vrijdag 31 juli 2026

Mem

 We hebben Sönderköping verlaten. Na een vers brood halen, een praatje met Jan (die niet Jan heet) van de Indigo, en met Ing-Marie van de Alma, zijn we samen met de Azzurro gaan sluizen. De Azzurro kennen we al sinds Vassbäcken.  We hebben nooit met ze gesproken maar elkaar wel vaak gegroet.

Toen we even bij een sluis moesten wachten vertelde meneer Azzurro, een Duitser, dat de boot in Ketelhaven ligt, dat hij vanaf nu elke week een bemanningswissel heeft (zijn vrouw hadden we al gezien, nu is een zoon mee met twee vrienden, dan komt een broer en verder weten we het niet meer....) en hij wil op 16 september weer in Ketelhaven zijn. Misschien zien we elkaar nog.

De ochtenden hier, zowel in Söderköping als in Mem, zijn veelal bewolkt maar 's middags is het heerlijk zonnig en warm. We namen afscheid van Söderköping met haar 'dijkhuizen", voeren langs een lange berg de ongeveer zes kilometer naar Mem.



De laatste haven van het Göta Kanaal. Klein maar leuk. Er liggen nooit zoveel boten, hoorden we, waarschijnlijk omdat als je hier binnenkomt de stad Söderköping meer trekt, en als je hier het kanaal verlaat wil je ook echt weg. 

Nou, wij nog even niet. We vonden weer het mooiste plekje in de haven: langszij vlakbij het restaurant. Er lopen geen mensen langs, slechts fietsers die hun fiets parkeren. We hebben naar bakboord uitzicht naar het kanaal, en vanuit de kuip naar achteren op de laatste sluis en het open water naar de Oostzee. Nou, vanaf Mem hemelsbreed naar de laatste rots voor de Oostzee is ruim veertig kilometer, maar dat terzijde.


Marit wilde graag weer een foto, en deze is dus uit Mem. 


We hebben gezwaaid naar de Indigo en gekletst met Ing-Marie en Håkan van de Alma. Zij liggen hier nu ook. Na een geweldig mooie fietstocht zijn we bij hen aan boord uitgenodigd voor een sapje. Ja, die fietstocht: veel meer afwisseling kun je niet krijgen!

We wilden een rondje fietsen en ergens op de Slätbaken (zo heet het water voorbij de sluis) met een pont oversteken. We kwamen over rustige gravel- en  asfaltwegen, over heuvels en bergen, door bos en landerijen. 
 

Zomaar bij een kruispunt van gravelwegen, zonder een huis te zien, stond een bushaltehokje voor de schoolbus. Die kinderen moeten minstens een kilometer lopen of gebracht worden! Maar 't bushokje ziet er niet meer zo leuk uit, dus misschien zijn de kids al te groot voor de bus. Of hebben een EPA-auto, dat kan natuurlijk ook!




De rode Falu Röd verf, van de huizen, boerderijen en schuren, verkleurt wel na een aantal jaren. Dat heeft trouwens ook wel wat, wanneer het een beetje bruiniger wordt. Het "rots-fundament" van deze schuur is in de loop van de jaren ook al wat rood geworden. 

Een schuur die naast deze stond, werd geverfd toen we langskwamen. Met een spuit, niet meer met een kwast. Hij kreeg weer een mooi rood kleurtje!


Met de (gratis) pont staken we over. Het tochtje was kort, we waren in twee minuten aan de overkant. Maar 't was leuk, want we komen hier binnenkort langs met de boot.

Op het schiereiland aan de overkant staat een groot kasteel, Slott Stegeborg. Misschien is het leuk en interessant, maar wij vonden de buitenkant te modern gerestaureerd, hadden al gelezen dat er weinig echt ouds was, dus we lieten het kasteel voor wat het was.

Van fietsers op de pont hoorden we dat aan de zuidkant van de baai geen rustige wegen zijn, dus we besloten weer met de pont terug te varen en aan de noordkant een andere route terug naar de boot te nemen.

Ha, zo kwamen we door het dorpje Å. Eén van de twaalf plaatsjes/gehuchtjes in Zweden met deze naam. Dit dorpje heeft een kerk (weer een witte met zwart dak), en er stond een bordje dat verwees naar de oude kerk. Die hebben we niet opgezocht, dat laten we aan de 200 inwoners van het dorp.


Ing-Marie en Håkan wilden ons alcoholvrije cider laten proeven, wij namen Rivella mee. Want ja, dat is weliswaar van oorsprong Zwitsers, maar Nederland is volgens mij het enige andere land in Europa waar het veel gedronken en gekocht wordt. In Luxemburg schijnt het ook te koop te zijn, maar hier in Zweden niet. 

De Rivella viel goed in de smaak! We hebben heel gezellig gekletst, over hun zevenjarige reis door Europa (niet een rondje, maar vanuit Zweden naar Turkije tegen de klok in en weer terug), over eten, gewoontes en nog veel meer. Vandaag gaven we Ing-Marie een DIY slinger, omdat ze jarig is. 

Wij zijn vanmiddag (na het Skûtsjesilen) door de sluis gegaan en liggen nu beneden. Op zeeniveau. Een beetje verdrietig want oh, wat was het Göta Kanaal weer een belevenis. Maar ook vol energie, want we hebben zin in de duizenden rotsen van de scherenkust.


We gaan ze missen: de aardige lock-keepers, de gele sluiswachtershuisjes, de rode hekjes, de 58 sluizen van het Göta Kanaal en de 6 sluizen van de Göta Alv en het Trollhattan Kanaal. Echt, we zouden zó weer de 92 meters willen stijgen en dalen. 

dinsdag 28 juli 2026

Drie dagen in en rond Söderköping

Ha, we hebben het weer getroffen: we liggen op één van de mooiste plekjes in de haven van Söderköping (spreek uit als Seudersjeuping). Aan vingersteigers, met de kont van de boog naar de wal. De wal is hier een boulevard. Met veel, heel veel, flanerende mensen. Veelal Zweden, die we niet verstaan dus we luisteren niet naar ze en storen ons er niet aan. Trouwens, als je je daaraan zou storen moet je hier natuurlijk niet gaan liggen.

Wij liggen als enige met de kont naar de wal, en omdat onze kuip zo lekker beschut is zien de mensen ons nauwelijks. De boot valt op, door vorm en kleur, en de vlag valt op. Dát verstaan we wel, dat ze 't over Holland hebben.

Oh, en wat we hier ook treffen: kloppers. Hebben we al vaker gehad, maar hier elke dag terwijl we aan boord waren wel vijf keer! Dus als we er niet zijn, misschien nog wel veel meer. Kloppers zijn veelal oudere mannen, die even willen weten of de boot van staal gemaakt is. Na het kloppen horen we vaak een tevreden gehum. 


We liggen dus met de kont naar het stadje, en met de kop naar een berg. Een best steile berg. Mooi! Oh, en wat de boulevard betreft: heel veel caféetjes en restaurantjes, waar mensen ook wanneer het knap waait lekker op het terras blijven zitten. Verderop zijn zaken waar muziek gedraaid wordt, bij ons is het lekker rustig. Er zijn ook minstens 4 ijssalons, waarbij er eentje aardig beroemd is. Mensen staan er lang voor in de rij, voor zowel de handijsjes (bekertjes of hoorntjes), als voor de sorbets op het terras. Dat terras zit 's ochtends om een uur of elf al vol, en dat blijft zo. 

De kapster (ja, het was echt nodig dat ik naar de kapper ging, Hidzer wilde me bijna niet meer aankijken), vertelde dat we daar geen ijs moesten eten, ze wist een betere zaak: naast de systembolaget. Nou, we waren 't ook niet van plan hoor: een sorbet kost ongeveer 16 euro!


Aan 't begin van de haven staat aan het fietspad een bord dat zegt dat hier konijnen oversteken. Nou, dat doen ze ook: hele grappige beeldjes van konijntjes. En het leuke is dat aan de overkant ook konijntjes willen oversteken!
 


We zijn een paar keer de stad doorgewandeld, langs het oude riviertje, grote gebouwen vrolijk gekleurde huizen. De rode kerk stamt al uit de Middeleeuwen en is één van de weinige hier die volledig van baksteen gemaakt was. Dat wat er nu staat is  natuurlijk al vaak verbouwd en herbouwd, na schade door brand en overstromingen. De zwarte klokkentoren vinden wij zeer geslaagd.







Bij het Raadhuis staat een oude telefooncel. In de jaren tachtig waren er ongeveer 44.000 van zulke (mooie!) telefooncellen in Zweden. Nu is er een geluidsbox in geplaatst en kun je door op knoppen te drukken Zweedse gedichten horen.



We hebben een flinke wandeling gemaakt, waarbij volgens ons geen tweehonderd meter vlak was. Zelfs aan de rand van het graanveld merkten we iets heuvelachtigs. Maar oh, wat leuk. Ongeveer vijftien kilometer, lekker intensief en enorm afwisselend. 

Per ongeluk namen we verkeerde afslagen (drie keer), vandaar wat extra kilometers. Het pad was soms goed aangegeven maar soms ook niet. 




Het laatste gedeelte, door het bos, was bijna wat sinister. Heel veel rotsen met mooie mossen bedekt, we waren blij dat het een licht bos was, anders was het bijna eng geweest misschien. En ook waren we blij dat het droog was (geweest), want het klimmen en dalen was waarschijnlijk geen pretje als de rotsen glad van de regen waren. 







Vanaf Söderköping vertrekken er dagelijks drie rondvaarboten, elk met hun eigen route. We vinden het lelijke schepen, met akelige schippers. De Viktoria had niet eens mooie weidepaaltjes als stootwillen, maar halve berkebomen. Op de (vroege) ochtend van onze wandeling zagen we dat er iemand de roestvlekken even met witte verf bestreek....


Desondanks vinden we ook Söderköping een aanrader. Evenals alle andere aanlegsteigers, haha. We zijn fan van het Göta Kanaal, en verheugen ons op de laatste haven: Mem!

zaterdag 25 juli 2026

Nog een dagje (rond) Klevbrinken

Ergens halverwege de ochtend vertrok de camper. Richting Noorwegen. Jammer, het afscheid, maar oh, wat was het leuk! Ons rest natuurlijk veel herinneringen, foto's, en ook een tekening. Marit maakte de Nocht, met een Noorse vlag. Want ze hoopte dat we daar nog naartoe zouden varen zodat we elkaar weer zouden zien. 


Wij zijn gaan fietsen. Langs het kanaal naar Söderköping, bijna vijf kilometer verderop, om te kijken waar de leukste ligplaats zou zijn. Nou, die zijn er een heleboel, dus we maken ons daar geen zorgen over.

Bij een parkeerplaats zagen we dit bord. We hebben er een poosje naar gekeken en begrepen er wel wat van, maar niet alles. Ja, dat dit een parkeerplaats is voor personenauto's en motoren. Dat je de parkeerschijf moet gebruiken, voor maximaal vier uren. En dat iets geldt tussen 1 mei en 31 augustus. 

Maar die tijden? Die begrepen we niet, maar zijn eigenlijk heel duidelijk. Op doordeweekse dagen van 8:00 tot 18:00, op zaterdag en de dag voor een feestdag (de tijd tussen haakjes) dus ook van 8:00 tot 18:00 uur, en op zon- en feestdagen (in het rood) voor het gemak hier ook van 8:00 tot 18:00 uur. Later zagen we nog een bord met afwijkende tijden voor de zon- en feestdagen, maar wel weer dit rijtje. 


De laatste haven en de laatste sluis van het kanaal zijn in Mem. Dat is een kilometer of zes verderop. Hier gaan we waarschijnlijk ook nog een paar dagen liggen. We merken al dat het moeilijk wordt om afscheid van het kanaal te nemen. Dat is een grappig besef, want we willen ook graag het scherengebied in.

In de sluis is een marmeren plaat gemetseld, met een bijbeltekst. We begrijpen de tekst niet zo goed, maar het schijnt te refereren aan "de immense godsdienstige en inspannende arbeid van het kanaalproject".


Op de kaart hadden we een aanduiding over runestenen gezien. Dat was een leuk doel om naar toe te fietsen. Bijna hadden we ze gemist, ze stonden in een bos bij een kruispunt. En tja, in eerste instantie denk je "is dit alles"?


Maar het was nog interessant ook: de linker steen is ongeveer 2.5 meter hoog, en ene Sigsteinn heeft deze steen in de tiende eeuw laten plaatsen, met er in gekerfd de (vertaalde) tekst "Sigsteinn heeft deze steen opgericht ter nagedachtenis aan Ingvar, zijn zoon. Hij stierf in het oosten". Wie Sigsteinn was wordt nergens vermeld, dat is weer jammer. 

En die Ingvar, dat is ook een vraagteken. Er is namelijk een Zweedse vikingexpeditie geweest tussen 1036 en 1041. Naar het oosten. Dat is in dit geval naar de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. 

De expeditie werd geleid door Ingvarståget, dat is zoiets als Ingvar de Bereisde, of Ingvar de Verre-reiziger. Is Ingvar van onze steen een expeditie-lid geweest of was hij de leider? 

Vrijwel alle mannen zijn omgekomen door ziekte en gevechten. Een mislukte expeditie dus. Er schijnen in Zweden ongeveer 25 zogenaamde Ingvarstenen opgericht te zijn ter herinnering aan de omgekomen Vikingen.


De rechter steen, iets kleiner, en daarvan is beschreven dat ene Åsa dit monument heeft opgericht ter herinnering aan haar man Porgisl en haar vader Porgunnr.


We hadden weer heel veel te bepraten en te fantaseren onderweg, dat begrijp je wel. Maar niet zo heel lang hoor, want we reden door een prachtig gebied. Heel afwisselend, veel heuvels en bossen en graanvelden. 



Een heerlijke dag, maar 't was wel wat stil aan boord hoor!

vrijdag 24 juli 2026

Gezellige drukte aan boord naar Klevbrinken

Wat weer een geweldige dag! Omdat het een mooie route was, en omdat we drie opstappers aan boord hadden. Jan bleef bij de camper en wilde fietsen, Anneke en de kids gingen mee. We zouden elkaar in Klevbrinken treffen, waar wij wilden blijven liggen.

De kids vermaakten zich met van alles, ze zijn helemaal thuis aan boord. We hadden twee extra reddingsvesten mee, die weliswaar wat te groot waren voor de kids maar het moest maar even. In de sluizen zou Hidzer aan boord blijven en kon wel zonder reddingsvest. Dat is niet volgens de regels van het Göta Kanaal, maar we hebben er geen commentaar op gekregen gelukkig.

Al varend op een mooi stuk kanaal, soms best smal, en over het meer Asplängen, deden we een dubbelsluis, vier enkele sluizen, een openstaande sluis, en zes bro's. Hidde blijft het grappig vinden, dat bro brug betekent. Ze troffen het, want we hadden drie rolbruggen (rullbro), een klapbrug (klaffbro) en een draaibrug (svängbro).


Het was prachtig zonnig en warm, en we hebben ons allevier prima vermaakt. De kids werden om de beurt in de mast gehesen, dat was wel het allerleukst.




Jan-die-niet-Jan-heet (maar een moeilijke naam heeft, zoals hij zelf vertelde) van de Indigo, vond het een superoplossing om de kinderen bezig te houden. Grappig is dat we hem gisteren twee maanden geleden voor het eerst ontmoetten in Göteborg. We hadden een ander vaarschema dan hij, maar we bleven dus wel bij elkaar in de buurt. Ergens onderweg vandaag kwamen we zomaar weer met hem in de sluis. Dat was ongeveer onder lunchtijd.





Het zal iets van half drie geweest zijn dat we bij de aanlegplaats Klevbrinken aankwamen. Een lange lege kade, bij een droogdok en camping. Hidzer en ik hadden gedacht dat Jan en Anneke na een hapje en sapje wel weg zouden willen, om ergens een mooi kampeerplekje te vinden, maar Jan had geen zin in rijden dus ze bleven hier op de camping. Vlak bij de boot, achter het rode gebouw rechts op de foto.


Het droogdok wordt nog steeds gebruikt, ook als overwinterplaats. Dat hadden we van Ing-Marie en Håkan van de Alma gehoord.


De Elisabeth kwam ook aan de kade liggen. Mevrouw vroeg me of er stroom was: nee. Ik vertelde dat de lockkeeper van de laatste sluis ons had gezegd dat er nog slechts drie plekjes aan vingersteigers waren in Söderköping, de volgende haven. Dat is niets voor hen, dus ze bleven hier. 

We hebben nog lekker gezwommen, gezwierd en gezwaaid rond de mast, heel lekker Thais gegeten (van de foodtruck op de camping) en veel gekletst en gelachen. Het is niet laat geworden, op een of andere manier waren we allemaal best wat moe. Marit en Hidde wilden graag bij ons aan boord slapen, dat kon natuurlijk. En Marit wilde heel graag bij mij in bed, dus Pake stapt in het meisjes bed met roze hoeslaken en hartjesdekbed.