aan de rechterbuitenkant twee mannen zaten, die een rode bal van een hoogspanningskabels haalden. En nog een keer, en nog een keer. Het was best ver weg maar met de kijker goed te zien. Het spannende voor ons was dat het leek alsof de wieken van de helikopter héél dicht bij de kabels draaiden. Maar alles ging goed en tegen vijven was het hier super rustig.

Er lopen koeien op het eiland, we zien in de verte schepen door het kanaal varen, en liggen hier erg leuk en veilig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten