maandag 20 juli 2026

Naar Berg, in Berg, rond Berg

We hebben weer heerlijke dagen gehad, naar Berg, in Berg en rond Berg. Voor we hier naartoe vertrokken hebben we natuurlijk nog even heerlijk gezwommen in het enorm heldere water en lekker vers brood gekocht.


Bijna hadden we vertraging want een vrachtwagen raakte de spoorboom bij de brug. We hoorden wel een knal maar wisten niet waar 't vandaan kwam. Björn, de lockkeeper-die-anders-heet-maar-ik-weet-niet-meer-hoe, kwam vertellen dat er een "accident with the bridge" was. 

Hij oefende even met de spoorbomen, alles werkte nog en wij mochten door. Een oponthoud van vijf minuten, dus ons hoor je niet klagen. De spoorboom heeft flinke dreun gehad en ziet er nu grappig uit.


 

De sluis (direct na de brug) wordt met de hand bedient, en heeft een verval van nog geen 20 centimeter. Het was bijna niet nodig om de sluisdeuren te bedienen. Samen met de Alma en nog een Zweeds zeiljacht werden we geschut.

Het was een tracject van ongeveer 20 kilometer, waar in totaal 10 bruggen voor ons openklapten (eentje) en open rolden (9). We "deden" twee aquaducten, maar daar merkten we natuurlijk niets van, en negen sluizen, waarvan vier dubbele.

Het was erg mooi in en naast het kanaal: mooie huizen, een grote boerderij met een torentje op een schuur en een prachtig woonhuis erbij, leuke bochten en bossen, mooie uitzichten en natuurlijk: een heerlijk zonnetje!





Het was best warm, en we waren erg blij met de bimini. Marit wilde een foto van ons, en die kreeg ze natuurlijk, haha!


We kwamen het leuke Zwitserse gezin dat in Motala Verkstad een boot ging huren ook nog tegen. Ze waren enorm enthousiast en alles was helemaal naar wens gegaan. Mooi!

De Alma is in Ljungsbro in het haventje blijven liggen, wij gingen met de andere Zweed verder. Daarop voeren twee echtparen met een meisje en een jongetje. Dat jongetje had het hartstikke warm, maar mocht niet eens in 't water toen we bij een sluis moesten wachten. Ik dacht dat we nog een bellenblaas aan boord hadden, maar die liggen waarschijnlijk thuis, maar ik vond nog wel een leuke puzzel van Suske en Wiske. Die heb ik 'm maar gegeven, want ik vond het zó zielig voor hem. En toen bleek hij nog jarig te zijn ook, vier is hij geworden, dus dat kwam helemaal goed uit. Ik vertelde dat ik dat kon zien dat hij al vier was, hij had flinke spierballen en kon vast goed helpen in de sluis. Zijn moeder vertaalde dat....

Bij de volgende sluizen (we moesten er toen nog drie dubbele) mocht hij opeens wel helpen. Hidzer vroeg twee keer "Skipper, are you okee?", met zijn duim omhoog, en het kereltje werd steeds vrolijker en vroeg bij de laatste sluizen zelfs aan Hidzer of die okee was. Grappig!

We vonden (wederom) het mooiste plekje in de haven. Langszij, weliswaar een beetje illegaal omdat we twee boeienplekjes in beslag namen, maar ach, het was niet vol dus dat gaf niet. Generaliserend willen alle Zweden en Denen, en ook de meeste Duitsers, altijd met de kop naar de wal. Wij niet, want om de fietsen makkelijk van boord te krijgen is langszij het fijnst.


Die middag kregen we prachtig onweer. Dat was voorspeld, dus we waren blij dat we mooi op tijd (rond vier uur) in de haven lagen. We zagen prachtige dreigende luchten met vreemde wolken. Met een flinke plens regen, dus de boot is weer lekker schoongespoeld. 



Het dorpje Berg is klein. Er staat een oud klooster vlakbij dat we niet de moeite waard vonden, er is een ICA, een strandje, niet zo veel huizen maar tja, ze hebben de sluizen. De twee dubbele sluizen vlak voor onze haven en de beroemde sluizentrap met 7 sluizen. Dus dat trekt toeristen, en dat trekt ijsverkopers, hotdogverkopers enzovoort. Het maakt het wel gezellig.

Op onze steiger staan grappige ringen, waar de landvasten door moeten. Het ziet er niet superstevig uit, maar het heeft ons prima gehouden.

Bij de trappensluizen zagen we een "houten stootwil" van de Juno of Wilhelm Tham of Diana liggen. Een flinke weidepaal zeg maar. Gelukkig lag -ie op de wal, je wilt zoiets niet in je schroef krijgen natuurlijk. 


Vlakbij de haven is een camperplaats. Die staat er niet zo heel erg mooi vinden wij, want ze hebben geen zicht op het water. Maar ja, wel weer dichtbij de sluizen, dus dat is een leuk loopje. 


Er staan ook trouwens ook sluizendeuren op het droge. Oude sluizen, die vervangen zijn. Onder andere die van het droogdok uit Motala Verkstad, uit 1843. Indrukwekkend hoor!

 



We maakten nog een praatje met een lockkeeper. We hadden het onder andere over de dagpassagiersboot Wasa Lejon, die altijd zo snel vaart. Op weg naar Berg moesten we op 'm wachten, bij een brug, en hij had me daar weer een snelheid! De Lockkeeper vertelde dat hij toen 20 minuten te laat vertrok vanuit Berg, omdat er een paar passagiers niet op kwamen dagen. Tja, en zo'n schipper is eigenlijk een buschauffeur en moet dus op tijd ergens aankomen. Maar ja, dan nog......

En we spraken met een Zweeds echtpaar dat nu met de camper was, maar ook met een motorboot over het kanaal is gevaren. Van Mem naar Motala en weer terug. Meneer vroeg hoe wij gingen, van west naar oost dus, en dat was volgens hem ook het best en het makkelijkst. Want anders moesten we bergop, en nu konden we bergaf. Ik zei dat dat niet uit maakte, want we waren van zee-niveau naar het Vikenmeer (het hoogste punt) gegaan, en zijn nu weer op weg naar zee-niveau. Hij begreep me niet. 

Ha, later bedachten we dat hij op weg naar Motala bergop was gegaan, en weer naar huis bergaf. Hij had het hele traject naar Göteborg nooit meegemaakt en begreep het blijkbaar niet helemaal. 

Het bleef steeds heerlijk warm dus we zwommen elke dag. Er was wel wat verloop in de haven, maar het is nooit echt vol geweest. 

Vandaag zijn we naar Linköping gefietst. Een grote stad, ongeveer 120.000 inwoners. Dat is niet zo ver maar 't fietste leuk. Ook in de stad, die in 2002 uitgeroepen werd tot Zweedse fietsstad van het jaar. Veel ruime fietspaden, die ons door de parken naar Gamla Jinköping leidden. 

Het centrum van de stad werd halverwege de 20ste eeuw te krap. Te smalle straten en te weinig huizen. Er moesten bredere straten en flats komen. Gelukkig heeft iemand hemel en aarde bewogen om de oude huizen en winkels te behouden. Het eerste huis werd in 1950 afgebroken en herbouwd in wat nu een openluchtmuseum is, en rond 1970 stonden de ongeveer 60 huizen, winkeltjes, fabriek en school op hun plek.





Het is een soort van Orvelte, een soort van Buitenmuseum Enkhuizen, met vrijwilligers die hun rol spelen passend in de tijd. 

Op weg weer naar de boot zagen we een ICA Max, leuk voor weer wat boodschappen. Nauwelijks binnen zagen we een paarse kas. Het bedrijf SweGreen bouwde deze installatie. Planten, hier voornamelijk verschillende soorten sla, worden zonder aarde in steenwolpluggen in water gekweekt. Ze noemen het een milieuvriendelijke oplossing voor het kweken van groenten en fruit. Eerlijk: het had wel wat. 

Het is zoiets als een flatgebouw: er zijn meerdere lagen waarop de sla gekweekt wordt, in verschillende stadia.



Het centrum (dat volgens één van de vrijwilligers van het openluchtmuseum geen sfeer heeft) lieten we wat het was, evenals de grote Dom en de Saabfabriek waar vliegtuigen gebouwd worden. 

Het waaide vandaag flink vanuit het noordoosten. We zagen witte kopjes op het meer Roxen, en de boten die vanaf Norsholm, waar wij morgen naar toe gaan, deze kant op kwamen en moesten wachten bij de sluizentrap, waren niet zo blij. Er zijn beneden nauwelijks wachtplekken en de wind stond er vol op. Boten hobbelden en draaiden rondjes.

Morgen wordt het beter qua windsterkte en windrichting, dan gaan wij ook weer een stukje verder. Zin in!

donderdag 16 juli 2026

Borensberg

Nu zijn we dus in Borensberg. Aan het kanaal, tussen de meren Boren en Roxen. Het is geen grote plaats, maar heeft een goede ICA, een beroemd hotel, een kleine industriezone waar onder andere plaatproducent Arla Plast zit (schijnt erg bekend te zijn), is
door het Göta Kanaal gezellig toeristisch geworden en heeft natuurlijk een mooie sluis. Vroeger heette het Husbyfjöl, dat staat ook nog te lezen op het oude sluiswachtershuis.

Borensberg heeft niet alleen de enige sluis in dit oostelijk gedeelte van 't kanaal die met de hand bediend wordt, nee, het heeft nog meer oude meuk. Waar ze niets mee gedaan hebben, eeuwenlang.

Er heeft een heus kasteel gestaan, met een hoofdgebouw en twee bijgebouwen. Een kasteel met torentjes en een verhaal. Ergens in de vijftiende eeuw was deze plek een landgoed. Met de naam Norrby. Het was in eigendom van de bisschop van Linköping. De broer van de bisschop pikte het in, zijn kleindochter trouwde met koning Gustav Vasa en daarom werd het landgoed omgedoopt tot Kungs Norrby.

Er werd een stenen huis gebouwd, maar tijdens de Zevenjarige Oorlog (1567-1568) werd het geplunderd en in brand gestoken door het Deense leger. Het nieuwe stenen huis werd een heus kasteel, maar het landgoed raakte door wat faillissementen in verval. Het kasteel dus ook.

Het bijzondere hiervan is dat in 1716 een prent gemaakt werd van het kasteel toen Kungs Norrby al een ruïneheuvel was. En dat is het nu nog steeds.


Aan de ene kant van de weg zagen we resten van muren (met een kneuterig info-bordje waar je niet bij kunt komen), ergens in het bos aan de andere kant van de weg moeten met veen bedekte funderingen liggen, en de funderingen lopen onder de weg door. Dus met wat fantasie kunnen we zeggen dat we over de ruïne van een kasteel zijn gefietst, haha!

Wij herinneren ons Borensberg als een leuke rustige plek om te overnachten, waarbij we weer veel te zien hadden. Het verschijnsel HafenKino kennen we, nu is er ook CamperKino bij gekomen. Je zou natuurlijk WohnmobilKino moeten zeggen, maar dat bekt niet zo lekker. Sommige camperaars kunnen heel snel in hun stoel gaan zitten, maar anderen hebben wel drie kwartier nodig. De droogmolen moet staan, de hond achter een hekje, de kat aan de lijn, de stoeltjes eerst voor de camper maar daar is te veel zon dus dan maar onder de luifel, die eerst te laag staat dus dan hoger moet, de fietsen van de fietsendrager af, een matje bij de deur waar alle schoenen op gezet worden en ga maar door. Drie kwartier is dus niets.

Onder HafenKino valt onze buurman achter ons ook. Hij zat met een waterkoker te hannesen. De zekering in zijn stroomkastje sloeg steeds uit. Toen liep hij maar met de waterkoker (en dat deel met de stekker er aan) naar waarschijnlijk het sanitair gebouw om daar de boel aan te zetten. We bedachten ons dat we dezelfde man, met dezelfde waterkoker, ook al in Vassbäcken hadden zien worstelen met de stroompaal. Hij heeft intussen nog niets geleerd, en ook geen betere waterkoker gekocht dus!

We hebben veel gezwommen naast de boot, een eind gewandeld en ver gefietst. 's Ochtends, omdat het 's middags te warm was. 

Al wandelend kwamen ze zomaar weer een mooie auto tegen, aan een grindpad naast een bos, waar slechts één huis staat.


Gisteren zijn we naar Birgitta's Udde gegaan. Dat is een kaap in het meer Boren, waar ooit de boerderij Ulvåsa stond, waar de Heilige Birgitta ongeveer 20 jaar heeft gewoond.

Om daar te komen moesten we een erg lange oprijlaan op, naar het huidige slot Ulvåsa. 

Dit is de derde plek waar de boerderij opgebouwd is, dat plekje van Birgitta is niets meer dan slechts een paar opgestapelde stenen die op muurtjes lijken. Het slot is privé, maar je mag er om heen lopen. Dat deden we eerst braaf, maar al gauw gingen we fietsen, want er waren heel veel steekmuggen. We hebben nu elk wel vijftien rode plekken op onze benen!

Birgitta is dus een heilige. Ze stierf op 23 juli 1373 en was toen 70 jaar. Best oud voor die tijd vinden we. Haar sterfdag is nu een feestdag, en dat is over een week. Dat wordt vast geen dolle boel, we kennen de feestdagen van Zweden intussen.....

Maar Birgitta was een bijzondere vrouw hoor. Dochter van een adellijk rechter. Dan heb je een streepje voor, zou je zeggen, maar ze werd op haar 13de uitgehuwelijkt! Kreeg acht kinderen. af en toe visioenen en boodschappen, volgens haar van God. Zij en haar man (edelman Ulf Gudmarsson) waren erg religieus, maakten zelfs een bedevaart naar Santiago de Compostella.

Maar pas toen Ulf stierf, (Birgitta was toen 39), werd ze een actief religieuze. Ze stichtte het klooster in Vadstena en op latere leeftijd emigreerde ze naar Rome en bemoeide zich met kerkpolitiek.

Het allerleukst feitje over de Heilige Birgitta is dat in de kluiskerk (eenmansklooster) van Warfhuizen (in Groningen) een fragment wordt bewaard van de tafel waaraan ze vaak heeft geschreven.

Toen we op BIrgitta's Udde  zaten te picknicken voer in de verte de Nutshell voorbij. Is dat even toevallig!

De laatste 3 kilometers naar Birgitta's oude huis mag je niet met de auto doen. Er is een kleine parkeerplaats aangelegd, met zelfs een mooie wc! Midden in het bos.

En ergens een soort verbodsbord dat we niet goed begrepen. Geen auto en motor toegestaan, dat snapten we. En dat het een privéweg is. Maar je mag hier toch wel fietsen? Nou, we deden het gewoon. Pas thuis (aan boord) zochten we het op en bleek dat je wel mag doorrijden maar niet stoppen. 

Vandaag zijn we met een omweg naar Berg gefietst. Een mooie rustige route, waar we een flinke slang zagen kronkelen, een kraanvogel zagen oversteken, veel heuvels troffen en bij Ljung langs Ljungs Slott gingen. Dat is meer een groot huis dan een mooi slot, maar wel indrukwekkend. Grote schuren er bij, het is altijd een boerderij geweest. 

Het mooie hieraan is dat het aan het water van de Norrbysjön (of de naam van het meer er eerder was dan de naam van het kasteel-dat-nu-ruïne-is weten we niet) ligt, en drie mooie oprijlanen heeft. Eentje naar de kerk, eentje naar het meer, en eentje naar het kanaal.

We zagen ook weer mooie boerderijen, van die rode, met heuse oprijlanen naar de eerste verdieping van de schuren. Mooi gedaan!

In Berg hebben we even naar de trappensluis gekeken, en waar we zouden willen liggen (drie haven liggen redelijk dicht bij elkaar), en zijn langs het kanaal, dus zonder heuvels, weer naar de boot gegaan. 

Daar kregen we nog bezoek van Inger Marie en Håkan, van de Alma, hartstikke gezellig!
Vanavond was het nog even een beetje spannend: toen we weer even wilden zwemmen, na het eten, en we bij de zwemtrap klaar stonden, zwom er opeen een slang in het water. Hij (of zij) kwam achter de boot vandaan en zwom het kanaal over. Pas toen hij ver weg was en we tegen elkaar hadden gezegd dat de slang banger is voor ons dan wij voor hem (dan moet hij wel erg bang zijn trouwens!) durfden wij het water in.

dinsdag 14 juli 2026

Over de Boren naar Borensberg

Vanochtend hebben we weer even lekker gezwommen, buiten in de zon ontbeten, ik ben even brood wezen halen bij de Hemköp en daarna vertrokken we naar de trappensluizen van Borenshult. Een korte maar mooie route.



We waren er even voor negen uur, en er lag al een motorboot te wachten. Het was heerlijk rustig. De hoop dat we vroeg gesluisd konden worden was al gauw verdwenen, want op de lichtkrant stond dat we om 11:30 aan de beurt waren. Onze Zweedse buren begrepen het ook niet. Ik ben maar even naar de lockkeeper gelopen, en die vertelde dat er eerst mensen van beneden naar boven geschut werden en dat daarna de rondvaartboot vanuit Motala aan de beurt was. En daarna wij.


Okee, dat is dan maar zo. We hadden immers al geleerd dat je op het Göta Kanaal niet haastig moet zijn, want dat frustreert alleen maar. Het was heerlijk weer, en we hadden alle tijd, en we kletsten met de buren voor ons (de Zweden) en de Nederlanders achter ons (die veel minder tijd hadden als wij).

Langzamerhand werd het steeds drukker aan de steiger. Een boot of tien wilde naar beneden. En ongelofelijk: toen Hidzer met onze achterburen sprak, kwam er een mevrouw aan lopen vanaf de sluis. Ze vertelde dat wij met hen in een sluis in België hadden gelegen, en dat we hele leuke kleinkinderen aan boord hadden. Nou ja, worden we zomaar weer herkend!

Ik heb nog even de blog van 2023 nagelezen over de week dat Marit en Hidde met ons mee voeren, maar ik heb er niets over geschreven. En toen die mevrouw langs ons kwam met haar man op een Hellingskip ging er bij ons geen kwartje vallen. Ze hebben geen indruk op ons gemaakt toen.

Björn en Annika, de lock-keepers (ze heten anders maar wij noemen ze Björn en Annika) kwamen langs om te vragen hoe lang en breed we zijn, en later hadden ze Lock-Tetris gedaan en ons allemaal ingedeeld. Wij mochten met de tweede schutting naar beneden.  Om 11:30 uur ongeveer startten we, en om 12:10 uur waren we op het Boren meer. Samen met de Nederlanders uit Workum op de Viking, en de Nilise uit Denemarken. Het sluizen ging prima. Vijf sluizen achterelkaar, in totaal zijn we 15,3 meter naar beneden gegaan.




Bij een dubbele sluis, of een trappensluis, moet ik afstappen en de lijnen meenemen naar de volgende sluiskamer. Pas in de laatste kamer mag ik weer aan boord stappen. Hier in Borenshult was Cocky van de Viking vergeten dat ze weer aan boord mocht, maar ik kon haar nog net op tijd waarschuwen. Anders had ze een enorme sprong moeten maken, wil je niet aan denken!

Er was te weinig wind, zeg maar helemaal geen wind, om te zeilen. Jammer! Nou ja, dan maar lekker rustig op de motor. Niet de Viking, die ging heel erg snel vooruit. De Nilise en wij deden het rustiger.


Waar we flink van schrokken: waterplanten! Lange slierten, met bloemetjes, die op het wateroppervlak dreven. Die bloemetjes. En de stengels zaten in de grond. Terwijl het minstens zes meter diep was! En dat in de onzichtbare vaargeul! Onzichtbaar omdat het gewoon de logische route was, waar iedereen (dus ook de rondvaartboot) vaart. Je zou denken dat de schroeven van de boten die planten wel kortwieken, maar nee hoor! 


Nu we hier in Borensberg gingen liggen, op een geweldig plekje aan een hele lange steiger, en we gingen zwemmen, zagen we dat er van die stengels rond de schroef zaten. Niet dat onze sterke schroef en sterke motor er last van hebben, maar we hebben ze toch maar even verwijderd. Dat was niet moeilijk, mede dankzij het heldere water.

We liggen hier prachtig. Aan de ene kant bos en daarvoor een soort weiland waar schapen lopen en aan de andere kant kunnen campers staan. Op mooie plekjes in het groen. 


We hebben vanavond nog een rondje gelopen, maar vanmiddag niets anders gedaan dan zwemmen, lezen en luieren. Heerlijk!


Er kwamen steeds meer boten liggen, volgens ons is de steiger nu wel vol. Iedereen is lekker rustig. We horen wat gepraat, wat gelach, wat gespetter in het water, en we hebben een BBQ geroken. Een heerlijke warme avond, tot laat hadden we de zon in de kuip. 

Het enige vervelende was de rondvaartboot uit Berg. Die kwam vanmiddag met flinke vaart langs, ging keren op de Boren, en met flinke vaart weer richting de sluis. We hingen even flink in de lijnen! En het is nog een lelijk schip ook. We hebben de schipper een naam gegeven van iemand die wij niet aardig vinden.....

maandag 13 juli 2026

Motala Verkstad

We zijn een paar kilometer verder gevaren. Ter hoogte van Baltzars graf hebben we even naar hem gezwaaid, en hem bedankt voor dit mooie kanaal. Toen hij er pas lag hesen schepen altijd de vlag voor hem, maar wij vonden zwaaien wel genoeg. Voor de sluis en de spoorbrug hebben we kort moeten wachten, maar de andere drie bruggen gingen al zó vroeg voor ons open dat we bijna extra gas wilden geven.

Het was heerlijk warm en in Motala Verkstad vonden we weer het mooiste plekje van de haven. Helemaal op het eind van de lange kade naast de locomotiefwerkplaats.

Dit is historisch gezien weer een bijzondere omgeving. Ooit begonnen als een reparatiewerkplaats voor de bouw van het Göta Kanaal, en uitgegroeid tot een van de belangrijkste industrieën van het land. Een beetje als Forsvik maar toch heel anders. 

Motala Verkstad is echt door het Göta Kanaal ontstaan en gegroeid. Er kwam een droogdok, een timmerwerkplaats, een zagerij, er werden later houten schepen gebouwd en nog later 400 ijzeren. Tegenwoordig wordt het dok beheerd door de kanaalmaatschappij en nog steeds gebruikt voor reparaties en winterstalling van schepen. Leuk feitje is dat passagiersschip Juno, dat wij al een paar keer zijn tegengekomen, hier in 1874 is gebouwd.

Toen de werkplaats in 1822 werd opgericht, waren er 22 werknemers, maar het bedrijf groeide en in 1830 had het meer dan 200 werknemers en een jaar later zelfs 1000. In de jaren 1830 woonden er meer dan 500 mensen (medewerkers en hun gezinnen) in het dorp rond de werkplaats, maar slechts 75 in Motala köping (= Motala Marktplaats, daar waar wij in de haven lagen). 

Generatie na generatie woonden en werkten mannen en vrouwen in Motala Verkstad. Er ontstond een complete stad in het gebied met winkels, scholen, ziekenhuizen, verenigingen en armenzorg. Uiteindelijk werd het een groot concern dat wereldwijd bekend werd door de productie van stoommachines, locomotieven, bruggen en scheepsonderdelen, maar het is in 2024 failliet gegaan.

Helaas voor ons was het industriemuseum, door dat faillissement van 't bedrijf, al een paar jaar geleden gesloten. Maar de oude kranen, een paar fabrieksgebouwen en een oud wooncomplex (nu hostel) zijn er nog wel. Achter het grote gebouw aan het water zijn er nog een paar van die grote, maar alles was afgesloten. Jammer!

Wij hebben van de warme windstille dagen gebruik gemaakt door de stuurhut van twee lagen lak te voorzien. Niet dat het echt nodig was, maar het knapt er gewoon weer mooi van op.





In het dorp zelf is niet zoveel sjeu te zien. Maar in deze oude schuur stonden mooie hekken, het was een goudmijntje hoor!


Van het grote gele gebouw, waar nu een fietsenzaak in zit, weten we niet wat ooit de functie was. Misschien ook een fabriek annex werkplaats.
 

Trouwens, de metaalarbeiders van de oude fabriek richtten in 1888 de allereerste coöperatieve consumentenvereniging (Konsumförening) van het land op.  Ze wilden betaalbaar en goed voedsel en levensmiddelen aanbieden aan de arbeidersgezinnen van het fabrieksdorp. Deze 'Sällskapet Arbetarnas Ring' is de basis voor de bekende Zweedse supermarkt Coop. 

Wij hebben boodschappen gedaan bij de lokale Hemköp, waar een prachtige auto stond. Ik vond vooral de dobbelsteentjes op de deurvergrendelingen geweldig!



Op één van de mooie warme zonnige ochtenden hoorden we al om zeven uur fluitmuziek. Er lagen vier vrouwen, elk op een matje, en één mevrouw liep in het rond en speelde. Er werd niets gezegd, het was stil op de muziek na. Eerst deed het wat Aziatisch aan, zonder kop en staart zeg maar. Na een klein half uurtje herkenden we liedjes.

Dat leek me wat lastig voor de dames die wilden mediteren of ontspannen. Ik zou mee willen zingen in mijn hoofd, of de tekst zoeken, of willen bedenken wie het had gezongen. Zo hoorden we Scarborough Fair, dat we op de trekharmonica kunnen spelen, en zelfs Waarheen Waarvoor (ik dacht dat het "Waarheen leidt de weg" heette) van Mieke Telkamp.

Natuurlijk hebben we ook weer lekker gefietst, deze keer rond het meer Boren. Met de klok mee, over bergen en door bossen waar huizen op rotsen zijn gebouwd, naar het plaatsje Borensberg waar we morgen naartoe willen varen.



Een lekker picknick (dankzij de Hemköp) tegenover het prachtige hotel in Borensberg.


Ten zuiden van het Boren meer was het vlakker, minder bossig en zagen we hele grote akkers. En EPA's, levende slangen, mooie bermen, van die Paasbulten-die-geen-Paasbulten-zijn, groepjes brievenbussen en mooie schuren met prachtige kozijnen.


Elke dag zwommen we en luierden we in hangmat en onder de bimini. Wat weer topdagen op en rond deze plek!