Het dorpje Tournus was hartstikke rustig vannacht. En het was praktisch overal donker. Voor ons een prima plek om te liggen dus. We hadden gisteren al besloten om vandaag een echte rustdag te houden. Even bijkomen van de jetlag, haha!
Na het ontbijt hebben we de onderzeeër van Marit opgeplakt. Op de deur van de natte cel, zodat we 'm heel vaak zien.
Het is de hele dag heerlijk warm geweest. We hadden al heel vroeg de schaduwkleedjes opgehangen, en zaten voornamelijk onder de bimini. Af en toe kwam er een boot langs, zelfs een keer een vrachtschip, en af en toe een Rivercruiser.
Even verderop aan de kade zagen we vanochtend een paar witte partytenten staan. Zou er weer markt of brocante zijn? Nee, het was iets van de hengelsport. Een zwembad met vissen waar kinderen konden hengelen, een paar verkopers met heel veel hengelsportartikelen, en een stand van de Franse visbond, waar je kon oefenen in het binnenhalen van een gevangen vis. Als een Wii-spelletje. Op jouw actie met een hengel reageerde een vis op een beeldscherm. Leuk!
We raakten aan de praat met de meneer hiervan, die nog een drupje Nederlands bloed heeft, en aan de hand van een kleine folder kwamen we er achter dat we in Lyon meervallen hadden gezien. Die grote vissen. In het Frans heten ze Silure-Glane, en het zijn carnivoren.
Ondanks dat dipten we met regelmaat even in het water van de Saône, zo warm was het. De zwemladder bleef braaf hangen, het was heerlijk om zo even af te koelen.
Maar vanaf half vier zagen we her en der donkere wolken. Eigenlijk rondom ons. Eerst in de verte, maar het kwam wel dichterbij. We haalden de schaduwkleedjes naar binnen, en deden tegen kwart over vier de ramen dicht.
Want toen begon het flink te onweren en enorm hard te regenen. Zelfs met wat hagel erbij! Ook waaide het kort maar hevig.
Dat duurde ongeveer anderhalf uur. Niet dat het anderhalf uur pijpenstelen regende, maar droog was het niet. Vanaf de stoep boven bij de straat stroomde water naar de Saône, en ook door de afwateringsbuis kwam het. Dat was al heel snel na het begin van de bui. Alsof het water nergens anders naar toe kan.
In de stromende regen hadden we ook een poosje slecht zicht. Een Rivercruiser bleef wel tien minuten midden op de Saône drijven, en legde daarna aan. Of de schipper nu de matrozen een nat pak wilde besparen of dat hij het te gevaarlijk vond om door te varen weten we niet. Maar even later werden passagiers in drie bussen naar het schip gebracht. Dat ligt er trouwens nog.
Het voordeel van zo'n bui is dat alles er weer lekker van op frist. En wat afkoelt. Het was echt lekker om vanavond even de stad in te gaan. De stadswandeling, ook hier met driehoekjes aangegeven, was leuk, al was er wel minder duidelijke informatie.
Van de zeventiende-eeuwse huizen was niet zo heel veel meer origineel, maar dat is natuurlijk best logisch.
We vonden de Saint Philibert Abdij van buiten niet zo mooi. Sober, stoer, zonder versierselen. Maar binnen, waar het woord soberheid uitgevonden leek, raakten we wel onder de indruk van de enorm hoge ronde zuilen met de nog gave gewelven.
Smalle, soms erg smalle straatjes waar nauwelijks zonlicht kwam. Af en toe kreeg je er bijna een claustrofobisch gevoel van. Je kunt slechts voor of achteruit, en je moet er niet aan denken dat er een heleboel mensen hetzelfde willen......
Maar de kleurige gevels, de bochtige straten en de ronde dakpannen maakten het een leuke wandeling.
Het bleef nog lang lekker warm, we hebben de hele avond buiten gezeten zonder dat een vest nodig was. Heerlijk!
Wat een lange dag hebben we ervan gemaakt gisteren. En wat een superdag!
Een heerlijke zonnige en gezellige dag buiten. Met veel spelen met Welmoed: in de zandbak, met de doos vol boerderijspulletjes die we van Oerbeppe meegekregen hadden, met het badje, met de bellenblaas en ga maar door. Veel snottebelletjes vegen en lekker kletsen. Maaike vond het jammer voor Welmoed om vanmiddag te gaan slapen, maar aan het einde van de middag werd ze wel wat moe. Maar ze hield kranig vol, ondanks een enorme huilpartij omdat ze ook met de kite wilde vliegeren.
Ids vond het wat warm, zelfs onder de parasol, dus die lag vlakbij in de hal en vermaakte zich goed. Hij kreeg genoeg afleiding van ons, want het is me toch een lekker mannetje!
We aten ’s avonds buiten bij Heidi en Ruud, gebakken vis en sla, en daarna vertrokken we. Tegen half zeven was dat.
De rit naar de boot ging prima. De zon scheen nog een poos, en bij de eerste pauzes voelde het nog zwoel aan, zelfs tegen twaalven was het nog heerlijk buiten. Antwerpen en Brussel waren geen probleem. Maar in Zuid-België vonden we het maar rommelig. Op de heenreis hadden we het niet zo ervaren, maar vannacht, in het donker, waren de dorpjes, stoplichten en 70km borden minder leuk.
Vooral in Frankrijk waren de parkeerplaatsen, de Aires, overvol met vrachtwagens. Soms stonden ze zelfs op de vluchtstrook, alsof hun tachograaf onverbiddelijk was. Wat ons ook opviel waren de wegmarkeringen. Of liever: de ontbrekende wegmarkeringen. Af en toe waren de witte strepen aan de kant van de weg bijna niet te zien of echt verdwenen. Of nooit aanwezig geweest misschien. Bij bochtige stukken in de bergen was het dus even extra opletten.
Tegen een uur of drie hebben we nog ergens een half uurtje geslapen, en daarna hebben we vaak van plek gewisseld. We werden toch wat moe. Zo gauw als de chauffeur aangaf dat de ogen wat moe werden of wanneer er gegaapt werd, wisselden we.
Zo ging het goed, en bereikten we tegen half zes de haven. Het was al licht. We pakten elk een tas en aan boord doken we direct ons bed in, met de wekker op kwart over acht.
Maar we waren om acht uur al wakker en we gingen direct “aan het werk”. We haalden de auto leeg, deden de fietsen er in, reden naar de pomp om de tank te vullen, brachten de auto naar de verhuurder, fietsten naar de geweldige markt voor flûtes, groenten, fruit, kaasjes en olijven, daarna naar de grote supermarkt Auchan voor onder andere yoghurt, en weer terug naar de boot.
Tegen elf uur vertrokken we, het was bewolkt maar heerlijk warm. De eerste steigers die we tegenkwamen stonden in te ondiep water voor ons, dus we voeren nog even door tot we om kwart over twee in Tournus, op kilometer 112 een mooi plekje vonden aan de gratis stadssteiger.
De zon scheen volop, wij hebben de hele dag lekker onder de bimini gezeten, want we waren “klaar voor vandaag”, aten een lekkere salade en bij de borrel een lekker geitenkaasje en paté op de flûte, en maken het niet laat.
Marit had gisteren een onderzeeër ingekleurd en knap uit geknipt. En ze tekende twee hartjes, die ook nog uitgeknipt werden. Dat kregen we mee als kadootje. Ze vond het niet leuk dat we weggingen, maar omdat we naar Welmoed en Ids zouden werd het geaccepteerd. Samen met Hidde (hij op de loopfiets en Marit op de step) hebben we haar naar school gebracht.
Thuis zochten we flink mee naar Jans sleutels. Niet te vinden. Hij fietste naar zijn kantoor, misschien had hij ze daar laten liggen gisteren.
Hidde vond het helemaal niet leuk dat we vertrokken. Tranen met tuiten!
Maar ja, soms moeten dingen gebeuren, en afscheid nemen is nooit leuk. Tegen half elf waren we in Burgum, waar we een vrolijke Oerpake en Oerbeppe troffen. Het gaat heel goed met ze! Er kwamen twee dames van de Thuiszorg om Oerpake’s teentje te verzorgen, en er kwam een mevrouw om zijn bloed te controleren, en alles was okee.
We hebben heerlijk gekletst, de tijd vloog om. Via de Jumbo (voor Nederandse kaas, afbakbroodjes en chips), de Mitra (jenever) en de FOV (voor schroefasvet) zijn we naar het pontje naar het Starteiland van het Sneekermeer gegaan. Daar hebben we in de zon geluncht en een powernap gedaan.
Om even voor drieën waren we bij het crematorium. Op de P troffen we Nelleke en Mentje. Nelleke en Leen lagen met de boot op Terschelling. Het condoleren was een tranentrekker, maar het was goed. De Brouwertjes wisten dat we kwamen en toch was het een soort verrassing.
Bij de nazit kletsten we met Watze en Bonny, Leo en Astrid, Durk en Ria en natuurlijk ook met de hele familie B. De bedankkaartjes die uitgedeeld zouden worden stonden nog in een auto, maar wij kregen alvast eentje mee. Een prachtige foto, die ook op de rouwkaart stond. Maar dat wisten we niet, want Leo had ons een foto van de binnenkant gestuurd.
Ach, en zo leuk: van Leo en Astrid kregen we biertjes met NOCHT er op! Wat zijn het toch leuke mensen, wat hebben we het met ze getroffen. En de buurt ook, want Leo kan ook bij de Brouwertjes niet stuk.
Het was al na etenstijd toen we in Elahuizen aankwamen. Maar omdat Stef er nog niet was en later zou komen, kregen we zijn portie van de Gadogado. De rijst en frikandellen werden opgewarmd, en we hebben er heerlijk van gegeten!
Wij kletsen bij met Heidi en Ruud, Maaike bracht de kindjes naar bed, Stef zette de Airfryer voor zichzelf aan, en daarna zijn we naar het voorhuis gegaan, waar we tot laat hebben genoten van hapjes en sapjes en heerlijk hebben zitten kletsen.
Het was weer een heerlijke dag vandaag! Wat betreft het zonnige weer, maar zeker wat betreft gezelligheid. We hebben Marit naar school gebracht en beloofd haar weer op te halen. Dat gaat leuk, dat halen. De kindertjes staan bij juf buiten, en als ze hun vader of moeder zien (of Pake of Beppe), dan zeggen ze dat tegen juf en mogen ze gaan.
Hidde heeft de hele dag door gekletst, geweldig leuk! Het was natuurlijk Pake voor en Pake na, met “Pake ja?”, “Pake kom!”, “Pake is lief”, “Kan Pake maken?”(over het vervangen van een batterijtje in een autootje), hij vertelde ons steeds dat Marit op “sool” zat, tussen de middag wilde hij “nee kommer niet nee nee”, noemde Welmoed “Momed”, en had het over een groen broodje als hij een stokbroodje wilde.
Gisteren ontving Anneke een pakketje: bestelde gordijnen voor Marits kamer. Maar dit waren dezelfde als ze al had. En die moesten anders, want het was geen gezicht. Eén gordijn hing strak aan een roede maar was te lang, en de ander was om de roede gevouwen. Anneke wilde zonwerende gordijnen, maar ze waren slechts ietwat verduisterend. Ze had daarom al eerder een extra stel gekocht om de gordijnen te dubbelen, maar dat moest nog beter.
We hebben er samen naar gekeken, en na kort puzzelen was ik er uit: dat wat ze had aan stof/gordijnen was genoeg, de nieuwe konden retour. Het ene gordijn hoefde slechts korter gemaakt te worden, en de ander stelde ik samen van dat wat er hing en wat in de kast lag.
Okee, het was even denken en meten, maar de Singer naaimachine en ik waren beste vriendjes. Hidde hielp af en toe door de spelden in het doosje te doen, en toen Marit uit school gehaald was hielp ze me met het meten van de strook die er af moest. Super hulpjes!
Natuurlijk gingen we een ijsje halen, maar eerst nog even kadootjes kopen voor Welmoed en Ids. Voor Marit hadden we een tien-kleuren pen (schot in de roos!), voor Hidde en Welmoed een gekke bal. Een soort zwart net met een glitter-binnenbal, en als je in de bal kneep bubbelde het glitter door de mazen van de buitenbal. Geweldig! Marit vond ‘m zo leuk dat we die van Welmoed aan haar hebben gegeven.
En nu vonden we voor Welmoed een lange bellen-blaas en voor Ids werd een boot uitgezocht. Het jongetje kan er nog niets mee, maar dan kan Welmoed er alvast mee spelen vond Marit. Twee van die "bellenblazen" namen we als verrassing nog mee voor Marit en Hidde natuurlijk.
De gordijnen waren goedgekeurd, en toen we gingen slapen lag er een zon op Hidzers kussen en een grote beer op die van mij.
De wekker stond op vijf uur, met het idee om tegen half zes te vertrekken. Maar we waren allebei wakker rond twee uur. We besloten om nu te vertrekken. Des te eerder zouden we de kindjes zien!
De routeplanner stond ingesteld op “Tolwegen vermijden”, dus dat moest nog even worden veranderd, en nadat we hadden gecheckt hoe het licht werkt (zowel de koplampen als de binnenverlichting) en ook de cruise control, reden we al om even over half drie.
In het donker. En in Frankrijk kan het dan echt hartstikke donker zijn, merkten we. Maar het was rustig op de weg, met af en toe een vrachtwagen, dus het reed prima. De zon kwam op, het beloofde een mooie dag te worden. Het landschap glooide, we werden beloond met mooie uitzichten.
Op de tolweg, de Autoroute du Soleil, zagen we dat de parkeerplaatsen overvol waren met vrachtwagens. Zowel de grote Aires, die met restaurant en benzinepomp en zo, als de kleine, die slechts een picknicktafel en een toilet hadden. Vaak stonden vrachtwagens op de vluchtstroken van de op- en afritten van de Aires. Wat als al die vrachtwagens beginnen te rijden? Dan zijn de wegen overvol!
Tegen een uur of zeven merkten we tijdens een pauze dat het best koud was buiten. De zon was verdwenen achter wolken, en het was fris met 11 graden in onze korte broek en rokje. Hoezo warm in Frankrijk en Nederland? Maar al gauw kwam de zon op, en toen we België binnenreden werd het weer heerlijk. Het wegdek niet! Met je ogen dicht merk je het zelfs wanneer je in België komt: het asfalt is soms slecht, en voor ons gevoel reden we af en toe op een autosnelweg en af en toe op een karrespoor.
Bij Antwerpen was er wat file, maar niet stilstaand. In België heten vluchtstroken “veiligheidsstroken”, en de verkeersborden stonden soms verscholen tussen hoog onkruid en niet gesnoeide bomen.
Maar België was ook de plek waar we hoorden dat kleine Jens is geboren vannacht. Lief en mooi zoontje van Gerrit en Sabine.
Tegen 13:00 uur kwamen we in Hilversum aan. Het was heerlijk warm, genieten! Hidde kwam uit bed en trilde van plezier toen Anneke vertelde dat wij beneden waren, we hebben Marit van school gehaald, en ook zij had een very big smile.
Met zijn allen zijn we een ijsje gaan halen, bij een klein winkeltje dat echt heerlijk ijs in verschillende smaken maakt en verkoopt. Met voor de kinderen gezichtjes à la Mickey Mouse. Zó mooi!
De dag vloog om. Met spelen en bijkletsen, we hebben heerlijk buiten lasagne gegeten, we hebben nog een lekkage verholpen. Ergens doet de afvoer tussen keuken en riool het niet, en toen de kinderen onder de douche stonden kwam het water in de gootsteen omhoog. Maar Jan had de trekveer al klaar liggen. Het was even behelpen met doeken en de inhoud van de kastjes, en of de vloer wel helemaal droog geworden is weten we niet, maar Jan vond het prima.
Na een paar wijntjes en drankjes hebben we het niet laat gemaakt. Anneke had bedacht dat de kinderen op Hidde’s kamer zouden slapen en wij op Marits kamer, maar Hidde hield Marit wakker. Wij stelden voor dat Marit wel tussen ons in kon, en zo geschiedde. Ze lag heel netjes precies in het midden van haar grote bed (de slaapbank uitgeklapt), en had een eenhoorn op mijn kussen gelegd en een hondje op dat van Hidzer. De schat!
Mâcon is de stad van Alphonse de Lamartine. Frans dichter, historicus en staatsman. Wij hadden nog nooit van de beste man gehoord. Okee, hij leefde van 1790 tot 1869, dat mag een excuus zijn, maar toen we merkten dat bijna alles hier Lamartine ademt, moesten we er toch even over lezen.
De beste man kwam uit een adellijke familie, heeft wat gestudeerd, spendeerde tijdens het Eerste Franse Keizerrijk enige jaren aan lezen en dromen in een soort van cultureel nietsdoen (dit verzin ik niet maar schrijf ik over uit een informatieboekje), en wilde niet in het leger van Napoléon.
Hij werd in Zwitserland verliefd op Julie, de vrouw van een beroemd fysicus. Ze overleed al na een jaar, en hun relatie en haar overlijden inspireerde hem tot een dichtbundel. Tot 1851 werkte hij veelal in diplomatieke dienst in Italië, België, Zwitserland, Palestina en Frankrijk, maakte zich sterk voor de afschaffing van slavernij en de doodstraf, en schreef heel veel gedichfen, proza en opiniestukken. Jarenlang is hij ook nog burgemeester geweest.
Erg onder de indruk van Lamartine zijn wij niet, maar de inwoners van Mâcon blijkbaar wel. Ze hebben onder meer een kade, een paar wegen, restaurants, bars en een school naar hem vernoemd, en natuurlijk heeft hij een standbeeld gekregen.
En: een stadswandeling is naar hem genoemd. Te volgen via driehoekjes in het trottoir.
Gisterochtend hebben we de wandeling gemaakt, en het was erg leuk en informatief. Naast de geijkte gebouwen als het Raadhuis, een museum dat vroeger nonnenklooster en gevangenis was geweest, vonden we de gekleurde huizen met de balkonnetjes erg mooi.
Het Maison de Bois is het oudste huis van Mâcon, een vakwerkhuis van meer dan 500 jaren oud. Bijzondere houtsnijwerken en figuren zagen we: mensen en allerlei dieren, vooral apen. Ze zitten of staan, trekken soms rare grimassen, zijn gekleed of naakt, hebben soms vleugels. Je hebt echt even tijd nodig om het goed te kunnen bekijken.
Gelukkig voor ons was het zondagochtend, dus rustig op straat. Alle winkels waren gesloten. Dachten we. Maar chocolaterieën waren geopend. Want het was Moederdag. De Franse Moederdag is niet in mei maar op de eerste zondag van juni.
De kathedraal met de wat oneerbiedige naam Vieux-Saint-Vincent is nu geen echte kathedraal meer. Ergens in de zesde eeuw is er iets gebouwd, maar door overstromingen en revoluties is het herbouwd en vernield en weer gerestaureerd. Een apart bouwsel is het nu.
In de Eglise Saint-Pierre was een dienst aan de gang, met de deuren open, dus we namen even snel een kijkje. Op de trap zat een bedelaarster, we vroegen ons af of dat een "gouden" plekje zou zijn. Wanneer alle mensen in de kerk haar een euro geven, heeft ze een super dag.
Heel veel oude deuren worden nog gebruikt. Ze zien er soms niet uit, zijn soms deels stuk, maar we ontdekten dat er achter vaak een halletje is. Met een moderne deur. En veel brievenbussen, dus het zijn dan oude (originele?) toegangsdeuren voor een appartementencomplex.
Het Hôtel Soufflot bleek geen hotel te zijn. Ooit was het een liefdadigheidsinstelling, voor wezen, armen en verstandelijk gehandicapten. Vier verdiepingen hoog en een grote tuin, die wel eens door de Saône overstroomd raakte.
We lazen dat er ook een klein badhuis was waarin Lamartine's moeder Françoise-Alix de Lamartine zou sterven aan verbranding in : terwijl ze de warmwaterkraan wilde opendraaien, trok ze de sleutel eruit die in de badkuip viel.
Wij vroegen ons af wat zij in een armenhuis deed. En of ze in bad zat of als een soort vrijwilliger het bad voor arme mensen klaar maakte. Dat vermeldde het informatieboekje niet.....
Aan de voorkant van het gebouw is een vondelingenluik. Eén van de weinige die nog in Frankrijk bestaan. Het is een draaibare ton, en ziet er niet gezellig uit voor een ongewenst baby'tje. Hoe de mensen in het gebouw nu te weten komen dat er een kindje te vondeling is gelegd weten we niet.
De wasserette vlakbij heeft onze was gedaan, in twee machines, en alles droogde supersnel in de zon en het windje. Super! Okee, het was even een niet-zondags-tafereeltje, maar we hebben geen opmerkingen gekregen.
Vandaag zijn we naar de Port de Plaisance gevaren. We blijven vijf nachten. Het voelt goed hier. Een slot op de toegangsdeur (we hebben een card gekregen), beschut tegen wind, hele lange palen dus we kunnen een paar meter stijgen, een lekkere douche, en we hebben de tanks weer vol diesel en water. De dieselprijs is €1,85 aan de doe-het-zelf pomp. Met een limiet van 500 euro, en die hebben we gebruikt. Alsof je een emmer leeggooit.
De mevrouw van de receptie legde contact met een autoverhuurbedrijf. Ik kwam een heel eind met mijn Frans: we mochten de auto om vijf uur vanmiddag halen, en leveren 'm in op zaterdagochtend. Geen kilometerbegrenzing. Lekker makkelijk, dachten we.
Maar ja, het is Frankrijk. Dus toen we vanmiddag bij het bedrijf kwamen, duurde het nog 20 minuten voor de papieren ingevuld waren. Bij controle bleek dat we slechts 1500 kilometer gratis (nou ja, gratis....) mochten reizen. Ja, want dat was naar de grens van Nederland en weer terug. Na even uitleggen waar we wonen mogen we nu onbeperkt kilometers maken.
Toen we de auto kregen (er zitten een paar krasjes op), vroeg ik naar de gele hesjes. Nou, daar doen ze niet aan. Is niet nodig.
Het blijkt verplicht, lazen we later, maar het is een huurauto dus we gokken het er maar op. We hebben niet voor niets 490 euro betaald toch?
Morgen vertrekken we al vroeg, we zijn er klaar voor!
We blijven een paar dagen liggen in Mâcon. Tot maandag aan deze gratis Halte Nautique, en daarna tot zaterdag in de jachthaven. We willen naar het afscheid van Wim. De jachthaven ziet er goed uit (op de fiets zijn we er even naar toe geweest), we kunnen hier een auto huren en zijn redelijk snel op de Autoroute, en het stadje bevalt ons ook.
Op de fiets hebben we beide oevers van de Saône verkend. Heerlijk, vaak in de schaduw en in een windje fietsen. Want het was warm! We klagen niet daarover, maar het was toch wel lekker in de schaduw van bomen of, aan boord, in de schaduw van de bimini.
Aan de overkant, bij het stadje Saint-Laurent-sur-Saône, picknickten we met zicht op Mâcon en onze boot. En op de oude brug.
Bij de bakker, die heerlijk stokbrood bakte, kocht ik een grote meringue. Een meringue praline. Erg groot, dus die hebben we wijselijk maar gedeeld.
Vandaag was er een grote weekmarkt, op het plein naast onze Halte Nautique. En wat voor een markt! Het is dat we dinsdag naar Nederland rijden, anders hadden we hier heel veel lekkere dingen gekocht. Een kaasje, een stukje pâté en fruit hadden we wel gehaald hoor. Maar volgende week zaterdag, wanneer we onze reis vervolgen (ijs en weder dienende), dan gaan we eerst even naar deze markt!
We verwenden ons ook nog met een etentje bij het Indiase restaurant Ishwari. Buiten op het terras, tussen allemaal Fransen (met als voordeel dat je ze nauwelijks verstaat, haha), we hadden het gevoel of we op vakantie waren. Niet op reis, maar op vakantie. Daar zit toch verschil tussen.
We dachten dat het vandaag een feestdag zou worden. Maar dat viel vies tegen.
Een feestdag, voornamelijk omdat Heit en Mem 66 jaar getrouwd zijn! Dat is bijna niet voor te stellen: 66 jaar getrouwd en nog zelfstandig wonend. Om jaloers op te worden!
Daarnaast was het weer genieten op de Saône: de hele dag prachtig en lekker warm weer, de rivier deed ons denken aan Earnewâld door de mooie afwisselende groene oevers en de lieve bochten, we zagen prachtige okergele huizen met lichtblauwe luiken en rode hekken. En heel veel klaprozen.
In de verte bergen, en bij de Saône in de buurt wemelde het van dorpen die naar een heilige waren genoemd. Of die mannen hier ook hebben gewoond, misschien een kerk hebben laten bouwen, dat weten we niet, maar het had toch wel wat. Het klinkt toch anders, als je woonplaats Sneek is in plaats van Saint Georges de Reneins, Saint Jean d’Ardières, Sint Didier sur Chalaronne, Saint Symphorien d’Ancelles of Saint Romain des Îles.
Het blijft bijzonder (vinden we) dat er nauwelijks stroming is in de Saône. Het gebied is vrij vlak, daar komt dat natuurlijk door, maar we lazen ook dat er door de afwezigheid van sluizen en hoge dijken best vaak een overstroming ontstaat.
Is dat niet te voorspellen dan? Nou, blijkbaar is het heel moeilijk. Want ten zuiden van de stad Verdun-sur-le-Doubs, waar de grote zijrivier Doubs in de Saône stroomt, wordt er veel meer water vervoert dan bovenstrooms Verdun-sur-le-Doubs. En dat maakt het blijkbaar lastig om de waterstand te voorspellen.
We “deden” één sluis vandaag, die van Dracé. Deze heet ook modern te zijn, door zijn afmetingen van 185 bij 12 meter, maar vanaf het zuiden zag hij er wat saai uit. Stalen platen in plaats van beton, en ook nog beige-modderig vies. Maar toen we 2,9 meter omhoog geschut waren troffen we een mooi gemaaid grasveld, met huizen, en knalgele koppen op de bolders.
In het stadje Mâcon gingen we liggen aan een Halte Nautique. Op kilometer 80. Vlak bij het centrum. Achter ons is een lange kade gereserveerd voor Rivercruisers, maar daar hebben we geen last van. Zij, en ook vrachtschepen, kunnen namelijk niet verder. Tenminste, niet onder de mooie Pont-Saint-Laurent door. Die is slechts 5,9 meter hoog.
Dus de grote schepen moeten de bypass nemen, die een stukje oostelijker van de Saône is gegraven. Dat vinden wij niet erg, want wij kunnen ruim onder de brug door, en hebben nu geen last van schroefwater of golven.
Die brug is al in de elfde eeuw gebouwd, ter vervanging van een oude houten brug waar zelfs Romeinse legers overheen getrokken waren. Maar de oevers waren toen wat dichter bij elkaar, en telde slechts 6 bogen. Nu heeft -ie er 12. Tot in de 17de eeuw werd tol geheven. Zowel voor het verkeer dat over de brug reed of liep, als voor scheepvaart.
Qua scheepvaart zou het nu niet veel meer opleveren, want er varen erg weinig boten langs. Maar er steken best veel auto's over, van en naar het stadje Saint-Laurent-sur-Saône.
Het werd helaas een erg verdrietige dag, want aan het eind van de middag hoorden we dat onze lieve buurman Wim is overleden. Wat is dat een kort ziekbed geweest! We hebben ze een hartje gestuurd.
Gelukkig voor ons kwam de Aura Maris achter ons liggen, en Ab en Annemieke nodigden ons uit voor een kopje koffie. Nou, het werd meer dan dat, zó gezellig! Een hele fijne afleiding.
We hebben uitgebreid gesproken over onze reizen, zij hebben met hun Lemsteraak Nettie "ons" rondje ook gemaakt, in 2013. In zeven maanden, dat was wel supersnel. En Ab vertelde honderduit over zijn bedrijf, dat het snoeptomaatje ontwikkeld heeft. Het was al na twaalven voordat we weer aan boord van onze boot stapten.