vrijdag 7 juli 2023

naar écluse 8, op kilometer 75,5

Met mooi zonnig en bladstil weer zijn we vertrokken. Wel eerst even naar de bakker natuurlijk, voor verse Baguettes Traditions. Het was heerlijk warm, en we waren best blij dat het wat bewolkt was. Anders was het waarschijnlijk zelfs voor ons erg warm of te warm geweest. Maar nu voer het heerlijk.

De Marne meanderde vrolijk, we voeren nog steeds tussen wijngaarden (champagnegaarden) door, langs kleine dorpjes, hoorden af en toe een auto en heel vaak vogels. Soms was het even zoeken of we een bocht naar links of rechts zouden krijgen, zo spiegelden de bomen in het water.

Hoewel we soms de indruk hadden dat we langs de Vecht voeren, deden de huizen ons daar niet aan denken. Mensen hebben hier niets met water, lijkt het wel. Geen zwemtrapje, geen zwemsteiger, zelfs bij een groot huis (met enorme muur er omheen en een boerderij ernaast) lag niet eens een roeibootje.


Maar er pal tegenover stond wel een gammel vissteigertje, die zelfs een kilometeraanduiding had. Met een soort registratienummer. Waarschijnlijk moet dat, als je hier je eigen vissteiger wilt creëren.


Charly-sur-Marne, daar voeren we langs en namen de sluis. Er was wat met Charly-sur-Marne, maar wat ook weer? Even zoeken. Ja, pas sinds 2006 heeft het "sur-Marne" achter haar naam gekregen. Nu hebben ongeveer 50 gemeenten en stadjes/dorpjes dat. Toeristisch gezien klinkt dat beter, nu weten we waar het ongeveer ligt. 

Hier liggen de grootste wijngaarden van de Champagne, en burgermeester Louis Emile Morlot heeft ergens rond 1885 ervoor gestreden (juridisch, niet met geweren) dat de naam Champagne slechts voor mousserende wijnen uit dit gebied gebruikt mag worden.

Oh ja, en in februari van dit jaar is er een hele erge brand geweest, waar een moeder met zeven kinderen bij omgekomen zijn. De vader is als enige uit het pand gehaald, met ernstige brandwonden. Ik weet nog dat we dit hoorden of lazen, toen we in Nydri waren, niet beseffend dat we er vlak langs zouden varen.

De grote wijngaard (38 hectare), Baron Fuenté, wordt blijkbaar af en toe besproeid door water uit de Marne. We zagen enorme pijpen, met voor elke pijp een dieselpomp, langs de oever staan. En verderop twee oude kleinere, die niet meer in gebruik zijn maar ook niet weggehaald. De boel staat nu te verroesten. Ook dat is Frankrijk.....


De diepte van de Marne is geruststellend. Steeds een meter of vier. Behalve vlak na de sluizen, daar maakt de barrage (stuwdam) waarschijnlijk wat zanderige heuvels onder water, want dan springt onze dieptemeter van vijf meter naar twee, of zelfs een keer naar 70 centimeter. Onder de kiel, dus dan is het nog 2 meter diep hoor, maar we schrokken er wel een beetje van.

We passeerden een viezig groot bord waarop stond dat we vanaf nu weer een ander help-me-telefoonnummer moeten kiezen voor de VNF. Blijkbaar zitten we weer in een ander arrondisement.

Tegen half een besloten we een plekje te gaan zoeken. Dat valt hier niet zo mee, want de Poteaux Bleus van het Canal entre Champagne et Bourgogne kennen ze hier niet. Maar gelukkig wel mooie wallen bij de sluizen. Na een half uurtje, toen we bij écluse 8 op kilometer 75,5 kwamen, zagen we weer zo'n wal. Waarschijnlijk bedoeld als wachtsteiger voor vrachtschepen, maar ook goed genoeg voor ons. 

En wie lag daar? De Ettie, waar we zo fijn naast gelegen hebben tijdens onze eerste nacht in Château-Thierry. We werden uitgenodigd voor een borrel, en het was enorm gezellig. Richard en Julia zijn al sinds 2011 met hun nieuwe  Piper boat (model Nederlands binnenvaartschip) op de kanalen en rivieren van Europa te vinden. 

We hebben heel gezellig gekletst en zullen elkaar vast nog wel eens treffen. Want zij varen een stukje voor ons uit, maar omdat Julia voor vier dagen naar de UK gaat, gaan we ze vast weer inhalen. We zien wel.


Weer aan boord, het was nog steeds heerlijk warm, bleven we lang buiten zitten, en waren blij verrast met het mooie uitzicht op de wijngaarden in de verte, terwijl het bladstil was op de Marne. 

donderdag 6 juli 2023

Naar Château-Thierry, op kilometer 50,5

Eergisteravond was het wat regenachtig, en toen we naar bed gingen zagen we in de verte voor ons onweer. Wij kregen wat wind en regen, maar het viel best mee. Maar de temperatuur daalde flink. Geen ontbijtje in de kuip in shirtje en korte broek, nee, we trokken warme vesten aan en ik zelfs een lange broek.

De wind bleef de hele dag flink waaien, maar echt last hadden we er niet van. Ecluse nr 3, Vandières, was op een klein stukje gekanaliseerde Marne, maar dat stukje was maar 500 meter en heeft geen andere naam gekregen. We moesten even wachten op een Nederlandse kruiser maar konden al snel naar binnen. Hier stond weer een drijvende steiger voor ons klaar, waarmee we ruim anderhalve meter naar beneden zakten.


Het lijkt wel wat gek hoor, de kolk van zo'n sluis. De wanden zijn hartstikke schuin. Dus hoe verder we  naar beneden zakten, des te smaller werd het water. De drijvende steiger heeft niet veel aanlegmogelijkheden, maar het ging prima.  Op beide palen (waar de steiger tegenaan leunt) is een klein boldertje, en op de steiger staan slechts een paar beugels. 


Wij pakten met Buurtje, de sluishaak, zo'n beugel vast, bonden de lijn aan de middenbolder en dan stapte ik van boord om twee lijnen door twee beugels te doen. Het schutten op zich ging heel relaxed, we merkten niet eens dat we zakten.



De Marne had weer mooie bochten en af en toe wat rechte stukken, en aan de bomen en wolken was goed te zien dat het flink waaide. Maar niet zo erg als in Nederland, waar de storm Poly flink te keer ging. Maaike stuurde een filmpje en een foto, daar schrokken we wel wat van.



De twee andere sluizen van gisteren stonden al voor ons klaar, dus slechts
 de deuren hoefden te openen. En dat deed de télécommande al op grote afstand. Dit waren sluizen in de rivier zelf, dus niet in een stukje gekanaliseerd. 

De sluizen hadden weer rechte muren, en er naast liep het water over een stuwdam gewoon naar beneden. De borden die aangeven dat je er niet in mocht varen deden wat komisch aan, maar we hebben foto's gezien dat het hier ook wel eens erg hoog water kan zijn. Dan zie je de stuwdam niet eens en lijkt de sluis een obstakel.


In het stadje Château-Thierry wilden we gaan liggen, maar de steiger was vol. De stadssteiger (Halte Fluvial) biedt plaats aan drie boten liggen, that's it. Verderop is een kade, maar daar ligt van alles onder water vertelde de schipper van een toeristenboot, dus we wilden weer een paar honderd meter terugvaren voor een andere kade.

Maar de mevrouw op een Engelse barge, de Ettie, zwaaide en vroeg ons of we bij hen langszij wilden. Graag! We hebben gezellig gekletst, hadden een rustige nacht en vanochtend, toen zij vertrokken, hadden wij een mooi plekje aan de steiger. In bladstil weer. Ongelofelijk! GIsteren heeft het de hele dag best gewaaid, en eergisteravond, toen wij in de verte onweer hoorden en zagen, heeft het hier in Château-Thierry echt hard gewaaid en veel geregend.


Naast ons een mooi beeld, het lijkt wel wat op de Love, die twee hoofden bij het station in Leeuwarden. Maar dit beeld is gemaakt door Nathalie Talec in 2021, ter ere van de 400ste verjaardag van Jean de la Fontaine


Na de koffie stapten we op de fiets. We merkten dat de hele stad iets met Jean de la Fontaine heeft. De beste man is hier geboren, en hartstikke beroemd geworden als schrijver van verhalen en gedichten, maar vooral van zijn fabels. 

We waren een beetje blij dat het museum dat aan hem gewijd is gerenoveerd wordt. En dus gesloten is. Stiekem wilden we er niet naar toe maar eigenlijk ook weer wel. Maar goed, de beslissing is voor ons genomen.

De Eerste Wereldoorlog negeren zal je in Château-Thierry niet lukken. Al van ver zagen we het grote monument op de berg, dat de Verenigde Staten hier in 1933 hebben gebouwd. We zijn er naartoe gefietst vandaag. 

Het was pittig, we hebben ook een paar stukken moeten lopen, zo steil was de weg. We puften en steunden, maar we hielden vol, want wat is nou ons ongemak vergeleken met dat van de soldaten die hier ruim honderd jaar geleden waren?

Nou, het was echt de moeite waard hoor! We hadden geluk dat we de enige bezoekers waren, en konden het imposante monument in alle rust bekijken. Een dubbele zuilengalerij, waanzinnig hoog, met aan de ene kant twee enorme gebeeldhouwde figuren die de Verenigde Staten en Frankrijk voorstellen en aan de andere kant een kaart waarop je kunt zien waar de vele Amerikaanse divisies hebben gevochten.





Oh, het museum, onder het gebouw, was weliswaar niet groot, maar wat een informatie! Heel indrukwekkend. We leerden weer onverwachte dingen, en schrokken van aantallen: van de 310.000 Amerikaanse soldaten die hier vochten hebben 67.000 het niet overleefd. Uit heel Amerika kwamen de mannen, verdeeld over 9 divisies.

De omgeving was (Amerikaans) brandschoon en heel goed onderhouden, en we hadden ook nog eens een mooi uitzicht over het Marne-dal.


We hebben een poging gedaan om naar de begraafplaatsen van de slachtoffers te gaan, maar na een kilometer of zes heuvel-op en heuvel-af geloofden we dat wel. Het klinkt wat oneerbiedig, maar we kunnen ons er wel een voorstelling van maken, hoe zo'n erebegraafplaats er uit ziet. 

En het maakt ons ook triest, het heeft altijd best invloed op ons. Dat mag, dat is goed. We weten dat er een groot verschil is tussen de Amerikaanse en Duitse cimetières: op de Amerikaanse staan helderwitte hoge kruisen, op de Duitse tref je grijzere en gedrongen kruisen. Logisch en vreemd. Duidelijk een verschil tussen slachtoffer en dader, maar het gaat wel om "identieke" levens.

Tijdens onze picknick, heerlijk in de zon, halverwege een heuvel, bleven we er (weer) over praten. Over oorlog, over dat "wij mensen" toch maar heel weinig van onze geschiedenis leren.

Via grappige straatjes, langs mooie en minder mooie gebouwen, stadse winkelstraten en een rotonde met een gouden leeuw kwamen we weer bij de Marne.



We fietsten even door naar de brug, om vanaf de andere kant een foto te kunnen maken, en zagen dat ook deze brug "oorlog ademt". 


Maar nu door de Tweede Wereldoorlog. In WOI was de brug al kapotgeschoten, en later herbouwd, en In juni 1940 is de brug weer kapotgeschoten. En tien jaar later herbouwd. Toen heeft hij de naam "Aspirant de Rougé" gekregen. Waarom? Omdat de jonge (pas 21 jaar)  Charles-Armand de Rougé vrijwillig aanbood om de verdediging van de brug, een strategisch militair punt, te organiseren. Met groot succes. Maar hij werd even later gedood door een sluipschutter.  


Ondanks alle oorlog-indrukken, en onze oorlog-overpeinzingen (de oorlog in de Oekraïne duurt ook al bijna 500 dagen!) hebben we nog wel lekker gelachen. We maakten een filmpje voor Marit, over dit beeld. Want we beseften dat zij zelfs al een fabel van Jean de la Fontaine kent!

Toen wij in juni in Nederland waren, kwam ze met een mooi kunstwerk thuis. Een stripverhaal, geknipt, ingekleurd en geplakt, over de fabel "de haas en de schildpad". Die houden een hardloopwedstrijd, waarbij de haas denkt makkelijk te winnen. Hij doet zelfs een dutje onder een boom. Maar de schildpad, die stug doorliep, had de wedstrijd daardoor gewonnen. Het moraal van dit verhaal is dat je niemand mag onderschatten, en dat de aanhouder wint..

dinsdag 4 juli 2023

Bij Châtillon-sur-Marne, op kilometer 14,9

Naar aanleiding van het brug-incident en de rellen in de verschillende steden hebben we vanochtend onze route-mogelijkheden weer eens bekeken. Het lijstje met de rivieren en kanalen tot in Nederland werd langer dan we dachten. De Fransen geven zomaar, van de ene op de andere kilometer, andere namen aan hun binnenwateren. 

En zoekend op Teletekst, pagina 722 Buitenlandse Binnenvaart, is het wel handig om te weten welke kanalen of rivieren voor ons van belang zijn.


Oei, op het Canal de la Meuse (de gekanaliseerde Maas) is het  niet best. Er blijkt er dus slechts 1,3 meter water te staan vanaf het begin in het noorden, vlak na Givet, tot het Canal des Ardennes. En de sluizen van even ten zuiden van Verdun tot je op het Canal de la Marne au Rhin komt zijn gestremd. 

We hebben Gerard een berichtje gestuurd, want hij is nog op de Canal de la Meuse of is hopelijk al verder. 

Wij zijn met vers stokbrood aan boord vertrokken. Het was bewolkt, een beetje fris, maar prima te doen in rokje/korte-broek met een vestje. De Marne is hier prachtig: breed, bebost, mooie vergezichten op de bergen, wijngaarden en prachtige huizen. En zonder wier! Vandaag hebben we onderweg niet eens naar het wierfilter gekeken, dat is weer een soort van luxe hoor.

Op een gegeven moment zag Hidzer iets groots op een berg staan. En vlak daarna troffen we een mooie steiger, speciaal voor ons gemaakt, haha! Op kilometer 14,9 vlakbij het dorpje Châtillon-sur-Marne.

We hebben de fiets op de wal gezet, de picknickspullen gepakt en zijn richting richting het beeld gefietst. Een klimmetje van ruim 100 meter, waarbij we af en toe echt moesten lopen. Maar we werden beloond met mooie uitzichten.

Het beeld was van een paus. Urbain de Tweede. Wij zouden hem Urbanus noemen, maar Urbain klinkt toch leuker. Hij heette trouwens eerst Eudes.

Hij is als zoon van een ridder geboren in Châtillon-sur-Marne, maar wanneer weten ze niet. Ergens tussen 1035 of 1042. Hij heeft het tot Paus geschopt, dat is wel zeker, en organiseerde en financierde (samen met allerlei rijke bisschoppen)  de Eerste Kruistocht. Dat was om onder andere Jeruzalem te bevrijden van de Seltsjoeken, die de christelijk gelovige inwoners, pelgrims en het Byzantijnse Rijk bedreigden. 

Klinkt als een goede zaak.

Tegen de tienduizend ridders, veertigduizend bewapende voetknechten, honderdduizend ongewapende pelgrims trokken via verschillende routes, over land en zee naar het Heilige Land.

Het project leidde tot plunderingen onderweg, het vermoorden van duizenden andersgelovigen, verwoesting van (religieuze) gebouwen en uiteindelijk tot de gewelddadige verovering van Jeruzalem.

Ondanks al dat geweld vonden ze Urbain de Tweede toch een goede kerel, en hij werd zelfs zalig verklaard. Een beetje wrang is wel dat hij nog leefde toen Jeruzalem bevrijd werd (laten we het maar zo noemen), maar toen het bericht Rome bereikte was hij net gestorven. Op 29 juli 1099.

Maar goed, in 1877 hebben ze dit beeld geplaatst. Urbain is 9 meter hoog en staat op een sokkel van 16 meter. Zijn hoofd en tiara zijn alleen al 2,4 meter. Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen in 1877, vragen we ons af.


Onder toeziend oog van deze paus sneed Hidzer onze Baguette Tradition aan, nee, we braken het brood niet, en picknickten we aan een heuse tafel. 


Met geweldig uitzicht! Dat was het klimmen wel waard hoor.



Met een omweggetje fietsten we weer naar de boot. Onderweg kwamen we langs een grote erebegraafplaats, waar 2671 mannen begraven liggen. Gestorven tijdens de Eerste Wereldoorlog bij verschillende Slagen hier in de buurt. 

Tussen 1921 en 1934 hebben ze de lichamen hier bij elkaar gebracht. We lazen ook op het infobord dat er veel mannen uit de Ivoorkust, Frans-Guinee, Mali, en Senegal hier gestorven waren. Dat waren landen die ooit door Frankrijk in bezit genomen zijn.


We liggen op een prachtig rustig plekje. Er zijn twee ongeladen épiches vanuit het westen langs ons gekomen, aan de linkerkant van het eiland. Om het eiland heen is eenrichtingsverkeer, want de Marne is nogal smal en heeft hier krappe bochten. 


Gerard is gelukkig al in Luik. Hij schrok van ons berichtje en beseft dat hij veel geluk gehad heeft. Wel heeft hij twee keer de bodem geraakt, dat was wel schrikken.

maandag 3 juli 2023

Naar Damery, op kilometer 5,2

De bakkerij is vandaag gesloten, een goede reden om te vertrekken. Rustig aan op de lichte stroming voeren we over een mooie Marne, die vanaf hier op een paar kleine stukjes na (die gekanaliseerd zijn), bevaarbaar is. Grappig te beseffen dat er waterdruppels zijn die met ons meereizen vanaf het plateau van Langres; wij via het Canal entre Champagne et Bourgogne, ruim 155 kilometer, de waterdruppels via de meanderende rivier de Marne, vele kilometers meer.

Na 900 meter kwamen we al in een stukje gekanaliseerd, dat ze heel fraai Dérivation de Cumières noemen. De Marne maakt een grote bocht links van ons. Aan het eind van dit rechte stuk kanaal, van 800 meter, was de eerste sluis. Nummer 1. De eerste van 19 sluizen tot we op de Seine komen.

 

Gelukkig voor ons tellen de kilometers gewoon door op de gekanaliseerde delen. De slingerende Marne telt heel sneu niet mee. Wanneer we kilometerpaal 178 gepasseerd zijn varen we op de Seine. We moeten nog wel een tunneltje doen, van 290 meter. 

In de eerste sluis (en de enige vandaag) kregen we van Jean-Pierre een télécommande. Een iets andere versie: vanaf nu kunnen we de sluis niet in werking zetten met het apparaatje, maar moeten we gewoon de blauwe duwstang gebruiken.

Alle sluizen (denken we) zijn hier iets anders dan we gewend zijn: nu zijn ze wat langer (45 tot 50 meter), iets breder (7,8 meter) en hebben een drijvende steiger in het midden. Dit is echt hartstikke luxe! 

We werden 1,1 meter naar beneden geschut en al gauw zagen we een mooie Marrekrite-steiger bij het dorpje Damery. De bakker had lekker stokbrood, dus we hadden het maar weer getroffen vonden we. 

Damery is een rustig stadje. Een goede bakker, een supermarkt die hele zielige oude paprikaatjes probeert te verkopen, een pizzeria, een terras, een meneer die het gras maaide van het parkje waar we aan liggen, en over de brug rijden af en toe interessante machines. Machines voor de wijnbouw, hoog op de wielen (soms vier wielen, soms drie), met al of niet vloeistof mee. 

Om de bocht, richting de bakker, is de straat hernoemd. Wie Paul Douce was weet ik niet. Hij heeft dus ooit een straatnaam gehad, maar in 1997 hebben ze de straat hernoemd naar Alfred Revolte. Deze man was groentenboer en hoofd van het verzet. In 1944 is hij gearresteerd en op de vlucht doodgeschoten. 


Ook Damery is één en al Champagne, zelfs op straat zie je het aan zomaar geplaatste wijnfleshouders. Leuk!


Op het Zeekanaal Brussel-Schelde is een schip keihard tegen een gesloten brug gevaren. Het brugdek wordt verwijderd zodat schepen weer kunnen varen (overmorgen of zo), maar het autoverkeer moet maandenlang omrijden. We houden het in de gaten, want wij willen hier ook langs.

Maar eerst nog heel wat meters op de Marne. Een bredere Marne dan we gewend zijn, en een stuk schoner. Fijn!

zondag 2 juli 2023

Epernay, dag 3 en 4

 anterre is een voorstad van Parijs. Was bekend om de zakenwijk La Défense, maar sinds dinsdag meer vanwege de dood van Nahel, een 17-jarige jongen van Algerijnse afkomst. Hij reed in een auto, moest stoppen van twee motoragenten om gecontroleerd te worden, reed door en werd doodgeschoten.

Het feit dat hij een Algerijnse nationaliteit heeft (die heb je voor je leven, gekregen van je ouders) en een kleurtje, is blijkbaar belangrijk, want er zijn veel rellen ontstaan met als "argument" dat er te veel racisme is in Frankrijk. Daar komt het zo'n beetje op neer.

Maar het werd zó erg, al elke avond en nacht tot nu, zijn er protesten en vooral vernielingen. Eerste alleen in Parijs maar nu ook in Lille, Marseille, Toulouse, Nice, Lyon, Pau, Reims, Nantes, Orléans en zelfs in Brussel en Lausanne. Scholen zijn vernield, winkels geplunderd, treinen en bussen en métro's vernield, veel branden gesticht, het is niet normaal.

Duizenden agenten zijn ingezet, en er is zelfs eentje overleden door het geweld.

De oma van Nahel heeft zelfs een oproep gedaan om te stoppen met al dat gedoe, maar de vooral minderjarigen lijken het een leuk tijdverdrijf te vinden.

Wij hadden ons al zitten af te vragen of we op 14 juli in Parijs zouden willen zijn. De dag van de Parijse Revolutie is de grootste feestdag van Frankrijk, met parades en vuurwerk. Het lijkt ons erg druk en als toerist niet zo geweldig. Maar nu, met deze onlusten, is het moeilijk te voorspellen waar in Frankrijk het leuk of juist gevaarlijk zal zijn. Moeten we in één dag door Parijs varen of toch een paar dagen blijven en rondkijken? Het duurt nog bijna twee weken, dus we hebben nog even tijd om te beslissen. Vooreerst doen we rustig aan.

Het weer hielp mee, met dat rustig aan doen, want gisteren was een regenachtige dag. Voor het loopje naar de bakker had ik een paraplu nodig, en pas 's middags werd het droog. Een paar uur lang was het zelfs stralend mooi weer!

We fietsten Epernay weer in en zagen dat de standaard huizen er toch heel anders uitzien dan bij ons. We blijven fan van de Franse balkonnetjes!



Het voordeel van een regenachtige dag is dat je eerder geneigd bent om op te ruimen en te poetsen. Dat deden we dus. En we bekeken veel foto's, en kozen een serie uit waarvan we in één avond vier afleveringen zagen.

Vandaag was het even warm, rond de 27 graden, wat bewolkter, maar wel droog. Bij de bakker kocht ik naast een Baguette Tradition ook lekkers voor bij de koffie. Een Nonnetje (Religieuse) omdat het zondag was en voor het gezonde (nou ja....) een Bateu Framboise. Heerlijk!


We stapten daarna weer op de fiets en wilden geen kerken bekijken maar wel andere oude dingen. Bij het haventje van Epernay (het mag eigenlijk de naam van "haven" niet dragen, maar in Frankrijk mag een heleboel.....) dachten we een oud station te zien. Maar het was het prachtige gebouw van Champagnehuis Castellane. We zijn er even (nou, met al dat eenrichtingsverkeer maakten we er wel een half uur van) voor omgefietst om de andere kant te kunnen zien.





Waarschijnlijk het alleroudst in Epernay is een deel van een kerk uit 1540. De Portail Saint-Martin wordt nu gekoesterd in een mini-parkje, maar vreemd genoeg is er een huis tegenaan gebouwd.


We besloten onze vlag te wassen. Maar dat is geen groot succes geworden. Het wit is niet meer wit te krijgen, het blauw is wat vaal en er zijn zomaar heel veel kreukels in gekomen! Van een afstand is het nog wel rood-wit-blauw, maar van dichtbij niet meer. Jammer. We hebben nog twee oude vlaggen aan boord, maar die zien er even slecht uit.