donderdag 28 mei 2026

Eerst op de fiets en dan met de boot naar Trollhätta

Gisteren wilden we fietsen, en besloten een rondje Trollhätta te doen. Ten zuiden van de Göta Älv naar het stadje en ten noorden van de rivier weer terug. Een tochtje van een kleine 50 kilometer.

Het was hartstikke leuk! Kleine dorpjes, flinke bossen, groene heuvels, enorme rotsen, en overal erg rustig. Trouwens, als er een auto (of een vrachtwagen met hout of een bus) langskomt, wordt je uiterst voorzichtig ingehaald. En bij een zebrapad stoppen ze al ruim van tevoren. Het is een leuk fietsland. Maar we zijn wel erg blij met de “ondersteuning”, anders hadden we toch meerdere keren moeten lopen, zo steil zijn sommige heuvels.

Bij veel huizen (weer vaak zo mooi Falu-rood) staat een grote camper. En het lijkt ook wel of de huizen in de kleine dorpen veel mooier zijn dan in de grotere dorpen. Meer sjeu, mooier in de verf, meer tierlantijnen. Maar overal zijn de gazons netjes gemaaid. Of  het nou een groot erf om een huis is, of een kleinere tuin, het gras is gemaaid.

In Trollhätta bekeken we het haventje, spraken even met de solo-Zweed van de Indigo, die we in Göteborg hadden gezien, picknickten en zochten een route weer terug naar Lilla Edet. Langs de rivier wilden we, maar dat lukte niet helemaal.

Het was een nog heuvelachtiger route dan op de heenweg, wel dichter bij de rivier, maar ja die rotsen hè? Die zijn soms erg hoog.

En het jammere is dat er nauwelijks bankjes waren. Op de heenweg hebben we geen enkele bank gezien en even op rotsen gezeten voor een water-break, en op de terugweg stond er eentje, en dat was een mega-bank. Grappig!

Ook vandaag was het heerlijk weer.

Eerst keken we even naar de Helge uit Delfzijl, die met hout voor Riga de sluis in voer. Er was een wisseling van loodsen, en bij zulke grote schepen wordt de landvast om een reuze bolder belegd door een sluismedewerker. Die zelf gezekerd is aan een lange stalen kabel.

Toen we dit hadden bekelen haalden we brood en was het tijd om te vertrekken. Onderweg laadden we onze communicatie-apparaatjes op, ook de accu’s van de fietsen, en zetten de waterkoker aan voor de koffie. Alles tegelijk, en dat ging prima.

De boot is bedekt met een laagje bloesem. Het lijkt wel Sahara-zand. Zó jammer, want we hadden pas gepoetst.

Het was erg leuk om af en toe het fietspad of de weg te zien die we gisteren hadden genomen.  En oh, wat is het hier mooi! De rivier slingert wat, de bossen staan hoog op de rotsen, en we zien steeds meer huizen vlak aan het water.

Op AIS zagen we dat twee Nederlandse zeiljachten in de sluizen waren bij Trollhätta, en vlak voordat wij daar waren kwamen zij naar buiten. Ze wensten ons een fijne vakantie en een mooie reis. Wij hen ook.

We konden sluis 5 dus zomaar invaren. Sluis 6 op het traject tussen Göteborg en het Vänernmeer is die van Lilla Edet. En nu hadden we drie aaneengeschakelde sluizen te doen. Ook weer van die grote. Bijna 90 meter lang, ruim 13 meter breed, en een verval van 8 meter.

En we lagen er in ons eentje in. Het ging super: aan stuurboordskant zijn trappen, waar we ons met lijnen aan vast konden houden, en we moesten natuurlijk wel vaak overpakken. Maar dat kunnen we. Het water kwam van onderen de sluiskamer in, dus het was een makkie.

Hier vaar je dus van de ene sluis in de andere. Wel imponerend hoor, het varen richting die reuzegrote deuren. In de laatste sluis, nummer 3 dus, moesten we “Avgiften” betalen. Als je de tekst behoorlijk letterlijk neemt, dan valt het Zweeds nog aardig te begrijpen ook. Tenminste, als je het gaat lezen. Want iemand verstaan is een ander dingetje.

Dit “Avgiften” geldt voor het hele traject tussen Göteborg en het Vänernmeer. Alle sluizen en bruggen, en gratis liggen in Lilla Edet en “onze” haven in Trollhätta. Ja, ook bij de Bohus-vesting, maar eigenlijk is dat een wachtsteiger voor een bruggetje.

“Onze” haven heet Äkers Sjö. Daar kwamen we tegen half twee aan, nadat we ook nog de evengrote sluis nummer 2 hadden gedaan.  Vier grote sluizen in een uurtje, dat is niet slecht!

We werden begroet door twee Snekers! Nou ja zeg! Van aluminium zeiljacht Zilveren Maan. Zij gaan morgen naar Göteborg, waar één van de mannen op de trein stapt. Hoe de ander de boot naar Sneek brengt weten we niet, maar hij wil er in september zijn. De boot is al een paar jaar in Zweden geweest en heeft ’s winters in een paar havens gelegen.

Het was zó lekker warm vanmiddag, dat we de schaduwkleedjes voor de stuurhutramen hebben gehangen.

We zijn een paar keer naar de sluis gelopen vandaag (de sluis naast de haven) om te kijken naar de boten die geschut werden. Waaronder de cruiser Diana, die we onderweg al een keer hadden gezien.

Vanavond kwam de hele grote Tuna. Uit, jawel, Delfzijl.

Met berkenhout uit Grundsund , dat ligt ten noorden van Göteborg, naar ergens op het Vänernmeer. Dus de Helge gaat met hout naar Riga, en de Tuna gaat verder Zweden in. Misschien wel naar de luciferfabriek, waar ze nu natuurlijk ook hele lange lucifers maken voor BBQ’s en zo.

Imponerend hoor, hoe zo’n groot schip heel rustig bestuurd wordt door een loods. Hij moet een bochtje maken in het grote bekken tussen sluis 3 en 2, om recht in sluis 2 te komen.

De Sneker vertelde dat hij nog nooit zo’n groot schip hier had gezien, en hij vaart hier al jaren. Dit wordt zijn vierde Trollhätta-kanaal, en hij heeft een zomer op het Vänernmeer gezeild. Vreemd, wij hebben al meerdere coasters gezien, life en op AIS.

Het schutten van de Tuna duurde ongeveer twee uren. Dat komt waarschijnlijk door het langzame varen, want je zou denken dat er minder water in de sluis gepompt hoeft te worden omdat die bijna vol is met schip.

Het was erg leuk om dit te zien. En op AIS zagen we dat er vannacht waarschijnlijk nog twee schepen bij ons langs varen, richting Göteborg. Dat horen we misschien wel, want het draaien van de schroef klinkt altijd erg luid onder water.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten