vrijdag 4 september 2026

Naar Earnewâld

Het klinkt simpel en snel, van Zoutkamp naar Earneâld. Nou, simpel was het ook hoor, maar we hebben er wel vijf dagen over gedaan. Lekker op ons gemakje.

Dinsdag en woensdag was het prachtig weer, daar hebben we van geprofiteerd door een wasje te doen en die héél snel in flinke wind te laten drogen, en door vanaf Leeuwarden naar Burgum te fietsen (en weer terug) om Hidzers moeder te bezoeken.

Verder was het overwegend grijs, met af en toe regen en soms flinke wind.





In deze zes dagen hebben we drie musea bezocht. Drie heel verschillende! Eerst in Zoutkamp, daar zijn we met Klaas en Sjieuwkeline naar het Visserijmuseum geweest. In de voormalige betonningsloods van Rijkswaterstaat was voor ons van alles te leren over de historie van het visserij rond Zoutkamp, en keken we in Siegerlida's Hoeske, een origineel herbouwd Zoutkamper vissershuisje met een inrichting van rond 1900. Maar ook de tijdelijke expositie Stromen van Verandering en de filmpjes met interviews over hoe de oorlog is beleefd waren erg interessant. 

Ergens stonden gedichten op een muur, deze vonden we erg passend hier:

Achter de deurloods
Spookt het verleden
In mompelverhalen van oude vissers.
Waar garnalen tot legenden worden
En stormen aanzwellen tot orkanen
van vindingrijkheid.

Binnenkort wordt het museum verbouwd en uitgebreid, dus we komen hier weer om dat te bekijken!

Toen we het winderige Lauwersmeer (zonder heuse golven, dat viel ons op) over waren vonden we in de Dokkumer Diep weer een mooi Marrekrite plekje. Twee zelfs, want we zijn om wat meer in de luwte te liggen de volgende dag een kilometertje verder gevaren. 

En vanaf daar gingen we naar het enige Vlasmuseum van Nederland! In Ie, of in het Nederlands, in Ee. In een braakhok is het kleine, schattige museum gevestigd, waar je van alles kunt zien over het proces tussen vlas zaaien tot linnen kleding dragen. 

Een braakhok (tevens de naam van het museum) werd in de crisisjaren van voor de Tweede Wereldoorlog door de gemeente ingesteld als een soort sociale werkvoorziening. Hier werd 's winters gewerkt: het vlas werd gebraakt (de stengels breken) en gezwingeld (de houtige deeltjes verwijderen).


En in Leeuwarden zijn we naar het Fries Museum gegaan. Een mooie expositie over Friesland (nooit geweten dat 10.000 jaar geleden de Noordzee één grote zandbank was) met een mooi wandvullende foto.

 

Bij het gedeelte over de Hindelooper Kamer hing een wandvullende foto van oud-Parijs. Leuk om te zien waar we gevaren hebben! Die Hindelooper Kamer is in 1877 samengesteld voor een Historische Tentoonstelling. En een jaar later stond het op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Ongelofelijk toch?



Speciaal voor de tentoonstelling werkten onder leiding van Éric Van Hove Friese, Marokkaanse, Zweedse en Indonesische ambachtsmensen ruim negen maanden aan de motor uit een veldhakselaar, een landbouwvoertuig. Alle 295 onderdelen van de motor werden nagemaakt van Marokkaans houtwerk tot Hindelooper schilderwerk en van Indonesisch snijwerk tot Zweeds glaswerk. In de Blokhuispoort hebben de ambachtslieden een maand lang intensief samengewerkt om de onderdelen passend te maken en samen te voegen. Zó leuk!



Van de Poptaschat wisten we dat het oud en van zilver was. Maar nu leerden we er "alles" over, en vinden we dat het Eysingaschat moet heten. Want rond 1670 gaf jonkvrouw Anna van Eysinga opdracht tot het maken van deze zesdelige zilverschat. Een hele kostbare klus! Maar toen ze stierf in 1683 (ze heeft er dus niet zo lang van kunnen genieten en mee kunnen pronken) werd haar huis, de Heringastate, en veel van haar zilver gekocht door de steenrijke  advocaat Popta. En die man haalde een rare streek uit: hij liet zijn familiewapen over het wapen van onze jonkvrouw aanbrengen. De macho!

Maar goed, de hele wereld is in de ban van deze zilversmeedkunstwerken, en in opdracht van het Victoria and Albert Museum in Londen zijn er replica's gemaakt die wereldwijd in musea staan! Steeds onder de naam Poptaschat, dat is wat jammer. Maar misschien wel beter uit te spreken.


Natuurlijk hebben we ook veel tijd besteed aan het Verzetsmuseum. Heel anders, maar ook zeer indrukwekkend.

Nu liggen we in Earnewâld. Het was een winderig tochtje, en we liggen hier hartstikke aan lagerwal. Letterlijk, niet figuurlijk! Code geel, maar ach, met dikke stootwillen tussen ons en de steiger redden we het prima. Af en toe liggen we wat scheef want de mast vangt veel wind, maar de wind gaat straks weer wat liggen en dan hoeven we niet meer te denken aan glijdende glaasjes en zo. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten