woensdag 22 juni 2022

Naar Hainburg

Ruim voor de eerste sluis, de sluis van Griefenstein, werden we ingehaald door een passagierschip uit Malta. Voor en achter ons voeren twee vrachtschepen, die mochten samen in de linkerkamer van de sluis, en het passagierschip moest even op ons wachten in de rechterkamer. We zakten bijna 15 meter, en dat is normaal leuk, maar onze vriend de Maltees had zijn schroef draaien en stonk nogal, dus deze keer was het minder prettig. Maar ach, de Schwimmpoller maakte weer veel goed.


Bij Wenen varen we in de zon langs twee grote witte schepen naast elkaar, dit is het Bundesgymnasium . Leuke locatie!

We zien veel gebouwen waarvan we zeggen “oh ja!”, want we zijn in 2019 hier een aantal dagen geweest en hebben toen heel veel gezien. Daarom varen we nu door. We worden vaak op de foto gezet merken we.  Langs de noordelijke kant liggen veel vissersboten, met een net er voor. Een vierkant net. Maar volgens ons zijn ze niet meer in gebruik. En het ziet er ook niet uit alsof ze als vakantie-huisje gebruikt worden. H’m.

Voor de laatste sluis van Oostenrijk, Schleuse Freudenau, moesten we even wachten. Met een Oekraïner duwbak worden we geschut.

We bellen een vriend van onze Donaubus Alex, dat moet een “nice guy” zijn. En dat is hij! We mogen aan zijn rondvaartboot komen liggen in een zijarm van de Donau, bij het stadje Hainburg. Het schip, de Carnuntum, moet nog wel even varen met gasten vanmiddag, maar dat lossen we wel op.

Na de sluis hebben we enorm de stroming mee. We blijven daarom achter de Oekraïner, en varen bijna stationair op 750 toeren tegen de 16 kilometer per uur. Dan verbruikt de motor slechts 1,2 tot 1,3 liter per uur, dat is wel super natuurlijk.

Hier zien we veel huisjes op de wal met die zelfde vierkante visnetten. We hebben even opgezocht wat het is: Daubelfischer. Eigenlijk een hele grote totebel, een kruisnet. Die laten ze in water zakken, hijsen ‘m weer omhoog en dan maar kijken of er een vis in is blijven hangen. Eigenlijk komen ze alleen voor in het gebied van de rivieren Thaya en March, en in het stuk Donau voorbij Wenen.




Bij het stadje Hainburg draaien we rechtsom een inham in. Dat was even pittig met die sterke stroming! We hadden het gevoel alsof we niet eens vooruit kwamen, maar wel opzij geduwd werden. Dat was ook wel enigszins zo, maar de motor deed zijn best en we kwamen al gauw buiten de stroming en toen werd het weer rustig. Poeh, we hebben het al vaker gezegd: we zijn blij dat we de Rijn niet stroomopwaarts hebben genomen, want die sterke tegenstroom is niet echt leuk.

We hebben even aangelegd aan een grote Schiffartsaufsicht-schip. Een ponton verder dan die van de Carnuntum. En nog een ponton verder liggen twee scheepjes van de brandweer.

Na een half uurtje kwam Markus Hainer, de eigenaar van de Carnuntum, aanvaren. Hij zwaaide, maakte een foto en riep dat hij nog een keer ging varen en dat we daarna bij hem langszij konden. Fijn! We zijn niet van boord geweest, want we lagen natuurlijk een beetje illegaal tegen een overheidsschip aan.

Maar met lekker mensenkijken, lezen, wat soppen vloog de tijd om. Het rondvaartschip (van 20 meter) kwam met flinke vaart weer door de stroming naar de inham en legde aan. Toen de gasten van boord waren wenkte hij ons.


Nou, Markus is inderdaad echt “a nice guy”. Hij vertelde honderduit over zijn schip, dat hij ooit in Nederland had gekocht, in Wessem. Van de sloop gered bleek uit zijn verhaal. Hij heeft er veel aan opgeknapt, en het is nu een leuk rondvaartschip.

We kregen tips over de stroming op de Donau, over de betonning, en hij vertelde over een schip dat nu de Donau afgevaren is ivm een schoonwateronderzoek, waarvan hij de schipper goed kent.

Vanavond hebben we nog lekker rondgelopen in het dorp Hainburg. Een vriendelijk dorp, met mooie gekleurde huizen, waar ze in de restanten van de vestingmuur appartementen gaan bouwen, waar de pizzeria zijn terras aan de overkant van de weg heeft en waar aan de Donau weer een soort boulevard is waar gezellig gepicknickt werd.




Het begon te miezeren, en dat doet het nu al de hele avond. Niet erg, we maken het niet laat, en we laten de deur van de stuurhut open vanwege de prima te verdragen warmte.

dinsdag 21 juni 2022

Tulln

Een heerlijke dag in Tulln. Wat hebben we gedaan? Niet zo veel en toch weer wel. Na het ontbijt heb ik bij de havenmeester betaald. Slechts voor 1 nacht. Want de vorige avond konden we niet van het terrein en niet douchen, de dieselpomp was defect, we konden eigenlijk de borg van de chip voor het hek pas na acht uur morgen terugkrijgen, dus het was een gedoetje. Ik stelde voor dat we anderhalve nacht zouden betalen, maar hij maakte er 1 nacht van. De lieverd. Het was 36 euro, dus ook wel genoeg voor als je slechts hoeft te liggen. En geen borg. Ik moest de chip (zo groot als een 2 euro munt) maar onder een krat leggen. Heb je dan geen brievenbus? Oh ja, die had hij wel.  We liepen samen naar het hek omdat hij ‘m even aan wilde wijzen.

De boot moest even worden verlegd, naar een nog mooier plekje, vlak aan de Donau. We hebben gewassen, lekker koffie gedronken en zijn op de fiets de stad in gegaan.

Het is een leuk stadje, Tulln. Ze noemen het Gartenstadt Tulln, en inderdaad, het is ontzettend groen overal. Met veel bloemen en parken. We deden een stadspicknick bij een grote fontein, lekker in de zon. Het schip van kunstenaar Hundertwasser, de Regenswasser, ligt in een daghaven. Je mag daar niet overnachten. De boot wordt gerestaureerd, en is in ’t echt minder imposant als we hadden verwacht.

Aan de Donau staat een Nibelungendenkmal. Ze denken dat Kriemhilde en Etzel elkaar hier ontmoet hebben. We hebben het verhaal gelezen, en het is gewoon een soap! Het speelt zich af in de dertiende eeuw, een hoogtepunt van de Middeleeuwse literatuur, en beschrijft de ondergang van het huis der Bourgondiërs.

Siegfried wil trouwen met de mooie Kriemhilde, van het geslacht Bourgonden. Eén van haar broers, Günther, wil wel aan het verzoek voldoen, mits Siegfried hem helpt. Günther wil namelijk trouwen met de sterke Brunhilde, koningin van IJsland.

Zij wil slechts trouwen met de man die haar in 3 spelen kan overwinnen. Dat lukt Günther niet, maar Siegfried is sterker en hij doet alsof hij Günther is. Het plan lukt en er vindt een dubbele bruiloft plaats: Siegfried met Kriemhilde, Günther met Brunhilde.

Maar ja, toen Siegfried deed alsof hij Günther was, heeft hij Brunhilde’s ring en zijden gordel tijdens één van die wedstrijdjes afgepakt, en die zijn later door zijn vrouw gevonden. Zij beticht haar schoonzus van overspel. Brunhilde is boos, Siegfried ontkent, de waarheid komt bijna aan het licht (dat Günther niet zo sterk was als hij zei te zijn) en dus moest Siegfried dood.

Kriemhilde zint toch wel op wraak, en als ze later trouwt met Etzel en haar broers uitnodigt voor een feest, worden die gedood. Ook alle meegereisde Bourgonden, die nu Nibelungen worden genoemd sterven. Kriemhilde oveleeft deze strijd ook niet, maar dat zouden ze nu nevenschade noemen.

Dus zo gingen de Nibelungen ten onder.


Omdat de dieselpomp in de haven defect was (een afgebroken dingetje was in bestelling) hebben we 4 jerrycans vol gehaald van het auto-tankstation op 600 meter afstand. Daar was ook een grote Spar, dus we kunnen nu ook de afbakbroodjes van de Spar meenemen in ons warenonderzoek.

Verder hebben we wat gepoetst, van de zon genoten, de route voor morgen nogmaals bekeken, even gezwommen, de dag vloog om. En dat terwijl we lekker lang buiten bleven zitten. Heerlijk!

maandag 20 juni 2022

naar Tulln

We wilden om zeven uur vertrekken. Maar we hadden ons een uur vergist. Dus het was nog maar kwart over zes toen we de Donau op voeren. Klein foutje, maar niet erg. De zon scheen al weer en we hadden de stroming lekker mee. Gelukkig maar, anders was er iets helemaal fout met de Donau.

In Sint Nikola zagen we een tableau met opschrift dat Franz Josef de scheepvaart had bevrijd van gevaren in de Donau-Wirbel door een stel rotsen tussen 1859 en 1863 te laten verwijderen. Ja, hij zal wel gedacht hebben “ik ben al een keer op een rots gevaren, dat wil ik niet weer”.

De zon verdween wel gauw, en een paar uur later hoorden we een donder. Nou, dat zou toch pas vanmiddag? Ik keek ook nog maar even op Windy, en daar werden we niet vrolijk van. Toen het donkergrijs werd en het begon te regenen, waren we toevallig (hoe is t mogelijk!) bij een Gasthof met steiger.

We hebben aangelegd, en aan een jongen die op het terras met stoelen bezig was vroeg ik of we even mochten liggen. Ja, natuurlijk mocht dat. En toen ik vroeg hoe ’t zou zijn met het onweer tussen de bergen, zei hij dat dat niets voorstelde.

En inderdaad, na ruim een kwartier was de regen al lang opgehouden en de donkere wolken trokken ook weg. We besloten om weer verder te varen.

Sluis Ybbs stond al op groen voor ons en gaf ons geen problemen. We weten niet zo goed waarom De Donaubus ons waarschuwde, maar het water klotste wel aardig dus voor kleinere boten is dat waarschijnlijk minder prettig.

Er kwam meer wind, de zon bleef weg. Langs de Donau zagen we soms bij een dorp een betonnen muur als dijk, behalve bij Gasthöfe. Daar kunnen panelen tussen geplaatst worden. Misschien wilden de mensen mooi uitzicht op hun terras? De betonnen muren kunnen zelfs wegen afzetten in geval van nood.

We hoorden later dat het in 2013 enorm hoog water was geweest, toen is hier heel veel moeite gedaan om dorpen en huizen “droog” te houden.

In de sluis van Melk waaide het hard. We hadden daar voor de wind, en het water klotste zelfs wat over de “achterdeur”. 

Melk wilde ons niet als passant, slechts grote rivercruisers zijn welkom. Er lagen er 12! We hadden de grote abdij wel even van dichtbij willen bekijken, maar dat kon dus niet. Jammer, want het boek “De naam van de roos” van Umberto Eco wordt verteld vanuit deze abdij. Tenminste, als ik me dat goed herinner. Nou ja, het klooster van Schonbühel was ook erg mooi: vlak aan het water, op een rots.


Na de lunch (afbakbroodjes: de Steinöfen broodjes van de Aldi-süd zijn lekkerder dan die van de Lidl en de Rewe) kregen we het ruim anderhalf uur hartstikke druk. Het vaarwater was smaller, er lagen wat rotsen links en rechts dus we moesten nogal slingeren en opletten, en potverdorie: juist nu was  het druk met grote schepen. Zowel vracht als passagiers.

Van de mooie omgeving hebben we even bar weinig gezien. Sommige schepen hadden een blauw bord, ze haalden elkaar in, op de marifoon was het druk, eentje riep ons op omdat hij ons links wilde passeren, het ene schip voer met een blauw bord ten teken dat we elkaar stuurboord-stuurboord moesten passeren  en het schip daarachter wilde weer bakboord-bakboord, en twee twijfelden wat met hun blauwe borden. Eerst wel, dan toch maar niet. Grapjassen! En de politie passeerde ons stuurboord-stuurboord zonder blauw bord, vlak bij een gierpont. En dat terwijl we een enorme stroming mee  hadden, we voeren op een gegeven moment 16,8 kilometer per uur. Het was dus druk voor ons en achter ons. Alles verliep hartstikke goed hoor, maar we hadden het er wel even druk mee.

En zó apart: na anderhalf uur al die schepen om ons heen werd het rustig. Erg rustig. De verdere dag hebben we geen schip meer gezien. Ja, pas om een uur of negen ’s avonds.


Vandaag zagen we voornamelijk schepen uit Oekraïne, Bulgarije, Roemenië en Zwitserland. De laatste zijn dan meestal rivercruisers. Eentje kwam ons tegemoet en toeterde, maakte foto’s en zwaaide. Grappig! Maar uit Oekraïne waren ook rivercruisers.

En wat ons ook opviel: van de rederij MSG zagen we geen schepen meer. Zouden die dan voornamelijk tot Linz varen? Hier waren het veel schepen van rederij Rubiships.

Na Krems werd de Donau weer superbreed, dat was heel ontspannend varen. En Anton van sluis Altenwörth reageerde op mijn “Schleuse Altenwörth für Sportboot Nocht” met iets van “ja, sportboot, vaar maar door, de rechter sluiskamer staat voor je klaar”. Zo supersnel van begrip hebben we nog geen Jean-Pierre of Heinrich gehad!


We hebben nog even geankerd na deze sluis om te zwemmen en zijn daarna doorgevaren naar het haventje van Tulln. De havenmeester reageerde eerder al niet op de telefoon, dus we legden aan op de gastensteiger. Het was inmiddels 20:00 uur, we waren al lang onderweg. Maar toch was de dag weer omgevlogen. Lekker!

Eenmaal in de haven begon het te waaien en te regenen, maar we liggen prima. We zien de Donau redelijk dichtbij, er liggen voornamelijk kleine maar ogenschijnlijk snelle speedboten en we kunnen niet van het terrein af. Hoeft ook niet, het is laat genoeg.

Morgen blijven we hier ook nog hebben we besloten. 

zondag 19 juni 2022

Naar Wallsee

Vannacht hebben we een paar keer liggen schommelen, waarschijnlijk door de rivercruisers. We vertrokken vroeg, de zon scheen wel maar nog achter de bergen. Na anderhalf uur varen stond de sluis van Aschach al voor ons open, en sluiswachter Anton verzocht ons om reddingsvesten te dragen. Nou, die hebben we bij ’t manoeuvreren standaard aan.

De Donau werd steeds breder en breder. Okee, dan wordt de stroming dus onze snelheid ook wat minder, maar dat vinden we niet zo erg. Er was weer veel moois te zien.

De sluizen zijn hier allemaal even groot.  Een breedte van 24 meter, een lengte van 240 meter. En daar liggen wij dan in ons eentje in. Achter ons gaat er een enorme keerwand omhoog, tot ongeveer een halve meter boven waterniveau, en voor ons zijn het twee deuren. Enorm hoge en enorm dikke deuren.  Indrukwekkend hoor!




Af en toe zien we een bord met “Havarieabsetzplatz Wassertiefe 150-230 m”. Dat zijn plekken waar schepen kunnen aanleggen (ergens tussen sluizen), om mogelijke gewonden van boord te zetten. Hier kan een ambulance bij het water komen.

Voor de sluis van Ottenheim voeren we door vlak land, maar na de sluis (die Anton al ruim op tijd op groen had gezet voor ons) voeren we weer tussen bergen door. Het waaide flink hard, maar dat deerde ons niet.

En ja, daar zagen we de Donaubus! Hij kwam bijna recht op ons af, en we zwaaiden en maakten een foto.  Even later werden we opgeroepen door de Donaubus, maar op onze reactie terug bleef het stil. Druk met aanleggen waarschijnlijk.

We kwamen door Linz, waar we zagen dat er een tunnel door de bergen gegraven werd, en er binnenkort een brug komt. Wat een project, om dit te bouwen! Met een soort gondels van berg naar berg om materiaal aan- en af te voeren.  Linz is een moderne stad die oude gebouwen koestert, geen recreatiemogelijkheden aan het water heeft, wel steigers voor de vele aanwezige witte rivercruisers, het zag er niet verkeerd uit. Maar toen de Donau een haarspeldbocht nam, kwamen we in het industriegedeelte, en dat was minder mooi. Maar ja, het hoort er nu eenmaal bij.

Het was druk op de marifoon met meldingen over inhalen, vertrekken, omkeren, we moesten even goed opletten.

Nou ja zeg, bij sluis Abwinden kwam sluiswachter Antonia naar ons toe lopen. Met een briefje. Wat bleek? De Donaubuschauffeur had haar gebeld en gevraagd of wij hem wilden bellen. Dat deden we natuurlijk, toen we de sluis uit waren. Hij vroeg of we een blog bij hielden, en wilde ons graag volgen. En hij waarschuwde ons voor de sluis van Ybbs. We hebben hem een foto van ons visitekaartje gestuurd. En Ybbs, daar komen we morgen pas.

Vandaag zijn we in het verenigingshaventje van Wallsee gaan liggen. De havenmeester (die ik had gebeld) zei dat er een mooi plekje was voor hun verenigingsgebouw, en we zijn daar gaan liggen met ons anker voor de zekerheid maar in ’t water. Want misschien hadden we die als steuntje nodig: de vingersteigers waren niet erg lang.

In de oude arm, de Wallsee, was het even verderop druk. Door het mooie weer en omdat het zondag was, lagen er veel speedboten voor anker. Dat jeukte ons ook wel, maar we wisten niet hoe het met diepte zat. Nou, bleek later, als je maar weet hoe je varen moet is het diep genoeg. Maar je moet wel bakboord aanhouden tot het eind van het visserssteigertje, dan weer naar stuurboord. Tja, en dát staat nou net niet op onze kaart.

Ach, we lagen heerlijk in onze ruime box (eigenlijk plek voor twee, maar er kan niemand bij of het moet een kano zijn), met veel aanspraak van de leden. We hebben gezwommen (heerlijk!), geluierd, konden het Oostenrijks niet verstaan dus het was niet hinderlijk dat ze naast hun clubhuis zaten, en later op de avond kletsten we nog met drie aardige mensen die erg geïnteresseerd waren in onze reis, vroegen of ze ons konden volgen en de tips gaven voor ons volgende traject.  Maar het was wel een hoog “je moet het even weten” gehalte, en dat vinden we wel erg spannend.

Het is een kleine vereniging maar ze hebben het supergoed voor elkaar! Daar kunnen heel veel commerciële havens een boel van leren!

We kregen tot onze verrassing nog foto’s van de Donaubus, die Alex blijkt teheten. Hij heeft ze gemaakt toen we elkaar op het water passeerden. Heel leuk!

Het bleef erg lang erg warm. We hebben nog een stukje gelopen, lekker rustig, dat was erg lekker. En toen we naar bed gingen hadden we de deur van de stuurhut open, het luik boven ons bed en die in de stuurhut ook, en zo was het goed te doen onder slechts een dekbedhoes. 

zaterdag 18 juni 2022

Naar Gasthof Gierlinger

We vertrokken weer in de zon. Heerlijk! We hoorden dat het in Nederland gisteren ook heerlijk warm was, en vandaag ook weer, dus dat treffen we dan maar mooi met zijn allen. Het lag wonderwel rustig, aan de rand van de Donau.


Met alle info bij de hand, we vonden zelfs een briefje van Marit in een boek, moest het helemaal goedkomen vandaag. Maar voor het eerst kregen we een beetje pech bij de sluis: Anton zei zelfs “tut Mir Leid”, want er was slechts één sluiskamer en die werd juist naar beneden geschut. En pas op ruim tien kilometer afstand kwam een Hongaars vrachtschip de berg op varen, dus al met al kwamen we pas om half tien uit de sluis. De sluis die op slechts 1100 meter van de haven ligt.

Ach, we lagen aan een schip vast, hebben wat gepoetst, nagels gelakt, ontbeten, en we lagen in de zon, dus het was niet zo erg. Anton riep ons op toen we los konden, dat was lief van hem.

Passau vanaf het water was ook wel aardig, door de gekleurde huizen, maar ja, al die rivercruisers hè? Het verpest gewoon het zicht op de mooie dom en de kerk.


Om 10:00 uur passeerden we het Dreiflüsseeck, het water werd grijsgroen (moderne interieurkleur), we kregen direct een paar kilometer extra snelheid door de stroming, we werden ingehaald door 2 rivercruisers en 3 kwamen ons tegemoet. Wat een drukte!

Maar oh, wat was het weer prachtig! We hadden het druk met om ons heen kijken, en moesten ook nog goed op onze route letten. Vroeger was het best wel spannend om hier te varen. Door de krappe bochten, doordat er te veel of te weinig water stroomde, door nevel en wind, door de rotsen in het water en ga maar door. Ook Sisi, pas getrouwd met haar Franz Josef liep hier in september 1854 aan de grond.


Maar nu hebben we sluizen en is het relatief een simpel tochtje. We zagen zwaaiende fietsers, een kerk boven op de berg, een mooi bruggetje, een huis op een rots, prachtige kerken, mooie burchten, speedboten, stapels hout, kampeerders,  leuke dorpjes en natuurlijk veel bergen. Eerst Duitsland aan bakboord en Oostenrijk aan stuurboord. We zagen geen verschil.

Na de sluis van Jochenstein voeren we echt Oostenrijk binnen. We zwaaiden even naar de Jochensteinfels met het beeld van Sint Johannes van Nepomuk er op. Dit rotseiland van negen meter staat er al een tijdje, en vroeger werden nieuwe zeemannen hier gedoopt. Wel een gedoe, op negen meter hoogte.

Landschappelijk zagen we vanaf hier geen verschil, maar we werden wel  blij van de vrolijkevlaggen in rood-wit-rood. Dat vinden we toch mooier dan het zwart-geel-rood van Duitsland.


Halverwege de middag legden we aan bij Gasthof Gierlinger. Dat was leuk! Het is een beroemd Gasthof, en veel mensen met speedboot (oa vanaf de campings die we zagen), fiets of auto kwamen hier even aan. Een late lunch, een sorbet, een diner.

Wij reserveerden ook een tafel, en dat was maar goed ook, want ’s avonds waren beide terrassen vol. Maar eerst genoten we van de zon en warmte, alles wat langs kwam varen, beeldbellen en deden we verder niets. De berg op wandelen was ons even te warm.

De Wienerschnitzel (daar hadden we onze zinnen op gezet) smaakte prima. Het was lang geleden dat we zo’n brok vlees hadden gegeten. We zaten op het terras, hemelsbreed 15 meter van de boot af. En daarna bleven we nog lang in de kuip, want het bleef warm. Om half tien was het nog 27 graden. Heerlijk!

We kregen veel complimenten toen we hier lagen, één meneer wilde ook zo’n reis maken maar zijn vrouw wilde niet, en een ander wilde ook  wel maar had geen boot.

Er stopte een auto naast ons, en daar zat (bleek later) een Donaubus-schipper in. Hij kwam bij ons zitten en we hebben gezellig gekletst. Hij gaf ons nog een paar tips voor de route, en we komen hem morgen vast tegen want dan vaart hij op de Donau-bus tussen de sluis van Ottensheim en Linz. Leuk, dan gaan we zwaaien!


vrijdag 17 juni 2022

Naar Passau

Het bevalt ons wel, slapen bij een sluis. Dat komt voornamelijk omdat het zo rustig is. Gisteren hoorden we de kikkers, vanochtend vogels, en vannacht één of twee schepen. We zijn er niet bewust wakker van geworden en kunnen niet vertellen hoeveel het er waren.

We zijn vroeg vertrokken. Lekker in de zon. Eerst voeren we langs een aantal baggerschepen  en aanverwant spul. Dat hadden we op de marifoon gehoord, dat er Bauarbeiten zouden zijn. Maar of ze waren niet zo vroeg als wij, of ze hadden een lang weekend genomen, want ze waren (nog) niet aan het werk.

Dat vonden we niet erg, want het eerste uurtje was even wennen: er lagen veel kribben in het water dus we moesten nogal slingeren. En lang niet overal zijn tonnen geplaatst. En als ze al zijn, betekent het niet dat je er vlak langs moet varen. Nee, houd maar wat afstand, dan weet je zeker dat het diep genoeg is.

Want de diepte varieerde vandaag nogal. Af en toe was het 2,10 meter diep, maar in een bocht maten we ook zomaar 10,20. Dat is nogal een verschil!

Dus in het begin moesten we even samen flink opletten. De digitale kaart liet mooi zien waar we waren en toonde de ideale vaarroute, en “De Belg” gaf veel info. We stuurden binnen, zodat we de digitale kaart goed konden zien en ook de dieptemeter. Eigenlijk was ’t niet nodig, maar het voelde goed zo.

Af en toe zagen we “bekenden”, die stil aan de wal lagen. Bekenden in de zin van: we hebben deze vrachtschepen al eens gezien op onze reis. Waar precies weten we soms niet meer, maar dat geeft niet. Ergens bij een sluis of zo....

Even buiten het dorp Deggendorf kwam het riviertje Isar op de Donau uit. En daardoor nam de stroming toe: zonder veel gas te geven zaten we 15 tot 17 kilometer per uur. Dat schoot lekker op. Maar na een poos werd de Donau weer breder en ging het weer iets langzamer, maar we zaten toch steeds op ruim 11 kilometer per uur terwijl de motor niet veel toeren maakte.


Op de oevers werd het steeds gezelliger, door kampeerders. Gezinnen, vriendenploegen, noem maar op, met tenten, campers, caravans, partytenten, en natuurlijk de onontbeerlijke tafel met stoelen en barbecue.

De Donau was soms bochtig, voerde ons door vlak land en langs bergen, en bracht ons tegen twee uur in haven van MYC Passau. We liggen aan een passantensteiger buiten de haven, lekker in de Donau, met in de verte zicht op de sluis. Voor ons liggen een paar vrachtschepen en een rivercruiser.

Het is een leuke haven. Niet groot, maar prima sanitair, een zwembad voor kinderen, een speeltuintje, en voor de verenigingsmensen een leuk onderkomen met terras. De barbecue rookt nu, ze vieren Feierabend.

Vanmiddag zijn we op de fiets naar Passau gegaan. Het is ruim 5 kilometer fietsen, we hebben de heenweg door wat woonwijken gecrossed en terug langs de Donauradweg. Het Dreiflüsseeck wilden we even zien, maar viel ons wat tegen. De Donau, de Inn en de Ilz komen bij elkaar, en inderdaad was het leuk te zien dat het water van elke rivier een andere kleur heeft.

De Ilz heet ook wel “zwarte parel van het Beierse Woud”. Deels om de donkere kleur, die ontstaat doordat het door moerasgebieden stroomt, en deels omdat er zeldzame beekparelmossels in de Ilz voorkomen.

De Inn ontstaat in Zwitserland en heeft zijn groene kleur te danken aan het smeltwater van de gletsjers in de Alpen.

En waarom de Donau blauw genoemd wordt? Geen idee. Waarschijnlijk omdat het zo lekker rijmt.


De Donau kun je nauwelijks meer zien door de vele rivercruisers. De vele gasten daarvan liepen ook vlak in die buurt rond, en dat is toch ander publiek dan verderop in de stad, waar je meer merkt dat er een universiteit is. Daar vonden wij het gezelliger.

We hebben weer veel gezien vandaag, en zijn blij dat we 88 kilometer gevaren hebben. Klinkt veel, maar het viel heel erg mee. Nu nog even lekker van ons uitzicht genieten!

donderdag 16 juni 2022

Ja, de Donau op!

Met verse broodjes aan boord vertrokken we om kwart over zes. De bakker was al om zes uur open, dat had ik gisteren gevraagd. Beetje vreemd, want het is vandaag Fronleichnam, een feestdag. Het is een Sacramentsdag te zijn, voor de Katholieken, en er mag blijkbaar geen vrachtverkeer zonder speciale reden Duitsland in. En de winkels zijn dicht. Behalve onze bakker, gelukkig. 

Nou, de vrachtschepen hebben geen Feiertag: we zagen direct 2 voor ons uitvaren (eentje hebben we bewust gezien, de ander gehoord), en binnen 2 kilometer kwam ons een koppelverband van 185 meter tegemoet. Fijn hoor, AIS: we zien welke schepen varen, met hun richting en snelheid. We zwaaiden nog even naar Slot Prunn, kwamen onder een mooie swingende brug door en zagen nog een ruïne boven op de rotsen. 



 



Bij Kelheim konden we zo de sluis invaren, we zwaaiden even naar de Befreiungshalle (hij staat echt hoog in de bergen!), en om kwart voor negen voeren we de Donau op. We hadden verwacht dat het kilometerbordje wel mooi te pronk stond, maar nee, we waren er al voorbij voor we ’t wisten!



Ha, de stroming was direct te voelen: zo’n drie kilometer sneller dan op het MDK. Lekker!

De Donau was niet blauw vandaag. Eerder groen en grijs.. Okee, eerst moesten we even uit de industrie-zone van Kelheim, maar daarna was het genieten hoor: lekker breed water, mooie bergen, mooie bochten, en prachtige vergezichten.

Het eerste schip dat we tegenkwamen was een Roemeen. Zouden alle Duitsers dan Feiertag hebben? Nee, bleek even later, niet alle Duitsers. Maar we zagen wel veel vissers, fietsers, speedbootjes, wandelaars, dus heel veel mensen waren wel vrij. Ha, één van de vissers boog voor ons en nam zijn hoed af.


Ons Donau-handboek van Pierre Verberght is na jaren nog best actueel. Hij vermeldt onder andere een hoogspanningsmast met vier bollen, en ja hoor, er hangen vier bollen in. En kleine kreekjes en zo, en de hoogte van de bruggen, het klopt allemaal.

Ons Donau-handboek van DSV-Verlag geeft ons veel achtergrondinfo, en de digitale kaarten van Stentec loodsen ons door de GPS mooi door het vaarwater.


Bij Regensburg moesten we even op de sluis wachten, maar het was nog best vroeg en we besloten om niet te blijven liggen maar door te varen. Een een paar kilometer verderop kwamen we langs Walhalla. Het is een protserige eretempel, ook gebouwd door Koning Ludwig I van Beieren, en er schijnen allerlei bustes en plaquettes in te staan van belangrijke staatslieden, militairen, wetenschappers en kunstenaars. Uit het Duitse Rijk. Maar dat bleek een ruim begrip, want ook Erasmus, Hugo de Groot, Michiel de Ruyter en Peter Paul Rubens zijn er te zien. Grappig.


Het midden van de Donau is diep. Soms wel zeven meter. De vaargeul wordt niet met tonnen aangegeven, we moeten de digitale en papieren kaart vaak checken. Niet dat het direct ondiep is, maar ja, het is een rivier en dat kan veranderen. 

Er kwamen wat dreigende wolken aan, en juist toen we in de sluis van Geisling waren begon het enorm te regenen. Dikke druppen en een paar donderslagen. Maar het was ook heel snel weer voorbij. Tenminste, boven ons. Verderop regende het nog wel.

Bij de volgende sluis, die ook al weer voor ons open stond, zijn we direct aan bakboord gaan liggen. Aan een meldsteiger voor sportboten. Er ligt een soort werkscheepje, we pasten er nog net mooi achter. Ik vroeg Heinrich de sluiswachter via de marifoon of we hier mochten liggen, kreeg toestemming en hij wenste ons zelfs goedenacht. De lieverd!


Het ligt hier prima: er komt heel weinig verkeer over de brug, we genieten van het doorlopend concert van kikkers, en van de twee schepen die langs kwamen hadden we geen last.